ERTMS/ETCS: Levels, Modes, Supervision & Procedures
Een opleiding op basis van de bijgevoegde specificaties: SUBSET-026 v2.3.0 (hoofdstukken 1 t/m 5), de ETCS Driver Machine Interface (ERA_ERTMS_015560 v3.4.0, incl. symbolenbibliotheek en geluiden) en de brochure Introduction to ETCS braking curves (ERA_ERTMS_040026 v1.5).
Welkom en leeswijzer
Doel van deze opleiding
Na het doorlopen van deze opleiding kun je de werking van ERTMS/ETCS uitleggen, de Levels en Modes onderscheiden, Supervision en braking curves berekenen en interpreteren, en de belangrijkste Procedures (zoals Start of Mission, Override EoA en Train Trip) toepassen en beoordelen. Elke stof is gekoppeld aan de specificatie waar ze vandaan komt, zodat je altijd kunt nagaan wat er "shall" is en wat "may".
Opbouw: drie opleidingsniveaus volgens de taxonomie van Bloom
De stof is ingedeeld in drie niveaus. Elk niveau correspondeert met een ander cognitief niveau uit de taxonomie van Bloom (herziene versie). Per module vind je per niveau theorie, visualisaties en toetsvragen.
| Niveau | Bloom-categorieën | Wat kun je na dit niveau? | Doelgroep (voorbeeld) |
|---|---|---|---|
| Niveau 1 · Basis | OnthoudenBegrijpen | Begrippen, afkortingen en functies benoemen; het systeem en zijn Levels, Modes en Procedures beschrijven; eenvoudige situaties herkennen. | Nieuwe medewerkers, operators, projectleiders, verkoop, opleiders in het begin van hun traject. |
| Niveau 2 · Gevorderd | ToepassenAnalyseren | Regels toepassen op concrete situaties, remafstanden en supervision limits berekenen, mode- en level-overgangen analyseren, requirements koppelen aan testgevallen. | Systeemingenieurs, testers, inbedrijfstellingsingenieurs, safety-analisten op werkniveau. |
| Niveau 3 · Expert | EvaluerenCreëren | Ontwerpkeuzes en implementaties beoordelen op conformiteit en veiligheid, degraded situations afwegen, en nieuwe scenario's, testplannen of procedures ontwerpen. | Specificatie-experts, architecten, leveranciers van on-board en trackside, assessoren. |
De zes Bloom-categorieën in de opleiding
- Onthouden Feiten en termen herhalen (bv. de namen van de Modes en hun afkortingen).
- Begrijpen De betekenis van een regel in eigen woorden uitleggen (bv. waarom de Indication limit vóór de Permitted speed ligt).
- Toepassen Een regel of formule gebruiken in een concrete situatie (bv. de EBI-grens berekenen).
- Analyseren Een situatie in onderdelen splitsen en oorzaak-gevolg of samenhang aantonen (bv. waarom een trein bij een Level-overgang getript wordt).
- Evalueren Een oordeel vellen op basis van criteria (bv. of een procedure conform de specificatie verloopt).
- Creëren Een nieuw ontwerp, scenario of testcase opstellen dat aan de specificatie voldoet.
Werkwijze
- Lees het Niveau 1-gedeelte van een module en bekijk de visualisatie.
- Maak de toetsvragen van dat niveau. Gebruik "Controleer" voor directe feedback. Open vragen beantwoord je eerst zelf; daarna open je het modelantwoord.
- Ga door naar Niveau 2 en 3 als je Niveau 1 met minstens 70 % beheerst.
- Maak aan het eind het eindexamen per niveau (zie de bijlage Eindexamen).
Visualisaties en video
Waar mogelijk is de stof in beeld gebracht. Er zijn twee soorten:
- ▶ Video-scène Een geanimeerde scène met afspelen, pauzeren, terugspoelen, een tijdbalk en ondertiteling. Elke scène heeft een script (tekst) dat je kunt gebruiken om zelf een video op te nemen.
- ⚙ Interactief Een model dat je zelf kunt bedienen (schuifregelaars, klikbare onderdelen). Alle getallen in de modellen zijn illustratief, tenzij anders aangegeven.
Verwijzingen naar de specificaties
Verwijzingen naar een specificatie staan als blauw label in de tekst (bv. SUBSET-026-3 §3.13.5.3). De codes verwijzen naar de volgende bijlagen:
| Code in de tekst | Bron (bijlage) |
|---|---|
| SUBSET-026-1 §1.7.1.1 | SUBSET-026-1 v2.3.0 · Chapter 1 Introduction (24.02.2006) |
| SUBSET-026-2 §2.6.5 | SUBSET-026-2 v2.3.0 · Chapter 2 Basic System Description |
| SUBSET-026-3 §3.13.4 | SUBSET-026-3 v2.3.0 · Chapter 3 Principles (incl. Appendix A3.1 en A3.2) |
| SUBSET-026-4 §4.x | SUBSET-026-4 v2.3.0 · Chapter 4 Modes and Transitions |
| SUBSET-026-5 §5.x | SUBSET-026-5 v2.3.0 · Chapter 5 Procedures |
| ERA_ERTMS_040026 §3.3 | Introduction to ETCS braking curves (ERA_ERTMS_040026 v1.5, 12/08/2020) |
| ERA_ERTMS_015560 · DMI | ETCS Driver Machine Interface (ERA_ERTMS_015560 v3.4.0), inclusief DMI-symboolbibliotheek en geluiden (zip) |
Bijlagen in deze cursus
- Begrippenlijst (Engelse benamingen met uitleg in het Nederlands).
- Referentie-index (welk onderwerp staat in welke sectie van de specificatie).
- Eindexamen per niveau, met antwoordsleutel en beoordelingscriteria.
ERTMS/ETCS in het kort
Wat is ERTMS/ETCS, waarom bestaat het, hoe is de specificatie opgebouwd en hoe lees je een "shall" en een "may"?
- Onthouden Noem de voordelen van een internationaal interoperabel systeem en de vier kernpunten van de SRS-structuur.
- Begrijpen Leg uit waarom ERTMS/ETCS een braking curve nodig heeft en waarom "verplicht" en "optioneel" in de SRS verschillen.
- Toepassen Bepaal bij een specificatiezin of het een verplichte eis (shall) of een optie (may) is.
- Analyseren Analyseer waarom het ontbreken van één geharmoniseerd braking-curve-algoritme in baseline 2 tot problemen leidt.
- Evalueren Beoordeel de stelling "ETCS vervangt altijd het klassieke signaleringssysteem".
- Creëren Ontwerp een controlelijst om te beoordelen of een on-board implementatie voldoet aan de verplichte eisen.
Niveau 1 · Basis Wat is ERTMS/ETCS?
ERTMS (European Rail Traffic Management System) is de overkoepelende naam voor het Europese treinbeïnvloedingssysteem. Het bestaat uit ETCS (European Train Control System) en de radioverbinding GSM-R. De SRS beschrijft ETCS: de functionele en technische eisen aan het systeem SUBSET-026-1 §1.3.1.2.
Waarom een Europees systeem?
Treinbeveiliging (Automatic Train Control, ATC) is in het verleden in elk land anders ontwikkeld. Die systemen zijn onderling niet compatibel. Een trein moest daardoor op een grensovergang vaak van locomotief of van bemanning wisselen, of met meerdere systemen tegelijk uitgerust zijn SUBSET-026-1 §1.3.1.1. ERTMS/ETCS moet dat oplossen. De SRS noemt daarvoor de volgende voordelen SUBSET-026-1 §1.4.1.1:
- grensoverschrijdende interoperabiliteit;
- betere veiligheid van nationaal en internationaal treinverkeer;
- beter beheer van internationaal personen- en goederenvervoer;
- kortere headways op drukke lijnen door moving block, waardoor de capaciteit van het spoor beter benut wordt;
- stapsgewijze invoering van de nieuwe technologie;
- Europese concurrentie tussen leveranciers van ETCS-componenten.
Wat specificeert de SRS, en wat niet?
De SRS (System Requirements Specification, SUBSET-026) specificeert ETCS "vanuit technisch oogpunt" SUBSET-026-1 §1.5.1.1. Technische interoperabiliteit vraagt dat telegrammen volgens vaste regels worden opgebouwd en begrepen, én dat trein en trackside uniform reageren op de ontvangen informatie SUBSET-026-1 §1.5.1.3. Operationele interoperabiliteit (bedrijfsregels, onderhoudsnormen) valt buiten de SRS SUBSET-026-1 §1.5.1.4.
De SRS is de vertaling van de functionele eisen (Functional Requirements Specification, FRS, UIC/A200 versie 4.3) naar een technische specificatie voor ontwikkelaars SUBSET-026-1 §1.8.1.1.
De opbouw van de SRS in acht hoofdstukken
| Hoofdstuk | Titel (Engels) | Inhoud in één zin |
|---|---|---|
| 1 | Introduction | Doel, structuur en leeswijzer van de SRS. |
| 2 | Basic System Description | Overzicht van het systeem, de subsystemen en de Levels. |
| 3 | Principles | Principes voor positie, radio, Movement Authority, Supervision en data. |
| 4 | Modes and Transitions | Alle Modes van de on-board en de overgangen daartussen. |
| 5 | Procedures | Het dynamische gedrag van Procedures zoals Start of Mission. |
| 6 | (vervallen) | Intentionally deleted. |
| 7 | ERTMS/ETCS Language | De variabelen en het pakket-concept voor data over de luchtinterface. Niet in deze opleiding. |
| 8 | Messages | Het toepassingsprotocol: formaat en inhoud van de berichten. Niet in deze opleiding. |
Hoofdstukken 1 tot en met 5 zijn in deze opleiding als bijlage opgenomen (versie 2.3.0). De hoofdstukken 7 (ERTMS/ETCS Language) en 8 (Messages) zitten niet in de bijgevoegde bestanden en worden in deze opleiding niet behandeld. Hun inhoud is wel nodig voor een volledige implementatie; raadpleeg daarvoor de geldende SRS-versie.
Verplicht en optioneel: "shall" en "may"
De SRS biedt vaak meerdere oplossingen voor één functie. Daarom bevat ze zowel verplichte als optionele eisen. Verplichte eisen gebruiken het woord shall, optionele eisen het woord may SUBSET-026-1 §1.7.1.1. Let op de volgende nuances:
- Verplicht betekent niet dat een functie op élke lijn wordt toegepast: het betekent dat als de functie wordt geïmplementeerd, dit op de voorgeschreven manier moet gebeuren SUBSET-026-1 §1.7.1.2.
- Een trein moet alle verplichte functies kunnen afhandelen. De trackside beslist of ze gebruikt worden.
- Notes in de tekst zijn ter verduidelijking en bevatten nooit eisen SUBSET-026-1 §1.7.1.4.
- Niet gespecificeerde oplossingen zijn toegestaan zolang ze geen interoperabiliteitsproblemen geven SUBSET-026-1 §1.7.1.5.
Braking curves: het idee in één alinea
Een ETCS-systeem "remt" niet zelf: de trein doet dat met zijn eigen remsysteem. ETCS bewaakt echter continu de positie en snelheid van de trein, zodat die binnen de toegestane grenzen blijft. Daarvoor voorspelt de on-board computer hoe de snelheid zal afnemen over de afstand, op basis van een wiskundig model van de remdynamica en het baanprofiel. Die voorspelling heet een braking curve ERA_ERTMS_040026 §2.1. Als de trein de grens overschrijdt waarbij het systeem niet meer kan ingrijpen met de service brake, grijpt de Emergency Brake Intervention (EBI) in: het "parachute"-principe ERA_ERTMS_040026 §3.1.1. Module 5 gaat hier diep op in.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Wat betekent de afkorting ERTMS?
Toon uitleg en verwijzing
Welk hoofdstuk van de SRS beschrijft de Modes van de on-board apparatuur en alle overgangen daartussen?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom specificeert de SRS verplichte én optionele eisen?
Toon uitleg en verwijzing
Niveau 2 · Gevorderd Eisen lezen en de noodzaak van braking curves
Op dit niveau lees je de SRS als een technisch document: je koppelt een uitspraak aan een eis, bepaalt of die verplicht is, en begrijpt waarom het systeem is opgebouwd zoals het is.
Verplicht of optioneel? Een werkwijze
- Zoek het werkwoord: shall, shall not of must never → verplicht; may → optioneel SUBSET-026-1 §1.7.1.1.
- Let op het onderwerp: de trein (on-board) of de trackside (RBC, balise).
- Let op de conditie: "if implemented" betekent dat de functie optioneel is, maar als ze er is, moet ze de voorgeschreven vorm hebben.
- Lees de Notes als toelichting, niet als eis.
| Zin uit de SRS (vereenvoudigd) | Verplicht of optioneel? | Reden |
|---|---|---|
| "The train shall handle all mandatory functions." | Verplicht (voor het voertuig) | Trein moet alle verplichte functies kunnen afhandelen SUBSET-026-1 §1.7.1.2. |
| "The trackside may use optional functions." | Optioneel | Trackside beslist of functies gebruikt worden SUBSET-026-1 §1.7.1.2. |
| "Note: this paragraph is informative." | Geen eis | Notes bevatten nooit requirements SUBSET-026-1 §1.7.1.4. |
Waarom harmonisatie van braking curves nodig is
De ERTMS/ETCS-specificatie baseline 2 beschreef de basisprincipes van de braking curves en wat de bestuurder te zien krijgt, maar gaf geen geharmoniseerd algoritme om ze te berekenen. Gevolg ERA_ERTMS_040026 §2.2.2:
- verschillende leveranciers van on-board apparatuur berekenen voor hetzelfde rollend materieel verschillende remafstanden. Daardoor hangt de engineering van de trackside (en het toewijzen van treinpaden) niet alleen af van de remprestatie van het materieel, maar ook van de leverancier;
- voor grensoverschrijdende treinen zijn daardoor meerdere nationale braking curves in de on-board nodig, met extra kosten voor software-ontwikkeling, tests en updates.
Daarom vraagt de overgang naar een uniform snelheids- en afstandsbewakingssysteem twee zaken ERA_ERTMS_040026 §2.2.1: de remgedraging van de trein moet volledig voorspelbaar zijn, en de veiligheidsmarges moeten eenduidig tussen trackside en on-board verdeeld kunnen worden.
Klassieke seinen versus ETCS: omgekeerde logica
Bij klassieke seinen ligt de plaats waar de trein moet beginnen met remmen vast (het waarschuwingssein); de beginsnelheid wordt aangepast aan het remvermogen van de trein. Bij ETCS is dat omgekeerd: de beginsnelheid is constant en de plaats waar moet worden gereden wordt per trein aangepast aan de remprestatie ERA_ERTMS_040026 §4.1. Daarom is volledige ETCS-supervisie alleen mogelijk met Cab Signalling: de bestuurder kijkt op de DMI en niet naar buiten.
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Welke van de volgende zinnen is een verplichte eis volgens de SRS-conventie?
Toon uitleg en verwijzing
Een spoorwegonderneming koopt twee treinen van verschillende leveranciers die beide aan baseline 2 voldoen. Op dezelfde lijn blijkt de remafstand van de ene trein aanzienlijk groter. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?
Toon uitleg en verwijzing
Leg uit waarom bij ETCS de beginsnelheid constant is en de remlocatie varieert, terwijl bij klassieke seinen het omgekeerde geldt. Gebruik de begrippen remweg en remvermogen.
Toon modelantwoord
Niveau 3 · Expert Beoordelen en ontwerpen op specificatieniveau
Op expertniveau beoordeel je of een systeem voldoet aan de principes en de eisen, en ontwerp je een beoordelingsmethode. Let bij elke conclusie op de versie van de specificatie.
De stelling "ETCS vervangt altijd het signaleringssysteem"
Dat hangt af van het Level. Op Level 1 en Level 2 is ETCS een overlay op een onderliggend signaleringssysteem (interlocking, sporencircuits, seinen) SUBSET-026-2 §2.6.5.1.1 en SUBSET-026-2 §2.6.6.1.1. Op Level 2 kunnen lineside seinen zelfs worden onderdrukt SUBSET-026-2 §2.6.6.1.7. Op Level 3 zijn lineside seinen niet voorzien SUBSET-026-2 §2.6.7.1.7. Op Level 0 gebruikt ETCS alleen de Eurobalises voor level-overgangen en blijven de klassieke seinen gelden SUBSET-026-2 §2.6.3.1.2. ETCS is dus geen directe vervanging van het signaleringssysteem: op Level 1 en 2 legt het een beveiligingslaag over het bestaande systeem, en treindetectie blijft in die levels buiten ETCS SUBSET-026-2 §2.6.5.1.4.
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Een projectleider stelt: "Na de invoering van Level 2 kan de bestaande interlocking worden uitgeschakeld, want ETCS neemt de treindetectie over." Beoordeel deze stelling aan de hand van de SRS.
