ERTMS/ETCS · Opleiding in drie niveaus (Bloom)

ERTMS/ETCS: Levels, Modes, Supervision & Procedures

Een opleiding op basis van de bijgevoegde specificaties: SUBSET-026 v3.6.0 (hoofdstukken 1 t/m 9), de ETCS Driver Machine Interface (ERA_ERTMS_015560 v3.4.0, incl. symbolenbibliotheek en geluiden) en de brochure Introduction to ETCS braking curves (ERA_ERTMS_040026 v1.5).

Taal: Nederlands. Engelse benamingen (Level, Mode, Procedure, Supervision, Movement Authority, enz.) blijven behouden.

Start

Welkom en leeswijzer

Doel van deze opleiding

Na het doorlopen van deze opleiding kun je de werking van ERTMS/ETCS uitleggen, de Levels en Modes onderscheiden, Supervision en braking curves berekenen en interpreteren, en de belangrijkste Procedures (zoals Start of Mission, Override EoA en Train Trip) toepassen en beoordelen. Elke stof is gekoppeld aan de specificatie waar ze vandaan komt, zodat je altijd kunt nagaan of een clausule een verplichte ETCS-eis is of informatief (zie hoofdstuk 9 van de SRS).

Opbouw: drie opleidingsniveaus volgens de taxonomie van Bloom

De stof is ingedeeld in drie niveaus. Elk niveau correspondeert met een ander cognitief niveau uit de taxonomie van Bloom (herziene versie). Per module vind je per niveau theorie, visualisaties en toetsvragen.

NiveauBloom-categorieënWat kun je na dit niveau?Doelgroep (voorbeeld)
Niveau 1 · Basis OnthoudenBegrijpen Begrippen, afkortingen en functies benoemen; het systeem en zijn Levels, Modes en Procedures beschrijven; eenvoudige situaties herkennen. Nieuwe medewerkers, operators, projectleiders, verkoop, opleiders in het begin van hun traject.
Niveau 2 · Gevorderd ToepassenAnalyseren Regels toepassen op concrete situaties, remafstanden en supervision limits berekenen, mode- en level-overgangen analyseren, requirements koppelen aan testgevallen. Systeemingenieurs, testers, inbedrijfstellingsingenieurs, safety-analisten op werkniveau.
Niveau 3 · Expert EvaluerenCreëren Ontwerpkeuzes en implementaties beoordelen op conformiteit en veiligheid, degraded situations afwegen, en nieuwe scenario's, testplannen of procedures ontwerpen. Specificatie-experts, architecten, leveranciers van on-board en trackside, assessoren.

De zes Bloom-categorieën in de opleiding

  • Onthouden Feiten en termen herhalen (bv. de namen van de Modes en hun afkortingen).
  • Begrijpen De betekenis van een regel in eigen woorden uitleggen (bv. waarom de Indication limit vóór de Permitted speed ligt).
  • Toepassen Een regel of formule gebruiken in een concrete situatie (bv. de EBI-grens berekenen).
  • Analyseren Een situatie in onderdelen splitsen en oorzaak-gevolg of samenhang aantonen (bv. waarom een trein bij een Level-overgang getript wordt).
  • Evalueren Een oordeel vellen op basis van criteria (bv. of een procedure conform de specificatie verloopt).
  • Creëren Een nieuw ontwerp, scenario of testcase opstellen dat aan de specificatie voldoet.

Werkwijze

  1. Lees het Niveau 1-gedeelte van een module en bekijk de visualisatie.
  2. Maak de toetsvragen van dat niveau. Gebruik "Controleer" voor directe feedback. Open vragen beantwoord je eerst zelf; daarna open je het modelantwoord.
  3. Ga door naar Niveau 2 en 3 als je Niveau 1 met minstens 70 % beheerst.
  4. Maak aan het eind het eindexamen per niveau (zie de bijlage Eindexamen).

Visualisaties en video

Waar mogelijk is de stof in beeld gebracht. Er zijn twee soorten:

  • ▶ Video-scène Een geanimeerde scène met afspelen, pauzeren, terugspoelen, een tijdbalk en ondertiteling. Elke scène heeft een script (tekst) dat je kunt gebruiken om zelf een video op te nemen.
  • ⚙ Interactief Een model dat je zelf kunt bedienen (schuifregelaars, klikbare onderdelen). Alle getallen in de modellen zijn illustratief, tenzij anders aangegeven.

Verwijzingen naar de specificaties

Verwijzingen naar een specificatie staan als blauw label in de tekst (bv. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.5). De codes verwijzen naar de volgende bijlagen:

Code in de tekstBron (bijlage)
SUBSET-026-1 §1.7.1.1SUBSET-026-1 v3.6.0 · Chapter 1 Introduction (13.05.2016)
SUBSET-026-2 §2.6.5SUBSET-026-2 v3.6.0 · Chapter 2 Basic System Description
SUBSET-026-3 §3.13.9SUBSET-026-3 v3.6.0 · Chapter 3 Principles (verwijst naar Appendix A.3.1; niet bijgevoegd)
SUBSET-026-4 §4.xSUBSET-026-4 v3.6.0 · Chapter 4 Modes and Transitions
SUBSET-026-5 §5.xSUBSET-026-5 v3.6.0 · Chapter 5 Procedures
SUBSET-026-6 §6.xSUBSET-026-6 v3.6.0 · Chapter 6 Management of older System Versions
SUBSET-026-7 §7.xSUBSET-026-7 v3.6.0 · Chapter 7 ERTMS/ETCS Language (variabelen en packets)
SUBSET-026-8 §8.xSUBSET-026-8 v3.6.0 · Chapter 8 Messages (radioberichten)
SUBSET-026-9 §9.xSUBSET-026-9 v3.6.0 · Chapter 9 Classification of the SRS clauses
ERA_ERTMS_040026 §3.3Introduction to ETCS braking curves (ERA_ERTMS_040026 v1.5, 12/08/2020)
ERA_ERTMS_015560 · DMIETCS Driver Machine Interface (ERA_ERTMS_015560 v3.4.0), inclusief DMI-symboolbibliotheek en geluiden (zip)
Let op: versies van de specificaties De bijgevoegde SUBSET-026 hoofdstukken zijn van versie 3.6.0 (Baseline 3, 2e release, 13/05/2016), hoofdstuk 1 t/m 9. De DMI-specificatie is v3.4.0 en de braking-curves brochure (ERA_ERTMS_040026 v1.5) is ongewijzigd gebruikt. Appendices, zoals A.3.1 met de vaste waarden voor de supervisielimieten, zijn niet bijgevoegd; waar de tekst naar een appendix verwijst, staat dat erbij. Controleer altijd de geldende baseline en versie voordat je de stof operationeel of in een ontwerp toepast.
Verplichte eisen: classificatie volgens hoofdstuk 9 Eisen staan als zinnen met shall (SUBSET-026-9 §9.3.2.2). Elke clausule wordt geclassificeerd als ETCS on-board requirement, ETCS trackside requirement, Definition, Informative of Others (SUBSET-026-9 §9.3.2.1). De on-board moet alle aan hem toegewezen eisen implementeren (SUBSET-026-1 §1.7.1.2); voor de trackside geldt dat de functies worden uitgewerkt naar de eigenschappen van de lijn (SUBSET-026-1 §1.7.1.3).
Wat is er veranderd ten opzichte van de vorige versie (SUBSET-026 v2.3.0)?
  • De hoofdstukken 6 (oudere systeemversies), 7 (ERTMS/ETCS Language), 8 (berichten) en 9 (classificatie) worden nu behandeld. De vorige versie van deze cursus behandelde alleen hoofdstuk 1 t/m 5.
  • De shall/may-indeling uit de vorige versie is vervangen door de classificatie in hoofdstuk 9.
  • De supervisielimieten (I, P, W, SBI, EBI) staan nu onder 3.13.9; de snelheidsbewaking onder 3.13.10; de MRSP onder 3.13.7.
  • Statische snelheidsbeperkingen (SSR) kennen elf categorieën (was zes).
  • In hoofdstuk 5 zijn explanatory tables vervangen door flowcharts (bv. 5.6.3 en 5.11.3).
  • Het data entry / modification process (3.19) is vervallen; het wijzigen van Train Data uit andere bronnen staat in 5.17.

Bijlagen in deze cursus

  • Begrippenlijst (Engelse benamingen met uitleg in het Nederlands).
  • Referentie-index (welk onderwerp staat in welke sectie van de specificatie).
  • Eindexamen per niveau, met antwoordsleutel en beoordelingscriteria.
Module 1 · Inleiding

ERTMS/ETCS in het kort

Wat is ERTMS/ETCS, waarom bestaat het, hoe is de specificatie opgebouwd en hoe lees je een eis met de classificatie uit hoofdstuk 9?

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de voordelen van een internationaal interoperabel systeem en de negen hoofdstukken van de SRS.
  • Begrijpen Leg uit waarom ERTMS/ETCS een braking curve nodig heeft en wat de vijf categorieën van hoofdstuk 9 betekenen.
  • Toepassen Bepaal bij een specificatiezin of het een ETCS on-board requirement, een ETCS trackside requirement of een toelichting is.
  • Analyseren Analyseer waarom het ontbreken van één geharmoniseerd braking-curve-algoritme in baseline 2 tot verschillen in remafstanden leidde.
  • Evalueren Beoordeel de stelling "ETCS vervangt altijd het klassieke signaleringssysteem".
  • Creëren Ontwerp een controlelijst om te beoordelen of een on-board implementatie voldoet aan de verplichte eisen.

Niveau 1 · Basis Wat is ERTMS/ETCS?

ERTMS (European Rail Traffic Management System) is de overkoepelende naam voor het Europese treinbeïnvloedingssysteem. Het bestaat uit ETCS (European Train Control System) en de radioverbinding GSM-R. De SRS beschrijft ETCS: de functionele en technische eisen aan het systeem SUBSET-026-1 §1.3.1.2.

Waarom een Europees systeem?

Treinbeveiliging (Automatic Train Control, ATC) is in het verleden in elk land anders ontwikkeld. Die systemen zijn onderling niet compatibel. Een trein moest daardoor op een grensovergang vaak van locomotief of van bemanning wisselen, of met meerdere systemen tegelijk uitgerust zijn SUBSET-026-1 §1.3.1.1. ERTMS/ETCS moet dat oplossen. De SRS noemt daarvoor de volgende voordelen SUBSET-026-1 §1.4.1.1:

  • grensoverschrijdende interoperabiliteit;
  • betere veiligheid van nationaal en internationaal treinverkeer;
  • beter beheer van internationaal personen- en goederenvervoer;
  • kortere headways op drukke lijnen door moving block, waardoor de capaciteit van het spoor beter benut wordt;
  • stapsgewijze invoering van de nieuwe technologie;
  • Europese concurrentie tussen leveranciers van ETCS-componenten;
  • een sterkere positie van de Europese spoorindustrie op de wereldmarkt;
  • voorwaarden voor toekomstige harmonisatie van andere onderdelen van het spoorverkeer.

Wat specificeert de SRS, en wat niet?

De SRS (System Requirements Specification, SUBSET-026) specificeert ETCS "vanuit technisch oogpunt" SUBSET-026-1 §1.5.1.1. Technische interoperabiliteit vraagt dat telegrammen volgens vaste regels worden opgebouwd en begrepen, én dat trein en trackside uniform reageren op de ontvangen informatie SUBSET-026-1 §1.5.1.3. Operationele interoperabiliteit (bedrijfsregels, onderhoudsnormen) valt buiten de SRS SUBSET-026-1 §1.5.1.4.

De SRS definieert de systeemeisen voor ETCS van ERTMS SUBSET-026-1 §1.8.1.1. Ze is opgebouwd in negen hoofdstukken, die hieronder staan.

De opbouw van de SRS in negen hoofdstukken

HoofdstukTitel (Engels)Inhoud in één zinModule
1IntroductionDoel, structuur en leeswijzer van de SRS.1
2Basic System DescriptionOverzicht van het systeem, de subsystemen en de Levels.2, 3
3PrinciplesPrincipes voor balises, radio, positie, Movement Authority, snelheidsbewaking en data.4, 4b, 5
4Modes and TransitionsAlle Modes van de on-board en de overgangen daartussen.6
5ProceduresHet dynamische gedrag van Procedures, zoals Start of Mission.3, 6 t/m 9
6Management of older System VersionsWelke systeemversies wettelijk mogen worden geëxploiteerd, en de uitzonderingen op de andere hoofdstukken.11
7ERTMS/ETCS LanguageDe variabelen en de packets voor data over de luchtinterface.12
8MessagesHet toepassingsprotocol: formaat en inhoud van de radioberichten.12
9Classification of the SRS clausesPer clausule de categorie: on-board, trackside, Definition, Informative of Others.1 (hieronder)

Alle negen hoofdstukken van SUBSET-026 v3.6.0 zijn als bijlage opgenomen en worden in deze opleiding behandeld.

Classificatie van clausules (hoofdstuk 9)

Eisen staan in de SRS als zinnen met het woord shall SUBSET-026-9 §9.3.2.2. Hoofdstuk 9 classificeert elke clausule van de hoofdstukken 1 t/m 8 in één van de volgende categorieën SUBSET-026-9 §9.3.2.1:

  • ETCS on-board requirement: een clausule met eisen die de on-board apparatuur moet vervullen;
  • ETCS trackside requirement: een clausule met eisen die de trackside moet vervullen, als de bijbehorende functie wordt toegepast;
  • Definition: een clausule die nodig is om een eis correct te interpreteren;
  • Informative: een clausule die de context of de onderbouwing van een eis toelicht;
  • Others: een clausule die in geen van de bovenstaande categorieën valt.

Twee regels helpen bij het lezen. Een genummerde titel met de bijbehorende tabel is één geheel en wordt als on-board én trackside requirement geclassificeerd, ook zonder shall SUBSET-026-9 §9.3.2.2. Van de categorieën mogen alleen de eerste twee gecombineerd worden SUBSET-026-9 §9.3.2.3.

Notes, justifications en voorbeelden zijn alleen informatief en zijn geen eis SUBSET-026-3 §3.3.1.4. De on-board moet alle aan hem toegewezen eisen implementeren, met alleen de uitzonderingen die in de Control-Command and Signalling TSI en in de SRS staan SUBSET-026-1 §1.7.1.2. Niet gespecificeerde oplossingen zijn toegestaan zolang ze geen interoperabiliteitsproblemen geven SUBSET-026-1 §1.7.1.5.

Onthoud ETCS bewaakt snelheid en positie; het remmen zelf gebeurt door de trein. Een eis is een zin met shall, en de categorie uit hoofdstuk 9 bepaalt voor wie de eis geldt.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M1-B1OnthoudenBasis

Wat betekent de afkorting ERTMS?

Toon uitleg en verwijzing
ERTMS staat voor European Rail Traffic Management System. ETCS (European Train Control System) is het beveiligingsdeel SUBSET-026-1 §1.3.1.2.
M1-B2OnthoudenBasis

Welk hoofdstuk van de SRS beschrijft de Modes van de on-board apparatuur en alle overgangen daartussen?

Toon uitleg en verwijzing
Hoofdstuk 4 "Modes and Transitions" definieert de modes van de ERTMS/ETCS on-board apparatuur en alle overgangen SUBSET-026-1 §1.8.5.1.1.
M1-B3BegrijpenBasis

Wat betekent de categorie Informative in hoofdstuk 9 van de SRS?

Toon uitleg en verwijzing
Informative is een van de vijf categorieën van hoofdstuk 9: een clausule die helpt om de context of de onderbouwing van een eis te begrijpen SUBSET-026-9 §9.3.2.1. Notes, justifications en examples zijn alleen informatief SUBSET-026-3 §3.3.1.4.

Niveau 2 · Gevorderd Eisen classificeren en de noodzaak van braking curves

Op dit niveau lees je de SRS als een technisch document: je koppelt een uitspraak aan een eis, bepaalt bij welke categorie ze hoort, en begrijpt waarom het systeem is opgebouwd zoals het is.

Classificeren van een clausule: een werkwijze

  1. Zoek het woord shall. Een zin met shall is een eis SUBSET-026-9 §9.3.2.2.
  2. Zoek de clausule in de tabel van hoofdstuk 9 (§9.4). Elke clausule heeft kruisjes in de kolommen on-board, trackside, Definition, Informative en Others SUBSET-026-9 §9.4.
  3. Let op het onderwerp: de on-board, de trackside (RBC, balise, radio-infill) of een algemene bepaling.
  4. Let op de conditie: "in case the corresponding function is implemented" betekent dat de trackside-eis geldt zodra de functie wordt toegepast SUBSET-026-9 §9.3.2.1.
  5. Lees Notes, Justifications en Examples als toelichting, niet als eis SUBSET-026-3 §3.3.1.4.
Zin uit de SRS (letterlijk)CategorieReden
"The ERTMS/ETCS on-board equipment shall implement all its allocated requirements, with the only exceptions and conditions explicitly stated in the Control-Command and Signalling TSI and in this SRS."ETCS on-board requirementEis voor de on-board apparatuur SUBSET-026-1 §1.7.1.2.
"For ERTMS/ETCS trackside the implementation of functions has to be defined according to the characteristics of the specific lines and the related operational needs."ETCS trackside requirementDe trackside bepaalt de functies naar de eigenschappen van de lijn SUBSET-026-1 §1.7.1.3.
"Notes, Justifications and Examples are only informative and shall not be regarded as requirements."InformativeGeen eis SUBSET-026-3 §3.3.1.4.

Waarom harmonisatie van braking curves nodig is

De ERTMS/ETCS-specificatie baseline 2 beschreef de basisprincipes van de braking curves en wat de bestuurder te zien krijgt, maar gaf geen geharmoniseerd algoritme om ze te berekenen. Gevolg ERA_ERTMS_040026 §2.2.2:

  • verschillende leveranciers van on-board apparatuur berekenen voor hetzelfde rollend materieel verschillende remafstanden. Daardoor hangt de engineering van de trackside (en het toewijzen van treinpaden) niet alleen af van de remprestatie van het materieel, maar ook van de leverancier;
  • voor grensoverschrijdende treinen zijn daardoor meerdere nationale braking curves in de on-board nodig, met extra kosten voor software-ontwikkeling, tests en updates.

Daarom vraagt de overgang naar een uniform snelheids- en afstandsbewakingssysteem twee zaken ERA_ERTMS_040026 §2.2.1: de remgedraging van de trein moet volledig voorspelbaar zijn, en de veiligheidsmarges moeten eenduidig tussen trackside en on-board verdeeld kunnen worden.

Klassieke seinen versus ETCS: omgekeerde logica

Bij klassieke seinen ligt de plaats waar de trein moet beginnen met remmen vast (het waarschuwingssein); de beginsnelheid wordt aangepast aan het remvermogen van de trein. Bij ETCS is dat omgekeerd: de beginsnelheid is constant en de plaats waar moet worden gereden wordt per trein aangepast aan de remprestatie ERA_ERTMS_040026 §4.1. Op Level 3 zijn lineside seinen niet voorzien SUBSET-026-2 §2.6.7.1.7; de bestuurder krijgt zijn informatie dan volledig via de DMI (cab signalling).

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M1-G1ToepassenGevorderd

Welke van de volgende zinnen is een verplichte eis volgens de SRS-conventie?

Toon uitleg en verwijzing
Zin C bevat shall en is een eis: elk emergency message moet worden bevestigd SUBSET-026-3 §3.10.1.4. Zin A en D bevatten may en zijn optioneel. Een Note is informatief en geen eis SUBSET-026-3 §3.3.1.4.
M1-G2AnalyserenGevorderd

Een spoorwegonderneming koopt twee treinen van verschillende leveranciers die beide aan baseline 2 voldoen. Op dezelfde lijn blijkt de remafstand van de ene trein aanzienlijk groter. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?

Toon uitleg en verwijzing
Baseline 2 beschreef de principes, maar niet het algoritme. Daardoor verschilden de remafstanden per leverancier ERA_ERTMS_040026 §2.2.2.
M1-G3AnalyserenGevorderd

Leg uit waarom bij ETCS de beginsnelheid constant is en de remlocatie varieert, terwijl bij klassieke seinen het omgekeerde geldt. Gebruik de begrippen remweg en remvermogen.

Toon modelantwoord
Bij klassieke seinen staat het waarschuwingssein op een vaste plaats, die is bepaald op basis van het remvermogen van het bij de lijn passende materieel. Treinen met een zwakker remvermogen moeten daarom langzamer rijden, zodat ze op dezelfde plaats kunnen stoppen. Bij ETCS berekent het on-board systeem per trein de remweg (de braking curve) op basis van het eigen remvermogen. De maximale snelheid is daardoor constant, en de plaats waar de remming moet beginnen wordt per trein bepaald ERA_ERTMS_040026 §4.1.

Niveau 3 · Expert Beoordelen en ontwerpen op specificatieniveau

Op expertniveau beoordeel je of een systeem voldoet aan de principes en de eisen, en ontwerp je een beoordelingsmethode. Let bij elke conclusie op de versie van de specificatie.

De stelling "ETCS vervangt altijd het signaleringssysteem"

Dat hangt af van het Level. Op Level 1 en Level 2 is ETCS een overlay op een onderliggend signaleringssysteem (interlocking, sporencircuits, seinen) SUBSET-026-2 §2.6.5.1.1 en SUBSET-026-2 §2.6.6.1.1. Treindetectie en treinintegriteit vallen op Level 1 en 2 buiten ETCS en blijven bij het onderliggende systeem SUBSET-026-2 §2.6.5.1.4 en SUBSET-026-2 §2.6.6.1.4. Op Level 2 kunnen lineside seinen worden onderdrukt SUBSET-026-2 §2.6.6.1.7; op Level 3 zijn ze niet voorzien SUBSET-026-2 §2.6.7.1.7. Op Level 0 mag een trein zonder treinbeïnvloedingssysteem rijden, en geven lijnseinen de bevoegdheid aan de bestuurder SUBSET-026-2 §2.6.3.1.2. ETCS vervangt het signaleringssysteem dus niet op elk Level: op Level 1 en 2 legt het een beveiligingslaag over het bestaande systeem.

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M1-E1EvaluerenExpert

Een projectleider stelt: "Na de invoering van Level 2 kan de bestaande interlocking worden uitgeschakeld, want ETCS neemt de treindetectie over." Beoordeel deze stelling aan de hand van de SRS.

Toon modelantwoord
De stelling is onjuist voor Level 1 en Level 2. Treindetectie en treinintegriteit vallen daar buiten ETCS en worden door het onderliggende signaleringssysteem geleverd (interlocking, sporencircuits) SUBSET-026-2 §2.6.6.1.4. Op Level 3 wordt de positie- en integriteitsbewaking uitgevoerd door de RBC in samenwerking met de trein SUBSET-026-2 §2.6.7.1.4, en de RBC verzorgt route locking en route releasing op basis van treininformatie SUBSET-026-2 §2.6.7.2.2. Maar ook dan is de integriteitsbewaking een externe functie van de trein en niet van ETCS SUBSET-026-2 §2.6.7.2.4. Een goede beoordeling noemt dus het Level waarop de stelling geldt, en maakt het onderscheid tussen treindetectie, positiebepaling en het beveiligen van routes.
M1-E2CreërenExpert

Ontwerp een beoordelingsschema (vijf controlepunten) waarmee een auditor kan nagaan of de documentatie van een on-board leverancier de verplichte eisen uit de SRS juist overneemt. Geef per controlepunt aan welke specificatie-bron je gebruikt.

Toon modelantwoord
Een voorbeeld:
  1. Verzamel alle zinnen met "shall" uit de relevante hoofdstukken en noteer de categorie uit hoofdstuk 9; notes en "may" buiten beschouwing laten SUBSET-026-9 §9.3.2.1.
  2. Koppel elke eis aan een ontwerpelement of testcase in de documentatie van de leverancier (traceability).
  3. Controleer de Modes en de overgangen tegen Chapter 4 SUBSET-026-4 en de procedures tegen Chapter 5 SUBSET-026-5.
  4. Controleer de vaste waarden tegen Appendix A.3.1, waarnaar de supervisielimieten verwijzen SUBSET-026-3 §3.13.9.2.4.
  5. Controleer of de systeemversie en de baseline in de documentatie overeenkomen met de geldende versie; bij oudere systeemversies geldt hoofdstuk 6 SUBSET-026-6 §6.4. Leg afwijkingen vast als risico.
Module 2 · Basic System Description

Systeemarchitectuur: trackside en on-board

Welke onderdelen bestaan er aan de wegkant en in de trein, en hoe praten ze met elkaar?

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de acht trackside-onderdelen en de twee on-board-onderdelen uit de referentiearchitectuur van hoofdstuk 2.
  • Begrijpen Beschrijf de rol van een balise, een LEU, de RBC en GSM-R in de communicatie tussen trein en trackside.
  • Toepassen Bepaal per Level welke trackside-onderdelen nodig zijn.
  • Analyseren Verklaar waarom een Level 1-lijn met alleen Eurobalises een andere infrastructuur vraagt dan een Level 2-lijn.
  • Evalueren Beoordeel de keuze om op een Level 2-lijn lineside seinen te onderdrukken.
  • Creëren Schets een architectuurdiagram voor een gemengde Level 1/Level 2-lijn met de interfaces.

Niveau 1 · Basis De twee subsystemen

ERTMS/ETCS bestaat uit twee subsystemen, omdat de functies deels aan de wegkant en deels aan boord van de trein moeten worden uitgevoerd SUBSET-026-2 §2.4.1.1 en SUBSET-026-2 §2.4.1.2:

  • het trackside subsystem (aan de wegkant);
  • het on-board subsystem (in de trein).

De omgeving van het systeem bestaat uit de trein (behandeld in de train interface-specificatie), de bestuurder (via de driver interface), andere on-board interfaces, en externe trackside-systemen zoals interlockings en control centres. Voor die externe systemen worden geen interoperabiliteitseisen vastgesteld SUBSET-026-2 §2.4.1.3.

Trackside: de onderdelen

Afhankelijk van het Level bestaat het trackside subsystem uit een combinatie van de volgende onderdelen SUBSET-026-2 §2.5.1.1. In versie 3.6.0 zijn dat acht onderdelen; KMC en PKI zijn nieuw ten opzichte van de vorige versie.

OnderdeelFunctie in het kortVerwijzing
Balise (Eurobalise)Zendt telegrammen naar de trein (uplink). Vast of, via een LEU, met variabele inhoud. Balises staan in groepen (balise group); samen vormen de telegrammen van de groep één bericht.SUBSET-026-2 §2.5.1.2
LEU (Lineside Electronic Unit)Genereert de telegrammen die door een balise worden gezonden.SUBSET-026-2 §2.5.1.3
GSM-RHet radionetwerk voor tweerichtingsverkeer van berichten tussen on-board en trackside.SUBSET-026-2 §2.5.1.4
RBC (Radio Block Centre)Een computergebaseerd systeem dat berichten voor de trein opstelt, vooral de Movement Authorities.SUBSET-026-2 §2.5.1.5
EuroloopOp Level 1: geeft signaleringsinformatie vooruit, via een loop in het spoor.SUBSET-026-2 §2.5.1.6
Radio in-fill unit (RIU)Op Level 1: geeft via radio signaleringsinformatie vooruit.SUBSET-026-2 §2.5.1.7
KMC (Key Management Centre)Beheert de cryptografische sleutels waarmee de Euroradio-communicatie wordt beveiligd.SUBSET-026-2 §2.5.1.8
PKI (Public Key Infrastructure)Beheert en verspreidt de digitale certificaten, zodat een beveiligde verbinding mogelijk is.SUBSET-026-2 §2.5.1.9

On-board: de onderdelen

Het on-board subsysteem bestaat uit de volgende onderdelen SUBSET-026-2 §2.5.2.1:

  • de ERTMS/ETCS on-board equipment: de computer die de beweging van de trein bewaakt, op basis van de informatie die hij met de trackside uitwisselt SUBSET-026-2 §2.5.2.2.1. Hij wisselt ook gegevens uit met de trein, de bestuurder en andere on-board interfaces SUBSET-026-2 §2.4.1.3;
  • het on-board deel van het GSM-R-radiosysteem, voor het tweerichtingsverkeer van berichten SUBSET-026-2 §2.5.2.3.1.

Een STM (Specific Transmission Module) kan de on-board equipment via een gestandaardiseerde interface koppelen aan een nationaal treinbeveiligingssysteem. Dat komt voor bij Level NTC (zie §2.6.4) SUBSET-026-2 §2.6.4.1.10.

De referentiearchitectuur

Het diagram hieronder toont de referentiearchitectuur (SUBSET-026-2 Figure 1, §2.5.3). Klik op een onderdeel voor de uitleg en de verwijzing naar de specificatie. De entiteiten binnen het kader "ERTMS/ETCS on-board equipment" staan er alleen om de scope te laten zien van de interfaces die in TSI CCS bijlage A zijn gespecificeerd SUBSET-026-2 §2.5.3.1.

⚙ Interactief Referentiearchitectuur van ERTMS/ETCS
TRACKSIDE SUBSYSTEM ON-BOARD SUBSYSTEM Balise (Eurobalise) telegrammen, uplink LEU variabele telegrammen Externe systemen: interlocking, control centre RBC Movement Authority Euroloop (L1, optioneel) Radio in-fill unit (L1, optioneel) KMC sleutelbeheer PKI certificaten GSM-R Euroradio bi-directioneel ERTMS/ETCS on-board equipment GSM-R on-board STM Driver interface Train interface
Verplicht in Level 1/2/3 (zie module 3)Optioneel of level-afhankelijk
Klik op een onderdeel in het diagram.

Let op: dit diagram is een vereenvoudigde weergave van SUBSET-026-2 Figure 1. Lijnen geven de logische communicatie aan, niet de fysieke bekabeling.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M2-B1OnthoudenBasis

Welk onderdeel hoort niet bij de trackside-onderdelen van het trackside subsystem?

Toon uitleg en verwijzing
De trackside-lijst in §2.5.1.1 bevat balise, LEU, GSM-R, RBC, Euroloop, radio in-fill unit, KMC en PKI SUBSET-026-2 §2.5.1.1. De STM is een on-board device voor de aansluiting op een nationaal systeem SUBSET-026-2 §2.6.4.1.10.
M2-B2BegrijpenBasis

Wat is de functie van het KMC (Key Management Centre)?

Toon uitleg en verwijzing
De rol van het KMC is het beheren van de cryptografische sleutels voor de beveiliging van de Euroradio-communicatie SUBSET-026-2 §2.5.1.8.1. Het uitgeven en verspreiden van certificaten is de taak van de PKI SUBSET-026-2 §2.5.1.9.1.
M2-B3BegrijpenBasis

Waarom bestaat ERTMS/ETCS uit twee subsystemen?

Toon uitleg en verwijzing
Door de verdeling van de functies over de wegkant en de trein ontstaan twee subsystemen SUBSET-026-2 §2.4.1.1 en SUBSET-026-2 §2.4.1.2.

Niveau 2 · Gevorderd Welke onderdelen heeft elk Level nodig?

De architectuur verschilt per Level. Dat is logisch: hoe meer functies in de trackside zitten, hoe meer apparatuur daar nodig is. Gebruik de tabel hieronder om per Level de benodigde onderdelen te bepalen. Alle verwijzingen gaan naar SUBSET-026-2, tenzij anders vermeld.

OnderdeelLevel 0STM (NTC)Level 1Level 2Level 3
EurobaliseJa, alleen voor level-overgangen en speciale commando's §2.6.3.2.1Ja, voor level-overgangen §2.6.4.2.1Ja, voor spotoverdracht van MA en track description §2.6.5.2.1Ja, vooral voor plaatsbepaling §2.6.6.2.1Ja, vooral voor plaatsbepaling §2.6.7.2.1
RBCNeeNeeNeeJa §2.6.6.2.1Ja §2.6.7.2.1
Euroradio (GSM-R)NeeNeeNee (wel optioneel via radio in-fill)Ja §2.6.6.2.1Ja §2.6.7.2.1
Euroloop / radio in-fillNeeNeeOptioneel (semi-continue infill) §2.6.5.2.1NeeNee
Lineside signalenJa (klassiek) §2.6.3.1.2Afhankelijk van het nationale systeemVerplicht, tenzij semi-continue infill §2.6.5.1.9Kunnen worden onderdrukt §2.6.6.1.7Niet voorzien §2.6.7.1.7
TreinintegriteitTrackside-systeem §2.6.3.1.4Extern §2.6.4.1.6Trackside-systeem §2.6.5.1.4Trackside-systeem §2.6.6.1.4Trein (integrity-systeem on-board) §2.6.7.2.3
Denk eraan Op Level 1 weet de trackside niet voor welke trein de informatie bestemd is §2.6.5.1.6. Op Level 2 en 3 kent de RBC elke trein individueel aan zijn ETCS-identiteit §2.6.6.1.6.

Het verschil tussen Level 1 en Level 2 in de praktijk

Op Level 1 zendt elke balisegroep een vaste of variabele boodschap uit. Als een sein op rood staat, kan een naderende trein die informatie pas ontvangen als hij de balisegroep bij dat sein passeert §2.6.5.1.7. Daarom is er op Level 1 een release speed nodig, en daarom moet het lineside sein zichtbaar blijven. Met semi-continuous infill (Euroloop of radio in-fill) krijgt de trein de informatie al eerder, zelfs in stilstand, en is geen release speed nodig §2.6.5.1.10–11.

Op Level 2 wordt de informatie via Euroradio continu naar de trein gestuurd. De balises zijn dan vooral nodig om de locatie te bepalen §2.6.6.1.5.

Toepassen: welke infrastructuur heb je nodig?

Een spoorwegonderneming wil een lijn van 40 km ETCS-uitrusten. Er zijn twee opties: Level 1 met Eurobalises en lineside seinen, of Level 2 met RBC en GSM-R. Welke infrastructuur hoort bij welke optie? Bij Level 1 zijn dat balisegroepen (met LEU's voor variabele informatie) en seinen. Bij Level 2 zijn dat een RBC, een GSM-R-dekking, en balisegroepen voor locatiereferentie.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M2-G1ToepassenGevorderd

Op een Level 2-lijn wordt een lineside sein gesloopt. Welke voorwaarde uit de SRS is hiervoor het belangrijkste uitgangspunt?

Toon uitleg en verwijzing
Op Level 2 kunnen lineside seinen worden onderdrukt SUBSET-026-2 §2.6.6.1.7. De MA wordt via Euroradio geleverd §2.6.6.1.2. Euroloop en radio in-fill zijn optionele Level 1-onderdelen §2.6.5.2.1.
M2-G2AnalyserenGevorderd

Waarom is op Level 1 zonder semi-continue infill een release speed nodig, maar op Level 2 niet?

Toon uitleg en verwijzing
Op Level 1 ontvangt de trein de informatie alleen bij de balisegroep. Als een sein na de balisegroep op "rijden" springt, kan de trein dat niet weten. Daarom moet de trein met een release speed het sein naderen SUBSET-026-2 §2.6.5.1.7. Met semi-continue infill is dat niet nodig §2.6.5.1.11.
M2-G3AnalyserenGevorderd

Een Level 2-lijn verliest de GSM-R-dekking over een traject van 3 km. Analyseer welke onderdelen van de architectuur hierbij betrokken zijn en welke functies verloren gaan.

Toon modelantwoord
Betrokken onderdelen: de Euroradio-verbinding (GSM-R) tussen de on-board equipment en de RBC, de RBC zelf en de balisegroepen voor plaatsbepaling. Verloren gaan: de continue communicatie, het ontvangen van nieuwe MA's en de track description. Na het verlies van de veilige verbinding blijft de sessie nog een gedefinieerde tijd als "established" gelden SUBSET-026-3 §3.5.4.1; daarna herhaalt de on-board de pogingen §3.5.4.2 en §3.5.4.3. In een aangekondigde radio hole stopt de on-board de pogingen en probeert hij pas opnieuw bij het einde van die hole §3.5.4.4. Een goede analyse onderscheidt het verlies van de sessie van het verlies van de MA: de geldigheid van de laatst ontvangen MA volgt de regels van module 4.

Niveau 3 · Expert Architectuurkeuzes beoordelen en ontwerpen

Op expertniveau vergelijk je ontwerpopties en weeg je de risico's en de afhankelijkheden af. De SRS geeft het kader; de keuze voor een concrete oplossing is aan de spoorwegonderneming en de infrastructuurbeheerder.

Het ontbreken van lineside seinen op Level 2

De SRS staat toe dat op Level 2 lineside seinen worden onderdrukt SUBSET-026-2 §2.6.6.1.7. Dat verandert de rol van de bestuurder: die volgt de DMI en niet de seinen. Dat vraagt om een betrouwbare DMI, duidelijke procedures bij storingen (zoals de Override- en Trip-procedures) en een goede radiodekking, omdat de trein anders geen MA kan ontvangen. Overweeg daarom bij elk ontwerp: wat gebeurt er als de radioverbinding wegvalt?

Mixed levels

Een lijn mag meerdere levels tegelijk ondersteunen. Bijvoorbeeld Level 2 voor treinen zonder integrity device en Level 3 voor treinen mét integrity device, op dezelfde baan SUBSET-026-2 §2.6.2.4. Ook een station dat wordt gedeeld door treinen van Level 1- en Level 2-lijnen, of parallelle exploitatie van een nationaal systeem met ERTMS/ETCS, is mogelijk §2.6.2.4. Dat vraagt om een prioriteitentabel bij de level-overgang (zie module 3 en SUBSET-026-5 §5.10.2).

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M2-E1EvaluerenExpert

Een beheerder wil op een Level 2-traject alle balisegroepen vervangen door een systeem zonder LEU, omdat de balises alleen vaste informatie hoeven uit te zenden. Beoordeel dit voorstel op basis van SUBSET-026-2 en SUBSET-026-3.

Toon modelantwoord
Op Level 2 zijn de Eurobalises vooral bedoeld voor plaatsbepaling SUBSET-026-2 §2.6.6.2.1. Vaste balises kunnen daarvoor voldoende zijn, omdat de MA via Euroradio komt §2.6.6.1.2. Let wel op de eisen aan de balisegroepen: een gelinkte balisegroep heeft de linking-informatie vooraf SUBSET-026-3 §3.4.4.1.2, en een ongelinkte balisegroep bestaat uit minimaal twee balises §3.4.4.3.2. Bij elke level-overgang moet op de grens een balisegroep met een directe level-overgangsopdracht liggen SUBSET-026-5 §5.10.1.4. Conclusie: het voorstel kan voldoen, mits de linking- en overgangseisen zijn gecontroleerd en de variabele informatie van de LEU elders niet nodig is.
M2-E2CreërenExpert

Ontwerp een architectuur voor een gemengde lijn: 20 km Level 1 met lineside seinen, aansluitend op 30 km Level 2 met RBC. Benoem per deel de trackside-onderdelen, de on-board-vereisten en de interface op de grens.

Toon modelantwoord
  • Level 1-deel: Eurobalisegroepen met LEU's voor variabele informatie, lineside seinen (verplicht zolang geen semi-continue infill) §2.6.5.1.9, optioneel Euroloop of radio in-fill voor semi-continue infill §2.6.5.2.1. On-board: Eurobalise-transmissie, en Euroloop- of radio-infill-transmissie als die is vereist §2.6.5.2.3.
  • Level 2-deel: RBC, Euroradio (GSM-R), Eurobalises voor plaatsbepaling §2.6.6.2.1. On-board: Eurobalise- en Euroradio-transmissie §2.6.6.2.3.
  • Grens: een balisegroep op de grens met een level-overgangsopdracht SUBSET-026-5 §5.10.1.4, en een oproep aan de trein om verbinding te maken met de RBC via een balisegroep vóór de grens §5.10.3.1.1. De oude area moet informatie hebben over het eerste deel van de nieuwe area voordat de trein de grens passeert §5.10.3.1.2.
  • Interfaces: de koppeling met de interlocking valt buiten de interoperabiliteitseisen van de SRS en moet in de projectspecificatie worden vastgelegd SUBSET-026-2 §2.4.1.3. De overdracht van de besturing tussen RBC's is een SRS-functie; zie module 9 en §2.6.7.2.2.
Een goed antwoord beschrijft de grens als functionele interface en noemt welke gegevens over de grens moeten gaan.
Module 3 · Application Levels

Levels: Level 0, STM, 1, 2 en 3

Een Level beschrijft hoe trein en trackside met elkaar samenwerken: welke apparatuur er aan de wegkant staat, hoe de informatie de trein bereikt, en welke functies waar worden uitgevoerd.

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de vijf Levels (0, STM, 1, 2, 3) en het DMI-symbool van het STM/NTC-level.
  • Begrijpen Leg uit wat een level-aankondiging, een level-overgangsbalisegroep en de prioriteitentabel betekenen.
  • Toepassen Kies in een mixed-level-situatie het juiste Level met behulp van een prioriteitentabel.
  • Analyseren Analyseer welke acties een trein volgt als de MA bij een grens ontbreekt, en welke volgorde van acties daarvoor nodig is.
  • Evalueren Beoordeel een ontwerp voor Level 3 zonder lineside seinen op basis van de verantwoordelijkheden.
  • Creëren Stel een overgangsplan op voor een station met een Level 1- en een Level 2-spoor.

Niveau 1 · Basis De vijf Levels

Een trein die is uitgerust met ERTMS/ETCS werkt altijd in één Level SUBSET-026-2 §2.6.2.1. Level-definities hangen af van de gebruikte trackside-apparatuur, de manier waarop informatie de on-board bereikt, en de verdeling van functies tussen trackside en on-board SUBSET-026-2 §2.6.1.1. De SRS noemt de volgende mogelijkheden SUBSET-026-2 §2.6.2.3:

LevelKorte omschrijvingInformatie naar de trein viaLineside seinen
Level 0Ongeëquipeerde lijn of lijn in commissioning. ETCS levert alleen maximum-snelheidstoezicht.Alleen Eurobalises voor level-overgangen en speciale commando'sJa (klassiek)
Level STM (DMI: NTC)Nationaal treinbeveiligingssysteem, aangesloten via een STM.Het nationale systeem; Eurobalises voor overgangenAfhankelijk van het nationale systeem
Level 1Spot-transmissie via Eurobalises, optioneel met Euroloop of radio in-fill.Eurobalises (en optioneel Euroloop/radio in-fill)Ja, tenzij semi-continue infill
Level 2Radio-gebaseerd met RBC. Treinintegriteit wordt door de trackside bewaakt.Euroradio (GSM-R), balises voor plaatsbepalingKunnen worden onderdrukt
Level 3Radio-gebaseerd; treinlocatie en -integriteit worden door RBC en trein samen bepaald.Euroradio (GSM-R), balises voor plaatsbepalingNiet voorzien

Level 0: alleen maximumsnelheid

Level 0 is er voor treinen die op lijnen rijden zonder ETCS of nationaal systeem, of op lijnen in commissioning SUBSET-026-2 §2.6.3.1.1. De lijnseinen geven de bevoegdheid om te rijden §2.6.3.1.2. De on-board supervisie beperkt zich tot de maximale snelheid van het materieel en de maximumsnelheid in een unfitted gebied §2.6.3.1.3.

Level STM: het nationale systeem blijft het baas

Bij Level STM gebruikt ETCS de transmissie van het nationale systeem SUBSET-026-2 §2.6.4.1.2. Die koppeling loopt via een STM (Specific Transmission Module) met een gestandaardiseerde interface §2.6.4.1.10. Treindetectie en -integriteit worden door apparatuur buiten ETCS bewaakt §2.6.4.1.6. Elke combinatie van nationale trackside-systemen geldt als één STM-level §2.6.4.1.9. De DMI toont dit level met het symbool LE_02 (NTC/STM) uit de DMI-symboolbibliotheek ERA_ERTMS_015560 · DMI Table 59.

Level 1: spotbalises en seinen

Bij Level 1 worden de Movement Authorities via Eurobalises naar de trein gezonden SUBSET-026-2 §2.6.5.1.2. De trackside weet niet welke trein de informatie ontvangt §2.6.5.1.6. De trein voert continu snelheidstoezicht uit en beschermt daarmee tegen het overschrijden van de MA §2.6.5.1.3. De treindetectie gebeurt door het onderliggende signaleringssysteem §2.6.5.1.4.

Level 2: radio en RBC

Bij Level 2 zendt de RBC de MA via Euroradio naar de trein SUBSET-026-2 §2.6.6.1.2. De trein leest de balises en stuurt zijn positie ten opzichte van de gelezen balisen terug naar de RBC §2.6.6.2.4. De treindetectie blijft een zaak van het onderliggende signaleringssysteem §2.6.6.1.4.

Level 3: integriteit en positie via de trein

Level 3 lijkt op Level 2, maar de positie en de integriteit van de trein worden bepaald door de RBC in samenwerking met de trein. De trein stuurt positierapporten en integriteitsinformatie naar de RBC SUBSET-026-2 §2.6.7.1.4. Lineside seinen zijn bij Level 3 niet voorzien §2.6.7.1.7.

▶ Video-scène Een trein rijdt door de Levels
Level 0 STM (NTC) Level 1 Level 2 Level 3 RBC TREIN DMI-level aankondiging Afstand → Level: 0 Alleen Eurobalises voor level-overgangen; geen trackside ETCS-functies.
Start: de trein rijdt op een ongeëquipeerde lijn (Level 0).

Script voor opname: "Op de lijn zonder ETCS rijdt de trein volgens de seinen (Level 0). Bij de aankondiging verschijnt het DMI-symbool van het volgende Level. Bij de grens schakelt het systeem om. Zo gaat het door naar Level 1, Level 2 en Level 3." Bron: SUBSET-026-2 §2.6.3 t/m §2.6.7.

Niveau 2 · Gevorderd Overgangen, compatibiliteit en mixed levels

Geen downward compatibility meer als SRS-regel

In de vorige versie van de SRS (v2.3.0) stond dat Level 1, 2 en 3 downward compatible zijn. In versie 3.6.0 is die passage vervallen: §2.6.2.5 en §2.6.2.6 zijn Intentionally deleted SUBSET-026-2 §2.6.2.5. Compatibiliteit wordt in 3.6.0 behandeld als een kwestie van systeemversies: binnen systeemversie X = 1 of X = 2 mag een trackside alleen een systeemversie Y van 0 of 1 gebruiken SUBSET-026-6 §6.4.2.1 en §6.4.2.2. Zie module 11.

Mixed levels en de prioriteitentabel

Elke combinatie van Level 0, STM, 1, 2 en 3 op een gebied is mogelijk SUBSET-026-5 §5.10.2.1. De aankondiging en de overgangsopdracht aan de grens bevatten een prioriteitentabel met alle ondersteunde levels, van hoog naar laag §5.10.2.3. De trein kiest het hoogste level uit die tabel dat hij ondersteunt §5.10.2.4.

Voorbeeld uit de SRS SUBSET-026-5 §5.10.2.4.2: de tabel van de trackside geeft 2, NTC X, 1, NTC Y.

Beschikbaar voor de treinGekozen levelReden
Level 1, Level 0 en NTC XNTC XNTC X staat hoger in de tabel dan Level 1
Level 1, Level 0 en NTC YLevel 1Level 1 staat hoger in de tabel dan NTC Y
Level 2, Level 1 en Level 0Level 2Hoogste niveau in de tabel dat beschikbaar is

Als geen van de aangekondigde levels beschikbaar is, moet de on-board toch de overgang maken naar het aangekondigde level met de laagste prioriteit §5.10.2.7. De on-board geeft de trackside-level dan aan de bestuurder, zodat hij de juiste procedures voor storingen kan kiezen §5.10.2.7.1.

Aankondiging, overgang en de grensbalisegroep

Elke overgang naar Level 2, 3 of NTC moet via een balisegroep of via de RBC worden aangekondigd SUBSET-026-5 §5.10.1.1. De aankondiging is een opdracht om op een verder punt over te schakelen §5.10.1.2. Direct aan de grens staat een balisegroep met de opdracht om onmiddellijk over te schakelen §5.10.1.4. Ontvangt de trein die balisegroep niet, dan wordt de overgang toch uitgevoerd op het moment dat de geschatte voorkant van de trein de in de aankondiging genoemde plaats passeert §5.10.1.5.

  • Er is op elk moment maar één overgangsopdracht actief; een nieuwe vervangt de vorige §5.10.1.6.
  • Na de aankondiging worden MA- en track-description-data uit het nieuwe medium geaccepteerd, maar pas gebruikt als de overgang is uitgevoerd §5.10.1.7.
  • Na de overgang worden data uit het verlaten medium verworpen §5.10.1.8.
  • Als de trein de aangekondigde RBC-area niet binnengaat, ook niet als hij keert, volgt een opdracht om de sessie te beëindigen, vanaf een balisegroep of de RBC §5.10.3.1.6.

Wanneer moet de bestuurder bevestigen?

Voor sommige overgangen moet de bestuurder de overgang bevestigen SUBSET-026-5 §5.10.4.1. Bevestigt hij niet binnen de driver acknowledgement time (zie Appendix A.3.1), dan wordt een service brake command gestart §5.10.4.2. Die wordt losgelaten zodra de bestuurder bevestigt §5.10.4.3. In NL-mode is geen bevestiging nodig §5.10.4.1.1. De tabel hieronder vat de regels samen (§5.10.4.4). Lees de rij als het vorige level (waar de trein vandaan komt) en de kolom als het doel-level (waar de trein naartoe gaat). "Ja" betekent dat de bestuurder moet bevestigen.

Van ↓ / Naar →L0L1L2L3STM (NTC)
Van Level 0–NeeNeeNeeJa
Van Level 1Ja–NeeNeeJa
Van Level 2JaNee–NeeJa
Van Level 3JaNeeNee–Ja
Van STM (NTC)JaJaJaJaJa

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M3-B1OnthoudenBasis

Hoeveel Levels onderscheidt SUBSET-026 v3.6.0 in hoofdstuk 2, en welke zijn dat?

Toon uitleg en verwijzing
De SRS kent Level 0, STM, Level 1, Level 2 en Level 3 SUBSET-026-2 §2.6.2.3.
M3-B2BegrijpenBasis

Welke supervisie biedt ETCS op Level 0?

Toon uitleg en verwijzing
Op Level 0 levert de on-board alleen supervisie van de maximumsnelheid van het materieel, en de maximumsnelheid in unfitted gebieden SUBSET-026-2 §2.6.3.1.3 en §2.6.3.2.4. Een RBC of Euroradio is op Level 0 niet aanwezig §2.6.3.2.1.
M3-B3BegrijpenBasis

Een trein komt bij een grens en de balisegroep met de overgangsopdracht wordt niet ontvangen. Wat gebeurt er?

Toon uitleg en verwijzing
Als de grensbalisegroep niet wordt ontvangen, wordt de overgang toch uitgevoerd zodra de geschatte voorkant van de trein de plaats uit de aankondiging passeert SUBSET-026-5 §5.10.1.5.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M3-G1ToepassenGevorderd

De prioriteitentabel in een aankondiging is: 2, 1, STM, 0. Een trein is uitgerust voor Level 1 en STM. Welk level kiest de trein?

Toon uitleg en verwijzing
De trein kiest het hoogste level uit de tabel dat hij ondersteunt SUBSET-026-5 §5.10.2.4. Level 2 wordt niet ondersteund. Level 1 staat boven STM in de tabel, dus Level 1 is de keuze §5.10.2.3.
M3-G2AnalyserenGevorderd

Een trein met Level 2 passeert een grens naar Level 1 zonder dat de Level 1-MA is ontvangen. Wat is de SRS-regel?

Toon uitleg en verwijzing
Als er geen Level 1-MA is ontvangen, blijft de trein gesuperviseerd volgens de eerder ontvangen Level 2/3-MA SUBSET-026-5 §5.10.3.3.2. Bij de overgang van Level 0 naar Level 2/3 moet de MA juist vóór de overgang zijn ontvangen §5.10.3.2.3.
M3-G3AnalyserenGevorderd

Analyseer het verschil tussen de overgang Level 0 → Level 2 en Level 2 → Level 1 in termen van de MA. Waarom zijn de regels verschillend?

Toon modelantwoord
Bij Level 0 → Level 2 moet de trein al vóór de overgang een Level 2/3-MA en track description van de RBC hebben ontvangen SUBSET-026-5 §5.10.3.2.3. Ook mag de bestuurder de Level 2/3-zone niet sneller binnenrijden dan de snelheidsbeperkingen toestaan §5.10.3.2.4. Bij Level 2 → Level 1 moet de oude area informatie geven over het eerste deel van de nieuwe area (MA of track description). Ontbreekt de Level 1-MA, dan blijft de Level 2/3-MA gelden §5.10.3.3.1–5.10.3.3.2. Het verschil komt voort uit het risico: op Level 0 is er alleen maximumsnelheid-supervisie SUBSET-026-2 §2.6.3.2.4, op Level 2 en 3 wordt de trein op de MA gesuperviseerd. Na de grens moet de trein dus zonder onderbreking een geldige MA hebben.

Niveau 3 · Expert Overgangen beoordelen en ontwerpen

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M3-E1EvaluerenExpert

Een beheerder stelt voor om een Level 3-lijn zonder lineside seinen te gebruiken, zodat de bestuurder alleen de DMI volgt. Beoordeel dit voorstel op basis van de verantwoordelijkheden van trein en trackside.

Toon modelantwoord
Het voorstel is conform de SRS: Level 3 voorziet geen lineside seinen SUBSET-026-2 §2.6.7.1.7. Op Level 3 bepalen RBC en trein samen de positie en integriteit §2.6.7.1.4; de integriteitsbewaking op de trein is een externe functie §2.6.7.2.4. Een beoordeling onderzoekt daarom de volgende risico's: (1) de integriteitsbewaking op de trein en de melding ervan aan de RBC; (2) de positierapporten van de trein aan de RBC; (3) het gedrag bij radioverlies, met de regels voor de sessie SUBSET-026-3 §3.5.4.1–3.5.4.4 en de procedures Override en Trip (modules 7 en 8); en (4) de route-vrijgave door de RBC op basis van treininformatie SUBSET-026-2 §2.6.7.2.2. Een goede beoordeling concludeert dat het voorstel conform de SRS kan zijn, mits de risico's zijn beheerst.
M3-E2CreërenExpert

Ontwerp een overgangsplan voor een station met een Level 1-spoor (spoor 1) en een Level 2-spoor (spoor 2) op dezelfde trackside. Geef de prioriteitentabel en de grensbalisegroepen die je plaatst, en leg uit waarom.