Toon modelantwoord
Ontwerp een beoordelingsschema (vijf controlepunten) waarmee een auditor kan nagaan of de documentatie van een on-board leverancier de verplichte eisen uit de SRS juist overneemt. Geef per controlepunt aan welke specificatie-bron je gebruikt.
Toon modelantwoord
- Verzamel alle zinnen met "shall" en "shall not" uit de relevante hoofdstukken; de notes en het "may" buiten beschouwing laten SUBSET-026-1 §1.7.1.1.
- Koppel elke eis aan een ontwerpelement of testcase in de documentatie van de leverancier (traceability).
- Controleer de Modes en de overgangen tegen Chapter 4 SUBSET-026-4 en de procedures tegen Chapter 5 SUBSET-026-5.
- Controleer de vaste waarden en default-waarden tegen Appendix A3.1 en A3.2 SUBSET-026-3 §3.18.1.
- Controleer of de versie van de SRS en de DMI in de documentatie overeenkomen met de geldende baseline; leg afwijkingen vast als risico.
Systeemarchitectuur: trackside en on-board
Welke onderdelen bestaan er aan de wegkant en in de trein, en hoe praten ze met elkaar?
- Onthouden Noem de zes trackside-onderdelen en de drie on-board-onderdelen uit de referentiearchitectuur.
- Begrijpen Beschrijf de rol van een balise, een LEU, de RBC en GSM-R in de communicatie tussen trein en trackside.
- Toepassen Bepaal per Level welke trackside-onderdelen nodig zijn.
- Analyseren Verklaar waarom een Level 1-lijn met alleen Eurobalises een andere infrastructuur vraagt dan een Level 2-lijn.
- Evalueren Beoordeel de keuze om op een Level 2-lijn lineside seinen te onderdrukken.
- Creëren Schets een architectuurdiagram voor een gemengde Level 1/Level 2-lijn met de interfaces.
Niveau 1 · Basis De twee subsystemen
ERTMS/ETCS bestaat uit twee subsystemen, omdat de functies deels aan de wegkant en deels aan boord van de trein moeten worden uitgevoerd SUBSET-026-2 §2.4.1.1:
- het trackside subsystem (aan de wegkant);
- het on-board subsystem (in de trein).
De omgeving van het systeem bestaat uit de trein (behandeld in de train interface-specificatie), de bestuurder (via de driver interface), andere on-board interfaces, en externe trackside-systemen zoals interlockings en control centres. Voor die externe systemen gelden geen interoperabiliteitseisen SUBSET-026-2 §2.4.1.3.
Trackside: de onderdelen
Afhankelijk van het Level bestaat het trackside subsystem uit een combinatie van de volgende onderdelen SUBSET-026-2 §2.5.1.1:
| Onderdeel | Functie in het kort | Verwijzing |
|---|---|---|
| Balise (Eurobalise) | Zendt telegrammen naar de trein (uplink). Vast of, via een LEU, met variabele inhoud. Balises staan in groepen (balise group); samen vormen de telegrammen van de groep één bericht. | SUBSET-026-2 §2.5.1.2 |
| LEU (Lineside Electronic Unit) | Genereert de telegrammen die door een balise worden gezonden, op basis van informatie uit externe trackside-systemen. | SUBSET-026-2 §2.5.1.3 |
| GSM-R | Het radionetwerk voor tweerichtingsverkeer van berichten tussen on-board en de RBC of de radio in-fill unit. ETCS specificeert GSM-R niet zelf; het gebruikt de EIRENE/MORANE-interfaces. | SUBSET-026-2 §2.5.1.4 |
| RBC (Radio Block Centre) | Een computergebaseerd systeem dat Movement Authorities opstelt en naar de trein stuurt, op basis van externe trackside-informatie en de uitwisseling met on-board. | SUBSET-026-2 §2.5.1.5 |
| Euroloop | Op Level 1: geeft signaleringsinformatie vooruit ten opzichte van het volgende hoofdsein (semi-continue infill). | SUBSET-026-2 §2.5.1.6 |
| Radio in-fill unit | Op Level 1: geeft via radio signaleringsinformatie vooruit ten opzichte van het volgende hoofdsein. | SUBSET-026-2 §2.5.1.7 |
On-board: de onderdelen
Het on-board subsysteem bestaat uit SUBSET-026-2 §2.5.2.1:
- de ERTMS/ETCS on-board equipment: de computer die de beweging van de trein bewaakt, op basis van de informatie van de trackside. Hij wisselt gegevens uit met de bestuurder, de trein en de STM's SUBSET-026-2 §2.5.2.2;
- het on-board deel van het GSM-R-radiosysteem SUBSET-026-2 §2.5.2.3;
- de STM (Specific Transmission Module): de aansluiting op een nationaal treinbeveiligingssysteem SUBSET-026-2 §2.6.4.1.4.
De referentiearchitectuur
Het diagram hieronder toont de referentiearchitectuur (SUBSET-026-2 Figure 1, §2.5.3). Klik op een onderdeel voor de uitleg en de verwijzing naar de specificatie. Interfaces tussen haakjes zijn niet nodig voor interoperabiliteit SUBSET-026-2 §2.5.3.1.
Let op: dit diagram is een vereenvoudigde weergave van SUBSET-026-2 Figure 1. Lijnen geven de logische communicatie aan, niet de fysieke bekabeling.
Niveau 2 · Gevorderd Welke onderdelen heeft elk Level nodig?
De architectuur verschilt per Level. Dat is logisch: hoe meer functies in de trackside zitten, hoe meer apparatuur daar nodig is. Gebruik de tabel hieronder om per Level de benodigde onderdelen te bepalen. Alle verwijzingen gaan naar SUBSET-026-2.
| Onderdeel | Level 0 | STM | Level 1 | Level 2 | Level 3 |
|---|---|---|---|---|---|
| Eurobalise | Ja, alleen voor level-overgangen en speciale commando's §2.6.3.2.1 | Ja, voor level-overgangen §2.6.4.2.1 | Ja, voor spotoverdracht van MA en track description §2.6.5.2.1 | Ja, vooral voor plaatsbepaling §2.6.6.2.1 | Ja, vooral voor plaatsbepaling §2.6.7.2.1 |
| RBC | Nee | Nee | Nee | Ja §2.6.6.2.1 | Ja §2.6.7.2.1 |
| Euroradio (GSM-R) | Nee | Nee | Nee (wel optioneel via radio in-fill) | Ja §2.6.6.2.1 | Ja §2.6.7.2.1 |
| Euroloop / radio in-fill | Nee | Nee | Optioneel (semi-continue infill) §2.6.5.2.1 | Nee | Nee |
| Lineside signalen | Ja (klassiek) | Afhankelijk van het nationale systeem | Verplicht, tenzij semi-continue infill §2.6.5.1.9 | Kunnen worden onderdrukt §2.6.6.1.7 | Niet voorzien §2.6.7.1.7 |
| Treinintegriteit | Trackside-systeem | Extern | Trackside-systeem §2.6.5.1.4 | Trackside-systeem §2.6.6.1.4 | Trein (integrity-systeem on-board) §2.6.7.2.3 |
Het verschil tussen Level 1 en Level 2 in de praktijk
Op Level 1 zendt elke balisegroep een vaste of variabele boodschap uit. Als een sein op rood staat, kan een naderende trein die informatie pas ontvangen als hij de balisegroep bij dat sein passeert §2.6.5.1.7. Daarom is er op Level 1 een release speed nodig, en daarom moet het lineside sein zichtbaar blijven. Met semi-continuous infill (Euroloop of radio in-fill) krijgt de trein de informatie al eerder, zelfs in stilstand, en is geen release speed nodig §2.6.5.1.10–11.
Op Level 2 wordt de informatie via Euroradio continu naar de trein gestuurd. De balises zijn dan vooral nodig om de locatie te bepalen §2.6.6.1.5.
Toepassen: welke infrastructuur heb je nodig?
Een spoorwegonderneming wil een lijn van 40 km ETCS-uitrusten. Er zijn twee opties: Level 1 met Eurobalises en lineside seinen, of Level 2 met RBC en GSM-R. Welke infrastructuur hoort bij welke optie? Bij Level 1 zijn dat balisegroepen (met LEU's voor variabele informatie) en seinen. Bij Level 2 zijn dat een RBC, een GSM-R-dekking, en balisegroepen voor locatiereferentie.
Niveau 3 · Expert Architectuurkeuzes beoordelen en ontwerpen
Op expertniveau vergelijk je ontwerpopties en weeg je de risico's en de afhankelijkheden af. De SRS geeft het kader; de keuze voor een concrete oplossing is aan de spoorwegonderneming en de infrastructuurbeheerder.
Het ontbreken van lineside seinen op Level 2
De SRS staat toe dat op Level 2 lineside seinen worden onderdrukt §2.6.6.1.7. Dat verandert de rol van de bestuurder: die volgt de DMI en niet de seinen. Dat vraagt om een betrouwbare DMI, duidelijke procedures bij storingen (zoals de Override- en Trip-procedures) en een goede radiodekking, omdat de trein anders geen MA kan ontvangen. Overweeg daarom bij elk ontwerp: wat gebeurt er als de radioverbinding wegvalt?
Mixed levels
Een lijn mag meerdere levels tegelijk ondersteunen. Bijvoorbeeld een Level 2-lijn voor treinen met train integrity, en een Level 3-lijn voor treinen zonder die voorziening §2.6.2.4. Ook een station dat wordt gedeeld door Level 1- en Level 2-lijnen is toegestaan §2.6.2.4. Dat vraagt om een prioriteitentabel in de level-overgang (zie Module 3).
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Welke van de onderstaande onderdelen is geen trackside-onderdeel van ERTMS/ETCS volgens SUBSET-026-2?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom is een LEU (Lineside Electronic Unit) nodig bij een balisegroep?
Toon uitleg en verwijzing
Welke rol vervult de GSM-R in ERTMS/ETCS volgens de SRS?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Op een Level 2-lijn wordt een lineside sein gesloopt. Welke voorwaarde uit de SRS is hiervoor het belangrijkste uitgangspunt?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom is op Level 1 zonder semi-continue infill een release speed nodig, maar op Level 2 niet?
Toon uitleg en verwijzing
Een Level 2-lijn verliest de GSM-R-dekking over een traject van 3 km. Analyseer welke onderdelen van de architectuur hierbij betrokken zijn en welke functies verloren gaan.
Toon modelantwoord
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Een beheerder wil op een Level 2-traject alle balisegroepen vervangen door een systeem zonder LEU, omdat de balises alleen vaste informatie hoeven uit te zenden. Beoordeel dit voorstel op basis van SUBSET-026-2.
Toon modelantwoord
Ontwerp een architectuur voor een gemengde lijn: 20 km Level 1 met lineside seinen, aansluitend op 30 km Level 2 met RBC. Benoem per deel de trackside-onderdelen, de on-board-vereisten en de interface op de grens.
Toon modelantwoord
- Level 1-deel: Eurobalisegroepen met LEU's voor variabele informatie, lineside seinen (verplicht zolang geen semi-continue infill) §2.6.5.1.9, optioneel Euroloop of radio in-fill voor semi-continue infill §2.6.5.2.1. On-board: Eurobalise-transmissie, en Euroloop- of radio in-fill-transmissie als die is vereist §2.6.5.2.3.
- Level 2-deel: RBC, Euroradio (GSM-R), Eurobalises voor plaatsbepaling §2.6.6.2.1. On-board: Eurobalise- en Euroradio-transmissie §2.6.6.2.3.
- Grens: een level-overgangsbalisegroep met de opdracht om over te schakelen, en een aankondiging vóór de grens §5.10.1.1–5.10.1.4. De oude area moet informatie hebben over het eerste deel van de nieuwe area, als MA met track description of als LOA §5.10.3.1.2. Via een balisegroep vóór de grens wordt de verbinding met de RBC aangekondigd §5.10.3.1.1.
- Interfaces: RBC-naar-interlocking (route-informatie), LEU-naar-interlocking (signaalbeelden), en de RBC-RBC-interface als er meer RBC's zijn §2.6.6.2.2.
Levels: Level 0, STM, 1, 2 en 3
Een Level beschrijft hoe trein en trackside met elkaar samenwerken: welke apparatuur er aan de wegkant staat, hoe de informatie de trein bereikt, en welke functies waar worden uitgevoerd.
- Onthouden Noem de vijf Levels (0, STM, 1, 2, 3) en de DMI-afkorting voor STM.
- Begrijpen Leg uit wat een level-aankondiging, een level-overgangsbalis en downward compatibility betekenen.
- Toepassen Kies in een mixed-level-situatie het juiste Level met behulp van een prioriteitentabel.
- Analyseren Analyseer waarom een trein op een level-overgang zonder MA getript wordt, en welke volgorde van acties daarvoor nodig is.
- Evalueren Beoordeel een ontwerp voor Level 3 zonder lineside seinen op basis van de verantwoordelijkheden.
- Creëren Stel een overgangsplan op voor een station met een Level 1- en een Level 2-spoor.
Niveau 1 · Basis De vijf Levels
Een trein die is uitgerust met ERTMS/ETCS werkt altijd in één Level SUBSET-026-2 §2.6.2.1. Level-definities hangen af van de gebruikte trackside-apparatuur, de manier waarop informatie de on-board bereikt, en de verdeling van functies tussen trackside en on-board SUBSET-026-2 §2.6.1.1. De SRS noemt de volgende mogelijkheden SUBSET-026-2 §2.6.2.3:
| Level | Korte omschrijving | Informatie naar de trein via | Lineside seinen |
|---|---|---|---|
| Level 0 | Ongeëquipeerde lijn of lijn in commissioning. ETCS levert alleen maximum-snelheidstoezicht. | Alleen Eurobalises voor level-overgangen | Ja (klassiek) |
| Level STM (DMI: NTC) | Nationaal treinbeveiligingssysteem, aangesloten via een STM. | Het nationale systeem; Eurobalises voor overgangen | Afhankelijk van het nationale systeem |
| Level 1 | Spot-transmissie via Eurobalises, optioneel met Euroloop of radio in-fill. | Eurobalises (en optioneel Euroloop/radio in-fill) | Ja, tenzij semi-continue infill |
| Level 2 | Radio-gebaseerd met RBC. Treinlocatie en -integriteit worden door de trackside bepaald. | Euroradio (GSM-R), balises voor plaatsbepaling | Kunnen worden onderdrukt |
| Level 3 | Radio-gebaseerd; treinlocatie en -integriteit worden door RBC en trein samen bepaald. | Euroradio (GSM-R), balises voor plaatsbepaling | Niet voorzien |
Level 0: alleen maximumsnelheid
Level 0 is er voor treinen die op lijnen rijden zonder ETCS of nationaal systeem, of op lijnen in commissioning SUBSET-026-2 §2.6.3.1.1. De seinen blijven het gezag. De on-board supervisie beperkt zich tot de maximale snelheid van het materieel en de maximumsnelheid in een unfitted gebied SUBSET-026-2 §2.6.3.1.3.
Level STM: het nationale systeem blijft het baas
Bij Level STM gebruikt ETCS de transmissie van het nationale systeem, via een STM (Specific Transmission Module) SUBSET-026-2 §2.6.4.1.2. De bewaking van de trein gebeurt door het nationale systeem §2.6.4.1.6. Elke combinatie van nationale trackside-systemen geldt als één STM-level §2.6.4.1.9. De DMI toont dit niveau als NTC, met de nationale afkorting in plaats van "NTC" ERA_ERTMS_015560 · DMI hfst. 13.2 (LE02).
Level 1: spotbalises en seinen
Bij Level 1 worden de Movement Authorities via Eurobalises naar de trein gezonden SUBSET-026-2 §2.6.5.1.2. De trackside weet niet welke trein de informatie ontvangt §2.6.5.1.6. De trein voert continu snelheidstoezicht uit en beschermt daarmee tegen het overschrijden van de MA §2.6.5.1.3. De treindetectie gebeurt door het onderliggende signaleringssysteem §2.6.5.1.4.
Level 2: radio en RBC
Bij Level 2 zendt de RBC de MA via Euroradio naar de trein SUBSET-026-2 §2.6.6.1.2. De trein leest de balises en stuurt zijn positie ten opzichte van de gelezen balisen terug naar de RBC §2.6.6.2.4. De treindetectie blijft een zaak van het onderliggende signaleringssysteem §2.6.6.1.4.
Level 3: integriteit en positie via de trein
Level 3 lijkt op Level 2, maar de RBC bepaalt de treinlocatie en -integriteit samen met de trein. De trein meldt zijn positie en integriteit SUBSET-026-2 §2.6.7.1.4. Lineside seinen zijn bij Level 3 niet voorzien §2.6.7.1.7.
Script voor opname: "Op de lijn zonder ETCS rijdt de trein volgens de seinen (Level 0). Bij de aankondiging verschijnt het DMI-symbool van het volgende Level. Bij de grens schakelt het systeem om. Zo gaat het door naar Level 1, Level 2 en Level 3." Bron: SUBSET-026-2 §2.6.3 t/m §2.6.7.
Niveau 2 · Gevorderd Overgangen, compatibiliteit en mixed levels
Downward compatibility
Level 1, 2 en 3 zijn downward compatible: een trein met Level 3 kan op Level 2 en Level 1 rijden, en een trein met Level 2 op Level 1 SUBSET-026-2 §2.6.2.5. Level STM valt buiten deze keten §2.6.2.6. Dat betekent dat een Level 1-trein nooit "naar boven" kan; een Level 3-trein kan wel op een Level 1-lijn rijden.
Mixed levels en de prioriteitentabel
Elke combinatie van Level 0, STM, 1, 2 en 3 op een gebied is mogelijk SUBSET-026-5 §5.10.2.1. Dan bevat de aankondiging en de overgangsopdracht aan de grens een prioriteitentabel met alle ondersteunde levels, van hoog naar laag §5.10.2.2–5.10.2.3. De trein kiest het hoogste level dat hij ondersteunt §5.10.2.4.
Voorbeeld uit de SRS SUBSET-026-5 §5.10.2.3.1: tabel = 3, 2, STM X, 1, STM Y, 0.
| Trein is uitgerust voor | Gekozen level | Reden |
|---|---|---|
| Level 1 en STM X | STM X | STM X staat hoger in de tabel dan Level 1 |
| Level 1 en STM Y | Level 1 | Level 1 staat hoger dan STM Y |
| Level 2 | Level 2 | Hoogste niveau in de tabel dat de trein ondersteunt |
Een trein die geen van de aangekondigde levels ondersteunt, moet toch de overgang maken naar het aangekondigde level met de laagste prioriteit §5.10.2.7. De bestuurder ziet dan welk level de trackside verwacht, zodat hij de juiste procedures voor storingen kan kiezen §5.10.2.7.1.
Aankondiging, overgang en de grensbalise
Elke overgang naar Level 2, 3 of STM moet via een balisegroep of via de RBC worden aangekondigd SUBSET-026-5 §5.10.1.1. De aankondiging is een opdracht om op een verder punt over te schakelen §5.10.1.2. Direct aan de grens staat een balisegroep met de opdracht om onmiddellijk over te schakelen §5.10.1.4. Ontvangt de trein die balisegroep niet, dan wordt de overgang toch uitgevoerd op het moment dat de voorkant van de trein de aangekondigde plaats passeert §5.10.1.5.
- Er is op elk moment maar één overgangsopdracht actief; een nieuwe vervangt de vorige §5.10.1.6.
- Na de aankondiging worden MA- en track-description-data uit het nieuwe medium geaccepteerd, maar pas gebruikt als de overgang is uitgevoerd §5.10.1.7.
- Na de overgang worden data uit het verlaten medium verworpen §5.10.1.8.
- De overgang wordt geannuleerd bij een wijziging van de treinoriëntatie, of als de trein de aangekondigde area niet binnengaat §5.10.1.9.
Wanneer moet de bestuurder bevestigen?
Bij sommige overgangen moet de bestuurder de overgang bevestigen, anders volgt na 5 seconden een service brake command SUBSET-026-5 §5.10.4.1–5.10.4.2. De tabel hieronder vat de regels samen, zoals in §5.10.4.4 vermeld. Lees de rij als het vorige level (waar de trein vandaan komt) en de kolom als het doel-level (waar de trein naartoe gaat). "Ja" betekent dat de bestuurder moet bevestigen.
| Van ↓ / Naar → | L0 | L1 | L2 | L3 | STM |
|---|---|---|---|---|---|
| Van Level 0 | – | Nee | Nee | Nee | Ja |
| Van Level 1 | Ja | – | Nee | Nee | Ja |
| Van Level 2 | Ja | Nee | – | Nee | Ja |
| Van Level 3 | Ja | Nee | Nee | – | Ja |
| Van STM | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja |
Bron: SUBSET-026-5 §5.10.4.4 (tabel). Controleer de tabel altijd in het originele document; de tekst is uit het Word-bestand gehaald.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Hoeveel Levels onderscheidt de SRS (in de vorm die in deze bijlage staat), en welke zijn dat?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom is Level 0 volgens de SRS geen onderdeel van een Level-keten met Level 1 tot en met Level 3?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein komt bij een grens en de balisegroep met de overgangsopdracht wordt niet ontvangen. Wat gebeurt er?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
De prioriteitentabel in een aankondiging is: 2, 1, STM, 0. Een trein is uitgerust voor Level 1 en STM. Welk level kiest de trein?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein met Level 2 passeert een grens naar Level 1 zonder dat de Level 1-MA is ontvangen. Wat is de SRS-regel?
Toon uitleg en verwijzing
Analyseer het verschil tussen de overgang Level 0 → Level 2 en Level 2 → Level 1 in termen van de MA. Waarom zijn de regels verschillend?
Toon modelantwoord
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Een beheerder stelt voor om een Level 3-lijn zonder lineside seinen te gebruiken, zodat de bestuurder alleen de DMI volgt. Beoordeel dit voorstel op basis van de verantwoordelijkheden van trein en trackside.
Toon modelantwoord
Ontwerp een overgangsplan voor een station met een Level 1-spoor (spoor 1) en een Level 2-spoor (spoor 2) op dezelfde trackside. Geef de prioriteitentabel en de grensbalisegroepen die je plaatst, en leg uit waarom.
Toon modelantwoord
- Prioriteitentabel in de aankondiging op de toevoer:
2, 1, 0(of2, 1, STM X, 0als er een STM-spoor is). Zo kiest een Level 2-trein Level 2, en een Level 1-trein Level 1 SUBSET-026-5 §5.10.2.2–5.10.2.4. - Aankondigingsbalisegroep op een verder punt, met de tabel §5.10.1.1–5.10.1.2. Voor het Level 2-spoor: een balisegroep met een connect-opdracht naar de RBC §5.10.3.1.1.
- Grensbalisegroep met de opdracht om onmiddellijk over te schakelen §5.10.1.4.
- Voorwaarden: de Level 2-MA en track description voor het eerste deel van het Level 2-spoor moeten vóór de grens beschikbaar zijn §5.10.3.1.2; treindata wordt naar de RBC gestuurd §5.10.3.1.3.
- Terugvalregel: een trein die het Level 2-spoor niet ingaat, krijgt een sessie-beëindigingsopdracht vanaf de balis of de RBC §5.10.3.1.6.
Positie, radio en Movement Authority
Hoe weet de trein waar hij is, hoe praat hij met de RBC, en wat is de Movement Authority waarbinnen hij mag rijden?
- Onthouden Noem de begrippen EOA, LOA, Danger Point, Overlap, Release Speed, LRBG en MRSP.
- Begrijpen Leg uit waarom de trein drie voorkanten van zijn treinkop onderscheidt (estimated, max safe, min safe front end).
- Toepassen Bepaal de MRSP uit een set snelheidsbeperkingen en de bijbehorende categorieën.
- Analyseren Analyseer het effect van een verlopen time-out op de EOA en de Supervised Location.
- Evalueren Beoordeel het gebruik van time-outs op Level 3.
- Creëren Ontwerp een Movement Authority met secties en time-outs voor een Level 2-traject.
Niveau 1 · Basis Waar is de trein, en wat mag hij?
Positie: de LRBG als referentie
De on-board equipment bepaalt zijn positie altijd ten opzichte van een Balise Group: de Last Relevant Balise Group (LRBG) SUBSET-026-3 §3.6.1.3. Balisegroepen die als "unlinked" zijn gemarkeerd, worden nooit als LRBG gebruikt §3.6.1.4. De locatie-informatie van de RBC verwijst altijd naar de LRBG in hetzelfde bericht §3.6.2.2.1.
Drie voorkanten van de trein
De SRS onderscheidt drie posities van de voorkant van de trein SUBSET-026-3 §3.6.4.4:
- Estimated front end: de beste schatting van de positie. Die wordt gebruikt voor het bewaken van locatie-informatie, tenzij anders vermeld §3.6.4.6.
- Max safe front end: de voorste grens van de onzekerheid (verder vooruit dan de schatting). Die gebruik je voor veiligheidsbeslissingen waarbij de trein te ver vooruit kan zijn.
- Min safe front end: de achterste grens van de onzekerheid (verder achteruit dan de schatting). Die gebruik je wanneer je zeker wilt weten dat de trein een punt gepasseerd is.
De onzekerheid heet het train position confidence interval. Die groeit met de afstand die is afgelegd sinds de laatste LRBG, en wordt gereset bij het lezen van de volgende gelinkte balisegroep §3.6.4.2–3.6.4.3. Zonder specifieke waarde geldt een standaard locatienauwkeurigheid van 12 meter voor een balisegroep SUBSET-026-3 Appendix A3.1.
Het positierapport (Level 2/3)
Op Level 2 en 3 stuurt de trein positierapporten naar de RBC. Die bevatten minimaal SUBSET-026-3 §3.6.5.1.2: de afstand van de LRBG tot de estimated front end; het confidence interval; de identiteit van de LRBG; de oriëntatie van de trein; de positie van de voorkant ten opzichte van de LRBG; de snelheid; de integriteitsinformatie; en de bewegingsrichting. Een positierapport wordt onder meer gestuurd bij stilstand, bij een moduswijziging, bij een level-overgang, en bij het passeren van een RBC/RBC-grens §3.6.5.1.4.
De Movement Authority (MA)
De Movement Authority bepaalt hoe ver de trein mag rijden. De belangrijkste kenmerken SUBSET-026-3 §3.8.1.1:
| Begrip | Betekenis |
|---|---|
| EOA (End of Authority) | De locatie tot waar de trein mag rijden. Daar is de snelheid nul. |
| LOA (Limit of Authority) | Een EOA met een doelsnelheid hoger dan nul. Dan is de trein toegestaan met die snelheid verder te rijden tot de LOA. |
| Danger Point | Een locatie na de EOA die de voorkant zonder gevaar kan bereiken, bijvoorbeeld het begin van een bezet blok of het "fouling point" van een wissel. |
| Overlap | Extra veiligheidsmarge na het Danger Point, die alleen voor een bepaalde tijd geldig is. |
| Release speed | De snelheid waarmee de trein nabij de EOA mag rijden als de doelsnelheid nul is. |
| Supervised Location (SvL) | Het einde van de overlap, anders het Danger Point, anders de EOA. Daar bewaakt de on-board het stoppen. |
De MA mag in secties zijn verdeeld. De laatste sectie heet de End Section §3.8.1.1 f.
Snelheidsbeperkingen: de MRSP
De SRS kent zes categorieën van snelheidsbeperkingen SUBSET-026-3 §3.11.2.2: (a) Static Speed Profile (SSP), (b) Axle load Speed Profile (ASP), (c) Temporary Speed Restriction (TSR), (d) Maximum Train Speed, (e) signalling-related speed restriction (alleen Level 1), en (f) mode-related speed restriction. De categorieën zijn onafhankelijk van elkaar §3.11.2.3. De Most Restrictive Speed Profile (MRSP) is het minimum van alle snelheidsbeperkingen §3.11.9.1–3.11.9.2.
Illustratief model, geen werkelijk traject. De categorieën en hun betekenis: SUBSET-026-3 §3.11.2; de MRSP-definitie: §3.11.9.
De radioverbinding: sessies
Op Level 2 en 3 communiceert de trein via een beveiligde verbinding (een communication session) met de RBC. Die sessie wordt door de on-board of de RBC geopend, en door de on-board beëindigd SUBSET-026-3 §3.5.3.1 en §3.5.5.1. De on-board probeert bij verlies van de verbinding opnieuw, en stopt na een vast aantal pogingen (drie, volgens Appendix A3.1) §3.5.4.2–3.5.4.3.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Wat is de EOA (End of Authority)?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom wordt de positie van de trein altijd ten opzichte van een balisegroep gemeten?
Toon uitleg en verwijzing
Welke voorkant van de trein gebruik je om te bepalen of een punt is gepasseerd, zodat je zeker weet dat de trein er voorbij is?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 1 · Basis (vervolg)
De MRSP-vraag hieronder hoort bij het interactieve model hierboven.
Een trein heeft een SSP van 120 km/h, een TSR van 60 km/h en een ASP van 100 km/h. Wat is de MRSP?
Toon uitleg en verwijzing
Niveau 2 · Gevorderd Onzekerheid, time-outs en noodstops
Positie-onzekerheid: een voorbeeld
Stel dat de trein 2.000 m heeft afgelegd sinds de laatste LRBG, dat de odometer een fout van 2 % over de afgelegde afstand geeft, en dat de locatienauwkeurigheid van de balisegroep 12 m is (de standaardwaarde). Voorbeeldwaarden; de SRS schrijft de exacte rekenregel niet voor. Dan is de onzekerheid ongeveer 2 % × 2.000 m = 40 m plus 12 m, dus ongeveer 52 m. De max safe front end ligt dan ongeveer 52 m voor de estimated front end, en de min safe front end ongeveer 52 m erachter SUBSET-026-3 §3.6.4.2. Dat is de reden dat een trein die in de onzekerheidszone van een EOA rijdt, eerder moet remmen dan de schatting doet vermoeden. Zie de video-scène hieronder (Module 5) voor de weergave.
Time-outs: wat gebeurt er als de tijd verloopt?
Een MA kan time-outs bevatten SUBSET-026-3 §3.8.1.1 f. Bij een verlopen section time-out wordt de EOA teruggetrokken naar het beginpunt van de vervallen sectie. De nationale release speed geldt daar, en een doelsnelheid hoger dan nul wordt op nul gezet. Dat kan leiden tot een brake intervention §3.8.4.2.2. De End Section time-out begint wanneer de max safe front end de startlocatie passeert; bij verlopen tijd wordt de EOA teruggetrokken naar de huidige positie §3.8.4.1. Op Level 2 begint de section timer bij de tijdstempel van het MA-bericht; op Level 1 bij de passage van de eerste balis van de balisegroep §3.8.4.2.1.
De Supervised Location
De SvL wordt bepaald door de eerste van de volgende locaties: het einde van de overlap (indien aanwezig en nog niet verlopen), het Danger Point (indien aanwezig), en anders de EOA SUBSET-026-3 §3.8.4.5.1. Bij het berekenen van de remcurves voor de EBD gebruikt de on-board de max safe front end ten opzichte van de SvL §3.13.6.3.2.2.
Noodstops: conditional en unconditional
Een conditional emergency stop bevat een nieuwe stoplocatie ten opzichte van de LRBG. Als de min safe front end die locatie al is gepasseerd, wordt het bericht genegeerd en worden RBC en bestuurder geïnformeerd. Anders wordt de locatie gebruikt om EOA en SvL te bepalen, maar alleen als die niet voorbij de huidige EOA ligt SUBSET-026-3 §3.10.2.1.2. Een unconditional emergency stop leidt tot een onmiddellijke train trip §3.10.2.1.3. Zolang een noodstop niet is ingetrokken, wordt een nieuwe MA geweigerd §3.10.2.1.4.
Temporary Speed Restrictions
Een TSR heeft een identiteit, zodat hij later kan worden ingetrokken SUBSET-026-3 §3.11.5.5. Een nieuwe TSR met dezelfde identiteit vervangt de vorige; een niet-intrekbare TSR wordt als extra beperking gezien §3.11.5.9. Overlappende TSR's: de meest restrictieve geldt in het overlapgebied §3.11.5.4. Een TSR wordt alleen ingetrokken op verzoek van de trackside §3.11.5.8.
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
De trein heeft 2.500 m afgelegd sinds de LRBG. De odometer-fout is 2 % over de afgelegde afstand en de locatienauwkeurigheid van de balisegroep is 12 m. Bereken de totale onzekerheid in meter, met het model uit de uitleg hierboven.
Toon uitwerking
Op Level 2 loopt de end section time-out af, terwijl de trein nog 300 m voor de EOA staat. Welk effect heeft dat op de EOA?
Toon uitleg en verwijzing
Vergelijk een conditional en een unconditional emergency stop. Wanneer wordt een conditional emergency stop genegeerd?
Toon modelantwoord
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Op Level 3 worden time-outs in de MA niet gebruikt. Beoordeel die keuze, met name in relatie tot de positierapporten en de route-vrijgave door de interlocking.
Toon modelantwoord
Ontwerp een MA voor een Level 2-traject van 3 km met drie secties (1 km per sectie), een Danger Point en een overlap van 150 m. Geef per sectie de time-outs die je zou kiezen, en leg uit welke timers op de on-board lopen.
Toon modelantwoord
- Sectie 1 en 2: elk een section time-out, voor de routes die nog niet betreden zijn, zodat de vrijgave bij onthouding van de route automatisch gebeurt SUBSET-026-3 §3.8.1.5 a.