Toon modelantwoord
  • Prioriteitentabel in de aankondiging op de toevoer: 2, 1, 0 (of 2, 1, NTC X, 0 als er een NTC-spoor is). Zo kiest een Level 2-trein Level 2, en een Level 1-trein Level 1 SUBSET-026-5 §5.10.2.3–5.10.2.4.
  • Aankondiging via een balisegroep of via de RBC §5.10.1.1. Voor het Level 2-spoor: een balisegroep met een opdracht om verbinding te maken met de RBC §5.10.3.1.1.
  • Grensbalisegroep met de opdracht om onmiddellijk over te schakelen §5.10.1.4.
  • Voorwaarden: de Level 2-MA en track description voor het eerste deel van het Level 2-spoor moeten vóór de grens beschikbaar zijn §5.10.3.1.2; treindata wordt naar de RBC gestuurd §5.10.3.1.3.
  • Terugvalregel: een trein die het Level 2-spoor niet ingaat, krijgt een opdracht om de sessie te beëindigen, vanaf de balis of de RBC §5.10.3.1.6.
Een goede oplossing benoemt ook de keuze tussen een directe en een voorwaardelijke overgangsopdracht aan de grens §5.10.2.2.
Module 4 · Principles (deel A)

Positie, radio en Movement Authority

Hoe weet de trein waar hij is, hoe praat hij met de RBC, en wat is de Movement Authority waarbinnen hij mag rijden?

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de begrippen EOA, LOA, Danger Point, Overlap, Release Speed, LRBG en MRSP.
  • Begrijpen Leg uit waarom de trein drie voorkanten van zijn treinkop onderscheidt (estimated, max safe, min safe front end).
  • Toepassen Bepaal de MRSP uit een set snelheidsbeperkingen en de bijbehorende categorieën.
  • Analyseren Analyseer het effect van een verlopen End Section time-out op de EOA.
  • Evalueren Beoordeel waarom op Level 3 geen time-outs worden gebruikt.
  • Creëren Ontwerp een Movement Authority met secties en time-outs voor een Level 2-traject.

Niveau 1 · Basis Waar is de trein, en wat mag hij?

Positie: de LRBG als referentie

De trein bepaalt zijn positie ten opzichte van een balise group: de Last Relevant Balise Group (LRBG). De positie-informatie bevat de geschatte afstand tot de voorkant van de trein, het confidence interval en de richting SUBSET-026-3 §3.6.1.3. Balisegroepen die als "unlinked" zijn gemarkeerd, worden nooit als LRBG gebruikt §3.6.1.4. Alle locatie- en profieldata van de RBC verwijzen naar de LRBG in hetzelfde bericht §3.6.2.2.1.

Drie voorkanten van de trein

De SRS onderscheidt drie posities van de voorkant van de trein SUBSET-026-3 §3.6.4.4:

  • Estimated front end: de beste schatting van de positie.
  • Max safe front end: de voorste grens van de onzekerheid, verder vooruit dan de schatting. Die gebruik je voor veiligheidsbeslissingen waarbij de trein te ver vooruit kan zijn.
  • Min safe front end: de achterste grens van de onzekerheid, verder achteruit dan de schatting. Die gebruik je wanneer je zeker wilt weten dat de trein een punt gepasseerd is.

De onzekerheid heet het train position confidence interval. Het houdt rekening met de onder- en overlezing van de odometer (de nauwkeurigheid van de odometer én de fout bij het detecteren van de balisegroep) en met de locatienauwkeurigheid van de LRBG §3.6.4.2.

Het positierapport naar de RBC

De trein stuurt positierapporten naar de RBC. Een positierapport bevat minimaal de afstand van de LRBG tot de estimated front end, de afstanden van de estimated front end naar de min en de max safe front end, de identiteit van de LRBG en de richting SUBSET-026-3 §3.6.5.1.2. De trein stuurt een positierapport op verzoek van de RBC, en uit eigen beweging bij onder meer stilstand (indien van toepassing), een moduswijziging, een bevestiging of een verlies van de treinintegriteit §3.6.5.1.4.

De Movement Authority (MA)

De Movement Authority bepaalt hoe ver de trein mag rijden. De belangrijkste kenmerken SUBSET-026-3 §3.8.1.1:

BegripBetekenis
EOA (End of Authority)De locatie tot waar de trein mag rijden, als de doelsnelheid daar nul is.
LOA (Limit of Authority)Een EOA met een doelsnelheid hoger dan nul. Die doelsnelheid kan in de tijd beperkt zijn.
Danger PointEen locatie na de EOA die de voorkant zonder gevaar kan bereiken, bijvoorbeeld het begin van een bezet blok.
OverlapExtra afstand na het Danger Point, die alleen gedurende een gedefinieerde tijd geldig is.
Release speedEen snelheidsgrens waaronder de trein mag rijden in de omgeving van de EOA.
Supervised Location (SvL)Het einde van de overlap, anders het Danger Point, anders de EOA §3.8.4.5.1. Daar bewaakt de on-board het stoppen.

Een MA kan in secties zijn verdeeld. De laatste sectie heet de End Section SUBSET-026-3 §3.8.4.1.

Snelheidsbeperkingen: de MRSP

De SRS kent elf categorieën van snelheidsbeperkingen SUBSET-026-3 §3.11.2.2, waaronder de Static Speed Profile (SSP), de Axle load Speed Profile (ASP), de Temporary Speed Restriction (TSR), de maximale treinsnelheid, de signalering-gerelateerde beperking (alleen Level 1), de mode-gerelateerde beperking, de beperking bij een overweg (LX), de beperking door de Override-functie en de beperking voor een gegeven permitted braking distance (PBD). De categorieën zijn onafhankelijk van elkaar §3.11.2.3. De Most Restrictive Speed Profile (MRSP) is de meest beperkende combinatie van alle snelheidsbeperkingen die de trein moet volgen SUBSET-026-3 §3.13.7.1 en §3.13.7.2.

⚙ Interactief De MRSP is het minimum van alle beperkingen
04080 120160200 afstand langs de lijn → snelheid (km/h)
MRSP = minimum van de actieve curves (rood)
Vink categorieën aan of uit. De MRSP (rood) is altijd het minimum van de aangevinkte curves.

Illustratief model, geen werkelijk traject. De categorieën: SUBSET-026-3 §3.11.2.2; de MRSP-definitie: §3.13.7.

De radioverbinding: sessies

Op de radio communiceert de trein via een beveiligde verbinding (een communication session) met de RBC. Een sessie wordt alleen door de on-board geopend SUBSET-026-3 §3.5.3.1, en alleen door de on-board beëindigd §3.5.5.1. Bij verlies van de veilige verbinding blijft de on-board pogingen doen, tot de verbinding is hersteld, de sessie als beëindigd geldt, of de trein de locatie passeert die de RIU in een opdracht heeft aangegeven §3.5.4.3.

Onthoud Positie is altijd relatief aan de LRBG. Drie voorkanten: estimated, max safe, min safe. De MA eindigt bij de EOA, en de veiligheid rond stoppen wordt bewaakt op de SvL. De MRSP is de meest beperkende combinatie van alle snelheidsbeperkingen.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M4-B1OnthoudenBasis

Wat is de EOA (End of Authority)?

Toon uitleg en verwijzing
De EOA is de locatie tot waar de trein is toegestaan te bewegen, bij een doelsnelheid van nul SUBSET-026-3 §3.8.1.1.
M4-B2BegrijpenBasis

Waarom wordt de positie van de trein altijd ten opzichte van een balisegroep gemeten?

Toon uitleg en verwijzing
De positie is relatief aan de LRBG SUBSET-026-3 §3.6.1.3. De onzekerheid hangt af van de afgelegde afstand en van de nauwkeurigheid van de LRBG §3.6.4.2.
M4-B3BegrijpenBasis

Welke voorkant van de trein gebruik je om te bepalen of een punt is gepasseerd, zodat je zeker weet dat de trein er voorbij is?

Toon uitleg en verwijzing
De min safe front end ligt achter de schatting. Een punt is pas zeker gepasseerd als ook die achterste grens er voorbij is SUBSET-026-3 §3.6.4.4.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis (vervolg)

De MRSP-vraag hieronder hoort bij het interactieve model hierboven.

M4-B4BegrijpenBasis

Een trein heeft een SSP van 120 km/h, een TSR van 60 km/h en een ASP van 100 km/h. Wat is de MRSP?

Toon uitleg en verwijzing
De MRSP is het meest beperkende deel van alle snelheidsbeperkingen SUBSET-026-3 §3.13.7.2. De TSR van 60 km/h is de meest restrictieve waarde.

Niveau 2 · Gevorderd Onzekerheid, time-outs en noodstops

Positie-onzekerheid: een voorbeeld

Stel dat de trein 2.000 m heeft afgelegd sinds de laatste LRBG, dat de odometer een fout van 2 % over de afgelegde afstand geeft, en dat de locatienauwkeurigheid van de LRBG 12 m is. Die laatste waarde is een gegeven van deze oefening; de SRS-waarde staat in Appendix A.3.1, dat niet bij de bijlagen zit. Dan is de onzekerheid ongeveer 2 % × 2.000 m = 40 m plus 12 m, dus ongeveer 52 m SUBSET-026-3 §3.6.4.2. De max safe front end ligt dan ongeveer 52 m voor de estimated front end, en de min safe front end ongeveer 52 m erachter §3.6.4.4. Daarom moet een trein die een EOA nadert rekening houden met die onzekerheid; de remcurves staan in module 5.

Time-outs in de MA

Een MA kan time-outs bevatten, om in te spelen op de situatie in de interlocking. De timers aan boord weerspiegelen dan de situatie trackside, en de acties bij een verlopen timer zijn beperkend SUBSET-026-3 §3.8.1.5. Bij een verlopen End Section time-out wordt de EOA (of LOA) teruggetrokken naar de huidige positie van de trein, en een doelsnelheid hoger dan nul bij de EOA wordt op nul gezet §3.8.4.1.2. De End Section timer start wanneer de max safe front end de door de trackside gegeven startlocatie passeert §3.8.4.1.1. Op Level 2 starten de section timers bij de tijdstempel van het MA-bericht; op Level 1 bij het passeren van de eerste balis van de balisegroep die de MA geeft §3.8.4.2.1.

De Supervised Location

De SvL wordt bepaald door de eerste van de volgende locaties: het einde van de overlap (indien aanwezig en nog niet verlopen), het Danger Point (indien aanwezig), en anders de EOA SUBSET-026-3 §3.8.4.5.1. Zolang een LOA wordt bewaakt, wordt geen SvL bepaald §3.8.4.5.2.

Noodstops: conditional en unconditional

Een trein kan met een conditional of een unconditional emergency stop worden stilgezet SUBSET-026-3 §3.10.2.1. Een conditional emergency stop bevat een nieuwe stoplocatie ten opzichte van de LRBG. Als de min safe front end die locatie al is gepasseerd, wordt het bericht afgewezen en wordt de RBC geïnformeerd. Als dat nog niet het geval is, wordt het bericht geaccepteerd, maar wordt de locatie alleen gebruikt om een nieuwe EOA en SvL te bepalen als ze niet voorbij de huidige EOA/LOA ligt §3.10.2.2. Een unconditional emergency stop leidt tot een onmiddellijke train trip §3.10.2.3. Een nieuwe MA die na een geaccepteerde noodstop en vóór de intrekking ervan wordt ontvangen, wordt geweigerd §3.10.2.4.

Temporary Speed Restrictions

Een TSR heeft een identiteit, zodat hij later met die identiteit kan worden ingetrokken SUBSET-026-3 §3.11.5.5. Een intrekking wordt direct uitgevoerd bij ontvangst van de trackside, zonder te wachten op de treinlengte §3.11.5.5. Of een TSR intrekbaar is, moet herkenbaar zijn §3.11.5.6.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M4-G1ToepassenGevorderd

De trein heeft 2.500 m afgelegd sinds de LRBG. De odometer-fout is 2 % over de afgelegde afstand en de locatienauwkeurigheid van de LRBG is in deze opgave 12 m. Bereken de totale onzekerheid in meter, met het model uit de uitleg hierboven.

Toon uitwerking
2 % × 2.500 m = 50 m; plus 12 m = 62 m. De onder-lezing en de locatienauwkeurigheid van de LRBG bepalen samen de afstand van de max en min safe front end tot de schatting SUBSET-026-3 §3.6.4.2 en §3.6.4.4.
M4-G2AnalyserenGevorderd

Op Level 2 loopt de End Section time-out af, terwijl de trein nog 300 m voor de EOA staat. Welk effect heeft dat op de EOA?

Toon uitleg en verwijzing
Bij een verlopen End Section time-out wordt de EOA (of LOA) teruggetrokken naar de huidige positie, en een niet-nul doelsnelheid bij de EOA wordt op nul gezet SUBSET-026-3 §3.8.4.1.2. De trein wordt daarna gesuperviseerd op de ingekorte MA; de remcurves staan in module 5.
M4-G3AnalyserenGevorderd

Vergelijk een conditional en een unconditional emergency stop. Wanneer wordt een conditional emergency stop afgewezen?

Toon modelantwoord
Een conditional emergency stop bevat een nieuwe stoplocatie ten opzichte van de LRBG. Hij wordt afgewezen als de min safe front end die locatie al is gepasseerd; de RBC wordt dan geïnformeerd SUBSET-026-3 §3.10.2.2. Als de min safe front end nog niet voorbij is, wordt het bericht geaccepteerd, maar de locatie wordt alleen gebruikt om EOA en SvL te bepalen als die niet voorbij de huidige EOA/LOA ligt. Een unconditional emergency stop leidt meteen tot een train trip, ongeacht de positie §3.10.2.3.

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M4-E1EvaluerenExpert

Op Level 3 worden geen time-outs in de MA gebruikt. Beoordeel die keuze, met name in relatie tot de positierapporten en de route-vrijgave door de interlocking.

Toon modelantwoord
De SRS schrijft voor dat op Level 3 geen time-outs worden gebruikt SUBSET-026-3 §3.8.3.5. De toelichting geeft de reden: time-outs van routes en van de overlap kunnen niet op basis van positierapporten worden bepaald, omdat die rapporten vertraagd kunnen zijn ten opzichte van de werkelijke positie van de trein §3.8.3.5.1. De route-vrijgave en de intrekking van routes blijven daarom een verantwoordelijkheid van de interlocking en de RBC, die de verdeling van die verantwoordelijkheid moeten uitwerken. Een beoordeling: de keuze voorkomt een verkeerde vrijgave op basis van een vertraagd rapport, maar verschuift de verantwoordelijkheid naar de RBC en de interlocking-interface. De ontwerper moet aantonen dat die vertraging veilig is afgedekt.
M4-E2CreërenExpert

Ontwerp een MA voor een Level 2-traject van 3 km met drie secties (1 km per sectie), een Danger Point en een overlap. Geef per sectie de time-outs die je zou kiezen, en leg uit welke timers op de on-board lopen.

Toon modelantwoord
  • Sectie 1 en 2: section time-outs, zodat de vrijgave van routedelen die niet worden betreden, na de tijd automatisch gebeurt; de on-board start die timers bij de tijdstempel van het MA-bericht SUBSET-026-3 §3.8.1.5 en §3.8.4.2.1.
  • Sectie 3 (End Section): een End Section time-out met een startlocatie; de timer start wanneer de max safe front end die locatie passeert §3.8.4.1.1. Bij verlopen tijd wordt de EOA teruggetrokken naar de huidige positie §3.8.4.1.2.
  • Danger Point en overlap: de overlap is alleen gedurende een gedefinieerde tijd geldig SUBSET-026-3 §3.8.1.1. De SvL is het einde van de overlap, anders het Danger Point, anders de EOA §3.8.4.5.1.
  • Controle: op Level 3 mogen geen time-outs worden gebruikt §3.8.3.5; op Level 2 wel.
Module 4B · Principles (deel B)

Remcommando's, bescherming tegen ongewenste beweging, profielen en balisegroepen

Deze module vult Module 4 aan met de onderwerpen die vaak over het hoofd worden gezien: wanneer wordt een remcommando losgelaten, hoe beschermt het systeem een stilstaande trein, welke profielen bestaan er, en wanneer wordt een balisegroep als inconsistent beschouwd.

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de vijf situaties uit §3.14.1 die tot een remcommando leiden, en de bescherming RAP, RMP en standstill supervision.
  • Begrijpen Leg uit onder welke voorwaarden een remcommando wordt losgelaten, en waarom dat per oorzaak verschilt.
  • Toepassen Bepaal bij een balisegroep met een gemiste balis de juiste reactie.
  • Analyseren Analyseer het verschil tussen een gelinkte en een ongelinkte balisegroep bij een inconsistentie.
  • Evalueren Beoordeel een ontwerp waarin een tekstmelding een andere tekstmelding verdringt, op basis van de classificatie van de melding.
  • Creëren Ontwerp een testset voor de balisegroep-consistentie op een Level 1-traject met linking-informatie.

Niveau 1 · Basis Remcommando's, beveiligingen en profielen

Remcommando's en wanneer ze worden losgelaten

Als het service-remcommando niet wordt uitgevoerd, volgt een noodremcommando SUBSET-026-3 §3.14.1.2. De vrijgave hangt af van de oorzaak §3.14.1.3 t/m 3.14.1.7:

Oorzaak van het remcommandoVrijgaveBron
Trip-conditieBij stilstand én na bevestiging van de trip door de bestuurder§3.14.1.3
Roll Away Protection, Reverse Movement Protection of standstill supervisionBij stilstand én na bevestiging door de bestuurder§3.14.1.5
Linking-fout, balisegroep-inconsistentie of RAMS-foutBij stilstand§3.14.1.6
Verlies van de veilige radioverbinding (T_NVCONTACT)Bij stilstand, of als er een nieuw consistent bericht van de RBC is ontvangen§3.14.1.7
Snelheids- en afstandssupervisieWordt afgehandeld volgens §3.13.10 (zie module 5)§3.14.1.4

De bestuurder krijgt een melding wanneer de remmen kunnen worden losgelaten, en wanneer een bevestiging wordt gevraagd §3.14.1.8.

Bescherming tegen ongewenste beweging

  • Roll Away Protection (RAP): voorkomt een beweging die in strijd is met de stand van de richtingsregelaar SUBSET-026-3 §3.14.2.2. In de neutrale stand voorkomt de RAP zowel voorwaartse als achterwaartse beweging §3.14.2.3. Bij een beweging die de nationale waarde voor het wegrollen overschrijdt, worden de remmen gecommandeerd §3.14.2.4.
  • Reverse Movement Protection (RMP): voorkomt een beweging in de tegengestelde richting van de toegestane richting van de geldige MA SUBSET-026-3 §3.14.3.1.
  • Standstill supervision: na detectie van een beweging in stilstand wordt na een nationale afstand een remcommando gegeven SUBSET-026-3 §3.14.4.2. Na intrekking van het remcommando wordt de supervisie opnieuw geïnitialiseerd §3.14.4.4.

Track conditions

Een track condition geeft de bestuurder en/of de trein informatie over een toestand vóór de trein. Het is profiel-data (met begin en eind, bv. een non-stopping area) of locatiedata (één startlocatie, bv. een wisseling van het traction system) SUBSET-026-3 §3.12.1.2. De typen staan in §3.12.1.3, bv. een spanningsloze sectie met de pantograaf omlaag. Na ontvangst geeft de on-board een melding op de DMI §3.12.1.5. Zonder track-condition-informatie geldt de initiële toestand §3.12.1.6.

Mode profile en route suitability

Met een Mode Profile kan de trackside de mode On Sight, Limited Supervision of Shunting aanvragen SUBSET-026-3 §3.12.4.1. Voor OS en LS definieert het profiel de ingang en de lengte van het gebied §3.12.4.2. Het begin van het profiel hoort bij de max safe front end, het einde bij de min safe front end §3.12.4.5 en §3.12.4.6.

Route suitability-data (laadprofiel, stroomvoorziening, axle load) wordt bij ontvangst vergeleken met de Train Data aan boord SUBSET-026-3 §3.12.2.3. Passeert de trein de eerste locatie waar hij niet past, dan wordt hij getript §3.12.2.8.

Tekstmeldingen

Een tekstmelding bevat onder meer de klasse (auxiliary of important information), de tekst of het vaste nummer, en de voorwaarden voor begin en einde van de weergave SUBSET-026-3 §3.12.3.1.9. Vaste teksten moeten aan boord zijn opgeslagen in alle talen die de bestuurder kan kiezen §3.12.3.3.1. Begin- en eindvoorwaarden kunnen per gebeurtenis worden ingesteld §3.12.3.4.1.

Volledigheid van de gegevens (Level 1)

De trackside geeft de on-board de gezette route en de track description voor die route SUBSET-026-3 §3.7.1.1. Een MA wordt niet geaccepteerd als SSP en gradient niet de volledige lengte van de MA dekken §3.7.2.3. Een nieuwe track description vervangt de opgeslagen informatie vanaf de startlocatie §3.7.3.1. In sommige situaties, bv. bij een ingekorte MA, moeten track description en linking worden gewist of wordt de initiële toestand hersteld §3.7.3.3; de details staan in Appendix A.3.4.

Op Level 1 kan informatie vooraf (in-fill) komen via balisegroepen, een Euroloop of een radio in-fill unit SUBSET-026-3 §3.9.1.1. Heeft de on-board het gevraagde medium niet, dan wordt de aankondiging genegeerd en rijdt de trein door op de eerder ontvangen informatie §3.9.1.3. Bij een Euroloop wordt nieuwe in-fill-informatie genegeerd zodra de volgende hoofdseinbalisgroep is gelezen of gemist §3.9.2.11. Een order om een sessie met een radio in-fill unit te openen wordt genegeerd als de on-board geen radio heeft §3.9.3.3.

Track Ahead Free (Level 2/3)

Bij een verzoek om Track Ahead Free kan de bestuurder bevestigen dat het spoor tussen de kop van de trein en het volgende sein vrij is. Dat kan alleen zolang het verzoek op het scherm staat SUBSET-026-3 §3.15.5.3.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M4B-B1OnthoudenBasis

Wat is de afkorting van de bescherming die voorkomt dat de trein beweegt in een richting die in strijd is met de stand van de richtingsregelaar?

Toon uitleg en verwijzing
De Roll Away Protection (RAP) voorkomt een beweging in strijd met de richtingsregelaar SUBSET-026-3 §3.14.2.2. RMP is de bescherming voor de tegengestelde richting van de geldige MA §3.14.3.1.
M4B-B2BegrijpenBasis

Wanneer wordt een remcommando dat door een trip-conditie is gegeven, losgelaten?

Toon uitleg en verwijzing
Bij een trip-conditie wordt het remcommando pas losgelaten bij stilstand en na bevestiging van de trip door de bestuurder SUBSET-026-3 §3.14.1.3.
M4B-B3BegrijpenBasis

Welke twee klassen van tekstmelding noemt de SRS?

Toon uitleg en verwijzing
De klasse van een tekstmelding is "auxiliary" of "important information" SUBSET-026-3 §3.12.3.1.9. Plain text en fixed message zijn de twee vormen van de tekst zelf, niet de klassen.
M4B-B4BegrijpenBasis

Wanneer wordt een order om een sessie met een radio in-fill unit te openen genegeerd?

Toon uitleg en verwijzing
De order om een communicatiesessie te openen wordt genegeerd als de on-board geen radio heeft SUBSET-026-3 §3.9.3.3.
M4B-B5OnthoudenBasis

Wat moet er minimaal bij een MA aanwezig zijn, zodat de on-board de MA mag accepteren?

Toon uitleg en verwijzing
De MA wordt niet geaccepteerd als SSP en gradient, die al aan boord zijn of samen met de MA worden gegeven, niet de volledige lengte van de MA dekken SUBSET-026-3 §3.7.2.3.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M4B-G1ToepassenGevorderd

Een remcommando is gegeven omdat een linking-fout is vastgesteld. Wanneer wordt het remcommando losgelaten?

Toon uitleg en verwijzing
Bij een linking-fout, balisegroep-inconsistentie of RAMS-fout wordt het remcommando losgelaten bij stilstand SUBSET-026-3 §3.14.1.6. Een nieuw bericht van de RBC is alleen de vrijgave bij een verlies van de radioverbinding §3.14.1.7.
M4B-G2AnalyserenGevorderd

Een trein staat stil. Het systeem detecteert een beweging die de nationale afstand van de standstill supervision overschrijdt. Wat volgt?

Toon uitleg en verwijzing
Bij een detectie wordt na een nationale afstand een remcommando gegeven SUBSET-026-3 §3.14.4.2. Vrijgave bij stilstand en na bevestiging §3.14.1.5.
M4B-G3ToepassenGevorderd

Een trein met een onverenigbaar laadprofiel nadert een route suitability-locatie. De trein passeert de eerste locatie waar hij niet past. Wat moet de on-board doen?

Toon uitleg en verwijzing
Passeert de trein de eerste locatie met onverenigbaarheid, dan moet hij worden getript SUBSET-026-3 §3.12.2.8. Een stop achter het punt is dus niet de SRS-reactie.

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M4B-E1EvaluerenExpert

Een ontwerp laat een tekstmelding van de klasse "auxiliary" een tekstmelding van de klasse "important" verdringen op het scherm. Beoordeel dit ontwerp aan de hand van de SRS.

Toon modelantwoord
De SRS vereist dat elke tekstmelding een klasse heeft, "auxiliary" of "important information" SUBSET-026-3 §3.12.3.1.9, en dat de begin- en eindvoorwaarden zijn vastgelegd §3.12.3.4.1. In versie 3.6.0 staan geen regels meer over het verbergen of verdringen van meldingen; die clausules (§3.12.3.1.5 t/m 3.12.3.1.8) zijn vervallen. Dat betekent dat een verdringingsregel niet vanzelf uit de SRS volgt. Een beoordeling vraagt om een expliciete keuze in de projectspecificatie: mag een "important" melding nooit worden verdrongen, en hoe blijft de bestuurder op de hoogte van de verdrongen meldingen? Het ontwerp is conform de SRS als die keuze is vastgelegd en getest.
M4B-E2CreërenExpert

Ontwerp een testset (minstens vier testgevallen) voor de balisegroep-consistentie op een Level 1-traject met linking-informatie. Geef per testgeval de situatie, de verwachte reactie en de bron.

Toon modelantwoord
  1. Een balis in een gelinkte groep wordt gemist: de on-board verwerpt het bericht van die groep en reageert volgens de linking-reactie SUBSET-026-3 §3.16.2.4.1. Een balis geldt als gemist als er geen balis is binnen de maximale afstand tot de vorige balis, of als een volgende balis in de groep is gepasseerd §3.16.2.2.2.
  2. Een gelinkte groep zonder beschikbare linking-informatie: de on-board verwerpt het bericht en commandeert de service brake §3.16.2.4.4.
  3. De on-board kan niet vaststellen of een groep gelinkt of ongelinkt is, omdat geen enkele balis correct is gelezen: de groep wordt als ongelinkt behandeld §3.16.2.2.1.
  4. Een ongelinkte groep die bij het bereiken van het Level 1-traject niet in de linking-informatie staat: de groep wordt niet als inconsistentie beschouwd; de test controleert dat er geen onterechte reactie komt §3.16.2.2.1.
Bij een remcommando als gevolg van een balisegroep-inconsistentie wordt het pas losgelaten bij stilstand SUBSET-026-3 §3.14.1.6.
Module 5 · Speed and distance monitoring

Supervision, supervision limits en braking curves

Hoe bewaakt ETCS de snelheid van de trein, welke grenzen zijn er, en hoe ontstaan de braking curves? Dit is de kern van de opleiding.