- Sectie 3 (End Section): een End Section time-out, met de startlocatie binnen de sectie, zodat de route pas vrijkomt als de trein stilstaat §3.8.1.5 b en §3.8.3.4.
- Danger Point aan het einde van de sectie 3 (of op de begrenzing van het bezet blok), met een release speed die bij het Danger Point hoort §3.8.1.1 e.
- Overlap van 150 m na het Danger Point, met een overlap time-out, zodat de overlap na de tijd vrijkomt als de trein na de begrenzing gestopt is §3.8.1.5 c en §3.8.4.4.
- Timers op de on-board: section timers starten bij de tijdstempel van het MA-bericht (Level 2) §3.8.4.2.1 a; de End Section timer start bij passage van de max safe front end van de startlocatie §3.8.4.1.1; de overlap timer start bij passage van de overlap timer start location §3.8.4.4.1.
- Controle: de tijden moeten rekening houden met de tijd tussen de bron van de informatie en de verzending §3.8.1.2.
Supervision, supervision limits en braking curves
Hoe bewaakt ETCS de snelheid van de trein, welke grenzen zijn er, en hoe ontstaan de braking curves? Dit is de kern van de opleiding.
- Onthouden Noem de supervision limits I, P, W, SBI en EBI in de juiste volgorde en benoem de DMI-statussen (NoS, OvS, WaS, IntS).
- Begrijpen Leg uit waarom de Indication limit vóór de Permitted speed ligt, en wat het "parachute"-principe inhoudt.
- Toepassen Bereken de DV_EBI-marge in een Ceiling Speed-sectie en de remafstand van een trein met de vaste tijden.
- Analyseren Analyseer welke grens als eerste overschreden wordt bij een te hoge snelheid en welke geluiden en statussen daarbij horen.
- Evalueren Beoordeel de keuze voor een betrouwbaarheidsniveau en de optionele SBI-grens.
- Creëren Stel een supervisiespecificatie op voor een Level 1-traject met een tijdelijke snelheidsbeperking.
Niveau 1 · Basis De grenzen, en wat ze betekenen
ETCS kan niet zelf remmen; de trein doet dat. Het systeem bewaakt wel continu of de trein binnen de snelheids- en afstandsgrenzen blijft. Als de trein die grenzen overschrijdt, waarschuwt het systeem de bestuurder, en grijpt het uiteindelijk zelf in met de remmen ERA_ERTMS_040026 §2.1. De speed monitoring omvat vier onderdelen SUBSET-026-3 §3.13.1.3:
- Ceiling speed monitoring: bewaking van constante snelheden op basis van de MRSP;
- Target speed monitoring: remmen naar een lagere doelsnelheid, of naar een EOA/LOA;
- Release speed monitoring: bewaking van de release speed nabij een EOA;
- Train trip: bij het passeren van een EOA/LOA.
De supervision limits
| Grens | Naam | Wat gebeurt er bij het overschrijden? | Verwijzing |
|---|---|---|---|
| I | Indication | De bestuurder krijgt een aanwijzing. Die komt tijdig, zodat hij kan beginnen te remmen voordat de P begint te dalen. §3.13.4.8 | SUBSET-026-3 §3.13.4.8 |
| P | Permitted speed | De snelheid die de bestuurder moet volgen. Bij overschrijding is er een overspeed. §3.13.4.4 | SUBSET-026-3 §3.13.4.4 |
| W | Warning | Waarschuwing die de bestuurder in staat stelt een brake intervention te voorkomen. Blijft actief tot de snelheid weer ≤ P is. §3.13.4.5 | SUBSET-026-3 §3.13.4.5 |
| SBI | Service Brake Intervention | Het systeem commandeert de service brake. Dat is de eerste lijn van ingrijpen (als er een interface is). Facultatief voor de on-board. §3.13.4.6 | SUBSET-026-3 §3.13.4.6; ERA_ERTMS_040026 §3.1.2 |
| EBI | Emergency Brake Intervention | Het systeem commandeert de noodrem. Dat is de tweede lijn, of de eerste lijn bij een release speed-overtreding of een trip. §3.13.4.7 | SUBSET-026-3 §3.13.4.7 |
In de volgorde die de trein tegenkomt bij het naderen van een doel: I → P → W → SBI → EBI. Dat is de volgorde van toenemende ernst. Hoe dichter de trein bij de EBI-grens komt, hoe minder tijd de bestuurder heeft.
Het parachute-principe en de EBD-curve
De EBD-curve (Emergency Brake Deceleration) is een parabolische curve die begint bij de target location en wordt berekend met de remvertraging van de noodrem ERA_ERTMS_040026 §3.3.1. Uit die curve en de gemeten snelheid berekent de on-board computer de afstand die nodig is om te stoppen, vanaf het moment waarop de noodrem zou worden ingegrepen. Die afstand bepaalt de EBI-grens. Dat is de "parachute": de laatste verdedigingslinie van ETCS ERA_ERTMS_040026 §3.1.1. Bij de berekening wordt rekening gehouden met de opbouwtijd van de rem en met de meetfout van de snelheid ERA_ERTMS_040026 §3.1.1.
De DMI-statussen
De DMI toont de statussen van de bewaking. Ze volgen de grenzen die je net hebt geleerd ERA_ERTMS_015560 · DMI §7:
| Status | Betekenis | Geluid |
|---|---|---|
| NoS Normal Status | Snelheid ≤ P (bij CSM); snelheid ≤ I (bij TSM) | – |
| IndS Indication Status | TSM: positie voorbij I (blijft tot de snelheid onder de target speed ligt). RSM: snelheid ≤ release speed. | Sinfo bij binnenkomst van het pre-indication-gebied (PIM) |
| OvS Over-speed | Snelheid boven P | S1 bij activatie in TSM (DMI §7.4.3.3) |
| WaS Warning | Snelheid boven W | S2 (speelt zolang actief) |
| IntS Intervention | Snelheid boven SBI, of een brake command actief | – |
Prioriteit: IntS gaat voor WaS, die gaat voor OvS, die gaat voor NoS/IndS ERA_ERTMS_015560 · DMI Tabel 5 en 6.
Eerste indruk: de video-scène
De scène hieronder laat zien wat er gebeurt als de bestuurder te snel nadert. De modelwaarden zijn illustratief. De tijdsafstanden tussen de grenzen (9 s en 4 s) zijn wel de vaste ETCS-waarden uit de braking-curves brochure ERA_ERTMS_040026 §5.2.
Script voor opname: "De trein nadert het target met een te hoge snelheid. Bij de I-grens verschijnt de indicatie. Zodra de snelheid de P overschrijdt, verschijnt OvS en klinkt S1. Bij W klinkt S2. Bij SBI grijpt de service brake in, en bij EBI de noodrem." Bron: SUBSET-026-3 §3.13.4 en ERA_ERTMS_015560 §7.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Wat is de juiste volgorde van de supervision limits als de trein een target nadert?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom ligt de Indication limit (I) vóór de plaats waar de Permitted speed begint te dalen?
Toon uitleg en verwijzing
Wat wordt met het "parachute"-principe van ETCS bedoeld?
Toon uitleg en verwijzing
Niveau 2 · Gevorderd Rekenen met de grenzen
De vaste waarden
| Parameter | Waarde | Bron |
|---|---|---|
| Reactietijd bestuurder tussen I en P | 9 s | ETCS-vaste waarde ERA_ERTMS_040026 §5.2 |
| Reactietijd bestuurder tussen P en EBI (zonder SBI) | 4 s | ETCS-vaste waarde ERA_ERTMS_040026 §5.2 |
| DV_EBImin | 5 km/h | SUBSET-026-3 Appendix A3.1 |
| DV_EBImax | 15 km/h | SUBSET-026-3 Appendix A3.1 |
| C_EBI | 0,1 | SUBSET-026-3 Appendix A3.1 |
| Locatienauwkeurigheid balisegroep (default) | 12 m | SUBSET-026-3 Appendix A3.1 |
| Adhesie-factor: niet-glad / glad | 100 % / 70 % | SUBSET-026-3 Appendix A3.1 |
De EBI-marge in een Ceiling Speed-sectie
In een CS-sectie (constante maximumsnelheid) wordt de EBI-grens bepaald ten opzichte van de P SUBSET-026-3 §3.13.5.3:
Uitwerking. Bij V_P = 80 km/h: DV_EBI = min(5 + 0,1 × 80 ; 15) = min(13 ; 15) = 13 km/h. De EBI-drempel is dan 80 + 13 = 93 km/h. Bij V_P = 120 km/h: DV_EBI = min(5 + 12 ; 15) = 15 km/h (begrensd op de maximumwaarde), EBI bij 135 km/h.
Als er een service brake beschikbaar is, wordt de SBI-grens zo berekend dat de EBI-grens bij de verwachte remprestatie niet wordt bereikt §3.13.5.4.
Remafstand en tijd: de basisformules
Voor een remvertraging a (m/s²) die constant is, geldt de remweg van snelheid v naar snelheid vt:
De EBI-grens wordt berekend met de remweg bij de hoogste denkbare snelheid (de meetfout meegenomen) plus de afstand tijdens de opbouw ERA_ERTMS_040026 §3.1.1. Daarna volgen de P-grens (4 s later) en de I-grens (9 s vóór P), afhankelijk van de snelheid van de trein ERA_ERTMS_040026 §5.2.
Werkvoorbeeld: een HST op 120 km/h
Gegeven (de modelwaarden zijn illustratief): v = 120 km/h = 33,3 m/s; snelheidsmeetfout 2,58 % (gebruikt voor de voorbeeldtrein in de braking curves brochure); noodrem-vertraging 0,7 m/s²; opbouwtijd 2,5 s.
- Hoogste denkbare snelheid: 33,3 × 1,0258 ≈ 34,2 m/s.
- Remweg vanaf 34,2 m/s tot stilstand: 34,2² / (2 × 0,7) ≈ 835 m.
- Afstand tijdens opbouw: 33,3 × 2,5 ≈ 83 m.
- EBI-grens: ≈ 835 + 83 = 918 m voor het target.
- P-grens: 4 s × 33,3 m/s ≈ 133 m verder: ≈ 1 051 m.
- I-grens: 9 s × 33,3 m/s = 300 m verder: ≈ 1 351 m.
Dit is een vereenvoudigd rekenmodel om de principes te illustreren. De werkelijke berekening staat in de leverancier-implementatie en is afhankelijk van de Train Data en de National Values.
Model: EBD(x) = √(vt² + 2·a·x). De grenzen I, P en EBI zijn afstanden tot het target: EBI = remweg + v·tb; P = EBI + 4 s·v; I = P + 9 s·v (ERA_ERTMS_040026 §5.2). W en SBI zijn illustratief tussen P en EBI.
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een trein rijdt in een CS-sectie met V_P = 80 km/h. Bereken de DV_EBI in km/h.
Toon uitwerking
In een CS-sectie met V_P = 120 km/h: bij welke snelheid wordt de EBI-grens bereikt?
Toon uitwerking
Gebruik het werkvoorbeeld: v = 120 km/h, aEB = 0,7 m/s², opbouwtijd 2,5 s, meetfout 2,58 %. Op welke afstand (m) vóór het target ligt de EBI-grens? Rond af op een geheel getal.
Toon uitwerking
De trein is in een TSM-sectie. De snelheid overschrijdt de Warning limit (W), maar is nog niet boven de Permitted speed (P). Welke status en welk geluid horen daarbij?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein met de braking-curve-parameters uit het voorbeeld van de brochure (9 s en 4 s) rijdt op 160 km/h. Hoeveel meter ligt de I-grens vóór de P-grens bij die snelheid?
Toon uitwerking
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Stelling: "Elke ETCS-trein moet een SBI-grens hebben, omdat de service brake de eerste lijn van ingrijpen is." Wat is het oordeel?
Toon uitleg en verwijzing
De brochure gebruikt voor een hogesnelheidstrein een betrouwbaarheidsniveau van 99,9999999 % (10-9) voor de noodrem op droge rails, en voor een conventionele trein 99,999999 % (10-8). Beoordeel welke invloed de keuze heeft op de EBD-curve en op de verdeling van verantwoordelijkheid tussen spoorwegonderneming en infrastructuurbeheerder.
Toon modelantwoord
Stel een supervisie-eis op voor een Level 1-traject met lijnsnelheid 160 km/h en een TSR van 60 km/h over 300 m. Geef de grenzen die je wilt bewaken (I, P, W, SBI, EBI), de bron van de parameters, en welke onderdelen van de specificatie je daarbij nodig hebt.
Toon modelantwoord
- Grenzen: I, P, W, EBI verplicht bij Target speed monitoring; SBI als de service brake beschikbaar is en niet is geïnhibeerd SUBSET-026-3 §3.13.4.
- Doel: de target location is het begin van de TSR (beginnen van een snelheidsbeperking) en de target speed 60 km/h §3.13.6.2.2.
- EBI: zodanig dat de EBD-curve niet wordt overschreden op de target location bij 60 km/h §3.13.6.1.4.
- SBI: het meest restrictieve van (a) SBD niet overschreden op de target en (b) EBI niet bereikt §3.13.6.1.3.
- Parameters: reactietijden (9 s, 4 s) en de meetfout uit de brochure of uit SUBSET-041; de remcurves uit de Train Data (Gamma of Lambda) ERA_ERTMS_040026 §3.2, §3.3.3.
- Tijdelijke beperking: de TSR is intrekbaar met identiteit SUBSET-026-3 §3.11.5.5.
- Specificaties nodig: SUBSET-026-3 hfst. 3.11 en 3.13; SUBSET-026-4 hfst. 4.4.9–4.4.11 (modes); de DMI-specificatie hfst. 7 (statussen en geluiden).
Modes: welke functie is actief, en wie is verantwoordelijk?
Een Mode bepaalt wat het on-board systeem doet, welke supervisie actief is, en wie op dat moment verantwoordelijk is. Deze module behandelt de Modes, hun DMI-symbolen en de belangrijkste overgangen.
- Onthouden Noem de Modes met hun afkorting, en de DMI-symbolen van de belangrijkste Modes.
- Begrijpen Leg uit welke Modes door de bestuurder gekozen kunnen worden en welke alleen automatisch of door de trackside.
- Toepassen Bepaal bij een gegeven situatie de nieuwe Mode, met de belangrijkste overgangen.
- Analyseren Analyseer waarom een Override EoA de Mode van FS naar SR verandert, en wat er daarna met de trip gebeurt.
- Evalueren Beoordeel de stelling dat een "stop if in SR"-balis altijd een trip veroorzaakt.
- Creëren Ontwerp een testset voor de overgang van FS naar SR via Override bij radioverlies.
Niveau 1 · Basis De Modes en hun symbolen
De SRS noemt 16 Modes SUBSET-026-4 §4.3.2. Ze staan in de tabel hieronder, met de afkorting die je op de DMI en in de specificatie tegenkomt. Een duidelijke aanduiding van de Mode en het Level is verplicht, behalve in de Modes IS, NP en SL SUBSET-026-4 §4.4.2.
| Mode | Afk. | Gebruikt in Levels | Kort | Bron |
|---|---|---|---|---|
| Full Supervision | FS | 1, 2, 3 | Volledige supervisie tegen een dynamisch snelheidsprofiel; niet door de bestuurder te kiezen. | §4.4.9 |
| On Sight | OS | 1, 2, 3 | Rijden op zicht in een baan die bezet of geobstrueerd kan zijn; alleen op bevel van de trackside. | §4.4.12 |
| Staff Responsible | SR | 1, 2, 3 | Rijden onder de verantwoordelijkheid van de bestuurder, met een snelheid- en afstandslimiet. | §4.4.11 |
| Shunting | SH | 0, 1, 2, 3 | Rangeren met een maximumsnelheid; de bestuurder is verantwoordelijk voor het blijven binnen het shuntinggebied. | §4.4.8 |
| Unfitted | UN | 0 | Level 0: ongeëquipeerde lijn; ceiling speed en TSR's; de bestuurder volgt de seinen. | §4.4.10 |
| Stand By | SB | alle | Standaard-Mode na het opstarten; de on-board test zich, verzamelt data voor de missie. Niet door de bestuurder te kiezen. | §4.4.7 |
| Sleeping | SL | alle | Slave-motor die op afstand wordt bestuurd; geen movement supervision, wel plaatsbepaling. | §4.4.6 |
| Trip | TR | STM, 1, 2, 3 | Noodrem gecommandeerd; de trein is getript. Vrijgave alleen na bevestiging in stilstand. | §4.4.13 |
| Post Trip | PT | 1, 2, 3 | Na de trip-bevestiging: noodrem losgelaten; beperkt achteruit rijden; daarna Start, SH of Override. | §4.4.14 |
| System Failure | SF | alle | Storing die de veiligheid raakt; permanent noodrem. | §4.4.5 |
| Isolation | IS | alle | On-board is door de bestuurder geïsoleerd van de rest van het systeem en de remmen. | §4.4.3 |
| No Power | NP | alle | Niet gevoed; ETCS commandeert de noodrem. | §4.4.4 |
| Non Leading | NL | alle | Slave-motor met eigen bestuurder (tandem); ETCS voert geen beveiliging uit. | §4.4.15 |
| STM European / National | SE / SN | STM | Nationaal systeem via STM; bij SE hergebruikt ETCS de supervisie, bij SN niet. | §4.4.16–4.4.17 |
| Reversing | RV | 1, 2, 3 | Achteruit rijden vanuit dezelfde cabine binnen een aangegeven gebied en afstand. | §4.4.18 |
Wie kiest de Mode?
- De bestuurder kan kiezen voor SH (bij stilstand), NL, SR (als SR wordt voorgesteld), Override, en Isolation SUBSET-026-4 §4.6.3 [5], [8], [37], [46], [1].
- De trackside bepaalt OS, SH (via balis of RBC), en de toestemming voor RV §4.4.12, §4.4.8.
- De on-board kiest automatisch FS (als alle data aanwezig is), TR, SF, NP, SL en UN (bij een levelovergang naar Level 0) §4.4.9, §4.6.3 [13], [14], [21], [25].
- Niet door de bestuurder te kiezen: FS, OS, SB en TR. Dat zijn de belangrijkste "veiligheidsmodes" §4.4.7, §4.4.9, §4.4.12.
De DMI-symbolen van de Modes
De DMI toont elke Mode met een symbool. Een geel symbool met knipperend kader is de acknowledgement die de bestuurder moet bevestigen ERA_ERTMS_015560 · DMI Tabel 60. Klik op een symbool voor de betekenis.
Bron: ERA_ERTMS_015560 v3.4.0, hoofdstuk 13.3 (Table 60). Afbeeldingen uit de bijgevoegde DMI-library (symbols/Mode).
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Welke afkorting hoort bij de Mode "Staff Responsible"?
Toon uitleg en verwijzing
Welke Mode kan de bestuurder niet zelf kiezen?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom heeft de DMI voor de acknowledgement van een Mode een geel symbool met knipperend kader?
Toon uitleg en verwijzing
De Modes in één diagram
Het diagram toont de belangrijkste overgangen. Klik op een Mode voor de verantwoordelijkheid, het Level en de bron. Niet alle overgangen zijn getekend: de volledige matrix staat in SUBSET-026-4 §4.6.2 (Transitions Table). Isolation (IS), No Power (NP) en System Failure (SF) kunnen vanuit elke Mode worden bereikt; IS en NP staan niet in het diagram.
Lezen: pijlen = voorbeeldovergangen uit de SRS. Gestippelde pijl = overgang onder een voorwaarde of bevestiging. De exacte voorwaarden staan in de Transitions Conditions Table SUBSET-026-4 §4.6.3.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis (vervolg)
Waarom is de Mode Trip zo ingericht dat de noodrem niet kan worden losgelaten?
Toon uitleg en verwijzing
Verder lezen
Voor het effect van een Mode-wisseling op opgeslagen gegevens: SUBSET-026-4 §4.9–4.10. Voor de toegestane informatie per Mode: §4.8 en de MMI-tabel in §4.7.
Niveau 2 · Gevorderd Overgangen en voorwaarden
Een overgang heeft altijd een startmode, een doelmode en een conditie. In de Transitions Conditions Table staan de voorwaarden genummerd, bijvoorbeeld [10] voor "Train Data is opgeslagen en MA, SSP en gradient zijn aanwezig" SUBSET-026-4 §4.6.3.
Vijf voorbeelden van overgangen, uitgewerkt
| Overgang | Conditie | Bron |
|---|---|---|
| SB → FS | MA, SSP en gradient aanwezig, Train Data opgeslagen en geen specifieke Mode vereist (Level 2/3: MA van de RBC met FS). | §4.6.3 [10], [31]; SUBSET-026-5 §5.4.3 S21 |
| FS → OS | Een OS-gebied in het Mode Profile; de bestuurder bevestigt (acknowledgement) binnen de 5 s. | §4.6.3 [15], [40]; SUBSET-026-5 §5.9.3.6 |
| FS → SR (Override) | De bestuurder kiest Override; de snelheid ligt onder de grens voor Override; Train Data is geldig. | §4.6.3 [37]; SUBSET-026-5 §5.8.2.1, §5.8.3.1 a |
| SR → TR | Een balisegroep geeft "stop if in SR"; override is niet actief. | §4.6.3 [54]; §4.4.11 |
| FS → SB | Entry in SB is een End of Mission (vanuit FS, OS, UN, NL, SR of RV). | SUBSET-026-5 §5.5.2.1.1 |
Waarom de volgorde van de voorwaarden telt
Sommige voorwaarden sluiten elkaar uit. Met name override is actief maakt een aantal trip-overgangen onwerkzaam: bij "stop if in SR" met override actief gebeurt niets (conditie [54]). Dat is de reden dat de SRS de trip-overgang met "AND (override is not active)" beschrijft §4.6.3 [18], [36], [42], [49], [52], [54], [67]. Daarom moet je bij elke analyse de override-status meenemen.
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een trein start op Level 2 vanuit SB. De RBC stuurt na de MA-request een MA die Full Supervision toestaat. Welke Mode is de start?
Toon uitleg en verwijzing
De trein rijdt in FS op Level 2. De bestuurder kiest Override, de snelheid ligt onder de grens, en de Train Data is geldig. Welke Mode is actief na de Override?
Toon uitleg en verwijzing
Na een trip staat de trein stil op Level 2. De bestuurder bevestigt de trip. Welke Mode volgt?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom geldt de conditie "(override is not active)" bij de overgang naar TR voor de balis "stop if in SR"?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein staat op Level 1 in SB, na een trip. Welke voorwaarde leidt het meest direct naar Shunting?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Stelling: "Een trein in Staff Responsible-mode trript altijd bij een balis met de opdracht 'stop if in SR'." Beoordeel de stelling.
Toon modelantwoord
Ontwerp een testset van vijf testgevallen voor de overgang FS → SR via Override op Level 2, met radioverlies na de Override. Geef per testgeval de startsituatie, de actie, de verwachte Mode en de SRS-bron.
Toon modelantwoord
| # | Startsituatie | Actie | Verwachte Mode | Bron |
|---|---|---|---|---|
| 1 | FS, snelheid onder de Override-grens, geldige Train Data | Bestuurder kiest Override | SR; vorige EoA blijft als referentie | §5.8.2.1, §5.8.3.1 |
| 2 | FS, snelheid boven de grens | Bestuurder kiest Override | FS (Override niet beschikbaar) | §5.8.2.1 a |
| 3 | SR na Override, radio weg | Trein passeert "stop if in SR" balis | SR (trip geïnhibeerd) | §4.6.3 [54] |
| 4 | SR na Override, radio weg | Trein passeert voormalige EoA met min safe antenna position, zonder herstart-voorwaarde | TR (trip hervat) | §5.8.4.1 c; §4.6.3 [43] |
| 5 | SR na Override, radio herstelt | RBC stuurt MA (FS of OS/SH) | FS of OS/SH; trip herstart-conditie vervuld | §5.8.4.1 f |
Start of Mission, End of Mission en Train Trip
Een procedure beschrijft hoe de on-board reageert op informatie en gebeurtenissen, stap voor stap. Deze module behandelt de drie procedures die elke treinrit omvatten.
- Onthouden Noem de vier situaties waarin een Start of Mission nodig is, en de vier bijbehorende gegevens die worden gecontroleerd.
- Begrijpen Leg uit waarom een treinreis na een trip op Level 2 via Post Trip verloopt en niet direct via Stand By.
- Toepassen Doorloop een Start of Mission op Level 2 en bepaal de Mode na de MA.
- Analyseren Analyseer wat er gebeurt als de RBC een trein afwijst bij de Start of Mission.
- Evalueren Beoordeel de regel dat de Driver ID alleen in bepaalde stappen opnieuw mag worden ingevoerd.
- Creëren Ontwerp een testplan voor een Start of Mission na een koude verplaatsing van Level 0 naar Level 2.
Niveau 1 · Basis Wat is een procedure?
Een procedure definieert de gewenste reactie van de ERTMS/ETCS-onderdelen (on-board, trackside, bestuurder) op informatie of gebeurtenissen. De procedures richten zich op de verandering van status en Mode SUBSET-026-5 §5.3.2.1. Elke procedure bestaat uit toestanden (states) en overgangen (transitions) §5.3.2.3–5.3.2.4. De tabellen in een procedure zijn verplichte eisen waar ze "shall" of "must never" gebruiken §5.3.1.2. Standaard-overgangen uit hoofdstuk 4 (zoals isolatie) gaan altijd voor §5.3.1.3.
Start of Mission (SoM)
De bestuurder start een missie in één van de volgende situaties SUBSET-026-5 §5.4.1.1:
- zodra de trein wakker is (vanuit SL/SB);
- na het rangeren;
- na het einde van een missie;
- als een slave-motor leading wordt.
Alle gevallen beginnen in Stand By met een open desk §5.4.3 S0. Vijf gegevens kunnen dan geldig, ongeldig of onbekend zijn §5.4.2.1–5.4.2.2: de Driver ID, het Level, de RBC-ID met telefoonnummer, de Train Data en de treinpositie.
De kernstappen op Level 2:
- Driver ID invoeren of revalideren (S1).
- Level kiezen (S2) en, op Level 2/3, de RBC-gegevens invoeren (S3).
- Sessie met de RBC openen (A31).
- Train Data invoeren en valideren (S12), en naar de RBC sturen (S11).
- Start kiezen (S20) en een MA-request sturen (S21).
- De Mode bepaalt de RBC: FS (MA met FS), OS/SH of SR (§5.4.3 S21).
End of Mission (EoM)
End of Mission betekent dat de trackside niet meer toestemt dat een eenheid beweegt SUBSET-026-5 §5.5.1.1. De on-board start de procedure bij het binnengaan van een van deze Modes §5.5.2:
- Stand By: vanuit FS, OS, UN, NL, SR of RV;
- Sleeping: altijd (dan is de weg naar SB al afgehandeld);
- Shunting: vanuit FS, OS, SR, PT of UN.
Op Level 0 en 1 is de procedure daarna klaar. Op Level 2 en 3 meldt de on-board het einde aan de RBC, de RBC vraagt de sessie te beëindigen, en de on-board beëindigt de sessie §5.5.3.1.
Train Trip
Een trip is het gevolg van een gebeurtenis die tot de trip-reactie leidt, zoals het passeren van een EOA met de min safe front end op Level 2 of 3 SUBSET-026-4 §4.6.3 [16]. De trip heeft de volgende stappen SUBSET-026-5 §5.11.3:
- De on-board schakelt naar Trip, verwijdert de MA en de track description (behalve track conditions), en wacht op stilstand.
- De bestuurder bevestigt de trip. Daarna gaat de trein naar Post Trip (Level 1 t/m 3) of naar UN/STM (Level 0 en STM).
- Op Level 2 en 3 meldt de on-board de PT aan de RBC en wacht die tot de RBC alle openstaande noodstops heeft ingetrokken.
- De bestuurder kiest Start (als Train Data is ingevoerd) of SH.
Script voor opname: "De bestuurder voert de Driver ID in. De on-board vraagt het Level, en bij Level 2 de RBC-gegevens. De sessie wordt geopend, de Train Data gaat naar de RBC. Na Start volgt een MA-request. De RBC antwoordt met een MA voor Full Supervision: de trein start in FS." Bron: SUBSET-026-5 §5.4.3.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
In welke Mode begint elke Start of Mission?
Toon uitleg en verwijzing
Welke gegevens worden bij een Start of Mission gecontroleerd (geldig, ongeldig of onbekend)?
Toon uitleg en verwijzing
Wanneer moet een End of Mission worden uitgevoerd?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 1 · Basis (vervolg)
Wat gebeurt er in de eerste stap van een trip?
Toon uitleg en verwijzing
Niveau 2 · Gevorderd Stappen, beslispunten en uitzonderingen
Gegevens: geldig, ongeldig of onbekend
De procedure begint met de status van elk gegeven SUBSET-026-5 §5.4.2.1: valid (zeker juist), invalid (mogelijk onjuist) of unknown. Die status bepaalt welk beslispunt volgt. Een geldige positie leidt direct naar S10 (keuze van de bestuurder). Een ongeldige of onbekende positie leidt naar het verzoek om een bevestiging door de RBC §5.4.3 D2. Let op: het verlies van een open sessie wordt niet altijd in de flowchart behandeld; de degraded situaties staan in §5.4.5.
De positie bij Level 2: de RBC beslist
Als de positie ongeldig is, stuurt de on-board een "SoM position report" met de status invalid of unknown §5.4.3 A34. De RBC kan de positie bevestigen (dan wordt de status "valid" A35). Als dat niet kan, beslist de RBC zelf of hij de trein accepteert D22. Accepteren zonder geldige positie betekent dat de on-board de positie als "unknown" markeert A23–A24. Weigeren leidt tot het wissen van de positie en het beëindigen van de sessie, en daarna meldt de on-board aan de bestuurder dat de trein is geweigerd A38–A40.
Level-keuze en STM
Bij Level 0 of 1 gaat de procedure na het kiezen van het Level direct naar S10 en S20. Bij STM kiest de bestuurder de STM die bij zijn missie hoort (A1, E6) en bevestigt hij de STM-mode (S22, E30) §5.4.3. Bij Level 0 bevestigt de bestuurder de UN-mode (S23, E31) en bij Level 1 de SR-mode (S24, E32) §5.4.3.
De opties in S10 en S20
| Stap | Keuze van de bestuurder | Gevolg |
|---|---|---|
| S10 | SH, NL, Train Data Entry, "change of level", of Override (alleen met geldige Train Data) | SH: de procedure "Shunting initiated by driver". NL: direct naar NL. Train Data: naar S12. Level: naar S2. Override: naar de procedure Override EoA §5.4.3 S10 |
| S20 | Start | Level STM → S22; Level 0 → S23 (UN-ack); Level 1 → S24 (SR-ack); Level 2/3 → S21 (MA-request) §5.4.3 S20 |
Uitzonderingen en degraded situations
- Verlies van een open sessie kan op elk moment optreden. Na D11 (sessie open, Train Data verstuurd) gaat de nominale procedure door; in verdere stappen gaat het proces naar S10 §5.4.5.1.
- Fouten in de Driver ID kunnen alleen worden hersteld in S10 en S20; de Train Data alleen in S20; het level alleen in S10 §5.4.5.3.
- Als er Train Data beschikbaar is, kan de bestuurder Override kiezen (§5.4.5.2).
Train Trip: de volgorde
Na de trip-bevestiging (E065) kiest de on-board de mode: UN of STM bij Level 0 en STM, en PT bij Level 1 t/m 3 SUBSET-026-5 §5.11.3 (D80). Op Level 2/3 wacht de on-board tot de RBC alle openstaande noodstops heeft ingetrokken §5.11.3 (D130, S130, E135). Pas dan kan de bestuurder Start of SH kiezen §5.11.3 (S140). Let op: tijdens het remmen mag een grens naar Level 0 of STM worden gepasseerd §5.11.3 (S050).
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een trein start op Level 1 vanuit SB. Welke Mode vraagt de on-board na de Start-keuze van de bestuurder?
Toon uitleg en verwijzing
Op Level 2 wordt de trein door de RBC geweigerd bij de Start of Mission. Wat volgt er?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein op Level 2 wordt getript. Na het stilstaan bevestigt de bestuurder de trip. Welke Mode volgt, en wat moet de on-board daarna doen?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom is de volgorde "trip-bevestiging, Post Trip, wachten op RBC, daarna Start" logisch?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
De SRS staat toe dat een Driver ID alleen op bepaalde punten opnieuw wordt ingevoerd (in S10 en S20). Beoordeel deze regel op veiligheid en bedieningsgemak.
Toon modelantwoord
Ontwerp een testplan voor een Start of Mission na een koude verplaatsing van Level 0 naar Level 2 (de trein komt via een Level 0-gebied een Level 2-gebied binnen). Geef minstens zes testgevallen, met de verwachte uitkomst en de bron.
Toon modelantwoord
- Level 2 gekozen, RBC-ID en telefoon ingevoerd, sessie opent; Train Data verstuurd; positie "valid" door de RBC bevestigd → S10 → Start → MA FS SUBSET-026-5 §5.4.3.
- Positie "unknown", RBC accepteert de trein → positie "unknown", → S10 A23–A24.
- Positie "invalid", RBC weigert → sessie beëindigd, bestuurder geïnformeerd, → S10 A38–A40.
- Sessie-opening mislukt na drie pogingen → bestuurder geïnformeerd, → S10 §3.5.3.7 a, A32.
- Overgang L0 → L2 zonder L2-MA vóór de grens → trip bij passage van de grens §5.10.3.2.3.