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de supervision limits I, P, W, SBI en EBI in de juiste volgorde en benoem de DMI-statussen (NoS, IndS, OvS, WaS, IntS).
  • Begrijpen Leg uit waarom de Indication limit vóór de Permitted speed ligt, en wat het "parachute"-principe inhoudt.
  • Toepassen Bereken de DV_EBI-marge in een ceiling speed-sectie met de gegeven parameters, en de remafstand van een trein met de vaste tijden.
  • Analyseren Analyseer welke grens als eerste wordt overschreden bij een te hoge snelheid en welke geluiden en statussen daarbij horen.
  • Evalueren Beoordeel de keuze voor een betrouwbaarheidsniveau en de configuratie van de SBI-grens.
  • Creëren Stel een supervisiespecificatie op voor een Level 1-traject met een tijdelijke snelheidsbeperking.

Niveau 1 · Basis De grenzen, en wat ze betekenen

ETCS kan niet zelf remmen; de trein doet dat. Het systeem bewaakt wel continu of de trein binnen de snelheids- en afstandsgrenzen blijft. Als de trein die grenzen overschrijdt, waarschuwt het systeem de bestuurder, en grijpt het uiteindelijk zelf in met de remmen ERA_ERTMS_040026 §2.1. De speed and distance monitoring bestaat uit drie vormen van bewaking SUBSET-026-3 §3.13.10.1.1:

  1. Ceiling speed monitoring: bewaking van de constante snelheden op basis van de MRSP §3.13.10.3;
  2. Target speed monitoring: remmen naar een lagere doelsnelheid, of naar een EOA of LOA §3.13.10.4;
  3. Release speed monitoring: bewaking van de release speed nabij een EOA §3.13.10.5.

De supervision limits

In de SRS worden vijf supervision limits gedefinieerd: EBI, SBI, W, P en I SUBSET-026-3 §3.13.9.1.1. De EBI-grens moet ervoor zorgen dat de trein binnen de grenzen blijft die de trackside oplegt; de andere grenzen helpen de bestuurder om een noodrem te voorkomen §3.13.9.1.2 en §3.13.9.1.3.

GrensNaamWat gebeurt er bij het overschrijden?Verwijzing
IIndicationDe bestuurder krijgt een aanwijzing, tijdig genoeg om te beginnen met remmen voordat de P begint te dalen.SUBSET-026-3 §3.13.9.3.6
PPermitted speedDe snelheid die de bestuurder moet volgen. Bij overschrijding is er een overspeed.SUBSET-026-3 §3.13.9.3.5
WWarningWaarschuwing die de bestuurder in staat stelt een brake intervention te voorkomen.SUBSET-026-3 §3.13.9.3.4
SBIService Brake InterventionHet systeem commandeert de service brake. Of dat gebeurt, is een configuratie-keuze van de on-board §3.13.2.2.7.1; de service brake is dan de eerste lijn van ingrijpen.SUBSET-026-3 §3.13.9.3.3
EBIEmergency Brake InterventionHet systeem commandeert de noodrem. Dat gebeurt ook in plaats van de service brake als die niet beschikbaar is §3.13.10.2.3 en §3.13.10.2.4.SUBSET-026-3 §3.13.9.3.2

In de volgorde die de trein tegenkomt bij het naderen van een doel: I → P → W → SBI → EBI. Dat is de volgorde van toenemende ernst. Hoe dichter de trein bij de EBI-grens komt, hoe minder tijd de bestuurder heeft. De precieze plaatsen van de grenzen volgen uit de formules in §3.13.9.3 (zie Niveau 2).

Het parachute-principe en de EBD-curve

De EBD-curve (Emergency Brake Deceleration) is een parabolische curve die begint bij de target location en wordt berekend met de remvertraging van de noodrem ERA_ERTMS_040026 §3.3.1. Uit die curve en de gemeten snelheid berekent de on-board computer de afstand die nodig is om te stoppen, vanaf het moment waarop de noodrem zou worden ingegrepen. Die afstand bepaalt de EBI-grens. Dat is de "parachute": de laatste verdedigingslinie van ETCS ERA_ERTMS_040026 §3.1.1. Bij de berekening wordt rekening gehouden met de opbouwtijd van de rem en met de meetfout van de snelheid ERA_ERTMS_040026 §3.1.1. In de SRS wordt de EBD-curve berekend voor elk target dat een MRSP-element of een LOA is SUBSET-026-3 §3.13.8.3.1; voor een EOA of SvL wordt een SBD-curve berekend §3.13.8.4.1.

De DMI-statussen

De DMI toont de statussen van de bewaking. Ze volgen de grenzen die je net hebt geleerd ERA_ERTMS_015560 · DMI §7:

StatusBetekenisGeluid
NoS Normal StatusSnelheid ≤ P (bij CSM); snelheid ≤ I (bij TSM)–
IndS Indication StatusTSM: positie voorbij I (blijft tot de snelheid onder de target speed ligt). RSM: snelheid ≤ release speed.Sinfo bij binnenkomst van het pre-indication-gebied (PIM)
OvS Over-speedSnelheid boven PS1 bij activatie in TSM (DMI §7.4.3.3)
WaS WarningSnelheid boven WS2 (speelt zolang actief)
IntS InterventionSnelheid boven SBI, of een brake command actief–

Prioriteit: IntS gaat voor WaS, die gaat voor OvS, die gaat voor NoS/IndS ERA_ERTMS_015560 · DMI §7. De SRS schrijft voor dat bij de statussen Overspeed, Warning en Intervention de DMI de bijbehorende aanduiding toont SUBSET-026-3 §3.13.10.3.2.

Eerste indruk: de video-scène

De scène hieronder laat zien wat er gebeurt als de bestuurder te snel nadert. De modelwaarden zijn illustratief. De tijdsafstanden tussen de grenzen (9 s en 4 s) zijn wel de vaste ETCS-waarden uit de braking-curves brochure ERA_ERTMS_040026 §5.2.

▶ Video-scène Een te snelle nadering: van I tot EBI
snelheid afstand tot target → target NoS · Normal Status v (constant)
Start: de trein nadert het target op een snelheid onder de grenzen.
EBD-curve (parachute)treinsnelheid

Script voor opname: "De trein nadert het target met een te hoge snelheid. Bij de I-grens verschijnt de indicatie. Zodra de snelheid de P overschrijdt, verschijnt OvS en klinkt S1. Bij W klinkt S2. Bij SBI grijpt de service brake in, en bij EBI de noodrem." Bron: SUBSET-026-3 §3.13.9 en ERA_ERTMS_015560 §7.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M5-B1OnthoudenBasis

Wat is de juiste volgorde van de supervision limits als de trein een target nadert?

Toon uitleg en verwijzing
De Indication limit komt eerst, daarna de Permitted speed; de Warning komt daarna, en daarna de SBI en de EBI SUBSET-026-3 §3.13.9.3. De exacte posities van de grenzen volgen uit de formules; de volgorde van ernst is vast.
M5-B2BegrijpenBasis

Waarom ligt de Indication limit (I) vóór de plaats waar de Permitted speed begint te dalen?

Toon uitleg en verwijzing
De I-grens geeft de bestuurder genoeg tijd om de service brake toe te passen voordat de P begint te dalen. De reactietijd tussen I en P is 9 s ERA_ERTMS_040026 §5.2; de P-grens wordt gerekend vanaf de SBI-grens en de reactietijd van de bestuurder SUBSET-026-3 §3.13.9.3.5.4.
M5-B3BegrijpenBasis

Wat wordt met het "parachute"-principe van ETCS bedoeld?

Toon uitleg en verwijzing
De EBD/EBI-grens is de "parachute" van ETCS ERA_ERTMS_040026 §3.1.1. Een legacy "Warning/Stop"-systeem wordt daarom niet strikt als parachute beschouwd §3.1.1.

Niveau 2 · Gevorderd Rekenen met de grenzen

De parameters: vaste waarden in Appendix A.3.1

De SRS verwijst voor de grenzen naar vaste waarden in Appendix A.3.1: DV_EBImin, DV_EBImax, V_EBImin, V_EBImax, C_EBI, en de overeenkomstige waarden voor SBI en W SUBSET-026-3 §3.13.9.2.4, §3.13.9.2.5 en §3.13.9.2.6. Die appendix zit niet bij de bijgevoegde hoofdstukken. De getallen hieronder zijn daarom illustratief: ze komen uit de vorige versie van de cursus (v2.3.0) en moeten worden gecontroleerd tegen Appendix A.3.1 van de geldende SRS-versie.

ParameterIllustratieve waardeBron
Reactietijd bestuurder tussen I en P9 sETCS-vaste waarde ERA_ERTMS_040026 §5.2
Reactietijd bestuurder tussen P en EBI (zonder SBI)4 sETCS-vaste waarde ERA_ERTMS_040026 §5.2
DV_EBImin5 km/hAppendix A.3.1 (niet bijgevoegd)
DV_EBImax15 km/hAppendix A.3.1 (niet bijgevoegd)
C_EBI0,1Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd)
Adhesie-factor: niet-glad / glad100 % / 70 %Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd)

De EBI-marge in een ceiling speed-sectie

In een ceiling speed-sectie, waar de snelheid constant is, wordt de EBI-grens bepaald ten opzichte van de snelheid van het MRSP-element. Voor V_MRSP boven V_EBImin geldt de formule hieronder; daaronder geldt DV_EBImin SUBSET-026-3 §3.13.9.2.3. De SBI- en W-grens volgen dezelfde formule met de eigen vaste waarden §3.13.9.2.5 en §3.13.9.2.6.

Formule DV_EBI = min( DV_EBImin + C_EBI × (V_MRSP − V_EBImin) ; DV_EBImax ) voor V_MRSP ≥ V_EBImin, anders DV_EBI = DV_EBImin SUBSET-026-3 §3.13.9.2.3. De EBI-grens ligt dan op V_MRSP + DV_EBI.

Uitwerking met de illustratieve waarden (V_EBImin = 0, zodat de formule de vorm van de vorige cursusversie aanneemt). Bij V_MRSP = 80 km/h: DV_EBI = min(5 + 0,1 × 80 ; 15) = min(13 ; 15) = 13 km/h. De EBI-grens ligt dan op 80 + 13 = 93 km/h. Bij V_MRSP = 120 km/h: DV_EBI = min(5 + 12 ; 15) = 15 km/h (begrensd op de maximumwaarde), EBI bij 135 km/h.

Remafstand en tijd: de basisformules

Voor een remvertraging a (m/s²) die constant is, geldt de remweg van snelheid v naar snelheid vt:

s = (v² − vt²) / (2·a) Met v in m/s en a in m/s². Bij een opbouwtijd tb legt de trein tijdens de opbouw ongeveer v × tb af (vereenvoudigd). Snelheid van km/h naar m/s: delen door 3,6.

De EBI-grens wordt in de braking-curves brochure berekend met de remweg bij de hoogste denkbare snelheid (de meetfout meegenomen) plus de afstand tijdens de opbouw ERA_ERTMS_040026 §3.1.1. Daarna volgen de P-grens (4 s later) en de I-grens (9 s vóór P), afhankelijk van de snelheid van de trein ERA_ERTMS_040026 §5.2. In de SRS wordt de remcurve gebaseerd op de safe deceleration en de safe brake build-up time SUBSET-026-3 §3.13.6.2.1 en §3.13.6.2.2.

Werkvoorbeeld: een HST op 120 km/h

Gegeven (de modelwaarden zijn illustratief): v = 120 km/h = 33,3 m/s; snelheidsmeetfout 2,58 % (gebruikt voor de voorbeeldtrein in de braking curves brochure); noodrem-vertraging 0,7 m/s²; opbouwtijd 2,5 s.

  1. Hoogste denkbare snelheid: 33,3 × 1,0258 ≈ 34,2 m/s.
  2. Remweg vanaf 34,2 m/s tot stilstand: 34,2² / (2 × 0,7) ≈ 835 m.
  3. Afstand tijdens opbouw: 33,3 × 2,5 ≈ 83 m.
  4. EBI-grens: ≈ 835 + 83 = 918 m voor het target.
  5. P-grens: 4 s × 33,3 m/s ≈ 133 m verder: ≈ 1 051 m.
  6. I-grens: 9 s × 33,3 m/s = 300 m verder: ≈ 1 351 m.

Dit is een vereenvoudigd rekenmodel om de principes te illustreren. De werkelijke berekening staat in de leverancier-implementatie en is afhankelijk van de Train Data en de National Values SUBSET-026-3 §3.13.2.2.

⚙ Interactief Braking curve-rekenmodel (illustratief)
EBD-curve (noodrem)treinsnelheid (gemeten × (1+ε))grenzen op de afstandsas

Model: EBD(x) = √(vt² + 2·a·x). De grenzen I, P en EBI zijn afstanden tot het target: EBI = remweg + v·tb; P = EBI + 4 s·v; I = P + 9 s·v (ERA_ERTMS_040026 §5.2). W en SBI zijn illustratief tussen P en EBI.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M5-G1ToepassenGevorderd

Een trein rijdt in een ceiling speed-sectie met V_MRSP = 80 km/h. Gebruik de illustratieve parameters (DV_EBImin = 5 km/h, DV_EBImax = 15 km/h, C_EBI = 0,1, V_EBImin = 0). Bereken DV_EBI in km/h.

Toon uitwerking
DV = min(5 + 0,1 × 80 ; 15) = min(13 ; 15) = 13 km/h SUBSET-026-3 §3.13.9.2.3. De waarden zijn illustratief; controleer ze tegen Appendix A.3.1.
M5-G2ToepassenGevorderd

In een ceiling speed-sectie met V_MRSP = 120 km/h, met de illustratieve parameters uit de vorige opgave: bij welke snelheid wordt de EBI-grens bereikt?

Toon uitwerking
DV = min(5 + 0,1 × 120 ; 15) = min(17 ; 15) = 15 km/h. EBI = 120 + 15 = 135 km/h SUBSET-026-3 §3.13.9.2.3.
M5-G3AnalyserenGevorderd

Gebruik het werkvoorbeeld: v = 120 km/h, aEB = 0,7 m/s², opbouwtijd 2,5 s, meetfout 2,58 %. Op welke afstand (m) vóór het target ligt de EBI-grens? Rond af op een geheel getal.

Toon uitwerking
v × 1,0258 = 34,19 m/s; 34,19² / 1,4 = 834,9 m; + 33,33 × 2,5 = 83,3 m; totaal ≈ 918 m. Zie het werkvoorbeeld. Dit is een illustratief model ERA_ERTMS_040026 §3.1.1.
M5-G4AnalyserenGevorderd

De trein is in een TSM-sectie. De snelheid overschrijdt de Warning limit (W), maar is nog niet boven de Permitted speed (P). Welke status en welk geluid horen daarbij?

Toon uitleg en verwijzing
Een W-overschrijding activeert WaS en speelt S2, zolang de snelheid boven W blijft ERA_ERTMS_015560 §7.4.4. Overschrijding van P geeft OvS met S1; dat is hier niet het geval. De W-grens en de P-grens zijn gescheiden SUBSET-026-3 §3.13.9.3.5.3.
M5-G5ToepassenGevorderd

Een trein met de braking-curve-parameters uit het voorbeeld van de brochure (9 s en 4 s) rijdt op 160 km/h. Hoeveel meter ligt de I-grens vóór de P-grens bij die snelheid?

Toon uitwerking
160 km/h = 44,4 m/s. Het I→P-interval is 9 s: 9 × 44,4 = 400 m ERA_ERTMS_040026 §5.2. Let op: 9 s is de tijd tussen I en P, niet tussen P en EBI.

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M5-E1EvaluerenExpert

Stelling: "Elke ETCS-trein moet een SBI-grens hebben, omdat de service brake de eerste lijn van ingrijpen is." Wat is het oordeel?

Toon uitleg en verwijzing
De SRS laat de on-board configureren of de service brake command is ingericht SUBSET-026-3 §3.13.2.2.7.1. Zonder die interface gaat de EBI-grens direct de noodrem in plaats van de service brake §3.13.10.2.3. De SBI-grens zelf staat wel in de SRS §3.13.9.3.3, dus antwoord D is onjuist.
M5-E2EvaluerenExpert

De brochure gebruikt voor een hogesnelheidstrein een betrouwbaarheidsniveau van 99,9999999 % (10-9) voor de noodrem op droge rails, en voor een conventionele trein 99,999999 % (10-8). Beoordeel welke invloed de keuze heeft op de EBD-curve en op de verdeling van verantwoordelijkheid tussen spoorwegonderneming en infrastructuurbeheerder.

Toon modelantwoord
Een hoger betrouwbaarheidsniveau betekent een grotere zekerheid dat de noodrem ten minste de gegarandeerde vertraging haalt. Dat betekent een lagere gegarandeerde vertraging (via de correctiefactor Kdry_rst), dus een flauwere EBD-curve en een eerder ingrijpen van de EBI ERA_ERTMS_040026 §3.3.2. In de SRS is het betrouwbaarheidsniveau (EBCL) een invoer voor de rolling stock correction factors SUBSET-026-3 §3.13.2.2.9.1.3 en §3.13.2.2.9.1.5. De correctiefactoren zijn op basis van het rollend materieel vastgesteld en vallen onder de verantwoordelijkheid van de spoorwegonderneming; de infrastructuurbeheerder bepaalt de nationale waarden. Een goede beoordeling wijst op de consequentie voor de capaciteit: een flauwere curve betekent een grotere afstand en een grotere headway.
M5-E3CreërenExpert

Stel een supervisie-eis op voor een Level 1-traject met lijnsnelheid 160 km/h en een TSR van 60 km/h over 300 m. Geef de grenzen die je wilt bewaken (I, P, W, SBI, EBI), de bron van de parameters, en welke onderdelen van de specificatie je daarbij nodig hebt.

Toon modelantwoord
  • Grenzen: I, P, W en EBI in target speed monitoring; SBI als de service brake command is ingericht SUBSET-026-3 §3.13.9.1.1 en §3.13.2.2.7.1.
  • Doel: de target location is het begin van de TSR, met een target speed van 60 km/h. Voor een target dat een MRSP-element is, wordt een EBD-curve berekend SUBSET-026-3 §3.13.8.3.1.
  • EBI en SBI: afgeleid van de EBD- en SBD-curves §3.13.9.3.1.2 en §3.13.9.3.1.3; voor de EBI-grens geldt de compensatie voor de meetfout §3.13.9.3.2.1.
  • Parameters: reactietijden (9 s, 4 s) en de meetfout uit de brochure of uit Appendix A.3.1; de remcurves uit de Train Data (Gamma of Lambda) ERA_ERTMS_040026 §3.2, §3.3.3 en SUBSET-026-3 §3.13.2.2.
  • Tijdelijke beperking: de TSR is intrekbaar met identiteit SUBSET-026-3 §3.11.5.5.
  • Specificaties nodig: SUBSET-026-3 hfst. 3.11 en 3.13; SUBSET-026-4 hfst. 4.4.9 t/m 4.4.11 (modes); de DMI-specificatie hfst. 7 (statussen en geluiden).
Module 6 · Modes and Transitions

Modes: welke functie is actief, en wie is verantwoordelijk?

Een Mode bepaalt wat het on-board systeem doet, welke supervisie actief is, en wie op dat moment verantwoordelijk is. Deze module behandelt de Modes, hun DMI-symbolen en de belangrijkste overgangen.

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de 17 Modes met hun afkorting, en de DMI-symbolen van de belangrijkste Modes.
  • Begrijpen Leg uit welke Modes de bestuurder niet zelf kan kiezen (FS, LS, OS en SB) en welke het systeem automatisch inschakelt.
  • Toepassen Bepaal bij een gegeven situatie de nieuwe Mode, met de belangrijkste overgangen.
  • Analyseren Analyseer waarom een Override de trip onderdrukt zolang de override actief is, en welke Mode daarna geldt.
  • Evalueren Beoordeel de stelling dat een "stop if in SR"-balis altijd een trip veroorzaakt.
  • Creëren Ontwerp een testset voor de overgang van FS naar SR via Override bij radioverlies.

Niveau 1 · Basis De Modes en hun symbolen

De SRS noemt 17 Modes SUBSET-026-4 §4.3.2.1. Ze staan in de tabel hieronder, met de afkorting die je op de DMI en in de specificatie tegenkomt. De mode SE uit eerdere versies is vervallen §4.4.16. Staat de cabine open, dan krijgt de bestuurder een duidelijke aanduiding van de ETCS-mode §4.4.2.1.

ModeAfk.KortBron
Full SupervisionFSVolledige supervisie zodra alle Train Data en track data aanwezig zijn. Niet door de bestuurder te kiezen.§4.4.9.1.1–4.4.9.1.2
Limited SupervisionLSAchtergrondsupervisie in gebieden waar trackside-informatie beschikbaar is. Automatisch bij opdracht van de trackside; niet door de bestuurder te kiezen.§4.4.19.1.1–4.4.19.1.2
On SightOSRijden op zicht in een baan die bezet of geobstrueerd kan zijn. Alleen op opdracht van de trackside; niet door de bestuurder te kiezen.§4.4.12.1.1–4.4.12.1.2
Staff ResponsibleSRRijden onder de verantwoordelijkheid van de bestuurder, als het systeem de route niet kent: na het opstarten, bij een sein op gevaar of bij het overrijden van een EOA.§4.4.11.1.1–4.4.11.1.2
ShuntingSHRangeren met een maximumsnelheid. Een balisegroep die niet in de lijst met verwachte balisegroepen staat, leidt tot een trip.§4.4.8.1.1
UnfittedUNRijden in een gebied zonder ETCS-trackside en zonder nationaal systeem, of waar de supervisie nu niet mogelijk is. Ceiling speed.§4.4.10.1.1–4.4.10.1.2
Passive ShuntingPSSlave-motor die mechanisch is gekoppeld aan de leidende motor, onderdeel van een rangeerformatie.§4.4.20.1.1
SleepingSLSlave-motor die op afstand wordt bestuurd. De cabines zijn gesloten; er is geen bewegingssupervisie, wel plaatsbepaling.§4.4.6.1.1–4.4.6.1.4
Stand BySBStandaard-mode, niet door de bestuurder te kiezen. Het systeem ontwaakt in SB en verzamelt de missiegegevens.§4.4.7.1.1–4.4.7.1.3
TripTRDe noodrem wordt gecommandeerd en kan in deze mode niet worden losgelaten. De trein is getript.§4.4.13.1.2
Post TripPTDirect na de bevestiging van de trip: de noodrem wordt losgelaten. De trein mag beperkt achteruit rijden.§4.4.14.1.1–4.4.14.1.3
System FailureSFStoring die de veiligheid raakt. De noodrem wordt permanent gecommandeerd. Geldt op alle levels.§4.4.5.1.1–4.4.5.2.1
IsolationISDe on-board is fysiek losgekoppeld van de remmen. De bestuurder krijgt een duidelijke aanduiding; verlaten via een speciale procedure.§4.4.3.1.1–4.4.3.1.3
No PowerNPDe on-board is niet gevoed. De noodrem wordt permanent gecommandeerd.§4.4.4.1.1–4.4.4.1.2
Non LeadingNLSlave-motor met een eigen bestuurder, niet elektrisch gekoppeld aan de leidende motor.§4.4.15.1.1
National SystemSNMode voor het nationale treinbeveiligingssysteem (niveau NTC).§4.4.17
ReversingRVAchteruit rijden vanuit dezelfde cabine; de oriëntatie van de trein blijft gelijk. Alleen in gebieden die de trackside zo heeft aangegeven.§4.4.18.1.1

Wie kiest de Mode?

  • De bestuurder kiest onder meer SH, als de voorwaarden van conditie [5] zijn vervuld (stilstand, level 0, NTC of 1), en Override, conditie [37] SUBSET-026-4 §4.6.3.
  • De trackside vraagt OS via een Mode Profile SUBSET-026-3 §3.12.4.1 en LS via een opdracht SUBSET-026-4 §4.4.19.1.2. Voor Shunting geeft de RBC toestemming (conditie [6]).
  • Het systeem schakelt FS in zodra alle benodigde data aanwezig zijn §4.4.9.1.1, SB na het opstarten §4.4.7.1.2, en TR bij een trip-conditie §4.4.13.1.1.1. SF volgt bij een storing §4.4.5.1.1, NP bij het uitvallen van de voeding §4.4.4.1.1.
  • Niet door de bestuurder te kiezen: FS, LS, OS en SB §4.4.9.1.2, §4.4.19.1.2, §4.4.12.1.2, §4.4.7.1.1.

De DMI-symbolen van de Modes

De DMI toont elke Mode met een symbool. Acknowledgement-symbolen vragen de bestuurder om een bevestiging ERA_ERTMS_015560 · DMI Tabel 60. Klik op een symbool voor de betekenis.

⚙ Interactief DMI-modussymbolen (uit de DMI-symboolbibliotheek)
Klik op een symbool voor de betekenis.

Bron: ERA_ERTMS_015560 v3.4.0, Table 60. Afbeeldingen uit de bijgevoegde DMI-library (symbols/Mode).

De Modes in één diagram

Het diagram toont de belangrijkste overgangen. Klik op een Mode voor de verantwoordelijkheid, het Level en de bron. Niet alle overgangen zijn getekend: de volledige matrix staat in SUBSET-026-4 §4.6.2 (Transitions Table). IS, NP, SF, LS en PS staan niet in het diagram. SF geldt op alle levels §4.4.5.2.1.

⚙ Interactief Belangrijkste Mode-overgangen
NLNon Leading SBStand By SLSleeping FSFull Supervision OSOn Sight SRStaff Responsible SFSystem Failure SHShunting TRTrip PTPost Trip UNUnfitted (L0) SNNational System Start (MA FS) OS/SH-ack trip OS-ack override UN-ack / SR-ack
Klik op een Mode voor de uitleg.

Lezen: pijlen = voorbeeldovergangen uit de SRS. Gestippelde pijl = overgang onder een voorwaarde of bevestiging. De exacte voorwaarden staan in de Transitions Conditions Table SUBSET-026-4 §4.6.3.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M6-B1OnthoudenBasis

Welke afkorting hoort bij de Mode "Staff Responsible"?

Toon uitleg en verwijzing
Staff Responsible = SR SUBSET-026-4 §4.3.2.1. SB is Stand By, SH is Shunting en SL is Sleeping.
M6-B2BegrijpenBasis

Welke Mode wordt niet door de bestuurder gekozen, maar automatisch ingeschakeld zodra alle benodigde data aanwezig zijn?

Toon uitleg en verwijzing
Full Supervision cannot be selected by the driver; het systeem schakelt FS in als alle benodigde data aanwezig is SUBSET-026-4 §4.4.9.1.1–4.4.9.1.2. Shunting kan de bestuurder wel kiezen (conditie [5]) §4.6.3.
M6-B3BegrijpenBasis

Waarom vraagt de DMI bij sommige overgangen om een bevestiging van de bestuurder?

Toon uitleg en verwijzing
Bij een level-overgang die een bevestiging vraagt, volgt een service brake command als de bevestiging uitblijft SUBSET-026-5 §5.10.4.1–5.10.4.2. De tijd voor die bevestiging staat in Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd).
M6-B4BegrijpenBasis

Waarom kan de noodrem in de Mode Trip niet worden losgelaten?