- Trein met Train Data die niet overeenkomt met de categorie (bv. axle load) → MA en track description worden ingekort SUBSET-026-3 §3.19.1.5.
Remcommando's, bescherming tegen ongewenste beweging, databetrouwbaarheid en overige profielen
Deze module vult Module 4 aan met de onderwerpen die vaak over het hoofd worden gezien: wanneer wordt een remcommando weer losgelaten, hoe beschermt het systeem een stilstaande trein, wanneer wordt een balisebericht verworpen, en welke profielen (track conditions, route suitability, teksten, mode profile) bestaan er.
- Onthouden Noem de vier categorieën waarvoor een remcommando kan worden gegeven en de bijbehorende bescherming (RAP, RMP, standstill supervision).
- Begrijpen Leg uit onder welke voorwaarden een remcommando wordt losgelaten, en welk verschil er is tussen een commando na een trip en een commando na een snelheidsoverschrijding.
- Toepassen Bepaal bij een balisegroep met een ontbrekende balis of een ongeldig telegram de juiste reactie.
- Analyseren Analyseer het verschil tussen een gelinkte en een ongelinkte balisegroep bij een inconsistentie.
- Evalueren Beoordeel de regel dat tekstmeldingen van de klasse "Auxiliary" achter nieuwere meldingen verborgen kunnen raken.
- Creëren Ontwerp een testset voor de balisegroep-consistentie op een Level 1-traject met linking-informatie.
Niveau 1 · Basis Remcommando's, beveiligingen en profielen
Remcommando's en wanneer ze worden losgelaten
Als het service-remcommando niet wordt uitgevoerd, volgt een noodremcommando SUBSET-026-3 §3.14.1.2. De vrijgave verschilt per oorzaak §3.14.1.3–3.14.1.7:
| Oorzaak van het remcommando | Vrijgave | Bron |
|---|---|---|
| Trip-conditie | Bij stilstand én na bevestiging door de bestuurder | §3.14.1.3 |
| Dynamische snelheidssupervisie (service brake) | Zodra de snelheid ≤ P is | §3.14.1.4 |
| Roll Away, Reverse Movement of standstill supervision | Bij stilstand en na bevestiging | §3.14.1.5 |
| Linking-fout, balisegroep-inconsistentie, RAMS-fout | Bij stilstand | §3.14.1.6 |
| Radioverbinding (T_NVCONTACT) | Bij stilstand, of als er een nieuw bericht van de RBC is ontvangen | §3.14.1.7 |
De bestuurder krijgt een melding wanneer de remmen kunnen worden losgelaten, en wanneer een bevestiging nodig is §3.14.1.8.
Bescherming tegen ongewenste beweging
- Roll Away Protection (RAP): voorkomt een beweging die in tegenspraak is met de stand van de richtingsregelaar. In de neutrale stand voorkomt de RAP zowel voorwaartse als achterwaartse beweging SUBSET-026-3 §3.14.2.2–3.14.2.3. Bij een beweging die de nationale waarde voor het wegrollen overschrijdt, worden de remmen gecommandeerd §3.14.2.4.
- Reverse Movement Protection (RMP): voorkomt een beweging in de tegenovergestelde richting van de toegestane richting (van de geldige MA). Na een detectie wordt pas na een nationale afstand geremd §3.14.3.1–3.14.3.2.
- Standstill supervision: voorkomt elke beweging in stilstand. Na detectie van een beweging wordt na een nationale afstand geremd §3.14.4.1–3.14.4.2.
Track conditions
Een track condition informeert de bestuurder en/of de trein over een toestand voor de trein. Het gaat om profiel-data (begin en einde) of om locatiedata (één startlocatie) SUBSET-026-3 §3.12.1.2. Voorbeelden van typen: een spanningsloze sectie, een tunnel of brug waar niet mag worden gestopt, een wisseling van traction power, luchtdichtheid, een radio hole (de supervisie van het radioverlies wordt dan gestopt), of het uitschakelen van de regeneratieve rem §3.12.1.3. Bij ontvangst geeft de on-board een melding op de DMI en stuurt de resterende afstand door §3.12.1.5. Zonder track condition-informatie geldt de initiële toestand §3.12.1.6.
Mode profile en route suitability
Een Mode Profile vraagt de Mode On Sight of Shunting aan. Voor OS definieert het profiel de begin- en eindlocatie van het OS-gebied; voor SH alleen het begin SUBSET-026-3 §3.12.4.1–3.12.4.2. Het begin van het profiel is gekoppeld aan de max safe front end, het einde aan de min safe front end §3.12.4.5–3.12.4.6. Route suitability (laadprofiel, stroomvoorziening, axle load) bepaalt of een trein een route mag betreden. Alleen compatibele treinen mogen het gebied in; anders stopt de trein achter het eerste onveilige punt, tenzij de bestuurder bij stilstand de functie overrijdt §3.12.2.3, §3.12.2.5, §3.12.2.8.
Tekstmeldingen
Teksten van de trackside hebben een klasse. Auxiliary (bijvoorbeeld een stationsaankondiging) mag verborgen raken achter een andere melding. Important (bijvoorbeeld werkzaamheden op de lijn) mag nooit verborgen raken SUBSET-026-3 §3.12.3.2.1. Vaste teksten staan in de on-board; een onbekende tekst wordt aangeduid als "unknown text received" §3.12.3.3.5.
Volledigheid van de gegevens en in-fill (Level 1)
De trackside moet de on-board alle informatie geven die bij de MA hoort: de MA zelf, het mode profile en de signalering-gebonden snelheidsbeperking (die altijd samen met de MA worden gestuurd), en een track description die minstens de hele MA-afstand dekt, met SSP en gradient SUBSET-026-3 §3.7.1.1. Een MA wordt niet geaccepteerd als SSP en gradient niet de hele lengte van de MA dekken §3.7.2.3. Bij een nieuwe track description vervangt die de vorige vanaf de startlocatie §3.7.3.1. De track description (en de linking) wordt gewist bij een ingekorte MA, een noodstop, een oriëntatiewissel, of een wijziging van de categorie, axle load, laadprofiel of stroomvoorziening §3.7.3.3.
Op Level 1 kan de informatie vooraf (in-fill) komen via balisegroepen, een Euroloop of een radio in-fill unit SUBSET-026-3 §3.9.1.1. Het principe is hetzelfde, ongeacht het medium §3.9.1.2. Heeft de on-board het medium niet, dan wordt de aankondiging genegeerd en rijdt de trein door op de eerder ontvangen informatie §3.9.1.3. Een radio in-fill-sessie wordt alleen geopend in de Mode FS §3.9.3.3 a, en de in-fill-informatie van een loop of radio wordt genegeerd zodra de volgende hoofdseinbalisgroep is gelezen of gemist §3.9.2.11, §3.9.3.15.
"Track ahead free" (Level 2/3): de RBC vraagt de bestuurder te bevestigen dat het spoor tot het volgende sein vrij is. Zonder bevestiging volgt geen restrictie SUBSET-026-3 §3.15.5.3–3.15.5.5.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Onder welke voorwaarde mag de on-board een radio in-fill-sessie openen op Level 1?
Toon uitleg en verwijzing
Wat moet er minimaal bij een MA worden meegestuurd, zodat de MA mag worden geaccepteerd?
Toon uitleg en verwijzing
Wat is de afkorting van de bescherming die voorkomt dat de trein beweegt in een richting die in strijd is met de stand van de richtingsregelaar?
Toon uitleg en verwijzing
Wanneer wordt een remcommando dat door een trip-conditie is gegeven, losgelaten?
Toon uitleg en verwijzing
Welke klasse van tekstmelding mag nooit verborgen raken achter een melding van een andere klasse?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een SB-remcommando is gegeven omdat de snelheid boven de P-grens kwam. Wanneer wordt het remcommando losgelaten?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein staat stil. Het systeem detecteert een beweging die de nationale afstand van de standstill supervision overschrijdt. Wat volgt?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein met een route suitability-beperking (laadprofiel) komt bij een onverenigbaar gebied. De trein is niet compatibel. Wat moet de on-board doen als de bestuurder het gebied niet wil overrijden?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Beoordeel de regel dat een klasse "Auxiliary"-tekst verborgen kan raken achter een nieuwere melding, terwijl een "Important"-melding nooit verborgen raakt. Welke risico's ontstaan er, en hoe zou je dat ontwerpen?
Toon modelantwoord
Ontwerp een testset (minstens zes testgevallen) voor de balisegroep-consistentie op een Level 1-traject met linking-informatie. Geef per testgeval de situatie, de verwachte reactie en de bron.
Toon modelantwoord
- Een balis in de groep wordt gemist (geen balis binnen de maximale afstand): bij een gelinkte groep de linking-reactie, zonder dat er een duplicaat is; bij een gelinkte groep zonder linking-info een service brake SUBSET-026-3 §3.16.2.1.3, §3.16.2.4.1 a, §3.16.2.4.4 a.
- Een duplicaat van de gemiste balis wordt correct gelezen: geen consistentiefout-reactie §3.16.2.4.2.
- Berichtenteller van de telegrammen komt niet overeen: consistentiefout, de groep blijft bruikbaar voor locatie §3.16.2.4.7.
- De groep wordt in de onverwachte richting gepasseerd: verwerp het bericht en trip de trein §3.16.2.3.2.
- Een niet-gelinkte groep die niet in de linking-info staat, wordt gepasseerd: geen reactie §3.16.2.4.3.
- Een telegram met de "default balise information"-markering: bestuurder informeren; het tweede telegram van het paar wordt gebruikt §3.16.2.4.8–3.16.2.4.9.
Rangeren, On Sight, Override EoA, richtingswissel en keren
De procedures voor bijzondere situaties: wanneer kom je in SH of OS, wat doet de Override, en hoe verloopt een wisseling van cabine of richting?
- Onthouden Noem de termijn (in seconden) waarbinnen de bestuurder een On Sight- of Shunting-aanwijzing moet bevestigen, en de gevolgen als hij dat niet doet.
- Begrijpen Leg uit waarom Override de Mode van FS of OS naar SR brengt, en waarom de trip dan geïnhibeerd is.
- Toepassen Bepaal of Override in een gegeven situatie mag worden gekozen.
- Analyseren Analyseer welke voorwaarde de trip hervat wanneer de trein een voormalige EoA passeert.
- Evalueren Beoordeel de vijf seconden-regel en de samenhang met de service brake.
- Creëren Ontwerp een beslisboom voor de bestuurder bij een onverwachte On Sight-aanwijzing.
Niveau 1 · Basis De bijzondere procedures
Rangeren (Shunting)
De bestuurder kan SH kiezen als de trein stilstaat, vanuit FS, OS, SR, PT, UN of SB SUBSET-026-5 §5.6.1.1. Op Level 0 en 1 accepteert de on-board dat altijd. Op Level 2 en 3 moet de RBC toestemming geven SUBSET-026-4 §4.4.8. Ook de trackside kan SH opdragen, via een balis (Level 1) of via radio (Level 2 en 3). Dan is er altijd een bevestiging van de bestuurder nodig §4.4.8. In SH bewaakt de on-board de shunting-snelheid en de balisen; de bestuurder is verantwoordelijk voor de rest SUBSET-026-4 §4.4.8.
On Sight (OS)
OS is een Mode die de trackside toestaat: het treinpad is bezet of geobstrueerd, en de bestuurder rijdt op zicht SUBSET-026-4 §4.4.12. De on-board moet in OS zijn vóór het begin van het OS-gebied. De bestuurder moet OS bevestigen. Doet hij dat niet binnen 5 seconden, dan volgt een service brake command SUBSET-026-5 §5.9.2.4. Bij het verlaten van OS gaat de on-board naar FS of SH §5.9.6.2.4, §5.9.6.3.2.
Override EoA
Override is de procedure waarmee de bestuurder een EOA mag passeren in een storing, bijvoorbeeld als een sein defect is of de radio is weggevallen SUBSET-026-5 §5.8.1.1–5.8.1.2. Override wordt door de bestuurder gekozen en is alleen toegestaan als §5.8.2.1: de snelheid onder de nationale grens ligt, de Mode FS, OS, SR, SH, UN, PT, SB of STM is, en geldige Train Data beschikbaar is. Het gevolg: de Mode wordt SR, en de trip is geïnhibeerd §5.8.3.1, §5.8.3.6.
Wisseling van cabine of richting
Bij een wissel van cabine op dezelfde motor sluit de bestuurder desk A: de on-board gaat naar SB (en dat is een End of Mission). Bij het openen van desk B start de procedure Start of Mission SUBSET-026-5 §5.12.2.3–5.12.2.4. Bij een wissel van motor wordt de leading motor slave; de nieuwe leading motor gaat via SL/NL en SB naar een nieuwe SoM §5.12.3.
Keren (Reversing)
RV is bedoeld om snel weg te rijden van een gevaar naar een veilig punt SUBSET-026-5 §5.13.1.1. De trackside kondigt het gebied aan, met begin, einde, maximale afstand en maximale snelheid §5.13.1.2. Als de trein stilstaat in dat gebied, krijgt de bestuurder de melding dat keren mogelijk is §5.13.1.3. De bestuurder bevestigt, en de on-board gaat naar RV §5.13.1.4–5.13.1.5. In Post Trip wordt de achteruitrijafstand gesuperviseerd; bij overschrijding volgt een service brake. In Reversing volgt bij overschrijding van de afstand de noodrem SUBSET-026-4 §4.4.14, §4.4.18.
Bron: SUBSET-026-5 §5.8.2.1. De nationale grens is een National Value; in dit model is die als een schakelaar opgenomen.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Binnen hoeveel seconden moet de bestuurder een On Sight-aanwijzing bevestigen, voordat een service brake command volgt?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom moet op Level 2 de RBC toestemming geven voordat de bestuurder naar SH mag?
Toon uitleg en verwijzing
Wat is het gevolg van het kiezen van Override?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 1 · Basis (vervolg)
Wat gebeurt er bij het sluiten van desk A van de leidende motor, bij een cabinewisseling op dezelfde motor?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
De trein rijdt in FS op Level 1 met een snelheid boven de nationale grens voor Override. De bestuurder wil Override kiezen. Wat gebeurt er?
Toon uitleg en verwijzing
Na een Override is de trip geïnhibeerd. Welke gebeurtenis hervat de trip-overgang niet?
Toon uitleg en verwijzing
Een On Sight-gebied begint op een afstand van 400 m. De ack-rechthoek wordt getoond als de afstand kleiner is dan de waarde in het Mode Profile en de snelheid lager is dan de OS-grens. De bestuurder bevestigt niet, en de trein versnelt boven de OS-grens. Wat gebeurt er met de aanwijzing?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
De bestuurder krijgt 5 seconden om een On Sight- of Shunting-aanwijzing te bevestigen, en daarna volgt een service brake command. Beoordeel deze regel op veiligheid en menselijke factoren.
Toon modelantwoord
Ontwerp een beslisboom voor de bestuurder bij een onverwachte On Sight-aanwijzing (de aanwijzing komt op een plaats waar hij het niet verwachtte). Gebruik de volgende vragen: wat ziet de bestuurder, wat moet hij doen, en welke procedure volgt?
Toon modelantwoord
- Is de OS-aanwijzing zichtbaar en is de snelheid onder de OS-grens? Zo nee: de aanwijzing kan niet worden bevestigd, en de bestuurder remt zodat de snelheid onder de grens komt SUBSET-026-5 §5.9.3.2.
- Is de trein al in het OS-gebied (de max safe front end is er voorbij)? Dan gaat de on-board direct naar OS; de bestuurder heeft 5 seconden om te bevestigen §5.9.2.2–5.9.2.4.
- Bevestig de OS-aanwijzing en rijd op zicht; controleer de baanbezetting §4.4.12.
- Bij een te hoge snelheid bij de binnenkomst: de on-board kan direct remmen, ongeacht de bevestiging §5.9.2.5. De bestuurder moet daarom het eerste punt van het beslisboom al vooraf kennen.
- Bij het einde van het OS-gebied: wacht op een nieuwe MA, of op de bevestiging "track ahead free" §5.9.6.2–5.9.6.3.
Overgangen tussen levels en tussen RBC's
Een trein verlaat zijn Level of zijn RBC-gebied zonder dat de bestuurder iets doet. Hoe gebeurt dat, en wat moet er vooraf goed geregeld zijn?
- Onthouden Noem de drie soorten informatie die bij een level-overgang vooraf moeten zijn ingesteld (MA, track description, RBC-gegevens).
- Begrijpen Leg uit wat er gebeurt als de grensbalis niet wordt gelezen en wat de rol van de aankondiging is.
- Toepassen Bepaal de vereisten voor een overgang van Level 0 naar Level 2 en voor een RBC/RBC-handover.
- Analyseren Analyseer de volgorde van positie-rapporten en disconnect-opdrachten bij een RBC/RBC-handover.
- Evalueren Beoordeel de prestatievermindering bij een RBC/RBC-handover met één radiosessie.
- Creëren Ontwerp een testplan voor een RBC/RBC-handover met annulering na pre-aankondiging.
Niveau 1 · Basis Hoe verloopt een overgang?
Elke overgang naar Level 2, 3 of STM wordt aangekondigd, via een balisegroep of via de RBC SUBSET-026-5 §5.10.1.1. De aankondiging is een opdracht om op een verder punt over te schakelen §5.10.1.2. Bij de grens staat een balisegroep die direct de overgang commandeert §5.10.1.4.
- Level 1 → Level 2/3: een balisegroep vóór de grens geeft het RBC-ID en het telefoonnummer. Treindata gaat naar de RBC. Na de overgang meldt de on-board het nieuwe level met een positie-rapport §5.10.3.1.1–5.10.3.1.5.
- Level 0 → Level 2/3: de MA voor het eerste deel van de Level 2-area moet vóór de grens binnen zijn. Anders volgt een trip bij de grens §5.10.3.2.3. De bestuurder rijdt de Level 2-zone binnen met een snelheid die niet hoger is dan de maximumsnelheid van de ongeëquipeerde lijn §5.10.3.2.4.
- Level 2/3 → Level 1: als er geen Level 1-MA is ontvangen, blijft de Level 2-MA gelden §5.10.3.3.2. Als de hele trein de grens is gepasseerd, meldt de on-board de positie aan de RBC; daarna kan de RBC de sessie beëindigen §5.10.3.3.3–5.10.3.3.4.
- Level 2/3 → Level 0: de oude area moet ook hier informatie over het eerste deel van de nieuwe area geven, als MA of als LOA §5.10.3.6.1. Bij het binnengaan van UN worden alle MA- en track-description-data gewist §5.10.3.6.4.
Als de grensbalis niet wordt gelezen, wordt de overgang toch uitgevoerd op het moment dat de voorkant van de trein de aangekondigde plaats passeert §5.10.1.5.
RBC/RBC handover
Een RBC/RBC-handover wordt net als een level-overgang aangekondigd, via een balis of via de RBC SUBSET-026-5 §5.15.1.1–5.15.1.2. Bij de grens staat een balisegroep met de opdracht om de handover onmiddellijk uit te voeren §5.15.1.3. Als die balis niet wordt gelezen, voert de on-board de handover toch uit op het moment dat de max safe front end de grens passeert §5.15.1.4.
De trein kan één of twee radiosessies tegelijk aan. Dat bepaalt het verloop van de handover (Case 1 en Case 2) SUBSET-026-5 §5.15.2–5.15.3.
Script voor opname: "De trein nadert de grens tussen twee RBC's. Via een balis krijgt hij de opdracht om contact te maken met RBC B. Hij opent de sessie met B, terwijl A nog actief is. Zodra de voorkant de grens passeert, neemt B over en meldt dat aan A. Als de achterkant de grens passeert, koppelt A de trein af." Bron: SUBSET-026-3 §3.15.1, SUBSET-026-5 §5.15.2.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Via welke twee wegen kan een level-overgang of RBC/RBC-handover worden aangekondigd?
Toon uitleg en verwijzing
De grensbalis wordt niet gelezen. Wanneer wordt de overgang toch uitgevoerd?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom is bij een overgang van Level 0 naar Level 2 een MA voor de grens nodig?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een Level 2-trein komt van een Level 1-gebied. Er is geen Level 1-MA ontvangen, maar de Level 2-MA loopt nog. Wat is de SRS-regel?
Toon uitleg en verwijzing
Bij een RBC/RBC-handover stuurt de handing-over RBC een disconnect-opdracht. Wanneer gebeurt dat?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein met twee radio's moet van RBC A naar RBC B. Welke sessie wordt wanneer geopend?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Een trein heeft maar één radiosessie. Beoordeel de gevolgen voor de positie-rapporten bij een RBC/RBC-handover op Level 3.
Toon modelantwoord
Ontwerp een testplan (minstens zes testgevallen) voor een RBC/RBC-handover met annulering na een pre-aankondiging, waarbij de route verandert. Geef per testgeval de startsituatie, de actie en de verwachte uitkomst met een SRS-bron.
Toon modelantwoord
- Handover normaal (Case 1): pre-aankondiging, sessie met B, overname bij max safe front end, disconnect bij min safe rear end SUBSET-026-5 §5.15.2.1.
- Route verandert na pre-aankondiging: de handing-over RBC stuurt een annulering naar B; B beëindigt de sessie met de on-board als die al bestaat SUBSET-026-3 §3.15.1.2.9, §3.15.1.4.4.
- Geen balisegroep gelezen bij de grens: de handover wordt uitgevoerd op het moment dat de max safe front end de grens passeert SUBSET-026-5 §5.15.1.4.
- Eén radio (Case 2): de sessie met B pas na beëindiging van de sessie met A; controleer het verschil in positie-rapporten SUBSET-026-5 §5.15.3.
- Train Data op de on-board wijkt af van de RBC-B-gegevens: de on-board-data heeft voorrang SUBSET-026-3 §3.15.1.4.3.
- Trein stopt net voor de grens met een open sessie met A: de sessie blijft bestaan tot de trackside de verbinding beëindigt SUBSET-026-3 §3.5.4.1.
Train Data, Driver ID, National Values, DMI-signalen en de juridische recorder
De gegevens die het systeem nodig heeft, hoe de bestuurder ze invoert, en hoe het systeem zichzelf en de DMI-meldingen registreert.
- Onthouden Noem de Train Data-categorieën, de adhesiewaarden (100 % en 70 %) en de drie geluidssignalen van de DMI.
- Begrijpen Leg het verschil uit tussen National Values en Default Values, en waarom de juridische recorder UTC gebruikt.
- Toepassen Bepaal welke gegevens na een wijziging van de treinlengte of de axle load opnieuw moeten worden verzonden.
- Analyseren Analyseer de volgorde van de DMI-statussen bij een combinatie van overspeed en warning.
- Evalueren Beoordeel de default-instelling van de adhesiefactor en de rol van de bestuurder daarbij.
- Creëren Ontwerp een controlelijst voor een DMI-test op supervisiestatussen en geluiden.
Niveau 1 · Basis Welke gegevens heeft het systeem nodig?
Train Data
De on-board van de leidende motor moet deze Train Data verkrijgen SUBSET-026-3 §3.18.3.2: treincategorie, treinlengte, remgegevens (het traction- en braking-model), de maximale toegestane snelheid, het laadprofiel, de axle load, de stroomvoorziening, of de trein luchtdicht is, de lijst van beschikbare STM's en hun data, en het treinnummer. Andere eenheden hoeven geen Train Data te verwerken §3.18.3.3. Het treinnummer mag de trackside niet wijzigen §3.18.3.1. Invoer van Train Data is alleen mogelijk bij stilstand, behalve het treinnummer §3.18.3.5.
Driver ID en Level
- De Driver ID identificeert de verantwoordelijke bestuurder van een actieve cabine; hij dient voor registratie SUBSET-026-3 §3.18.4.1.1. De bestuurder mag hem tijdens de rit wijzigen §3.18.4.1.2.
- Het ERTMS-Level kiest de bestuurder bij de start. Daarna gaan levelovergangen automatisch, behalve bij een storing: dan kan de bestuurder een level kiezen SUBSET-026-3 §3.18.4.2.
- De RBC-gegevens (identiteit, telefoonnummer, radionetwerk) worden bij de start van een missie op Level 2 of 3 ingevoerd. Daarna kan de bestuurder ze niet meer wijzigen SUBSET-026-3 §3.18.4.3.
Adhesie
De adhesion factor past het remmodel aan SUBSET-026-3 §3.18.4.6.1. De waarden zijn 100 % (niet glad) en 70 % (glad) Appendix A3.1. De standaard is "niet glad" §3.18.4.6.4. De trackside kan de waarde via een profiel doorgeven, en dan wordt de bestuurder geïnformeerd §3.18.4.6.2.3. Standaard mag de bestuurder de waarde niet wijzigen: die toestemming is een National Value (Q_NVDRIVER_ADHES, "Not allowed") Appendix A3.2.
Vaste, nationale en standaardwaarden
| Soort | Wat is het? | Bron |
|---|---|---|
| Fixed values | Systeemparameters die voor elke versie gelden, zoals DV_EBImin en DGEO. | §3.18.1, Appendix A3.1 |
| National Values | Nationale waarden voor een gebied, zoals de gebruikte release speed of de toegestane shunting-snelheid. Altijd als volledige set. | §3.18.2.2–3.18.2.6 |
| Default Values | Terugvalwaarden als de National Values ontbreken of als het landcijfer in de balis niet klopt. | §3.18.2.5, Appendix A3.2 |
De DMI-geluiden
De DMI heeft vier geluiden ERA_ERTMS_015560 · DMI §14. Klik op een knop om het geluid te horen (als je browser geluid toestaat).
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Welke adhesiewaarde is de standaard, en wat betekent die?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom gebruikt de juridische recorder UTC, terwijl de bestuurder de lokale tijd kan zien?
Toon uitleg en verwijzing
Welk geluid hoort bij de over-speed-status (OvS) in de TSM?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een trein in TSM heeft tegelijk de status Warning (WaS) en Over-speed (OvS) actief. Welke status toont de DMI?
Toon uitleg en verwijzing
De treinlengte verandert na een splitsing. Welke aanpassing volgt?
Toon uitleg en verwijzing
Welke bewaartermijnen gelden voor de juridische recorder?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
De default van de adhesiefactor is "niet glad" (100 %), en de bestuurder mag die standaard niet wijzigen. Beoordeel die keuze op veiligheid en op praktische bruikbaarheid.
Toon modelantwoord
Ontwerp een controlelijst (minstens acht punten) voor een DMI-acceptatietest op de supervisiestatussen en de geluiden. Geef per punt het verwachte gedrag en de bron.
Toon modelantwoord
- Snelheid ≤ P: status NoS, geen geluid DMI §7.2.1.1.
- Snelheid > P (CSM): status OvS, uit bij ≤ P DMI §7.2.2.
- Snelheid > W: WaS, geluid S2 zolang actief, uit bij ≤ P DMI §7.2.3, §7.4.4.
- Snelheid > SBI: IntS; uit als er geen brake command meer is DMI §7.2.4.
- Snelheid > P in TSM: S1 bij activatie van OvS DMI §7.4.3.3.
- Binnenkomst van het PIM-gebied: geluid Sinfo, tenzij in Limited Supervision DMI §7.3.1.2.
- Precedentie IntS > WaS > OvS > IndS > NoS in TSM DMI Tabel 6.
- Level-symbool: Level 1 met intermittent transmission (LE_03), Level 2 en 3 met continuous (LE_04, LE_05); het gele, knipperende symbool voor een aankondiging DMI Tabel 59.
- Mode-symbool voor een acknowledgement: geel, knipperend kader (bv. MO_10 bij SR) DMI Tabel 60.
Casestudies: van situatie naar specificatie
In de praktijk werken onderdelen samen. Deze casestudies combineren supervisie, modes, procedures en overgangen. Lees eerst de situatie, en beantwoord dan de vragen per niveau.
- Onthouden Herken in een situatie de relevante begrippen (TSR, Override, handover).
- Begrijpen Beschrijf wat het systeem in elke situatie doet.
- Toepassen Reken een remweg uit en bepaal de Mode en de grens.
- Analyseren Onderscheid oorzaak en gevolg in een keten van gebeurtenissen.
- Evalueren Beoordeel een ontwerpkeuze op veiligheid en conformiteit.
- Creëren Schrijf een eis of een testgeval voor de situatie.
Case 1 Een te hoge nadering op een tijdelijke snelheidsbeperking
Wat is in deze situatie de target location van de target speed monitoring?
Toon uitleg en verwijzing
Bereken de remweg (in m) van 160 km/h naar 80 km/h met een constante vertraging van 0,8 m/s², zonder opbouwtijd. Gebruik s = (v² − vt²) / (2a).
Toon uitwerking
Beschrijf de volgorde van de supervision limits en de DMI-statussen terwijl de trein het target nadert zonder te remmen. Welke status toont de DMI bij elke grens?
Toon modelantwoord
Een leverancier wil de service brake voor target speed monitoring uitschakelen via een National Value, zodat de eerste lijn altijd de noodrem is. Beoordeel het voorstel op de SRS.
Toon modelantwoord
Case 2 Override in een radiogat
Welke Mode is actief na de Override?
Toon uitleg en verwijzing
Welke gebeurtenis zorgt ervoor dat de trip weer actief kan worden, nadat de trip door de Override is geïnhibeerd?
Toon uitleg en verwijzing
Als de trein in het radiogat stilstaat, wat betekent de Override dan voor de noodstops die de RBC eerder heeft gestuurd?
Toon modelantwoord
Evalueer de regel dat Override de trip inhibeert. Noem één voordeel en één risico, en stel een verbetering voor die de SRS-regels respecteert.
Toon modelantwoord
Case 3 Overgang van Level 1 naar Level 2, en een RBC-handover
Welke informatie moet de oude area vóór de grens naar Level 2 leveren?
Toon uitleg en verwijzing
Wanneer neemt RBC B de verantwoordelijkheid over van RBC A?
Toon uitleg en verwijzing
De trein heeft één radio. Waarom kan dat, op Level 3, leiden tot een periode zonder positie-rapporten, en wat is de consequentie voor de RBC?
Toon modelantwoord
Een ontwerper stelt voor om op de handover-grens alleen de balisegroep bij de grens te gebruiken (zonder pre-aankondiging via de RBC). Beoordeel dit op de SRS.
Toon modelantwoord
Begrippenlijst (Engelse benamingen met uitleg)
De Engelse benamingen worden in deze opleiding behouden. Hier vind je de betekenis in het Nederlands en de bron.