Toon uitleg en verwijzing
In de Mode Trip "no brake release is possible" SUBSET-026-4 §4.4.13.1.2. Na de bevestiging van de trip gaat het systeem naar Post Trip en laat daar de noodrem los §4.4.14.1.1–4.4.14.1.2.

Verder lezen

Voor het effect van een Mode-wisseling op opgeslagen gegevens: SUBSET-026-4 §4.9 en §4.10. Voor de acceptatie van ontvangen informatie per Mode: §4.8. De DMI per Mode staat in §4.7.

Niveau 2 · Gevorderd Overgangen en voorwaarden

Een overgang heeft altijd een startmode, een doelmode en een conditie. In de Transitions Conditions Table staan de voorwaarden genummerd. Conditie [5] luidt bijvoorbeeld: stilstand en level 0, NTC of 1 en de bestuurder kiest Shunting SUBSET-026-4 §4.6.3.

Vijf overgangen, uitgewerkt

OvergangConditieBron
SB → FS (start van de missie)Alle benodigde Train Data en track data zijn aanwezig; het systeem schakelt in FS.§4.4.9.1.1; §4.4.7.1.3
FS → OSDe trackside vraagt OS via een Mode Profile. De bestuurder kan OS niet zelf kiezen.SUBSET-026-3 §3.12.4.1; SUBSET-026-4 §4.4.12.1.2
FS → SR (Override)De bestuurder kiest Override terwijl de snelheid onder de grens voor Override ligt (conditie [37]). Daarna is de mode SR.§4.6.3 [37]; SUBSET-026-5 §5.8.3.1
SR → TR (stop if in SR)De trein leest "stop if in Staff Responsible", de balisegroep staat niet op de lijst met verwachte SR-balisegroepen, én de override is niet actief (conditie [54]).§4.6.3 [54]
FS → SB (End of Mission)Overgang naar Stand By vanuit FS, LS, OS, UN, NL, SR, PT, RV of SN is een End of Mission.SUBSET-026-5 §5.5.2.1.1

Waarom de volgorde van de voorwaarden telt

Sommige voorwaarden sluiten elkaar uit. Zolang de override actief is, wordt de trip-overgang onderdrukt, en krijgt de bestuurder de status "override active" te zien SUBSET-026-5 §5.8.3.6 en §5.8.3.7. Daarom bevatten de trip-overgangen in de tabel de voorwaarde "override is not active", zoals [43] en [54] SUBSET-026-4 §4.6.3. Neem de override-status daarom altijd mee in een analyse.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M6-G1ToepassenGevorderd

Een trein start op Level 2 vanuit SB. De RBC stuurt een MA, en alle benodigde Train Data en track data zijn aanwezig. Welke Mode is de start?

Toon uitleg en verwijzing
Het systeem is in Full Supervision zodra alle data die nodig is voor een volledige supervisie aan boord is SUBSET-026-4 §4.4.9.1.1. De missie begint in SB §4.4.7.1.3.
M6-G2AnalyserenGevorderd

De trein rijdt in FS op Level 2. De bestuurder kiest Override, de snelheid ligt onder de grens, en de Train Data is geldig. Welke Mode is actief na de Override?

Toon uitleg en verwijzing
Bij FS, LS, OS, SB of PT wordt de mode bij het activeren van Override direct SR SUBSET-026-5 §5.8.3.1. Bij een Override vanuit FS, LS of OS blijft de vorige EOA/LOA behouden §5.8.3.1.1; die wordt gewist bij een "stop if in SR"-balis of bij het verlaten van SR §5.8.3.1.3. Een trip is tijdens de override onderdrukt §5.8.3.6.
M6-G3ToepassenGevorderd

Na een trip staat de trein stil op Level 2. De bestuurder bevestigt de trip. Welke Mode volgt?

Toon uitleg en verwijzing
De Post Trip mode wordt direct na de bevestiging van de trip ingeschakeld SUBSET-026-4 §4.4.14.1.1.
M6-G4AnalyserenGevorderd

Waarom geldt de conditie "override is not active" bij de overgang naar TR voor de balis "stop if in SR"?

Toon uitleg en verwijzing
Conditie [54] vereist dat de override niet actief is SUBSET-026-4 §4.6.3 [54]. Zolang de override actief is, wordt de trip-overgang onderdrukt SUBSET-026-5 §5.8.3.6.
M6-G5ToepassenGevorderd

Een trein staat op Level 1 in SB, na een trip. Welke voorwaarde leidt het meest direct naar Shunting?

Toon uitleg en verwijzing
Conditie [5]: stilstand, level 0, NTC of 1, en de bestuurder kiest Shunting SUBSET-026-4 §4.6.3 [5]. Op Level 1 is geen Level 2-MA nodig.

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M6-E1EvaluerenExpert

Stelling: "Een trein in Staff Responsible-mode trript altijd bij een balis met de opdracht 'stop if in SR'." Beoordeel de stelling.

Toon modelantwoord
De stelling is te absoluut. Een "stop if in SR"-balis leidt alleen tot een trip als aan alle voorwaarden van conditie [54] is voldaan. Daarin staan twee voorwaarden: de balisegroep staat niet op de lijst met verwachte SR-balisegroepen, en de override is niet actief SUBSET-026-4 §4.6.3 [54]. Met een actieve override wordt de trip onderdrukt SUBSET-026-5 §5.8.3.6. Bovendien wordt de voormalige EOA/LOA bij zo'n balis gewist §5.8.3.1.3. Conclusie: de stelling klopt alleen als de balis niet op de lijst staat en er geen override actief is. Een goede beoordeling wijst op de noodzaak om de override-status en de lijst met SR-balisegroepen in de ontwerpeisen en tests te controleren.
M6-E2CreërenExpert

Ontwerp een testset van vijf testgevallen voor de overgang FS → SR via Override op Level 2, met radioverlies na de Override. Geef per testgeval de startsituatie, de actie, de verwachte Mode en de SRS-bron.

Toon modelantwoord
#StartsituatieActieVerwachte ModeBron
1FS, snelheid onder de grens voor Override, geldige Train DataBestuurder kiest OverrideSR; de vorige EOA/LOA blijft behouden§4.6.3 [37]; §5.8.3.1.1
2FS, snelheid boven de grens voor OverrideBestuurder kiest OverrideFS (Override niet beschikbaar)§4.6.3 [37]
3SR na Override (override nog actief), radio wegTrein passeert een "stop if in SR"-balis die niet op de lijst staatSR (trip onderdrukt)§4.6.3 [54]; §5.8.3.6
4SR na Override, override niet actief, radio wegTrein passeert de voormalige EOA/LOA met de min safe front endTR§4.6.3 [43]
5SR na Override, radio hersteldOverride eindigt (nationale tijd of afstand); de RBC stuurt een MAFS, als alle data aanwezig isSUBSET-026-5 §5.8.4.1; SUBSET-026-4 §4.4.9.1.1
Een goede set bevat ook een override-aanvraag met ongeldige positiedata SUBSET-026-5 §5.8.2.1, en een test waarin de SR-afstand wordt overschreden SUBSET-026-4 §4.6.3 [42].
Module 7 · Procedures (deel A)

Start of Mission, End of Mission en Train Trip

Een procedure beschrijft hoe de on-board reageert op informatie en gebeurtenissen, stap voor stap. Deze module behandelt de drie procedures die elke treinrit omvatten.

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de vier startsituaties van een Start of Mission en de vijf gegevens die elk de status geldig, ongeldig of onbekend kunnen hebben.
  • Begrijpen Leg uit wanneer een missie als gestart geldt, en waarom na een trip eerst Post Trip volgt.
  • Toepassen Doorloop een Start of Mission op Level 2 en bepaal de Mode na de MA.
  • Analyseren Analyseer wat er gebeurt als de RBC een trein weigert bij de Start of Mission.
  • Evalueren Beoordeel de keuze dat de bestuurder na een weigering in S10 de situatie moet ontgrendelen.
  • Creëren Ontwerp een testplan voor een Start of Mission na een koude verplaatsing van Level 0 naar Level 2.

Niveau 1 · Basis Wat is een procedure?

Een procedure definieert de gewenste reactie van de ERTMS/ETCS-onderdelen (on-board, trackside, bestuurder) op informatie of gebeurtenissen. Elke procedure heeft een tabel met eisen, elk met een ID, en een flowchart die naar diezelfde ID's verwijst SUBSET-026-5 §5.11.3.1. De Start of Mission heeft zijn tabel in §5.4.3 en zijn flowchart in §5.4.4.

Start of Mission (SoM)

De bestuurder start een missie in één van de volgende situaties SUBSET-026-5 §5.4.1.1:

  • zodra de trein wakker is;
  • zodra de rangeerbewegingen zijn afgerond;
  • zodra een missie is beëindigd;
  • zodra een slave-motor leading wordt.

Alle gevallen beginnen in Stand By §5.4.1.2. Een missie geldt als gestart zodra het systeem in FS, LS, SR, OS, NL, UN of SN komt. Een andere mode die vanuit SB wordt bereikt, telt niet als missie §5.4.6.1–5.4.6.2.

Vijf gegevens kunnen de status valid (zeker juist), invalid (mogelijk onjuist) of unknown (geen waarde) hebben: de Driver ID, het ERTMS/ETCS-level, de RBC-ID met telefoonnummer, de Train Data en de treinpositie §5.4.2.1–5.4.2.2.

De kernstappen op Level 2 (tabel §5.4.3):

  1. Driver ID invoeren of revalideren.
  2. Level kiezen. Op Level 2 of 3 volgen de RBC-gegevens (S2, S3).
  3. Sessie met de RBC openen (A31).
  4. Train Data invoeren en valideren, en naar de RBC sturen (S11). De RBC bevestigt met E14.
  5. Start kiezen (S20) en een MA-request sturen (S21).
  6. De RBC bepaalt de Mode: een SR-authorisatie (E26) leidt naar S24, een MA voor OS, LS of SH (E27) naar S25, en een MA voor FS (E29) naar Full Supervision §5.4.3 S21.

End of Mission (EoM)

End of Mission betekent dat de trackside niet meer toestemt dat een eenheid beweegt SUBSET-026-5 §5.5.1. Een EoM begint bij de overgang naar Stand By vanuit FS, LS, OS, UN, NL, SR, PT, RV of SN §5.5.2.1.1. In SN-mode kunnen andere voorwaarden voor het einde van de missie afhangen van het nationale systeem §5.5.2.1.2.

De EoM-procedure staat in §5.5.3; storingen tijdens het beëindigen worden behandeld in §5.5.4.

Train Trip

Een trip is iets anders dan een noodrem. Een overschrijding van de P-snelheid leidt tot een noodrem, maar pas tot een trip als de trein de EOA of LOA passeert SUBSET-026-4 §4.4.13.1.1.1. Op Level 2 en 3 start de trip wanneer de min safe front end de EOA heeft gepasseerd SUBSET-026-3 §3.13.10.2.6; op Level 1 volgt de trip bij de in §3.13.10.2.7 genoemde situatie.

De trip-tabel is opgebouwd rond de overgang naar TR SUBSET-026-5 §5.11.2:

  1. De on-board schakelt naar Trip (A025).
  2. De bestuurder bevestigt de trip. Daarna gaat de trein naar Post Trip op Level 1 t/m 3 SUBSET-026-4 §4.4.14.1.1.
  3. Als er openstaande noodstops zijn, wacht de on-board tot de RBC alle openstaande noodstops heeft ingetrokken (D130, S130). Zonder openstaande noodstops gaat de procedure verder naar S140 SUBSET-026-5 §5.11.2.
▶ Video-scène Start of Mission op Level 2 (vereenvoudigd)
Bestuurder On-board RBC
Start: de trein staat in Stand By en de bestuurder start de missie.

Script voor opname: "De bestuurder voert de Driver ID in. De on-board vraagt het Level, en bij Level 2 de RBC-gegevens. De sessie wordt geopend, de Train Data gaat naar de RBC. Na Start volgt een MA-request. De RBC antwoordt met een MA voor Full Supervision: de trein start in FS." Bron: SUBSET-026-5 §5.4.3.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M7-B1OnthoudenBasis

In welke Mode begint elke Start of Mission?

Toon uitleg en verwijzing
Alle startsituaties beginnen in Stand By SUBSET-026-5 §5.4.1.2.
M7-B2OnthoudenBasis

Welke gegevens worden bij een Start of Mission gecontroleerd (geldig, ongeldig of onbekend)?

Toon uitleg en verwijzing
De vijf gegevens zijn Driver ID, ERTMS/ETCS-level, RBC-ID/telefoonnummer, Train Data en de treinpositie SUBSET-026-5 §5.4.2.2.
M7-B3BegrijpenBasis

Wanneer geldt een overgang als End of Mission?

Toon uitleg en verwijzing
Het binnengaan van Stand By vanuit de genoemde modes is een End of Mission SUBSET-026-5 §5.5.2.1.1. Een stop op een station of een levelwisseling is daar op zich geen reden voor.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis (vervolg)

M7-B4BegrijpenBasis

Wat is de eerste stap van de trip-procedure?

Toon uitleg en verwijzing
De eerste actie in de trip-tabel is de overgang naar de mode TR (A025) SUBSET-026-5 §5.11.2.

Niveau 2 · Gevorderd Stappen, beslispunten en uitzonderingen

Gegevens: geldig, ongeldig of onbekend

De procedure begint met de status van elk gegeven SUBSET-026-5 §5.4.2.1. Die status bepaalt welk beslispunt in de flowchart volgt §5.4.4. Een geldige treinpositie wordt als SoM-positierapport naar de RBC gestuurd, en daarna gaat de procedure naar S10 §5.4.3 A33.

De positie bij Level 2: de RBC beslist

Is de positie ongeldig of onbekend, dan stuurt de on-board het SoM-positierapport met die status §5.4.3 A34. De RBC kan de positie als geldig bevestigen §5.4.3 A35. Accepteert de RBC de trein zonder geldige positie, dan markeert de on-board de positie als unknown en gaat de procedure naar S10 §5.4.3 A23–A24. Weigert de RBC de trein, dan wist de on-board de positie, beëindigt hij de sessie en meldt hij aan de bestuurder dat de trein is geweigerd §5.4.3 A39–A40. Daarna moet de bestuurder de situatie ontgrendelen in S10 A40.

Level-keuze na Start

Na de keuze van de bestuurder in S20 gaat de procedure, afhankelijk van het gevalideerde level, naar een van vier vervolgstappen SUBSET-026-5 §5.4.3 S20:

Gevalideerd levelVolgende stap
NTC (STM)S22
Level 0S23
Level 1S24 (bevestiging van de SR-mode)
Level 2 of 3S21 (MA-request naar de RBC)

Uitzonderingen en degraded situations

  • Het verlies van een open sessie is in de flowchart niet meegenomen. Gebeurt dat boven D11 (sessie open, Train Data verstuurd), dan geldt de nominale procedure SUBSET-026-5 §5.4.5.1.
  • Kan de radioverbinding niet worden geopend, dan wordt de bestuurder geïnformeerd §5.4.3 A32 en SUBSET-026-3 §3.5.3.7.
  • De degraded situations van de SoM staan in §5.4.5; die van de EoM in §5.5.4.

Train Trip: de volgorde

Na de bevestiging van de trip gaat het systeem op Level 1 t/m 3 naar Post Trip SUBSET-026-4 §4.4.14.1.1. Staan er noodstops open, dan wacht de on-board tot de RBC alle openstaande noodstops heeft ingetrokken SUBSET-026-5 §5.11.2 (D130, S130). Een nieuwe MA die na een geaccepteerde noodstop en vóór de intrekking binnenkomt, wordt geweigerd SUBSET-026-3 §3.10.2.4. De degraded situations van de trip staan in §5.11.4.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M7-G1ToepassenGevorderd

Een trein start op Level 1 vanuit SB. Welke Mode vraagt de on-board na de Start-keuze van de bestuurder?

Toon uitleg en verwijzing
Op Level 1 gaat de procedure na S20 naar S24 SUBSET-026-5 §5.4.3 S20. Een SR-authorisatie van de RBC leidt ook naar S24 §5.4.3 S21.
M7-G2AnalyserenGevorderd

Op Level 2 wordt de trein door de RBC geweigerd bij de Start of Mission. Wat volgt er?

Toon uitleg en verwijzing
Bij weigering wordt de positie gewist en de sessie beëindigd SUBSET-026-5 §5.4.3 A39. De bestuurder wordt geïnformeerd, en de procedure gaat naar S10 §5.4.3 A40.
M7-G3ToepassenGevorderd

Een trein op Level 2 wordt getript. Na het stilstaan bevestigt de bestuurder de trip. Welke Mode volgt, en wat moet de on-board daarna doen?

Toon uitleg en verwijzing
Na de bevestiging gaat het systeem naar Post Trip SUBSET-026-4 §4.4.14.1.1. Bij openstaande noodstops wacht het op het intrekken daarvan SUBSET-026-5 §5.11.2 (D130, S130).
M7-G4AnalyserenGevorderd

Waarom is de volgorde "trip-bevestiging, Post Trip, wachten op de RBC, daarna Start" logisch?

Toon uitleg en verwijzing
Een nieuwe MA na een geaccepteerde noodstop wordt geweigerd tot de noodstop is ingetrokken SUBSET-026-3 §3.10.2.4. De procedure wacht daarom op de intrekking SUBSET-026-5 §5.11.2 (D130, S130).

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M7-E1EvaluerenExpert

Na een weigering door de RBC moet de bestuurder de situatie in S10 ontgrendelen. Beoordeel deze keuze op veiligheid en bedieningsgemak.

Toon modelantwoord
Het ontgrendelen op een vast punt (S10) voorkomt dat de procedure ongemerkt doorgaat met verouderde gegevens: de bestuurder moet bewust een nieuw level of een nieuwe invoer kiezen SUBSET-026-5 §5.4.3 A40. Nadeel is het extra aantal handelingen. Een goede beoordeling houdt rekening met de juridische registratie: de on-board geeft informatie door aan de recorder die na gevaarlijke situaties juridisch kan worden gebruikt SUBSET-026-3 §3.20.1.2. Die registratie maakt de keuze van de bestuurder traceerbaar.
M7-E2CreërenExpert

Ontwerp een testplan voor een Start of Mission na een koude verplaatsing van Level 0 naar Level 2 (de trein komt via een Level 0-gebied een Level 2-gebied binnen). Geef minstens zes testgevallen, met de verwachte uitkomst en de bron.

Toon modelantwoord
  1. Level 2 gekozen, RBC-ID en telefoon ingevoerd, sessie opent; Train Data verstuurd en door de RBC bevestigd (E14); daarna Start, MA-request, en een MA voor FS → Full Supervision SUBSET-026-5 §5.4.3 S11, S20, S21.
  2. Positie "unknown", RBC accepteert de trein zonder geldige positie → positie "unknown", daarna S10 §5.4.3 A23–A24.
  3. Positie "invalid", RBC weigert → positie gewist, sessie beëindigd, bestuurder geïnformeerd, daarna S10 §5.4.3 A39–A40.
  4. Radioverbinding kan niet worden geopend → bestuurder wordt geïnformeerd §5.4.3 A32; SUBSET-026-3 §3.5.3.7.
  5. Overgang van Level 0 naar Level 2 zonder Level 2-MA en track description vóór de grens → de overgang voldoet niet aan de eis dat die informatie vóór de overgang is ontvangen SUBSET-026-5 §5.10.3.2.3.
  6. Train Data verandert door een andere bron dan de bestuurder (bv. de axle load) → de procedure voor het wijzigen van Train Data wordt doorlopen SUBSET-026-5 §5.17.
Een sterk antwoord voegt een test toe met een koude start zonder Train Data (de bestuurder moet die invoeren), en een test waarin de RBC de ontvangst van Train Data bevestigt §5.4.3 S11 en E14.
Module 8 · Procedures (deel B)

Rangeren, On Sight, Override EoA, richtingswissel en keren

De procedures voor bijzondere situaties: wanneer kom je in SH of OS, wat doet de Override, en hoe verloopt een wisseling van cabine of richting?

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de voorwaarden waaronder de bestuurder Override kan kiezen, en de Mode die daarna geldt.
  • Begrijpen Leg uit waarom Override de Mode van FS, LS of OS naar SR brengt, en waarom de trip dan wordt onderdrukt.
  • Toepassen Bepaal of Override in een gegeven situatie mag worden gekozen.
  • Analyseren Analyseer welke gebeurtenissen de Override beëindigen, en wat het passeren van de voormalige EOA doet.
  • Evalueren Beoordeel de termijn voor de bevestiging van een On Sight-aanwijzing en de samenhang met de service brake.
  • Creëren Ontwerp een beslisboom voor de bestuurder bij een onverwachte On Sight-aanwijzing.

Niveau 1 · Basis De bijzondere procedures

Rangeren (Shunting)

De bestuurder kiest SH als de trein stilstaat en het systeem in FS, LS, OS, SR, SN, UN of PT is, of in SB met de startvoorwaarden vervuld SUBSET-026-5 §5.6.2 (E015). Op Level 0 en 1 gaat de procedure daarna direct verder. Op Level 2 en 3 vraagt de on-board eerst de RBC om toestemming §5.6.2 (D020, A045).

Een rangeeropdracht van de trackside valt onder §5.7: op de huidige locatie (§5.7.2), voor een verder punt (§5.7.3), of vanuit SB of PT (§5.7.4). In SH bewaakt de on-board de rangeersnelheid en de lijst met verwachte balisegroepen; een balisegroep die niet op die lijst staat, leidt tot een trip SUBSET-026-4 §4.4.8.1.1.

De mode Passive Shunting (PS) is de mode van een slave-motor die mechanisch aan de leidende motor is gekoppeld, als onderdeel van een rangeerformatie SUBSET-026-4 §4.4.20.1.1.

On Sight (OS)

OS is een mode waarin de bestuurder op zicht rijdt in een baan die bezet of geobstrueerd kan zijn. De bestuurder kan OS niet zelf kiezen; de trackside geeft OS SUBSET-026-4 §4.4.12.1.1–4.4.12.1.2. Op Level 1 begint het OS-gebied bij de balisegroep met het Mode Profile; op Level 2 en 3 kan het OS-gebied al zijn binnengegaan met de max safe front end SUBSET-026-5 §5.9.2.1–5.9.2.2.

De bestuurder moet de OS-aanwijzing bevestigen. Gebeurt dat niet binnen de driver acknowledgement time (Appendix A.3.1, niet bijgevoegd), dan volgt een service brake command. Die wordt losgelaten zodra de bestuurder bevestigt SUBSET-026-5 §5.9.2.3–5.9.2.4.

Het bevestigingsvenster (rectangle of acknowledgement) staat in §5.9.3.2. Is de aanvraag eenmaal getoond, dan wordt ze niet ingetrokken als de trein het venster verlaat §5.9.3.4.

De on-board verlaat OS zodra de min safe front end het einde van het OS-gebied passeert §5.9.6.1.1. Valt dat einde samen met de EOA of LOA van de huidige MA, dan heeft de trein een nieuwe MA nodig om OS te verlaten §5.9.6.2.

Override EoA

Override is de procedure waarmee de bestuurder een EOA mag passeren in een storing, bijvoorbeeld bij een defect sein of verlies van de radio SUBSET-026-5 §5.8.1.1–5.8.1.2. De bestuurder kan Override kiezen als §5.8.2.1:

  • de snelheid gelijk is aan of lager is dan de nationale grens voor Override;
  • de mode FS, LS, OS, SR, SH, UN, PT of SN is, of SB (alleen op Level 2 en 3);
  • gevalideerde Train Data en het treinnummer beschikbaar zijn (behalve in SH).

Daarna gaat de mode naar SR. Vanuit FS, LS, OS, SB of PT gebeurt dat direct; in SH blijft de mode gelijk; in UN of SN gaat de mode pas naar SR als het level verandert naar 1, 2 of 3 §5.8.3.1. De trip is dan onderdrukt, en de bestuurder ziet de status "override active" §5.8.3.6 en §5.8.3.7.

Bij een Override vanuit FS, LS of OS blijft de voormalige EOA of LOA behouden §5.8.3.1.1. Die wordt gewist bij een balisegroep met "stop if in SR", of als de SR-mode wordt verlaten §5.8.3.1.3. De Override eindigt bij het verstrijken van de nationale tijd of afstand, bij het passeren van de voormalige EOA of LOA, of bij een balisegroep met "stop if in SR", "stop if in SH" of "proceed" §5.8.4.1.

⚙ Interactief Beslisboom: mag ik Override kiezen?

Bron: SUBSET-026-5 §5.8.2.1. De nationale grens is een National Value; in dit model is die als een schakelaar opgenomen.

Wisseling van cabine of richting

Bij een cabinewisseling op dezelfde motor sluit de bestuurder desk A. De on-board gaat dan direct naar Stand By, en dat geldt als End of Mission. Bij het openen van desk B start de procedure Start of Mission SUBSET-026-5 §5.12.2.3 en §5.12.2.4. Bij een wissel naar een andere motor geldt §5.12.3; loopt er een rangeerbeweging, dan geldt §5.12.4.

Keren (Reversing)

De mode RV laat de bestuurder achteruit rijden vanuit dezelfde cabine; de oriëntatie van de trein verandert niet. Dat kan alleen in gebieden die de trackside zo heeft aangegeven SUBSET-026-4 §4.4.18.1.1. De procedure staat in SUBSET-026-5 §5.13: de trackside kondigt het gebied aan §5.13.1.2, de bestuurder krijgt de melding dat keren mogelijk is als de trein in dat gebied stilstaat §5.13.1.3, en na bevestiging gaat de on-board naar RV §5.13.1.4. In Post Trip is het achteruit rijden beperkt tot een nationale afstand SUBSET-026-4 §4.4.14.1.3.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M8-B1OnthoudenBasis

Wat gebeurt er als de bestuurder een On Sight-aanwijzing niet binnen de driver acknowledgement time bevestigt?

Toon uitleg en verwijzing
Bij het uitblijven van de bevestiging wordt een service brake command getriggerd, en die wordt losgelaten bij de bevestiging SUBSET-026-5 §5.9.2.4. De tijd staat in Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd).
M8-B2BegrijpenBasis

Welke Mode hoort niet bij de modes waarin de bestuurder Override mag kiezen?

Toon uitleg en verwijzing
De modes waarin Override kan worden gekozen, staan in §5.8.2.1: FS, LS, OS, SR, SH, UN, PT, SN en SB (alleen op Level 2 en 3). Trip is daar niet bij SUBSET-026-5 §5.8.2.1.
M8-B3BegrijpenBasis

Wat is het gevolg van het kiezen van Override vanuit FS?

Toon uitleg en verwijzing
Vanuit FS gaat de mode direct naar SR, en de trip is onderdrukt zolang de override actief is SUBSET-026-5 §5.8.3.1 en §5.8.3.6.
M8-B4BegrijpenBasis

Wat gebeurt er bij een cabinewisseling op dezelfde motor, als de bestuurder desk A sluit?

Toon uitleg en verwijzing
Bij het sluiten van desk A gaat de on-board direct naar Stand By; dat is een End of Mission SUBSET-026-5 §5.12.2.3.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M8-G1ToepassenGevorderd

De trein rijdt in FS op Level 1 met een snelheid boven de nationale grens voor Override. De bestuurder wil Override kiezen. Wat gebeurt er?

Toon uitleg en verwijzing
Override kan alleen worden gekozen als de snelheid gelijk is aan of lager is dan de nationale grens SUBSET-026-5 §5.8.2.1.
M8-G2AnalyserenGevorderd

Na een Override is de trip onderdrukt. Welke gebeurtenis beëindigt de Override niet?

Toon uitleg en verwijzing
De einde-voorwaarden staan in §5.8.4.1: het verstrijken van de nationale tijd of afstand, het passeren van de voormalige EOA of LOA, en balisegroepen met "stop if in SR", "stop if in SH" of "proceed". Een vaste termijn van 30 seconden is geen voorwaarde; de tijd en afstand zijn National Values SUBSET-026-5 §5.8.4.1.
M8-G3ToepassenGevorderd

Bij een On Sight-gebied wordt een aanvraag om te bevestigen getoond. De bestuurder bevestigt niet, en de trein versnelt zodat hij het bevestigingsvenster verlaat. Wat gebeurt er met de aanvraag?

Toon uitleg en verwijzing
Een getoonde aanvraag om te bevestigen wordt niet ingetrokken als de trein het bevestigingsvenster verlaat SUBSET-026-5 §5.9.3.4. De bevestigingstermijn en de service brake volgen daarna §5.9.2.4.

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M8-E1EvaluerenExpert

De bestuurder heeft een beperkte tijd (de driver acknowledgement time) om een On Sight-aanwijzing te bevestigen; daarna volgt een service brake command. Beoordeel deze regel op veiligheid en menselijke factoren.

Toon modelantwoord
De regel zorgt dat een niet-reagerende bestuurder niet ongemerkt verder rijdt in een gebied waar de trackside geen zekerheid geeft over de baan. De service brake is een gecontroleerde reactie die de snelheid verlaagt SUBSET-026-5 §5.9.2.4. Aan de andere kant: de termijn moet lang genoeg zijn om de DMI te lezen en de baan te controleren; de waarde staat in Appendix A.3.1 en is een nationale of fabrieksinstelling. Een goede beoordeling wijst op het risico van een onverwachte remming bij een juiste bevestiging, en op de noodzaak van een duidelijke DMI-aanwijzing vóór de termijn verloopt. Ook wijst ze erop dat de remming pas wordt losgelaten bij de bevestiging §5.9.2.4.
M8-E2CreërenExpert

Ontwerp een beslisboom voor de bestuurder bij een onverwachte On Sight-aanwijzing (de aanwijzing komt op een plaats waar hij het niet verwachtte). Gebruik de volgende vragen: wat ziet de bestuurder, wat moet hij doen, en welke procedure volgt?

Toon modelantwoord
  1. Is de OS-aanwijzing zichtbaar en wordt de bevestigingsaanvraag getoond binnen het bevestigingsvenster? Zo nee: de bestuurder remt zodat de snelheid onder de grens komt, en de aanvraag wordt niet bevestigd SUBSET-026-5 §5.9.3.2.
  2. Is de trein al in het OS-gebied (de max safe front end is er voorbij)? Dan schakelt de on-board direct naar OS en vraagt de bestuurder te bevestigen §5.9.2.2 en §5.9.2.3.
  3. Bevestig de OS-aanwijzing en rijd op zicht; controleer de baanbezetting SUBSET-026-4 §4.4.12.
  4. Wordt niet bevestigd binnen de driver acknowledgement time, dan volgt een service brake command, die wordt losgelaten bij de bevestiging §5.9.2.4. De bestuurder moet daarom het eerste punt van het beslisboom al vooraf kennen.
  5. Bij het einde van het OS-gebied: de OS wordt verlaten zodra de min safe front end het einde passeert; ligt het einde op de EOA of LOA van de huidige MA, dan is een nieuwe MA nodig §5.9.6.1.1 en §5.9.6.2.
Module 9 · Level transitions en RBC/RBC handover

Overgangen tussen levels en tussen RBC's

Een trein verlaat zijn Level of zijn RBC-gebied zonder dat de bestuurder iets doet. Hoe gebeurt dat, en wat moet er vooraf goed geregeld zijn?

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de twee manieren waarop een overgang wordt aangekondigd, en wat de oude area vooraf moet hebben geleverd.
  • Begrijpen Leg uit wat er gebeurt als de grensbalis niet wordt gelezen, en wat de rol van de aankondiging is.
  • Toepassen Bepaal de vereisten voor een overgang van Level 0 naar Level 2 en voor een RBC/RBC-handover.
  • Analyseren Analyseer de volgorde van de sessies, de positie-rapporten en het disconnect-bericht bij een RBC/RBC-handover.
  • Evalueren Beoordeel het prestatieverlies bij een RBC/RBC-handover met één radiosessie.
  • Creëren Ontwerp een testplan voor een RBC/RBC-handover met annulering na pre-aankondiging.

Niveau 1 · Basis Hoe verloopt een overgang?

Elke overgang naar Level 2, 3 of NTC wordt aangekondigd, via een balisegroep of via de RBC SUBSET-026-5 §5.10.1.1. De aankondiging is een opdracht om op een verder punt over te schakelen §5.10.1.2. Bij de grens staat een balisegroep die de overgang direct commandeert §5.10.1.4.

Regel: vooraf geregeld De oude area moet informatie over het eerste deel van de nieuwe area geven: een MA met track description, of een LOA (een snelheid hoger dan nul) bij de grens SUBSET-026-5 §5.10.3.1.2 en §5.10.3.3.1.
  • Level 1 → Level 2/3: een balisegroep vóór de grens geeft de opdracht om verbinding te maken met de RBC. Treindata gaat naar de RBC. Na de overgang meldt de on-board het nieuwe level met een positie-rapport §5.10.3.1.1–5.10.3.1.5.
  • Level 0 → Level 2/3: de MA en track description voor het eerste deel van de Level 2/3-area moeten vóór de grens zijn ontvangen. Anders wordt de trein bij het passeren van de grens getript §5.10.3.2.3. De bestuurder rijdt de Level 2/3-area binnen met een snelheid die niet hoger is dan de snelheidsbeperkingen van de ongeëquipeerde lijn §5.10.3.2.4.
  • Level 2/3 → Level 1: als er geen Level 1-MA en track description is ontvangen, blijft de Level 2/3-MA gelden §5.10.3.3.2. Als de hele trein de grens is gepasseerd, stuurt de on-board een positie-rapport naar de RBC; daarna kan de RBC de sessie beëindigen §5.10.3.3.3–5.10.3.3.4.
  • Level 2/3 → Level 0: bij het binnengaan van UN worden alle MA- en track-description-data gewist §5.10.3.6.4.

Als de grensbalis niet wordt gelezen, wordt de overgang toch uitgevoerd zodra de geschatte voorkant van de trein de in de aankondiging genoemde plaats passeert SUBSET-026-5 §5.10.1.5.

RBC/RBC-handover

Een RBC/RBC-handover wordt net als een level-overgang aangekondigd, via een balis of via de RBC SUBSET-026-5 §5.15.1.1. Bij de grens staat een balisegroep met de opdracht om de handover onmiddellijk uit te voeren §5.15.1.3. Wordt die balis niet (tijdig) gelezen, dan wordt de handover toch uitgevoerd zodra de max safe front end van de trein de grens passeert §5.15.1.4.

De trein kan één of twee radiosessies tegelijk aan. Dat bepaalt het verloop: de normale procedure (twee sessies) staat in SUBSET-026-5 §5.15.2, de degraded situatie met één sessie in §5.15.3.

▶ Video-scène RBC/RBC-handover met twee sessies
Gebied RBC A (handing over) Gebied RBC B (accepting) RBC A RBC B grens (border) TREIN Pre-aankondiging via balis
Start: de trein rijdt in het gebied van RBC A.

Script voor opname: "De trein nadert de grens tussen twee RBC's. Via een balis krijgt hij de opdracht om contact te maken met RBC B. Hij opent de sessie met B, terwijl A nog actief is. Zodra de voorkant de grens passeert, neemt B over en meldt dat aan A. Als de achterkant de grens passeert, koppelt A de trein af." Bron: SUBSET-026-3 §3.15.1.2–3.15.1.4, SUBSET-026-5 §5.15.2.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M9-B1OnthoudenBasis

Via welke twee wegen kan een level-overgang of RBC/RBC-handover worden aangekondigd?

Toon uitleg en verwijzing
Aankondigingen komen via een balisegroep of via de RBC SUBSET-026-5 §5.10.1.1 en §5.15.1.1.
M9-B2BegrijpenBasis

De grensbalis wordt niet gelezen. Wanneer wordt de overgang toch uitgevoerd?

Toon uitleg en verwijzing
Een level-overgang wordt uitgevoerd als de geschatte voorkant de in de aankondiging genoemde plaats passeert SUBSET-026-5 §5.10.1.5. Bij de RBC/RBC-handover geldt de max safe front end §5.15.1.4.
M9-B3BegrijpenBasis

Waarom is bij een overgang van Level 0 naar Level 2 een MA voor de grens nodig?

Toon uitleg en verwijzing
"If not, the train will be tripped at passage of the border, i.e. after switching to level 2 or 3, movement is not allowed without a movement authority" SUBSET-026-5 §5.10.3.2.3.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M9-G1ToepassenGevorderd

Een Level 2-trein komt van een Level 1-gebied. Er is geen Level 1-MA ontvangen, maar de Level 2-MA loopt nog. Wat is de SRS-regel?

Toon uitleg en verwijzing
"If no Level 1 MA and track description has been received when entering the new area, the train shall still be supervised according to the level 2/3 MA previously received" SUBSET-026-5 §5.10.3.3.2.
M9-G2AnalyserenGevorderd

Bij een RBC/RBC-handover stuurt de handing-over RBC een disconnect-opdracht. Wanneer gebeurt dat?

Toon uitleg en verwijzing
De handing-over RBC stuurt een disconnection order zodra de min safe rear end de grens is gepasseerd SUBSET-026-3 §3.15.1.2.7. De accepting RBC neemt de verantwoordelijkheid over zodra de max safe front end de grens passeert, en meldt dat aan de handing-over RBC §3.15.1.4.2.
M9-G3ToepassenGevorderd

Een trein met twee radio's moet van RBC A naar RBC B. Wanneer wordt de sessie met B geopend?

Toon uitleg en verwijzing
Bij een order om naar een andere RBC te gaan, moet de on-board de sessie met de accepting RBC opzetten SUBSET-026-3 §3.15.1.3.1. Heeft de on-board maar één sessie tegelijk, dan wacht hij tot de sessie met de handing-over RBC is beëindigd bij het passeren van de grens §3.15.1.3.2.

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M9-E1EvaluerenExpert

Een trein heeft maar één radiosessie. Beoordeel de gevolgen voor de positie-rapporten en de treinen die erachteraan rijden, bij een RBC/RBC-handover op Level 3.

Toon modelantwoord
De SRS noemt het prestatieverlies bij één sessie: de voorbereiding van de accepting RBC (sessie, versiebepaling) kan pas beginnen als de verbinding met de handing-over RBC is verbroken SUBSET-026-3 §3.15.1.1.3. Op Level 3 geldt dat voor de treinen die achter de trein met één sessie rijden: vanaf de verbreking met de handing-over RBC tot de verbinding met de accepting RBC worden er geen positie-rapporten uitgegeven §3.15.1.1.4. De RBC volgt die treinen dan niet. Een goede beoordeling noemt de risico's voor de route-vrijgave en de integriteitsbewaking, en de maatregelen: een vroegere pre-aankondiging, een vaste volgorde van de sessies, en een ontwerpeis van twee radio's op de handover-trajecten.
M9-E2CreërenExpert

Ontwerp een testplan (minstens zes testgevallen) voor een RBC/RBC-handover met annulering na een pre-aankondiging, waarbij de route verandert. Geef per testgeval de startsituatie, de actie en de verwachte uitkomst met een SRS-bron.

Toon modelantwoord
  1. Normale handover met twee sessies: pre-aankondiging, sessie met B opgezet bij de order, overname bij de max safe front end, disconnect bij de min safe rear end SUBSET-026-5 §5.15.2.1.1, SUBSET-026-3 §3.15.1.3.1, §3.15.1.4.2, §3.15.1.2.7.
  2. Route verandert na de pre-aankondiging: de handing-over RBC stelt vast dat de overgang moet worden geannuleerd en stuurt dat naar de accepting RBC; die stuurt daarop een bevestiging SUBSET-026-3 §3.15.1.2.9, §3.15.1.4.4.
  3. Geen balisegroep gelezen bij de grens: de handover wordt uitgevoerd zodra de max safe front end de grens passeert SUBSET-026-5 §5.15.1.4.
  4. Eén sessie tegelijk (degraded): de sessie met B pas opzetten nadat de sessie met A is beëindigd bij het passeren van de grens SUBSET-026-3 §3.15.1.3.2; de procedure volgt SUBSET-026-5 §5.15.3.1.1.
  5. Train Data op de on-board wijkt af van de Train Data van RBC B: de Train Data van de on-board heeft voorrang SUBSET-026-3 §3.15.1.4.3.
  6. Trein stopt vlak voor de grens met een open sessie met A: de sessie geldt nog als 'established' gedurende een gedefinieerde tijd na verlies van de veilige verbinding SUBSET-026-3 §3.5.4.1; alleen de on-board beëindigt de sessie §3.5.5.1.
Module 10 · System Data, DMI en registratie

Train Data, Driver ID, National Values, DMI-signalen en de juridische registratie

De gegevens die het systeem nodig heeft, hoe de bestuurder ze invoert, en hoe het systeem zichzelf en de DMI-meldingen registreert.

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de belangrijkste Train Data-categorieën, de default-waarde van de adhesiefactor en de vier geluiden van de DMI.
  • Begrijpen Leg het verschil uit tussen National Values en Default Values, en waarom de juridische registratie UTC gebruikt.
  • Toepassen Bepaal welke procedure volgt als een externe bron de Train Data wijzigt.
  • Analyseren Analyseer de volgorde van de DMI-statussen bij een combinatie van overspeed en warning.
  • Evalueren Beoordeel de default-instelling van de adhesiefactor en de rol van de bestuurder daarbij.
  • Creëren Ontwerp een controlelijst voor een DMI-test op supervisiestatussen en geluiden.

Niveau 1 · Basis Welke gegevens heeft het systeem nodig?

Train Data

Voordat een missie start, moet de on-board van de leidende motor de Train Data verkrijgen SUBSET-026-3 §3.18.3.2. Dat zijn onder meer de treincategorie(ën), de treinlengte, de traction- en remparameters (het traction model, de remmodellen of het rempercentage, de remstand, de correctiefactoren en de nominale draaiende massa), de maximumsnelheid, het laadprofiel en de axle load-categorieën.

Wijzigt een invoer van een externe bron (een ETCS-externe interface, bv. een kantelsysteem) de Train Data, dan volgt de procedure "Changing Train Data from sources different from the driver" SUBSET-026-3 §3.18.3.6 en SUBSET-026-5 §5.17.1.1.

Driver ID, Level en RBC-gegevens

  • De Driver ID identificeert de verantwoordelijke bestuurder van een actieve cabine. Hij dient alleen voor de registratie SUBSET-026-3 §3.18.4.1.1 en §3.18.4.1.1.1. De bestuurder mag hem wijzigen als een National Value dat toestaat §3.18.4.1.2.
  • Het ERTMS-level kan de bestuurder kiezen bij de start van een missie. Na de start hoeft hij het normaal niet meer te kiezen SUBSET-026-3 §3.18.4.2.1 en §3.18.4.2.3.
  • De RBC-gegevens (identiteit en telefoonnummer) bewaart het systeem als één geldige set. Die komt uit de laatste invoer van de bestuurder, de laatste opdracht om een sessie op te zetten, of de grens SUBSET-026-3 §3.18.4.3.1.

Adhesie

De adhesion factor past het remmodel aan SUBSET-026-3 §3.18.4.6.1. De default-waarde is de hoogste waarde: niet glad §3.18.4.6.4. De waarde mag tijdens de rit wijzigen; de trackside kan hem bijwerken, en de bestuurder doet dat alleen als een National Value dat toestaat §3.18.4.6.2 en §3.18.4.6.2.1. De getallen bij de waarden (100 % en 70 %) staan in Appendix A.3.1; die appendix is niet bijgevoegd. Controleer de getallen daarom tegen de geldende SRS.

Vaste, nationale en standaardwaarden

SoortWat is het?Bron
Fixed valuesSysteemparameters die bij de supervisie worden gebruikt, zoals DV_EBImin. Ze staan in Appendix A.3.1.§3.18.1; Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd)
National ValuesNationale waarden voor een infrastructuur. Ze worden met het gebied (land of regio) meegestuurd, en zijn in de set die bij dat gebied hoort. Het systeem gebruikt ze zodra ze aan boord beschikbaar zijn.§3.18.2.2 en §3.18.2.3
Default ValuesTerugvalwaarden als een National Value ontbreekt, of als het landcijfer uit de balis niet overeenkomt met de set.§3.18.2.5

Datum, tijd en juridische registratie

Het systeem levert de tijd in UTC en de lokale tijd SUBSET-026-3 §3.18.5.1. De lokale tijd wordt aan de bestuurder getoond; de juridische gegevens gebruiken UTC §3.18.5.2.

De juridische recorder is geen onderdeel van de ERTMS/ETCS on-board equipment SUBSET-026-3 §3.20.1.1. Het on-board equipment stuurt wel de informatie die na gevaarlijke situaties juridisch kan worden gebruikt naar de recorder §3.20.1.2. De datamessages en de triggers daarvoor staan in SUBSET-027 §3.20.1.2.1.

De DMI-geluiden

De DMI heeft vier geluiden ERA_ERTMS_015560 · DMI §14. Klik op een knop om het geluid te horen (als je browser geluid toestaat).

⚙ Interactief DMI-geluiden
Klik op een geluid om de betekenis te zien.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M10-B1OnthoudenBasis

Welke waarde van de adhesiefactor is de default, en wat betekent die?

Toon uitleg en verwijzing
De default-waarde is de hoogste waarde: "not slippery rail" SUBSET-026-3 §3.18.4.6.4. De numerieke waarden staan in Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd).
M10-B2BegrijpenBasis

Waarom gebruikt de juridische registratie UTC, terwijl de bestuurder de lokale tijd ziet?

Toon uitleg en verwijzing
"The local time shall be presented to the driver, while the UTC shall be used for the juridical data" SUBSET-026-3 §3.18.5.2. Antwoord C is een logische reden; de SRS geeft die reden niet expliciet.
M10-B3OnthoudenBasis

Welk geluid hoort bij de over-speed-status (OvS) in de TSM?

Toon uitleg en verwijzing
"As soon as the Over-speed Status is activated, the audible information S1 shall be played" ERA_ERTMS_015560 · DMI §7.4.3.3. S2 hoort bij Warning (WaS).

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M10-G1ToepassenGevorderd

Een trein in TSM heeft tegelijk de status Warning (WaS) en Over-speed (OvS) actief. Welke status toont de DMI?

Toon uitleg en verwijzing
Volgens de DMI-tabel voor TSM heeft WaS voorrang op OvS, en IntS heeft voorrang op beide ERA_ERTMS_015560 · DMI Tabel 6 (§7.4.6). IntS is hier niet actief, want de service brake is nog niet gecommandeerd.
M10-G2ToepassenGevorderd

Tijdens de rit verandert een externe bron (bv. een kantelsysteem) de treincategorie. Welke procedure volgt?

Toon uitleg en verwijzing
Invoer van een andere bron dan de bestuurder kan Train Data wijzigen, en daarvoor geldt de procedure in §5.17 SUBSET-026-5 §5.17.1.1 en SUBSET-026-3 §3.18.3.6. De tilting-voorbeeld van de SRS is de treincategorie en het laadprofiel.
M10-G3AnalyserenGevorderd

Welke uitspraak over de juridische recorder klopt volgens hoofdstuk 3 van SUBSET-026 v3.6.0?

Toon uitleg en verwijzing
De recorder is geen onderdeel van de on-board equipment SUBSET-026-3 §3.20.1.1; het on-board equipment levert de juridisch relevante informatie §3.20.1.2. De details staan in SUBSET-027 §3.20.1.2.1. De eisen in §3.20.1.3 tot en met §3.20.1.9 zijn in versie 3.6.0 vervallen. Voor UTC zie §3.18.5.2.

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M10-E1EvaluerenExpert

De default van de adhesiefactor is "niet glad", en de bestuurder kan die waarde alleen wijzigen als een National Value dat toestaat. Beoordeel die keuze op veiligheid en op praktische bruikbaarheid.

Toon modelantwoord
De default is de hoogste, en dus de meest optimistische waarde voor de remvertraging. Ligt het spoor in werkelijkheid glad, dan is de werkelijke vertraging lager dan het model; de supervisie kan dan te laat ingrijpen. Daarom kan de trackside de waarde bijwerken en moet de bestuurder bij een wijziging worden geïnformeerd SUBSET-026-3 §3.18.4.6.2 en §3.18.4.6.2.1. Dat de bestuurder de waarde alleen met een National Value mag wijzigen, verkleint het risico van een verkeerde keuze, maar beperkt de flexibiliteit als het spoor glad is en er geen melding van de trackside komt. Een goede beoordeling wijst op een afweging: een National Value per lijn, en een duidelijke DMI-melding bij elke wijziging.
M10-E2CreërenExpert

Ontwerp een controlelijst (minstens acht punten) voor een DMI-acceptatietest op de supervisiestatussen en de geluiden. Geef per punt het verwachte gedrag en de bron.

Toon modelantwoord
  1. Snelheid ≤ P: status NoS, geen geluid DMI §7.2.1.1.
  2. Snelheid > P (CSM): status OvS, uit bij ≤ P DMI §7.2.2.
  3. Snelheid > W: WaS, geluid S2 zolang actief, uit bij ≤ P DMI §7.2.3, §7.4.4.
  4. Snelheid > SBI: IntS; uit als er geen brake command meer is DMI §7.2.4.
  5. Snelheid > P in TSM: S1 bij activatie van OvS DMI §7.4.3.3.
  6. Binnenkomst van het PIM-gebied: geluid Sinfo, tenzij in Limited Supervision DMI §7.3.1.2.
  7. Precedentie IntS > WaS > OvS > IndS > NoS in TSM DMI Tabel 6.
  8. Level-symbool: Level 1 met intermittent transmission (LE_03), Level 2 en 3 met continuous (LE_04, LE_05); het gele, knipperende symbool voor een aankondiging DMI Tabel 59.
  9. Mode-symbool voor een acknowledgement: geel, knipperend kader (bv. MO_10 bij SR) DMI Tabel 60.
Module 11 · Management of older System Versions (hoofdstuk 6)

Oudere systeemversies: de envelop en de uitzonderingen

Welke ERTMS/ETCS-systeemversies mogen wettelijk worden geëxploiteerd, en wat verandert er voor de trackside en de on-board als een versie ouder is?

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de systeemversies (X en Y) die een trackside in de envelop van hoofdstuk 6 mag gebruiken.
  • Begrijpen Leg uit waarom de standaardregel van hoofdstuk 6 is dat alle andere clausules geldig blijven, en waar de uitzonderingen staan.
  • Toepassen Bepaal welke M_VERSION-waarden voor balises zijn toegestaan binnen een trackside-gebied met systeemversie X = 1.
  • Analyseren Analyseer welke uitzondering een clausule van hoofdstuk 3 vervangt, en wat dat voor de trackside betekent.
  • Evalueren Beoordeel of een nieuwe aanbesteding van een RBC onder de uitzonderingen van hoofdstuk 6 valt.
  • Creëren Ontwerp een beoordelingsschema om te controleren of een on-board ook met een oudere trackside werkt.

Niveau 1 · Basis Wat is de envelop?

Een ERTMS/ETCS-systeemversie heeft een nummer X.Y. Hoofdstuk 6 van de SRS legt vast welke versies wettelijk mogen worden geëxploiteerd. Dat is de envelop: alle systeemversies die een trackside moet kunnen gebruiken en die de on-board moet ondersteunen SUBSET-026-6 §6.3.1.1.

Standaard gelden alle clausules van de andere hoofdstukken, ongeacht de versie die een trackside gebruikt. Hoofdstuk 6 bevat de uitzonderingen en de extra eisen voor het geval dat een trackside-onderdeel met een oudere versie werkt SUBSET-026-6 §6.3.1.2.

De toegestane versies

OnderdeelToegestaanBron
Systeemversie X1 of 2§6.4.1.1
Systeemversie Y binnen X = 10 of 1§6.4.2.1
Systeemversie Y binnen X = 20 of 1§6.4.2.2

Uitzonderingen voor de trackside

De uitzonderingen voor een trackside met X = 1 staan in §6.5.1. Ze hebben de vorm van een vervangende of uitgesloten clausule. Drie voorbeelden:

  • Clausule 3.6.2.4 is niet van toepassing SUBSET-026-6 §6.5.1.2.1.1.
  • Clausule 3.9.3.2 wordt vervangen door: "The orders shall be sent via balise groups" §6.5.1.2.6.
  • Sectie 7.4.2.0 (packet 0, de virtuele balisedekking) is niet van toepassing §6.5.1.5.3.

Voor de M_VERSION-waarden van balises geldt: binnen een trackside met X = 1 mogen 1.0 en 1.1 worden gebruikt; binnen een RBC-gebied dat voor X = 1 is gecertificeerd, ook 2.0 en 2.1 §6.5.1.1.2 en §6.5.1.1.3.

De on-board

De on-board heeft eigen eisen voor oudere versies. Voor X = 1 gelden uitzonderingen op de hoofdstukken 3, 4, 5, 7 en 8, en een aparte afhandeling van de luchtinterface-gegevens SUBSET-026-6 §6.6.2 en §6.6.3. Voor X.Y = 2.0 gelden eisen voor de berichten naar RBC en RIU §6.6.4.

Onthoud De envelop bepaalt welke versies een trackside mag gebruiken en welke de on-board moet ondersteunen SUBSET-026-6 §6.3.1.1. Alle andere clausules blijven gelden tenzij hoofdstuk 6 iets anders zegt §6.3.1.2.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M11-B1OnthoudenBasis

Welke systeemversies X mag een trackside in de envelop van hoofdstuk 6 gebruiken?

Toon uitleg en verwijzing
De systeemversie X waarmee een trackside mag werken is 1 of 2 SUBSET-026-6 §6.4.1.1.
M11-B2BegrijpenBasis

Welke waarden van Y zijn toegestaan binnen systeemversie X = 1?

Toon uitleg en verwijzing
Binnen X = 1 mag Y de waarde 0 of 1 hebben SUBSET-026-6 §6.4.2.1. Binnen X = 2 geldt hetzelfde §6.4.2.2.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

M11-G1ToepassenGevorderd

Een trackside-gebied werkt met systeemversie X = 1. Welke M_VERSION-waarden voor balises zijn toegestaan?

Toon uitleg en verwijzing
De toegestane waarden staan in §6.5.1.1.2 en §6.5.1.1.3 SUBSET-026-6. De 2.0/2.1-waarden gelden alleen voor balises binnen een RBC-gebied dat voor X = 1 is gecertificeerd.
M11-G2AnalyserenGevorderd

In een trackside-gebied met X = 1 wordt clausule 3.9.3.2 vervangen door: "The orders shall be sent via balise groups". Wat betekent dat voor de orders die onder 3.9.3.2 vallen?