- Acknowledgement (ack)
- Bevestiging door de bestuurder van een aanwijzing, bijvoorbeeld voor OS, SH, SR of een level-overgang. Zonder bevestiging volgt na 5 seconden een service brake command. SUBSET-026-5 §5.9.2.4
- Balise / Eurobalise
- Transmissiedevice in het spoor die telegrammen naar de trein stuurt. SUBSET-026-2 §2.5.1.2
- Balise group
- Groep balisen die samen één boodschap vormen. SUBSET-026-2 §2.5.1.2.5
- Braking curve
- Voorspelling van de snelheidsdaling als functie van de afstand, op basis van een model van de remdynamica en het baanprofiel. ERA_ERTMS_040026 §2.1
- Ceiling Speed Monitoring (CSM)
- Bewaking van constante snelheden op basis van de MRSP. SUBSET-026-3 §3.13.5
- Communication session
- Beveiligde radioverbinding tussen on-board en RBC of radio in-fill unit. SUBSET-026-3 §3.5
- Danger Point
- Locatie na de EOA die de voorkant van de trein zonder gevaar kan bereiken. SUBSET-026-3 §3.8.1.1 c
- Desk
- De bedieningspost (cabine) van de bestuurder. Open of gesloten bepaalt mede de start en het einde van de missie. SUBSET-026-4 §4.6.3 [2], [28]
- DMI (Driver Machine Interface)
- Het scherm, de symbolen en de geluiden voor de bestuurder. ERA_ERTMS_015560
- DV_EBI
- Snelheidsmarge tussen P en de EBI-grens in een CS-sectie. SUBSET-026-3 §3.13.5.3
- EBD (Emergency Brake Deceleration)
- Remcurve voor de noodrem, parabolisch vanaf de target location; de "parachute". ERA_ERTMS_040026 §3.3.1
- EBI (Emergency Brake Intervention)
- Grens waarbij het systeem de noodrem commandeert. SUBSET-026-3 §3.13.4.7
- End of Authority (EOA)
- Locatie tot waar de trein mag rijden; de snelheid daar is nul. SUBSET-026-3 §3.8.1.1 a
- End of Mission (EoM)
- Moment waarop de trackside de toestemming om te bewegen intrekt; wordt gestart bij entry in SB, SL of SH vanuit bepaalde Modes. SUBSET-026-5 §5.5
- End Section
- De laatste sectie van een MA; heeft de End Section time-out. SUBSET-026-3 §3.8.1.1 f
- Estimated front end
- De beste schatting van de positie van de voorkant van de trein. SUBSET-026-3 §3.6.4.4
- Fixed values
- Systeemparameters die in alle installaties gelden, zoals DV_EBImin. SUBSET-026-3 Appendix A3.1
- Full Supervision (FS)
- Mode met volledige supervisie tegen een dynamisch snelheidsprofiel. SUBSET-026-4 §4.4.9
- Gamma- en Lambda-trein
- Gamma: vooraf geconfigureerde remgegevens. Lambda: de remgegevens worden uit het braked weight percentage afgeleid. ERA_ERTMS_040026 §3.3.3
- Indication (I)
- Grens waarbij de bestuurder een indicatie krijgt, tijdig om te remmen voordat de P daalt. SUBSET-026-3 §3.13.4.8
- Interlocking
- Extern trackside-systeem voor het veilig vrijgeven van routes; buiten de ETCS-specificatie. SUBSET-026-2 §2.4.1.3 d
- Isolation (IS)
- Mode waarin het on-board door de bestuurder is geïsoleerd. SUBSET-026-4 §4.4.3
- Level 0, STM, 1, 2, 3
- De application levels van ERTMS/ETCS. SUBSET-026-2 §2.6.2.3
- Level transition announcement
- Aankondiging van een overgang naar een ander level op een verder punt. SUBSET-026-5 §5.10.1.1–1.2
- LEU (Lineside Electronic Unit)
- Apparaat dat telegrammen voor balises genereert. SUBSET-026-2 §2.5.1.3
- Limit of Authority (LOA)
- Een EOA met een doelsnelheid hoger dan nul. SUBSET-026-3 §3.8.1.1 b
- Limited Supervision (LS)
- Mode met beperkte supervisie; in de DMI-symbolen MO_21/MO_22. ERA_ERTMS_015560 · DMI Tabel 60
- LRBG (Last Relevant Balise Group)
- De balisegroep waarop de trein zijn positie baseert. SUBSET-026-3 §3.6.1.3
- Max safe front end / Min safe front end
- De grenzen van de onzekerheid rond de voorkant van de trein: vooruit (max) en achteruit (min). SUBSET-026-3 §3.6.4.4
- Mode
- Operationele toestand van de on-board die bepaalt welke supervisie actief is en wie verantwoordelijk is. SUBSET-026-4 §4.3.2
- Movement Authority (MA)
- De toestemming om te rijden tot een EOA, met secties, time-outs en eventueel een danger point en overlap. SUBSET-026-3 §3.8
- MRSP (Most Restrictive Speed Profile)
- Het minimum van alle snelheidsbeperkingen. SUBSET-026-3 §3.11.9
- National Values (NV) / Default Values
- Nationale waarden voor een gebied; als terugval de Default Values. SUBSET-026-3 §3.18.2
- Non Leading (NL)
- Mode voor een slave-motor met eigen bestuurder (tandem). SUBSET-026-4 §4.4.15
- On Sight (OS)
- Mode voor rijden op zicht in een bezette of geobstrueerde baan. SUBSET-026-4 §4.4.12
- Overlap
- Veiligheidsmarge na het danger point, geldig voor een bepaalde tijd. SUBSET-026-3 §3.8.1.1 d
- Override EoA
- Procedure waarmee de bestuurder een EOA mag passeren in een storing; zet de Mode op SR en inhibeert de trip. SUBSET-026-5 §5.8
- P (Permitted speed)
- De snelheid die de bestuurder moet volgen; de grens waarop OvS begint. SUBSET-026-3 §3.13.4.4
- Post Trip (PT)
- Mode na de trip-bevestiging op Level 1 t/m 3. SUBSET-026-4 §4.4.14
- Procedure
- Beschrijving van de gewenste reactie van de ERTMS/ETCS-onderdelen op informatie of gebeurtenissen. SUBSET-026-5 §5.3.2.1
- Radio hole
- Gebied zonder radioverbinding; de sessie wordt daar opnieuw opgezet aan het einde ervan. SUBSET-026-3 §3.5.4.4
- Radio in-fill unit
- Trackside-apparaat dat via radio semi-continue infill geeft (Level 1). SUBSET-026-2 §2.5.1.7
- Release speed
- Snelheid waarmee de trein nabij een EOA met een doelsnelheid nul mag rijden. SUBSET-026-3 §3.13.7
- RBC (Radio Block Centre)
- Computergebaseerd systeem dat MA's opstelt en naar de trein stuurt. SUBSET-026-2 §2.5.1.5
- RBC/RBC-handover
- Overdracht van de treinbesturing van de ene RBC naar de andere bij de grens. SUBSET-026-3 §3.15.1
- Shunting (SH)
- Mode voor rangeren met een beperkte snelheid. SUBSET-026-4 §4.4.8
- SBI (Service Brake Intervention)
- Grens waarbij het systeem de service brake commandeert. SUBSET-026-3 §3.13.4.6
- Sleeping (SL)
- Mode voor een op afstand bestuurde slave-motor. SUBSET-026-4 §4.4.6
- SoM (Start of Mission)
- De procedure waarmee een missie begint, vanuit Stand By. SUBSET-026-5 §5.4
- SSP / ASP / TSR
- Static Speed Profile, Axle load Speed Profile, Temporary Speed Restriction. SUBSET-026-3 §3.11
- Staff Responsible (SR)
- Mode waarin de bestuurder onder eigen verantwoordelijkheid rijdt. SUBSET-026-4 §4.4.11
- Stand By (SB)
- Standaard-Mode na het opstarten; de startmode van de SoM. SUBSET-026-4 §4.4.7
- Supervised Location (SvL)
- Einde van de overlap, anders het danger point, anders de EOA: daar bewaakt de on-board het stoppen. SUBSET-026-3 §3.8.4.5
- Supervision
- Het bewaken van snelheid en positie tegen de grenzen, met waarschuwingen en ingrijpen. SUBSET-026-3 §3.13
- System Failure (SF)
- Mode na een storing die de veiligheid raakt; permanent noodrem. SUBSET-026-4 §4.4.5
- Target speed monitoring (TSM)
- Bewaking van het remmen naar een lagere doelsnelheid of naar een EOA/LOA. SUBSET-026-3 §3.13.6
- Train Data
- Gegevens over de trein (categorie, lengte, remgegevens, axle load enz.). SUBSET-026-3 §3.18.3
- Train integrity
- De bevestiging dat de trein compleet is. Op Level 3 door een extern systeem of de bestuurder. SUBSET-026-3 §3.6.5.2
- Train trip
- Het door het systeem stoppen van de trein met de noodrem en de overgang naar Trip. SUBSET-026-5 §5.11
- Trip (TR)
- Mode waarin de noodrem is gecommandeerd. SUBSET-026-4 §4.4.13
- Unfitted (UN)
- Mode voor Level 0. SUBSET-026-4 §4.4.10
- Warning (W)
- Grens waarbij een waarschuwing wordt gegeven, zodat de bestuurder kan ingrijpen voordat de remmen worden gecommandeerd. SUBSET-026-3 §3.13.4.5
- Juridische recorder
- Registratie van gebeurtenissen voor juridisch gebruik; gebruikt UTC. SUBSET-026-3 §3.20
Referentie-index: onderwerp naar specificatie
Zoek een onderwerp op en ga naar de genoemde sectie in de bijgevoegde bron.
| Onderwerp | Waar in de bron? | Module |
|---|---|---|
| Doel en voordelen van ERTMS/ETCS | SUBSET-026-1 §1.3–1.4 | 1 |
| Verplicht versus optioneel (shall/may) | SUBSET-026-1 §1.7 | 1 |
| Technische versus operationele interoperabiliteit | SUBSET-026-1 §1.5.1 | 1 |
| Trackside- en on-board-onderdelen | SUBSET-026-2 §2.4–2.5 | 2 |
| Referentiearchitectuur (figuur) | SUBSET-026-2 §2.5.3 | 2 |
| Level 0, STM, 1, 2, 3 | SUBSET-026-2 §2.6.2–2.6.7 | 3 |
| Mixed levels en prioriteitentabel | SUBSET-026-2 §2.6.2.4; SUBSET-026-5 §5.10.2 | 3 |
| Level-overgangen | SUBSET-026-2 §2.6.8; SUBSET-026-5 §5.10 | 3, 9 |
| Positie, LRBG, confidence interval | SUBSET-026-3 §3.6 | 4 |
| Positie-rapport (Level 2/3) | SUBSET-026-3 §3.6.5 | 4 |
| Radiosessie: opzetten, onderhouden, beëindigen | SUBSET-026-3 §3.5 | 4, 2 |
| Movement Authority en secties | SUBSET-026-3 §3.8 | 4 |
| In-fill (Level 1) | SUBSET-026-3 §3.9 | 4 |
| Emergency stop | SUBSET-026-3 §3.10 | 4 |
| Snelheidsbeperkingen en MRSP | SUBSET-026-3 §3.11 | 4 |
| Speed monitoring en supervision limits | SUBSET-026-3 §3.13 | 5 |
| Braking curves (EBD, SBD, parachute) | ERA_ERTMS_040026 §2–3 | 5 |
| Reactietijden en numerieke voorbeelden | ERA_ERTMS_040026 §5 | 5 |
| Vaste waarden (DV_EBImin/max, TAMT, D_Metal) | SUBSET-026-3 Appendix A3.1 | 5, 10 |
| Modes en hun overgangen | SUBSET-026-4 §4.4, §4.6 | 6 |
| MMI per Mode | SUBSET-026-4 §4.7 | 6 |
| Start of Mission | SUBSET-026-5 §5.4 | 7 |
| End of Mission | SUBSET-026-5 §5.5 | 7 |
| Train Trip | SUBSET-026-5 §5.11 | 7 |
| Rangeren (SH) | SUBSET-026-5 §5.6–5.7 | 8 |
| On Sight | SUBSET-026-5 §5.9 | 8 |
| Override EoA | SUBSET-026-5 §5.8 | 8 |
| Wisseling van cabine/richting, joining/splitting | SUBSET-026-5 §5.12–5.14 | 8 |
| Keren (Reversing) | SUBSET-026-5 §5.13; SUBSET-026-3 §3.15.4 | 8 |
| RBC/RBC-handover | SUBSET-026-3 §3.15.1; SUBSET-026-5 §5.15 | 9 |
| Train Data, Driver ID, RBC-gegevens | SUBSET-026-3 §3.18 | 10 |
| Dataentry en -wijziging | SUBSET-026-3 §3.19 | 10 |
| Juridische recorder | SUBSET-026-3 §3.20 | 10 |
| Level- en modesymbolen | ERA_ERTMS_015560 · DMI Tabel 59 en 60 | 6, 10 |
| Supervisiestatussen (NoS, OvS, WaS, IntS) | ERA_ERTMS_015560 · DMI §7 | 5, 10 |
| DMI-geluiden (click, Sinfo, S1, S2) | ERA_ERTMS_015560 · DMI §14 | 10 |
Eindexamen per opleidingsniveau
Het examen bestaat uit drie delen, één per niveau. Elk deel gebruikt de taxonomie van Bloom. Maak eerst het deel van je niveau; daarna mag je het volgende niveau proberen.
- Maak het examen zonder het modelantwoord te openen. Gebruik de bijlagen (SUBSET-026 en de DMI-specificatie) als referentie, zoals in het echte werk.
- Gesloten vragen (meerkeuze en getal) tel je met de knop "Nakijken". Open vragen beoordeel je met het modelantwoord en het beoordelingsschema.
- Slagingscriteria: Deel A minimaal 70 %; Deel B minimaal 70 % van de gesloten vragen en een voldoende op de open vragen; Deel C minimaal 10 van de 16 punten.
- Antwoorden staan onder elke vraag in "Toon modelantwoord"; de antwoordsleutel van de gesloten vragen staat onderaan elk deel.
Deel A · Niveau 1 · Basis Onthouden en begrijpen (20 vragen, 1 punt per vraag)
Hoeveel Levels onderscheidt de SRS?
Toelichting
Welk Level gebruikt een RBC met Euroradio, en Eurobalises vooral voor plaatsbepaling?
Toelichting
Welk onderdeel hoort bij het on-board subsysteem?
Toelichting
Wat betekent "shall" in de SRS?
Toelichting
Welke Mode is de standaardmode na het opstarten?
Toelichting
Welke afkorting hoort bij Post Trip?
Toelichting
Welke Mode mag alleen op bevel van de trackside worden gebruikt, voor rijden op zicht?
Toelichting
Welke Mode kiest de bestuurder niet zelf?
Toelichting
Wat is de juiste volgorde van de supervision limits bij het naderen van een target?
Toelichting
Wat is de Permitted speed (P)?
Toelichting
Welke DMI-status hoort bij een snelheid boven de Warning-grens (W)?
Toelichting
Welk geluid hoort bij de over-speed-status in de TSM?
Toelichting
Hoe wordt de MRSP bepaald?
Toelichting
Hoeveel categorieën snelheidsbeperkingen onderscheidt de SRS?
Toelichting
Wat is een End of Authority (EOA)?
Toelichting
Waarin verschilt een Limit of Authority (LOA) van een EOA?
Toelichting
Welke adhesiefactor is de standaard?
Toelichting
Wat is de eerste stap van een Train Trip?
Toelichting
In welke Mode begint een Start of Mission?
Toelichting
Hoeveel seconden heeft de bestuurder om een On Sight-aanwijzing te bevestigen?
Toelichting
Antwoordsleutel deel A
Deel B · Niveau 2 · Gevorderd Toepassen en analyseren (10 vragen; 7 gesloten, 3 open)
Een trein rijdt in een CS-sectie met VP = 100 km/h. Bereken DVEBI in km/h.
Toelichting
In een CS-sectie met VP = 60 km/h: bij welke snelheid (km/h) wordt de EBI-grens bereikt?
Toelichting
Hoeveel meter legt de trein af in 9 seconden bij 90 km/h? (Dit is de afstand tussen de I-grens en de P-grens bij constante snelheid.)
Toelichting
Bereken de remweg (m) van 100 km/h naar stilstand bij een constante vertraging van 0,8 m/s² (zonder opbouwtijd).
Toelichting
Een trein op Level 1 wordt getript en staat stil. De bestuurder bevestigt de trip. Welke Mode volgt?
Toelichting
Welke voorwaarde is niet nodig om Override te kunnen kiezen?
Toelichting
Een Level 0-trein nadert een Level 2-gebied zonder dat de L2-MA vóór de grens is ontvangen. Wat volgt?
Toelichting
Een trein in TSM overschrijdt eerst de W-grens en daarna de P-grens, zonder te remmen. Beschrijf de DMI-statussen en geluiden in de juiste volgorde.
Toon modelantwoord (beoordeel met de criteria van deel B)
Verklaar waarom bij een actieve Override een "stop if in SR"-balis de trein niet trapt, en wat er dan met de voormalige EoA gebeurt.
Toon modelantwoord
Op Level 2 wordt de trein getript doordat de min safe front end het EOA passeert. Beschrijf de volgorde van de reacties van de on-board, van het passeren tot het bevestigen van de trip.
Toon modelantwoord
Antwoordsleutel deel B (gesloten vragen)
Deel C · Niveau 3 · Expert Evalueren en creëren (4 casussen; 4 punten per casus)
Een trein krijgt een MA met Full Supervision. De SSP en de gradient zijn alleen bekend vanaf de voorkant van de trein; voor het achterste deel ontbreken ze. Is Full Supervision toegestaan, en wat moet de bestuurder doen?
Toon modelantwoord
Een zware goederentrein (lambda-trein) rijdt op 120 km/h, is 900 m lang en heeft een braked weight van 110 %. Controleer of het lambda-model geldig is, en schrijf de eisen op die de trackside moet leveren.
Toon modelantwoord
Op een Level 2-traject is een radio hole van 2 km. Een trein met een EOA op 1 km na de radio hole staat in de hole stil. Beoordeel de situatie: welke procedures en welke regels spelen een rol?
Toon modelantwoord
Ontwerp vijf testgevallen voor de DMI bij een overgang van Level 2 naar Level 3: de level-symbolen, de aankondiging en de acknowledgement. Geef per testgeval de verwachte DMI-weergave en de bron.
Toon modelantwoord
- Level 2 actief: symbool LE_04 (Level 2, continuous, grijs) DMI Tabel 59.
- Aankondiging van Level 3 op verder punt: LE_14 (Level 3 announcement, continuous, grijs) DMI Tabel 59.
- Aankondiging met bevestiging nodig: LE_15 (geel, knipperend kader) DMI Tabel 59.
- Level 3 actief na de grens: LE_05 (Level 3, continuous, grijs) DMI Tabel 59.
- Bevestiging na de grens: geen ack nodig van L2 naar L3, volgens de tabel voor level-overgangen SUBSET-026-5 §5.10.4.4. Test: geen ack-verzoek op de DMI.
Deel C bestaat alleen uit open vragen. Beoordeel je antwoord zelf met het schema hierboven en het modelantwoord.
Afsluiting
Als je alle drie de delen hebt afgerond, heb je de stof van deze opleiding op alle drie de niveaus doorlopen. Voor een inhoudelijke herhaling kun je de toetsvragen per module opnieuw maken, of de casestudies van Module 11 gebruiken.
Let op: de antwoorden in deze cursus zijn gebaseerd op SUBSET-026 v2.3.0 (hoofdstukken 1–5), ERA_ERTMS_015560 v3.4.0 (DMI) en ERA_ERTMS_040026 v1.5. Controleer altijd de geldende versie van de specificatie voordat je de antwoorden in een project gebruikt.