Toon uitleg en verwijzing
De vervangende tekst van 3.9.3.2 luidt "The orders shall be sent via balise groups" SUBSET-026-6 §6.5.1.2.6. De tekst noemt alleen de balisegroep als route.

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M11-E1EvaluerenExpert

Een spoorwegonderneming wil in 2026 een nieuwe RBC aanbesteden, die met systeemversie X = 1 moet blijven werken. Beoordeel of de uitzonderingen van hoofdstuk 6 daarop van toepassing zijn.

Toon modelantwoord
De uitzonderingen gelden voor de trackside-infrastructuur die wordt aanbesteed en na de inwerkingtreding van deze release nog met systeemversie X = 1 wordt geëxploiteerd SUBSET-026-6 §6.5.1.1.1. Een beoordeling toetst daarom twee zaken: (1) of de aanbesteding onder het toepassingsgebied van §6.5.1.1.1 valt, en (2) of de RBC die X = 1 gebruikt, binnen de toegestane M_VERSION-waarden en Y-versies blijft §6.4.2.1. Een trackside die met X = 1 blijft werken, moet de exceptions in §6.5.1 toepassen; de opdrachtgever moet die exceptions in de specificatie opnemen. Let ook op de notitie in §6.5.1.1.3.1: de configuratie is alleen zinvol als de treinen in dat RBC-gebied de versie ondersteunen.
M11-E2CreërenExpert

Ontwerp een beoordelingsschema (minstens vijf stappen) om te controleren of een on-board ook met een oudere trackside werkt. Geef per stap de bron.

Toon modelantwoord
  1. Bepaal de systeemversie X en Y van de trackside die wordt getest, en controleer of ze in de envelop liggen SUBSET-026-6 §6.4.1.1, §6.4.2.1, §6.4.2.2.
  2. Controleer per hoofdstuk (3, 4, 5, 7 en 8) welke uitzonderingen voor X = 1 gelden, en welke clausules van de on-board daardoor anders zijn SUBSET-026-6 §6.6.2.1–6.6.2.4.
  3. Controleer de afhandeling van de luchtinterface-gegevens voor X = 1 en voor X.Y = 2.0 §6.6.3, §6.6.4.
  4. Test de M_VERSION-waarden van de balises: 1.0 en 1.1 voor X = 1; 2.0 en 2.1 alleen binnen een RBC-gebied dat voor X = 1 is gecertificeerd §6.5.1.1.2, §6.5.1.1.3.
  5. Leg de gevonden afwijkingen en uitzonderingen vast in de acceptatiedocumentatie, en beoordeel of de versie-combinatie binnen de envelop blijft §6.3.1.1.
Module 12 · ERTMS/ETCS Language en berichten (hoofdstuk 7 en 8)

Variabelen, packets en radioberichten

Hoe wordt informatie tussen trein en trackside in bits verpakt? Deze module behandelt de bouwstenen van de ERTMS/ETCS-taal en een keuze uit de packets en berichten. Volledige tabellen staan in hoofdstuk 7 en 8.

Leerdoelen
  • Onthouden Noem de vier bouwstenen van de ERTMS/ETCS-taal (variabele, packet, bericht, telegram) en drie packetnummers met hun naam.
  • Begrijpen Leg uit waarom een packet een header heeft met NID_PACKET en L_PACKET, en wat een speciale waarde is.
  • Toepassen Bepaal bij een gegeven bericht of het voldoet aan de regels voor packets (volgorde, dubbele packets, splitsing).
  • Analyseren Analyseer het verschil tussen een conditional en een unconditional emergency stop in de berichten en in de procedure.
  • Evalueren Beoordeel waarom sommige berichten versie-invariant zijn.
  • Creëren Ontwerp een testset voor de ontvangst van een track-to-train-bericht met meerdere packets.

Niveau 1 · Basis Van variabele tot bericht

De ERTMS/ETCS-taal wordt gebruikt om informatie over de radio en over de balise- en lusluchtspleten te versturen. De taal bestaat uit variabelen, packets, berichten en telegrammen. Variabelen en packets staan in hoofdstuk 7; telegrammen en berichten in hoofdstuk 8 SUBSET-026-7 §7.3.1.1–7.3.1.2.

BouwsteenWat is het?Bron
VariabeleCodeert één gegeven, zoals een snelheid of een afstand. Een variabele wordt niet in kleinere eenheden gesplitst.SUBSET-026-7 §7.3.2.1
PacketGroep variabelen met een vaste structuur, met een eigen nummer (NID_PACKET) en lengte (L_PACKET).§7.3.3.1–7.3.3.2
Bericht (message)Samenstelling van variabelen en packets, met een eigen identificatie (NID_MESSAGE) en lengte (L_MESSAGE).SUBSET-026-8 §8.4.4.1–8.4.4.3
TelegramDe vorm waarin de gegevens van een balisegroep of een lus worden verstuurd.SUBSET-026-8 §8.4.2 en §8.4.3

Waarden in de variabelen

Speciale waarden staan altijd bovenaan het bereik van een variabele; bijvoorbeeld betekent 32767 "unknown" SUBSET-026-7 §7.3.2.3. Negatieve waarden worden als 2-complement gecodeerd §7.3.2.7. Een variabele van één bit is 0 voor onwaar en 1 voor waar §7.3.2.8.

Packets: header en structuur

Een packet heeft een header met het packetnummer (NID_PACKET) en de lengte in bits (L_PACKET). Als een packet afstanden bevat, staat in het packet ook de schaal (Q_SCALE) SUBSET-026-7 §7.3.3.2 en §7.5. Packet 0 en packet 255 volgen die structuur niet §7.3.3.5. Een variabele kan optioneel zijn, afhankelijk van een eerdere qualifier in het packet §7.3.3.9.

Welke packets zijn er?

Packets zijn ingedeeld naar richting: Track to Train (§7.4.2) en Train to Track (§7.4.1.2). In de beschrijving van elk packet geeft de rij "Transmitted by" aan welke trackside-zender het packet verstuurt: een balisegroep, een lus, een RIU of een RBC SUBSET-026-7 §7.3.3.10. Een keuze uit de track-to-train-packets:

PacketNaam (SRS)Bron
3National Values§7.4.2.1.1
5Linking§7.4.2.2
15Level 2/3 Movement Authority§7.4.2.4
21Gradient Profile§7.4.2.6
27International Static Speed Profile§7.4.2.7
41Level Transition Order§7.4.2.9
42Session Management§7.4.2.10
65Temporary Speed Restriction§7.4.2.17
80Mode profile§7.4.2.26
131RBC transition order§7.4.2.27

Berichten en hun identificatie

Hoofdstuk 8.5 geeft de radioberichten met hun Mes. Id., naam, type en de vraag of het bericht versie-invariant is SUBSET-026-8 §8.5.1.1–8.5.1.2. Het type is N (normale prioriteit) of E (hoge prioriteit). Een voorbeeld uit de lijst van berichten van de trein naar de track:

Mes. Id.NaamTypeVersie-invariantNaar
132MA RequestNNeeRBC
136Train Position ReportNNeeRBC, RIU
155Initiation of a communication sessionNJaRBC, RIU
156Termination of a communication sessionNJaRBC, RIU

Berichten van de track naar de trein, zoals bericht 3 (Movement Authority), bericht 15 (Conditional Emergency Stop) en bericht 16 (Unconditional Emergency Stop), staan in de tabel van §8.5.3 SUBSET-026-8 §8.5.3.

Toetsvragen Niveau 1 · Basis

M12-B1OnthoudenBasis

Wat is een packet in de ERTMS/ETCS-taal?

Toon uitleg en verwijzing
Packets zijn groepen variabelen met een vaste structuur SUBSET-026-7 §7.3.3.1. Een enkel gegeven is een variabele §7.3.2.1.
M12-B2BegrijpenBasis

Wat betekent de waarde 32767 bij een variabele, als voorbeeld uit de SRS?

Toon uitleg en verwijzing
Speciale waarden staan bovenaan het bereik; 32767 is "unknown" SUBSET-026-7 §7.3.2.3.
M12-B3OnthoudenBasis

Welk packet bevat de Movement Authority voor Level 2 en 3?

Toon uitleg en verwijzing
De naam van packet 15 is "Level 2/3 Movement Authority" SUBSET-026-7 §7.4.2.4.

Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd

Packets in een bericht

Het bericht van de RBC kan meerdere packets bevatten. De ontvanger verwerkt de packets ongeacht hun volgorde SUBSET-026-8 §8.4.1.3. Een track-to-train-bericht bevat hoogstens één exemplaar van hetzelfde packettype voor dezelfde richting; een aantal packettypes is uitgezonderd, zoals packet 44 en packet 65 §8.4.1.4 en §8.4.1.4.1–8.4.1.4.2.

Eurobalise-telegrammen

De gebruikersinformatie van een balis bevat complete packets: een packet wordt niet over twee telegrammen gesplitst SUBSET-026-8 §8.4.2.2. Als packet 0 wordt gebruikt, staat het als eerste packet van het telegram §8.4.2.3.

Het voorbeeld van bericht 129

Bericht 129 (Validated Train Data, van de trein naar de RBC) heeft in §8.6.1 een veldentabel: NID_MESSAGE, L_MESSAGE, T_TRAIN en NID_ENGINE, gevolgd door packet 0 of 1 met de train data SUBSET-026-8 §8.6.1.

M12-G1ToepassenGevorderd

Een packet van 120 bytes moet over twee Eurobalise-telegrammen worden verdeeld. Wat zegt de SRS?

Toon uitleg en verwijzing
De gebruikersinformatie van een balis bevat complete packets SUBSET-026-8 §8.4.2.2.
M12-G2AnalyserenGevorderd

Een track-to-train-bericht bevat twee keer packet 3 in dezelfde richting. Wat zegt de SRS?

Toon uitleg en verwijzing
Een track-to-train-bericht bevat hoogstens één exemplaar van hetzelfde packettype voor dezelfde richting, met uitzonderingen SUBSET-026-8 §8.4.1.4. Packet 65 (TSR) is een van de uitzonderingen §8.4.1.4.2.
M12-G3AnalyserenGevorderd

Welk verschil bestaat er tussen een conditional en een unconditional emergency stop?

Toon uitleg en verwijzing
Een conditional stop bevat een stoplocatie ten opzichte van de LRBG, en kan worden afgewezen SUBSET-026-3 §3.10.2.2. Een unconditional stop leidt tot een directe trip §3.10.2.3. De berichten zijn 15 en 16 SUBSET-026-8 §8.5.3.

Toetsvragen Niveau 3 · Expert

M12-E1EvaluerenExpert

In de berichtenlijst zijn sommige berichten versie-invariant, zoals de berichten over de systeemversie en de sessie (bv. 32, 39, 154, 155 en 156). Beoordeel waarom die eigenschap voor de interoperabiliteit belangrijk is.

Toon modelantwoord
Berichten over de systeemversie en de sessie moeten leesbaar blijven over alle systeemversies heen. Anders kunnen een trein en een RBC van verschillende versies niet vaststellen of ze compatibel zijn, en kan een sessie niet worden geopend of beëindigd SUBSET-026-8 §8.5.1.1. Dat past bij de envelop van hoofdstuk 6: een trackside mag alleen versies gebruiken die in de envelop liggen SUBSET-026-6 §6.3.1.1. Een goede beoordeling wijst op het risico van een wijziging in een invariant bericht: die zou alle systeemversies raken, en vraagt om een CR met een brede impactanalyse.
M12-E2CreërenExpert

Ontwerp een testset (minstens zes testgevallen) voor de ontvangst van een track-to-train-bericht met een Movement Authority (packet 15) en meerdere packets 65 (TSR). Geef per testgeval de situatie, de verwachte reactie en de bron.

Toon modelantwoord
  1. Bericht met packets 15 en 65 in een andere volgorde dan de standaard: geaccepteerd; de ontvanger let niet op de volgorde SUBSET-026-8 §8.4.1.3.
  2. Bericht met meerdere packets 65: toegestaan als uitzondering §8.4.1.4.2.
  3. Bericht met twee packets 3 in dezelfde richting: niet toegestaan, tenzij een uitzondering geldt §8.4.1.4.
  4. Packet 0 niet als eerste packet van een Eurobalise-telegram: fout §8.4.2.3.
  5. Packet over twee telegrammen gesplitst: fout §8.4.2.2.
  6. De berekende lengte van het bericht komt niet overeen met L_MESSAGE: het bericht geldt niet als geldig §8.4.4.2.1.
Module 13 · Geïntegreerde casestudies

Casestudies: van situatie naar specificatie

In de praktijk werken onderdelen samen. Deze casestudies combineren supervisie, modes, procedures en overgangen. Lees eerst de situatie, en beantwoord dan de vragen per niveau.

Leerdoelen
  • Onthouden Herken in een situatie de relevante begrippen (TSR, Override, handover).
  • Begrijpen Beschrijf wat het systeem in elke situatie doet.
  • Toepassen Reken een remweg uit en bepaal de Mode en de grens.
  • Analyseren Onderscheid oorzaak en gevolg in een keten van gebeurtenissen.
  • Evalueren Beoordeel een ontwerpkeuze op veiligheid en conformiteit.
  • Creëren Schrijf een eis of een testgeval voor de situatie.

Case 1 Een te hoge nadering op een tijdelijke snelheidsbeperking

Situatie Een trein rijdt op Level 2 met 160 km/h. Negenhonderd meter voor het begin van een TSR (80 km/h, 400 m lang) is de target location bekend. De bestuurder remt niet tijdig. De parameters zijn illustratief: noodremvertraging 0,8 m/s², opbouwtijd 2,5 s, geen extra marge. De service brake is beschikbaar en niet geïnhibeerd.
C1-B1OnthoudenBasis

Wat is in deze situatie de target location van de target speed monitoring?

Toon uitleg en verwijzing
De on-board bewaakt een lijst met targets, waaronder de locaties waar de MRSP daalt, die voor de max safe front end van de trein liggen SUBSET-026-3 §3.13.8.2.1. Voor deze TSR is dat het begin van de snelheidsbeperking.
C1-G1ToepassenGevorderd

Bereken de remweg (in m) van 160 km/h naar 80 km/h met een constante vertraging van 0,8 m/s², zonder opbouwtijd. Gebruik s = (v² − vt²) / (2a).

Toon uitwerking
v = 44,44 m/s; vt = 22,22 m/s. s = (44,44² − 22,22²) / (2 × 0,8) = (1 975,3 − 493,8) / 1,6 = 1 481,5 / 1,6 ≈ 926 m ERA_ERTMS_040026 §3.1.1 (vereenvoudigd model).
C1-G2AnalyserenGevorderd

Beschrijf de volgorde van de supervision limits en de DMI-statussen terwijl de trein het target nadert zonder te remmen. Welke status toont de DMI bij elke grens?

Toon modelantwoord
De volgorde (van ver naar dicht bij het target) is I → P → W → SBI → EBI; de posities volgen uit de formules in SUBSET-026-3 §3.13.9.3. De DMI toont: NoS of IndS bij het naderen; bij I de indicatie (IndS); bij het overschrijden van P de OvS met S1; bij W de WaS met S2; bij SBI IntS met de service brake; bij EBI IntS met de noodrem ERA_ERTMS_015560 · DMI §7.4. Let op: in de TSM geldt de prioriteit IntS > WaS > OvS > IndS > NoS DMI Tabel 6.
C1-E1EvaluerenExpert

Een leverancier wil de service brake voor target speed monitoring met een National Value uitschakelen, zodat de eerste lijn altijd de noodrem is. Beoordeel het voorstel op de SRS.

Toon modelantwoord
De SRS staat dat toe: een National Value kan het gebruik van de service brake command inhiberen SUBSET-026-3 §3.13.2.3.7.1. Dan wordt de noodrem de eerste lijn van ingrijpen. Gevolgen: de noodrem is minder comfortabel en belast het materieel en het spoor meer ERA_ERTMS_040026 §3.1.2. De EBI-grens wordt dan de enige lijn van ingrijpen, dus die moet op de target location goed zijn berekend SUBSET-026-3 §3.13.8.3.1. Een goede beoordeling: het voorstel is conform de SRS, maar vraagt om een rechtvaardiging, een National Value per lijn, en een test van de EBD-curve op de target location.

Case 2 Override in een radiogat

Situatie Een trein rijdt op Level 2 in FS. Een sein is defect en de RBC kan geen toestemming geven om het EOA te passeren. De bestuurder kiest "Override" bij een snelheid onder de nationale grens; de Train Data is geldig. Daarna valt de radioverbinding weg in een radiogat. De trein passeert de voormalige EoA met de min safe antenna position.
C2-B1OnthoudenBasis

Welke Mode is actief na de Override?

Toon uitleg en verwijzing
Vanuit FS, LS, OS, SB of PT gaat de mode bij Override direct naar SR SUBSET-026-5 §5.8.3.1.
C2-G1AnalyserenGevorderd

Welke gebeurtenis zorgt ervoor dat de trip weer actief kan worden, nadat de trip door de Override is geïnhibeerd?

Toon uitleg en verwijzing
Het passeren van de voormalige EOA of LOA met de min safe antenna position beëindigt de Override SUBSET-026-5 §5.8.4.1. Het herstel van de radio is op zichzelf geen voorwaarde; op Level 2 en 3 gelden daarnaast aanvullende voorwaarden §5.8.4.1.
C2-G2AnalyserenGevorderd

Wat betekent de Override voor de noodstops die de RBC eerder heeft gestuurd, op Level 2?

Toon modelantwoord
Op Level 2 en 3 heft de overgang naar SR door de Override alle eerder ontvangen noodstopopdrachten op SUBSET-026-5 §5.8.3.4 (note 3). De SRS schrijft dat voor; de reden wordt in de tekst niet uitgewerkt. Een goede analyse benoemt het gevolg: de trein kan na de Override weer rijden, en de noodstop van de RBC geldt dan niet meer. De RBC moet daarom weten dat de override is geactiveerd; de melding aan de RBC wordt in de tekst beschreven SUBSET-026-5 §5.8.3.2.
C2-E1EvaluerenExpert

Evalueer de regel dat Override de trip inhibeert. Noem één voordeel en één risico, en stel een verbetering voor die de SRS-regels respecteert.

Toon modelantwoord
Voordeel: de trein kan uit een ongewenste situatie komen zonder dat het systeem hem opnieuw trapt, zolang de override actief is SUBSET-026-5 §5.8.3.6. Risico: de inhibitie kan de bestuurder verleiden tot een te snelle rit met een verlopen EOA. Er zijn wel grenzen: een snelheidsbeperking van de override (National Value) en de einde-voorwaarden van de Override, zoals een nationale tijd of afstand §5.8.3.6 en §5.8.4.1. Verbetering: stel in de National Values een korte tijd en afstand in, en zorg voor een duidelijke DMI-melding. De SRS schrijft die melding voor: de bestuurder krijgt de status "override active" §5.8.3.7.

Case 3 Overgang van Level 1 naar Level 2, en een RBC-handover

Situatie Een trein komt uit een Level 1-gebied en gaat over naar een Level 2-gebied met RBC A. Vijf kilometer verder is de grens naar het gebied van RBC B. De trein heeft één radio. Er is een balisegroep met een aankondiging voor de Level 2-overgang, en een balisegroep bij de grens van RBC A naar B.
C3-B1OnthoudenBasis

Welke informatie moet de oude area vóór de grens naar Level 2 leveren?

Toon uitleg en verwijzing
"For the train to be able to enter the new area, the old area must possess information about at least the first section of the new area" SUBSET-026-5 §5.10.3.1.2.
C3-G1ToepassenGevorderd

Wanneer neemt RBC B de verantwoordelijkheid over van RBC A?

Toon uitleg en verwijzing
De accepting RBC neemt de verantwoordelijkheid over wanneer hij van de on-board een positie-rapport ontvangt en de max safe front end de grens is gepasseerd, en meldt dat aan de handing-over RBC SUBSET-026-3 §3.15.1.4.2. Het disconnect-bericht volgt bij de min safe rear end §3.15.1.2.7.
C3-G2AnalyserenGevorderd

De trein heeft één radio. Waarom kan dat, op Level 3, leiden tot een periode zonder positie-rapporten, en wat is de consequentie voor de RBC?

Toon modelantwoord
Met één radio kan de on-board pas een sessie met de accepting RBC opzetten als de sessie met de handing-over RBC is beëindigd bij het passeren van de grens SUBSET-026-3 §3.15.1.3.2. Op Level 3 worden in die periode geen positie-rapporten uitgegeven, en dat geldt ook voor de treinen die erachter rijden §3.15.1.1.4. De RBC kan de trein dan niet volgen, en dus de route-vrijgave en de integriteitscontrole niet goed uitvoeren SUBSET-026-2 §2.6.7.2.2.
C3-E1EvaluerenExpert

Een ontwerper stelt voor om op de handover-grens alleen de balisegroep bij de grens te gebruiken (zonder pre-aankondiging via de RBC). Beoordeel dit op de SRS.

Toon modelantwoord
Een handover moet worden aangekondigd via een balisegroep of via de RBC SUBSET-026-5 §5.15.1.1. Een balisegroep bij de grens met de opdracht om de handover onmiddellijk uit te voeren is ook voorzien §5.15.1.3. Het voorstel is dus conform, mits de balisegroep de juiste opdracht en de RBC-gegevens bevat. Maar als de balisegroep niet wordt gelezen, voert de on-board de handover uit zodra de max safe front end de grens passeert §5.15.1.4. Een goede beoordeling wijst op het risico van een te late sessieopbouw, en op de noodzaak van een tijdige aankondiging om de prestaties te waarborgen SUBSET-026-3 §3.15.1.1.3.
Bijlage A

Begrippenlijst (Engelse benamingen met uitleg)

De Engelse benamingen worden in deze opleiding behouden. Hier vind je de betekenis in het Nederlands en de bron (SUBSET-026 v3.6.0, tenzij anders vermeld).

Acknowledgement (ack)
Bevestiging door de bestuurder van een aanwijzing, zoals bij OS, SH, SR of een level-overgang. Blijft de bevestiging uit, dan volgt een service brake command na de driver acknowledgement time (Appendix A.3.1, niet bijgevoegd). SUBSET-026-5 §5.9.2.4; §5.10.4.2
Balise / Eurobalise
Transmissiedevice in het spoor die telegrammen naar de trein stuurt. SUBSET-026-2 §2.5.1.2
Balise group
Groep balisen die samen één boodschap vormen. SUBSET-026-2 §2.5.1.2.5
Braking curve
Voorspelling van de snelheidsdaling als functie van de afstand, op basis van een model van de remdynamica en het baanprofiel. ERA_ERTMS_040026 §2.1
Bericht (message)
Samenstelling van variabelen en packets, met een eigen identificatie (NID_MESSAGE) en lengte (L_MESSAGE). SUBSET-026-8 §8.4.4
Ceiling Speed Monitoring (CSM)
Bewaking van constante snelheden op basis van de MRSP. SUBSET-026-3 §3.13.10.3
Classificatie (hoofdstuk 9)
Indeling van elke clausule als ETCS on-board requirement, ETCS trackside requirement, Definition, Informative of Others. SUBSET-026-9 §9.3.2.1
Communication session
Beveiligde radioverbinding tussen de on-board en de RBC of radio in-fill unit. Alleen de on-board opent en beëindigt een sessie. SUBSET-026-3 §3.5.3.1; §3.5.5.1
Danger Point
Locatie na de EOA die de voorkant van de trein zonder gevaar kan bereiken. SUBSET-026-3 §3.8.1.1
Desk
De bedieningspost (cabine) van de bestuurder. Het sluiten van desk A en het openen van desk B bepalen het einde en de start van de missie. SUBSET-026-5 §5.12.2
DMI (Driver Machine Interface)
Het scherm, de symbolen en de geluiden voor de bestuurder. ERA_ERTMS_015560
DV_EBI
Marge tussen het MRSP-element en de EBI-grens in een ceiling speed-sectie. De vaste waarden staan in Appendix A.3.1. SUBSET-026-3 §3.13.9.2.3
EBD (Emergency Brake Deceleration)
Remcurve voor de noodrem, parabolisch vanaf de target location; de "parachute". ERA_ERTMS_040026 §3.3.1
EBI (Emergency Brake Intervention)
Grens waarbij het systeem de noodrem commandeert. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.2
End of Authority (EOA)
Locatie tot waar de trein mag rijden; de doelsnelheid daar is nul. SUBSET-026-3 §3.8.1.1
End of Mission (EoM)
Moment waarop de trackside de toestemming om te bewegen intrekt. Een EoM begint bij de overgang naar Stand By vanuit FS, LS, OS, UN, NL, SR, PT, RV of SN. SUBSET-026-5 §5.5.2.1.1
End Section
De laatste sectie van een MA; heeft de End Section time-out. SUBSET-026-3 §3.8.4.1
Estimated front end
De beste schatting van de positie van de voorkant van de trein. SUBSET-026-3 §3.6.4.4
Fixed values
Systeemparameters voor de supervisie, zoals DV_EBImin. Ze staan in Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd). SUBSET-026-3 §3.18.1
Full Supervision (FS)
Mode met volledige supervisie tegen een dynamisch snelheidsprofiel; zodra alle benodigde data aanwezig is. SUBSET-026-4 §4.4.9
Gamma- en Lambda-trein
Gamma: vooraf geconfigureerde remgegevens. Lambda: de remgegevens worden uit het rempercentage afgeleid. ERA_ERTMS_040026 §3.3.3
Indication (I)
Grens waarbij de bestuurder een indicatie krijgt, tijdig genoeg om te remmen voordat de P daalt. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.6
Interlocking
Extern trackside-systeem voor het vrijgeven van routes. Voor externe systemen worden geen interoperabiliteitseisen vastgesteld. SUBSET-026-2 §2.4.1.3
Isolation (IS)
Mode waarin de on-board fysiek is losgekoppeld van de remmen. SUBSET-026-4 §4.4.3
KMC en PKI
Key Management Centre (cryptografische sleutels voor de Euroradio-beveiliging) en Public Key Infrastructure (digitale certificaten). SUBSET-026-2 §2.5.1.8; §2.5.1.9
Level 0, STM, 1, 2, 3
De application levels van ERTMS/ETCS. SUBSET-026-2 §2.6.2.3
Level transition announcement
Aankondiging van een overgang naar een ander level op een verder punt. SUBSET-026-5 §5.10.1.1–5.10.1.2
LEU (Lineside Electronic Unit)
Apparaat dat de telegrammen voor de balises genereert. SUBSET-026-2 §2.5.1.3
Limit of Authority (LOA)
Een EOA met een doelsnelheid hoger dan nul; die doelsnelheid kan in de tijd beperkt zijn. SUBSET-026-3 §3.8.1.1
Limited Supervision (LS)
Mode met achtergrondsupervisie in gebieden waar de trackside informatie levert; automatisch bij een opdracht van de trackside. SUBSET-026-4 §4.4.19
LRBG (Last Relevant Balise Group)
De balisegroep waarop de trein zijn positie baseert. SUBSET-026-3 §3.6.1.3
Max safe front end / Min safe front end
De grenzen van de onzekerheid rond de voorkant van de trein: vooruit (max) en achteruit (min). SUBSET-026-3 §3.6.4.4
Mixed levels
Meerdere levels op hetzelfde spoor. Bij de overgang geeft een prioriteitentabel aan welk level de trein kiest. SUBSET-026-2 §2.6.2.4; SUBSET-026-5 §5.10.2
Mode
Operationele toestand van de on-board die bepaalt welke supervisie actief is en wie verantwoordelijk is. De SRS noemt 17 modes. SUBSET-026-4 §4.3.2.1
Mode Profile
Opdracht van de trackside om On Sight, Limited Supervision of Shunting toe te staan, met het begin en het eind van het gebied. SUBSET-026-3 §3.12.4
Movement Authority (MA)
De toestemming om te rijden tot een EOA of LOA, met secties, time-outs en eventueel een Danger Point en een overlap. SUBSET-026-3 §3.8
MRSP (Most Restrictive Speed Profile)
De meest beperkende combinatie van alle snelheidsbeperkingen die de trein moet volgen. SUBSET-026-3 §3.13.7
National Values (NV) en Default Values
Nationale waarden voor een gebied. Bij ontbreken, of bij een landcijfer dat niet past, gelden de Default Values. SUBSET-026-3 §3.18.2
Non Leading (NL)
Mode voor een slave-motor met een eigen bestuurder, niet elektrisch gekoppeld. SUBSET-026-4 §4.4.15
On Sight (OS)
Mode voor rijden op zicht in een bezette of geobstrueerde baan; alleen op opdracht van de trackside. SUBSET-026-4 §4.4.12
Overlap
Extra afstand na het Danger Point, geldig gedurende een gedefinieerde tijd. SUBSET-026-3 §3.8.1.1
Override EoA
Procedure waarmee de bestuurder een EOA mag passeren in een storing. De mode gaat naar SR en de trip wordt onderdrukt. SUBSET-026-5 §5.8
Packet
Groep variabelen met een eigen nummer (NID_PACKET), een lengte (L_PACKET) en een vaste structuur. SUBSET-026-7 §7.3.3
Passive Shunting (PS)
Mode voor een slave-motor die mechanisch is gekoppeld aan de leidende motor, als onderdeel van een rangeerformatie. SUBSET-026-4 §4.4.20
Permitted speed (P)
De snelheid die de bestuurder moet volgen. Bij overschrijding is er een overspeed. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.5
Post Trip (PT)
Mode direct na de trip-bevestiging. De noodrem wordt losgelaten en de trein mag beperkt achteruit. SUBSET-026-4 §4.4.14
Procedure
Beschrijving van de gewenste reactie van de ERTMS/ETCS-onderdelen op informatie of gebeurtenissen: een tabel met ID's en een flowchart met dezelfde ID's. SUBSET-026-5 §5.11.3.1
Radio hole
Gebied zonder radioverbinding. Is het aangekondigd, dan stopt de on-board de pogingen en probeert hij opnieuw aan het einde ervan. SUBSET-026-3 §3.5.4.4
Radio in-fill unit (RIU)
Trackside-apparaat dat via radio semi-continue infill geeft (Level 1). SUBSET-026-2 §2.5.1.7
Release speed
Snelheidsgrens nabij een EOA. De EBI-grens is dan gelijk aan de release speed. SUBSET-026-3 §3.13.9.4
RBC (Radio Block Centre)
Computergebaseerd systeem dat MA's opstelt en naar de trein stuurt. SUBSET-026-2 §2.5.1.5
RBC/RBC-handover
Overdracht van de treinbesturing van de ene RBC naar de andere bij de grens. SUBSET-026-3 §3.15.1
Shunting (SH)
Mode voor rangeren met een beperkte snelheid; een balisegroep die niet op de lijst staat, leidt tot een trip. SUBSET-026-4 §4.4.8
SBI (Service Brake Intervention)
Grens waarbij het systeem de service brake commandeert. Of de service brake wordt gebruikt, is een configuratiekeuze. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.3
Sleeping (SL)
Mode voor een op afstand bestuurde slave-motor; geen bewegingssupervisie. SUBSET-026-4 §4.4.6
SoM (Start of Mission)
De procedure waarmee een missie begint, vanuit Stand By. SUBSET-026-5 §5.4
SSP / ASP / TSR
Static Speed Profile, Axle load Speed Profile en Temporary Speed Restriction. SUBSET-026-3 §3.11
Staff Responsible (SR)
Mode waarin de bestuurder onder eigen verantwoordelijkheid rijdt. SUBSET-026-4 §4.4.11
Stand By (SB)
Standaard-mode, niet door de bestuurder te kiezen. Het systeem ontwaakt in SB en verzamelt de missiegegevens. SUBSET-026-4 §4.4.7
Supervised Location (SvL)
Einde van de overlap, anders het Danger Point, anders de EOA. Daar bewaakt de on-board het stoppen. SUBSET-026-3 §3.8.4.5
Supervision
Het bewaken van snelheid en positie tegen de grenzen, met waarschuwingen en ingrijpen. SUBSET-026-3 §3.13
System Failure (SF)
Mode na een storing die de veiligheid raakt; de noodrem wordt permanent gecommandeerd. SUBSET-026-4 §4.4.5
Target speed monitoring (TSM)
Bewaking van het remmen naar een lagere doelsnelheid of naar een EOA of LOA. SUBSET-026-3 §3.13.10.4
Telegram
De vorm waarin de gegevens van een balisegroep of een lus worden verstuurd. SUBSET-026-8 §8.4.2 en §8.4.3
Train Data
Gegevens over de trein: categorie, lengte, remgegevens, axle load en meer. SUBSET-026-3 §3.18.3.2
Train integrity
De bevestiging dat de trein compleet is. De bewaking daarvan is een externe functie, en de trein meldt de integriteit aan de RBC. SUBSET-026-2 §2.6.7.2.4; SUBSET-026-3 §3.6.5.1.4
Train trip
Het door het systeem stoppen van de trein met de noodrem en de overgang naar Trip. SUBSET-026-5 §5.11
Trip (TR)
Mode waarin de noodrem is gecommandeerd; de noodrem kan in deze mode niet worden losgelaten. SUBSET-026-4 §4.4.13
Unfitted (UN)
Mode voor gebieden zonder ETCS-trackside en zonder nationaal systeem, of waar de supervisie nu niet mogelijk is. SUBSET-026-4 §4.4.10
Variabele
Codeert één gegeven, zoals een snelheid of een afstand. SUBSET-026-7 §7.3.2
Version-invariant (bericht)
Radiobericht dat in alle systeemversies gelijk is; in de tabel de kolom "Invariant". SUBSET-026-8 §8.5.1.1
Warning (W)
Grens waarbij een waarschuwing wordt gegeven, zodat de bestuurder kan ingrijpen voordat de remmen worden gecommandeerd. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.4
Juridische recorder
Registratie van gebeurtenissen voor juridisch gebruik. De on-board levert de informatie; de recorder is geen onderdeel van de on-board. De details staan in SUBSET-027. SUBSET-026-3 §3.20.1.1–3.20.1.2
Bijlage B

Referentie-index: onderwerp naar specificatie

Zoek een onderwerp op en ga naar de genoemde sectie in de bijgevoegde bron (SUBSET-026 v3.6.0). Modules verwijzen naar de nummers in deze opleiding.

OnderwerpWaar in de bron?Module
Doel en voordelen van ERTMS/ETCSSUBSET-026-1 §1.3–1.41
Verplicht (shall) en de classificatie van clausulesSUBSET-026-9 §9.3.2; SUBSET-026-1 §1.71
Technische versus operationele interoperabiliteitSUBSET-026-1 §1.5.1.1–1.5.1.41
Trackside- en on-board-onderdelen (acht trackside-onderdelen)SUBSET-026-2 §2.4–2.5; §2.5.1.12
Referentiearchitectuur (figuur)SUBSET-026-2 §2.5.32
Level 0, STM, 1, 2, 3SUBSET-026-2 §2.6.2–2.6.73
Mixed levels en prioriteitentabelSUBSET-026-2 §2.6.2.4; SUBSET-026-5 §5.10.23
Level-overgangen: aankondiging en grensbalisSUBSET-026-5 §5.10.13, 9
Bevestiging van een level-overgangSUBSET-026-5 §5.10.43, 6
Level-overgangen naar Level 2/3 en Level 0SUBSET-026-5 §5.10.39
Positie, LRBG en confidence intervalSUBSET-026-3 §3.6.1–3.6.44
Positie-rapporten naar de RBCSUBSET-026-3 §3.6.54
Radiosessie: openen, verlies, beëindigenSUBSET-026-3 §3.5.3–3.5.54, 9
Movement Authority en sectiesSUBSET-026-3 §3.84
Time-outs (End Section, sectie, Level 3)SUBSET-026-3 §3.8.1.5, §3.8.3.5, §3.8.44, 8
Snelheidsbeperkingen (elf categorieën)SUBSET-026-3 §3.11.24
MRSPSUBSET-026-3 §3.13.74, 5
In-fill (Level 1)SUBSET-026-3 §3.94B
Emergency stop (conditional en unconditional)SUBSET-026-3 §3.10.24, 7, 13
Track conditions, mode profile, route suitabilitySUBSET-026-3 §3.12.1, §3.12.2, §3.12.44B
TekstmeldingenSUBSET-026-3 §3.12.34B
Remcommando's en vrijgaveSUBSET-026-3 §3.14.14B
Bescherming (RAP, RMP, standstill)SUBSET-026-3 §3.14.2–3.14.44B
Balisegroep-consistentieSUBSET-026-3 §3.16.24B
Track Ahead FreeSUBSET-026-3 §3.15.54B
Speed and distance monitoring: inputs, conversieSUBSET-026-3 §3.13.2–3.13.35
Remmodel, deceleratie en opbouwtijdSUBSET-026-3 §3.13.65
Locaties zonder remcontributie, reduced adhesionSUBSET-026-3 §3.13.55
Targets en remcurven (EBD, SBD)SUBSET-026-3 §3.13.85
Supervisielimieten I, P, W, SBI, EBISUBSET-026-3 §3.13.9.35
Ceiling supervision en DV_EBISUBSET-026-3 §3.13.9.25
Release speedSUBSET-026-3 §3.13.9.45
Speed monitoring (ceiling, target, release)SUBSET-026-3 §3.13.105
Braking curves (EBD, SBD, parachute)ERA_ERTMS_040026 §2–35
Reactietijden en numerieke voorbeeldenERA_ERTMS_040026 §55
Vaste waarden (Appendix A.3.1, niet bijgevoegd)SUBSET-026-3 §3.13.9.2.4; Appendix A.3.15, 10
Modes en overgangenSUBSET-026-4 §4.3.2, §4.4, §4.66
Mode-wisseling en opgeslagen gegevensSUBSET-026-4 §4.8–4.106
DMI per ModeSUBSET-026-4 §4.76
Start of Mission (tabel, flowchart, degraded)SUBSET-026-5 §5.47
Missie gestart (wanneer geldt een missie als gestart)SUBSET-026-5 §5.4.67
End of MissionSUBSET-026-5 §5.57
Train TripSUBSET-026-5 §5.117
Rangeren (SH)SUBSET-026-5 §5.6–5.78
On SightSUBSET-026-5 §5.98
Override EoASUBSET-026-5 §5.88, 6
Wisseling van cabine of richtingSUBSET-026-5 §5.128
Keren (Reversing)SUBSET-026-5 §5.13; SUBSET-026-4 §4.4.188
RBC/RBC-handoverSUBSET-026-3 §3.15.1; SUBSET-026-5 §5.159
Train DataSUBSET-026-3 §3.18.310
Driver ID, Level en RBC-gegevensSUBSET-026-3 §3.18.410
AdhesiefactorSUBSET-026-3 §3.18.4.610
National Values en Default ValuesSUBSET-026-3 §3.18.210
Datum, tijd (UTC en lokale tijd)SUBSET-026-3 §3.18.510
Wijziging van Train Data via een andere bronSUBSET-026-5 §5.17; SUBSET-026-3 §3.18.3.610
Juridische registratieSUBSET-026-3 §3.20.1.1–3.20.1.2 (details: SUBSET-027)10
Oudere systeemversies (envelop)SUBSET-026-6 §6.3–6.411
Uitzonderingen voor de trackside (X = 1)SUBSET-026-6 §6.5.111
Uitzonderingen voor de on-boardSUBSET-026-6 §6.611
VariabelenSUBSET-026-7 §7.3.2, §7.512
PacketsSUBSET-026-7 §7.3.3, §7.412
Berichten en telegrammen (regels)SUBSET-026-8 §8.412
Radioberichten (lijsten)SUBSET-026-8 §8.512
Definitie van berichtenSUBSET-026-8 §8.6, §8.712
CasestudiesSUBSET-026-3 §3.13, §3.15.1; SUBSET-026-5 §5.8, §5.10, §5.1513
Level- en modesymbolenERA_ERTMS_015560 · DMI Tabel 59 en 606, 10
Supervisiestatussen (NoS, IndS, OvS, WaS, IntS)ERA_ERTMS_015560 · DMI §75, 10
DMI-geluiden (click, Sinfo, S1, S2)ERA_ERTMS_015560 · DMI §1410
Eindexamen

Eindexamen per opleidingsniveau

Het examen bestaat uit drie delen, één per niveau. Elk deel gebruikt de taxonomie van Bloom. Maak eerst het deel van je niveau; daarna mag je het volgende niveau proberen.

Instructies
  • Maak het examen zonder het modelantwoord te openen. Gebruik de bijlagen (SUBSET-026 v3.6.0 en de DMI-specificatie) als referentie, zoals in het echte werk.
  • Gesloten vragen (meerkeuze en getal) tel je met de knop "Nakijken". Open vragen beoordeel je met het modelantwoord en het beoordelingsschema.
  • Slagingscriteria: Deel A minimaal 70 %; Deel B minimaal 70 % van de gesloten vragen en een voldoende op de open vragen; Deel C minimaal 10 van de 16 punten.
  • Antwoorden staan onder elke vraag in "Toon modelantwoord"; de antwoordsleutel van de gesloten vragen staat onderaan elk deel.
  • Getallen die uit Appendix A.3.1 komen (niet bijgevoegd) zijn in dit examen illustratief, tenzij de vraag anders zegt.

Deel A · Niveau 1 · Basis Onthouden en begrijpen (20 vragen, 1 punt per vraag)

EA1Onthouden

Hoeveel Levels onderscheidt de SRS?

Toelichting
SUBSET-026-2 §2.6.2.3
EA2Onthouden

Welk Level gebruikt een RBC met Euroradio, en Eurobalises vooral voor plaatsbepaling?

Toelichting
SUBSET-026-2 §2.6.6.2.1
EA3Onthouden

Welke systeemversie X mag een trackside in de envelop van hoofdstuk 6 gebruiken?

Toelichting
SUBSET-026-6 §6.4.1.1
EA4Begrijpen

Wat betekent "shall" in de SRS?

Toelichting
SUBSET-026-9 §9.3.2.2
EA5Onthouden

Welke Mode is de standaardmode na het opstarten?

Toelichting
SUBSET-026-4 §4.4.7.1.1–4.4.7.1.2
EA6Begrijpen

Een clausule is nodig om een eis correct te interpreteren, maar is zelf geen eis. Welke categorie uit hoofdstuk 9 hoort daarbij?

Toelichting
SUBSET-026-9 §9.3.2.1
EA7Begrijpen

Welke Mode mag alleen op bevel van de trackside worden gebruikt, voor rijden op zicht?

Toelichting
SUBSET-026-4 §4.4.12.1.2
EA8Begrijpen

Welke Mode kiest de bestuurder om te rangeren, als de trein stilstaat?

Toelichting
SUBSET-026-5 §5.6.2 (E015); SUBSET-026-4 §4.4.8
EA9Begrijpen

Wat is de juiste volgorde van de supervision limits bij het naderen van een target?

Toelichting
SUBSET-026-3 §3.13.9.3
EA10Begrijpen

Wat is de Permitted speed (P)?

Toelichting
SUBSET-026-3 §3.13.9.3.5
EA11Begrijpen

Welke DMI-status hoort bij een snelheid boven de Warning-grens (W)?

Toelichting
ERA_ERTMS_015560 · DMI §7.2.3
EA12Begrijpen

Welk geluid hoort bij de over-speed-status in de TSM?

Toelichting
ERA_ERTMS_015560 · DMI §7.4.3.3
EA13Begrijpen

Hoe wordt de MRSP bepaald?

Toelichting
SUBSET-026-3 §3.13.7.2
EA14Onthouden

Hoeveel categorieën snelheidsbeperkingen onderscheidt de SRS in versie 3.6.0?

Toelichting
SUBSET-026-3 §3.11.2.2
EA15Begrijpen

Wat is een End of Authority (EOA)?

Toelichting
SUBSET-026-3 §3.8.1.1
EA16Begrijpen

Waarin verschilt een Limit of Authority (LOA) van een EOA?

Toelichting
SUBSET-026-3 §3.8.1.1
EA17Begrijpen

Welk radiobericht stuurt de RBC naar de trein met de Movement Authority?

Toelichting
SUBSET-026-8 §8.5.3; het bericht 132 is van de trein naar de RBC §8.5.2
EA18Begrijpen

Wat is de eerste stap van een Train Trip?

Toelichting
SUBSET-026-5 §5.11.2 (A025: de mode gaat naar TR)
EA19Onthouden

In welke Mode begint een Start of Mission?

Toelichting
SUBSET-026-5 §5.4.1.2
EA20Begrijpen

Wat gebeurt er als de bestuurder een On Sight-aanwijzing niet binnen de driver acknowledgement time bevestigt?

Toelichting
SUBSET-026-5 §5.9.2.4; de tijd staat in Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd)
Antwoordsleutel deel A
1 C · 2 A · 3 B · 4 D · 5 B · 6 B · 7 A · 8 B · 9 B · 10 C · 11 A · 12 B · 13 D · 14 D · 15 A · 16 B · 17 A · 18 C · 19 B · 20 C (de letter staat voor de juiste keuze).

Deel B · Niveau 2 · Gevorderd Toepassen en analyseren (10 vragen; 7 gesloten, 3 open)

EB1Toepassen

Een trein rijdt in een ceiling speed-sectie met VMRSP = 100 km/h. Bereken DVEBI in km/h, met de illustratieve parameters (DVEBImin = 5 km/h, DVEBImax = 15 km/h, CEBI = 0,1, VEBImin = 0).

Toelichting
min(5 + 0,1 × 100 ; 15) = 15 km/h SUBSET-026-3 §3.13.9.2.3. De waarden zijn illustratief (Appendix A.3.1).
EB2Toepassen

In een ceiling speed-sectie met VMRSP = 60 km/h, met dezelfde illustratieve parameters als EB1: bij welke snelheid (km/h) wordt de EBI-grens bereikt?

Toelichting
DV = 5 + 0,1 × 60 = 11 km/h; EBI = 60 + 11 = 71 km/h SUBSET-026-3 §3.13.9.2.3.
EB3Toepassen

Hoeveel meter legt de trein af in 9 seconden bij 90 km/h? (Dit is de afstand tussen de I-grens en de P-grens bij constante snelheid.)

Toelichting
90 km/h = 25 m/s; 9 × 25 = 225 m ERA_ERTMS_040026 §5.2.
EB4Toepassen

Bereken de remweg (m) van 100 km/h naar stilstand bij een constante vertraging van 0,8 m/s² (zonder opbouwtijd).

Toelichting
v = 27,78 m/s; s = 27,78² / (2 × 0,8) = 771,7 / 1,6 ≈ 482 m ERA_ERTMS_040026 §3.1.1 (vereenvoudigd).
EB5Toepassen

Een trein op Level 1 wordt getript en staat stil. De bestuurder bevestigt de trip. Welke Mode volgt?

Toelichting
SUBSET-026-4 §4.4.14.1.1: Post Trip wordt direct na de bevestiging van de trip ingeschakeld.
EB6Analyseren

Welke voorwaarde is niet nodig om Override te kunnen kiezen?

Toelichting
SUBSET-026-5 §5.8.2.1. De goedkeuring door de RBC is geen voorwaarde voor de keuze.
EB7Analyseren

Een Level 0-trein nadert een Level 2-gebied zonder dat de Level 2-MA vóór de grens is ontvangen. Wat volgt?

Toelichting
SUBSET-026-5 §5.10.3.2.3
EB8Analyseren

Een trein in TSM overschrijdt eerst de W-grens en daarna de P-grens, zonder te remmen. Beschrijf de DMI-statussen en geluiden in de juiste volgorde.

Toon modelantwoord (beoordeel met de criteria van deel B)
Eerst WaS met S2 (boven W). Daarna, bij overschrijding van P, OvS met S1. Het geluid S2 speelt zolang WaS actief is. Prioriteit: WaS gaat voor OvS; bij beide actief toont de DMI de hoogste status ERA_ERTMS_015560 · DMI §7.4.4–7.4.6, Tabel 6.
EB9Analyseren

Verklaar waarom bij een actieve Override een "stop if in SR"-balis de trein niet trapt, en wat er dan met de voormalige EOA/LOA gebeurt.

Toon modelantwoord
De overgang naar Trip heeft de conditie "override is not active" SUBSET-026-4 §4.6.3 [54]. Met een actieve override wordt de trip onderdrukt SUBSET-026-5 §5.8.3.6. De voormalige EOA/LOA wordt bij het lezen van "stop if in SR" wel gewist §5.8.3.1.3. De trein blijft in SR en rijdt door op de SR-supervisie.
EB10Analyseren

Op Level 2 wordt de trein getript doordat de min safe front end het EOA passeert. Beschrijf de volgorde van de reacties van de on-board, van het passeren tot het moment waarop de trein weer mag rijden.

Toon modelantwoord
1) De min safe front end passeert het EOA: de trip-reactie begint op Level 2 en 3 SUBSET-026-3 §3.13.10.2.6. 2) De on-board schakelt naar TR en commandeert de noodrem; de noodrem kan in TR niet worden losgelaten SUBSET-026-5 §5.11.2 (S010, A025); SUBSET-026-4 §4.4.13.1.2. 3) De trein staat stil en de bestuurder bevestigt de trip. 4) Het systeem gaat naar Post Trip; de noodrem wordt losgelaten SUBSET-026-4 §4.4.14.1.1–4.4.14.1.2. 5) Staan er noodstops open, dan wacht de on-board tot de RBC die heeft ingetrokken SUBSET-026-5 §5.11.2 (D130, S130).
Antwoordsleutel deel B (gesloten vragen)
EB1 15 km/h · EB2 71 km/h · EB3 225 m · EB4 ca. 482 m · EB5 A (PT) · EB6 D · EB7 C.

Deel C · Niveau 3 · Expert Evalueren en creëren (4 casussen; 4 punten per casus)

Beoordelingsschema per casus Geef één punt per criterium: (1) de juiste conclusie; (2) een verwijzing naar de bron; (3) een afweging van het risico; (4) een concreet voorstel of testgeval. Slagingsgrens: 10 van de 16 punten (62,5 %).
EC1Evalueren

Een RBC stuurt een MA met toestemming voor Full Supervision. De SSP en de gradient dekken de volledige lengte van de MA niet: er ontbreekt informatie over een deel van de MA. Beoordeel of de on-board de MA mag accepteren, en welke test je zou opnemen.

Toon modelantwoord
Nee: de MA en het mode profile worden niet geaccepteerd als SSP en gradient, al aan boord of samen met de MA, niet de volledige lengte van de MA dekken SUBSET-026-3 §3.7.2.3. "Volledige lengte" betekent minstens vanaf de estimated front end §3.7.2.3.1. De trein krijgt dus geen Full Supervision op basis van deze MA. Risico: de bestuurder kan denken dat de trein volledig gesuperviseerd wordt. Voorstel: een testgeval met een SSP die één meter te kort is; verwachte uitkomst: de MA wordt niet geaccepteerd en de mode gaat niet naar FS; de weergave op de DMI wordt gecontroleerd volgens de DMI-specificatie.
EC2Creëren

Een zware goederentrein (lambda-trein) rijdt op 120 km/h, is 900 m lang en heeft een braked weight van 110 %. Controleer of het lambda-model geldig is, en schrijf de eisen op die de trackside moet leveren.

Toon modelantwoord
Validiteit volgens de brochure: maximumsnelheid 200 km/h (120 km/h voldoet), braked weight tussen 30 % en 250 % (110 % voldoet), en lengte van maximaal 1 500 m voor goederentreinen (900 m voldoet) ERA_ERTMS_040026 §3.3.3. Eisen aan de trackside: de geïntegreerde correctiefactoren Kv_int, Kr_int en Kt_int worden met National Values gedefinieerd SUBSET-026-3 §3.13.2.3.7.10–3.13.2.3.7.14; die National Values horen bij het spoor. Test: de remafstanden van het model vergelijken met metingen (bv. een remproef) en de EBD-curve controleren op de target location.
EC3Evalueren

Op een Level 2-traject ligt een radio hole van 2 km. Een trein met een EOA 1 km na het begin van de hole staat in de hole stil. De bestuurder kiest Override. Beoordeel de situatie: welke procedures en regels spelen een rol, en welke risico's zie je?

Toon modelantwoord
De on-board probeert de verbinding niet opnieuw op te zetten in een aangekondigde radio hole; pas aan het einde van de hole SUBSET-026-3 §3.5.4.4. Op Level 2 en 3 heft de overgang naar SR door de Override alle eerder ontvangen noodstopopdrachten op SUBSET-026-5 §5.8.3.4 (note 3). De trip is onderdrukt zolang de override actief is §5.8.3.6. Risico's: een verkeerde override zonder zicht op de baan, en een trein die weer rijdt zonder dat de RBC de noodstop kent. Een goede beoordeling noemt de procedure voor de bestuurder en de signalist, en de melding aan de RBC zodra de radio weer werkt §5.8.3.2.
EC4Creëren

Ontwerp vijf testgevallen voor de DMI bij een overgang van Level 2 naar Level 3: de level-symbolen, de aankondiging en de acknowledgement. Geef per testgeval de verwachte DMI-weergave en de bron.

Toon modelantwoord
  1. Level 2 actief: symbool LE_04 (Level 2, continuous) DMI Tabel 59.
  2. Aankondiging van Level 3 op een verder punt: het bijbehorende aankondigingssymbool uit DMI Tabel 59.
  3. Aankondiging die een bevestiging vraagt: het gele, knipperende symbool uit DMI Tabel 59.
  4. Level 3 actief na de grens: LE_05 (Level 3, continuous) DMI Tabel 59.
  5. Bevestiging bij de overgang van Level 2 naar Level 3: volgens de tabel van level-overgangen is geen bevestiging nodig, dus de DMI toont geen ack-verzoek SUBSET-026-5 §5.10.4.4.

Deel C bestaat alleen uit open vragen. Beoordeel je antwoord zelf met het schema hierboven en het modelantwoord.

Afsluiting

Als je alle drie de delen hebt afgerond, heb je de stof van deze opleiding op alle drie de niveaus doorlopen. Voor een inhoudelijke herhaling kun je de toetsvragen per module opnieuw maken, of de casestudies van Module 13 gebruiken.

Let op: de antwoorden in deze cursus zijn gebaseerd op SUBSET-026 v3.6.0 (hoofdstukken 1–9), ERA_ERTMS_015560 v3.4.0 (DMI) en ERA_ERTMS_040026 v1.5. Appendix A.3.1 en A.3.2 van de SRS zijn niet bijgevoegd; de getallen daaruit zijn in de cursus illustratief. Controleer altijd de geldende versie van de specificatie voordat je de antwoorden in een project gebruikt.