ERTMS/ETCS: Levels, Modes, Supervision & Procedures
Een opleiding op basis van de bijgevoegde specificaties: SUBSET-026 v3.6.0 (hoofdstukken 1 t/m 9), de ETCS Driver Machine Interface (ERA_ERTMS_015560 v3.4.0, incl. symbolenbibliotheek en geluiden) en de brochure Introduction to ETCS braking curves (ERA_ERTMS_040026 v1.5).
Welkom en leeswijzer
Doel van deze opleiding
Na het doorlopen van deze opleiding kun je de werking van ERTMS/ETCS uitleggen, de Levels en Modes onderscheiden, Supervision en braking curves berekenen en interpreteren, en de belangrijkste Procedures (zoals Start of Mission, Override EoA en Train Trip) toepassen en beoordelen. Elke stof is gekoppeld aan de specificatie waar ze vandaan komt, zodat je altijd kunt nagaan of een clausule een verplichte ETCS-eis is of informatief (zie hoofdstuk 9 van de SRS).
Opbouw: drie opleidingsniveaus volgens de taxonomie van Bloom
De stof is ingedeeld in drie niveaus. Elk niveau correspondeert met een ander cognitief niveau uit de taxonomie van Bloom (herziene versie). Per module vind je per niveau theorie, visualisaties en toetsvragen.
| Niveau | Bloom-categorieën | Wat kun je na dit niveau? | Doelgroep (voorbeeld) |
|---|---|---|---|
| Niveau 1 · Basis | OnthoudenBegrijpen | Begrippen, afkortingen en functies benoemen; het systeem en zijn Levels, Modes en Procedures beschrijven; eenvoudige situaties herkennen. | Nieuwe medewerkers, operators, projectleiders, verkoop, opleiders in het begin van hun traject. |
| Niveau 2 · Gevorderd | ToepassenAnalyseren | Regels toepassen op concrete situaties, remafstanden en supervision limits berekenen, mode- en level-overgangen analyseren, requirements koppelen aan testgevallen. | Systeemingenieurs, testers, inbedrijfstellingsingenieurs, safety-analisten op werkniveau. |
| Niveau 3 · Expert | EvaluerenCreëren | Ontwerpkeuzes en implementaties beoordelen op conformiteit en veiligheid, degraded situations afwegen, en nieuwe scenario's, testplannen of procedures ontwerpen. | Specificatie-experts, architecten, leveranciers van on-board en trackside, assessoren. |
De zes Bloom-categorieën in de opleiding
- Onthouden Feiten en termen herhalen (bv. de namen van de Modes en hun afkortingen).
- Begrijpen De betekenis van een regel in eigen woorden uitleggen (bv. waarom de Indication limit vóór de Permitted speed ligt).
- Toepassen Een regel of formule gebruiken in een concrete situatie (bv. de EBI-grens berekenen).
- Analyseren Een situatie in onderdelen splitsen en oorzaak-gevolg of samenhang aantonen (bv. waarom een trein bij een Level-overgang getript wordt).
- Evalueren Een oordeel vellen op basis van criteria (bv. of een procedure conform de specificatie verloopt).
- Creëren Een nieuw ontwerp, scenario of testcase opstellen dat aan de specificatie voldoet.
Werkwijze
- Lees het Niveau 1-gedeelte van een module en bekijk de visualisatie.
- Maak de toetsvragen van dat niveau. Gebruik "Controleer" voor directe feedback. Open vragen beantwoord je eerst zelf; daarna open je het modelantwoord.
- Ga door naar Niveau 2 en 3 als je Niveau 1 met minstens 70 % beheerst.
- Maak aan het eind het eindexamen per niveau (zie de bijlage Eindexamen).
Visualisaties en video
Waar mogelijk is de stof in beeld gebracht. Er zijn twee soorten:
- ▶ Video-scène Een geanimeerde scène met afspelen, pauzeren, terugspoelen, een tijdbalk en ondertiteling. Elke scène heeft een script (tekst) dat je kunt gebruiken om zelf een video op te nemen.
- ⚙ Interactief Een model dat je zelf kunt bedienen (schuifregelaars, klikbare onderdelen). Alle getallen in de modellen zijn illustratief, tenzij anders aangegeven.
Verwijzingen naar de specificaties
Verwijzingen naar een specificatie staan als blauw label in de tekst (bv. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.5). De codes verwijzen naar de volgende bijlagen:
| Code in de tekst | Bron (bijlage) |
|---|---|
| SUBSET-026-1 §1.7.1.1 | SUBSET-026-1 v3.6.0 · Chapter 1 Introduction (13.05.2016) |
| SUBSET-026-2 §2.6.5 | SUBSET-026-2 v3.6.0 · Chapter 2 Basic System Description |
| SUBSET-026-3 §3.13.9 | SUBSET-026-3 v3.6.0 · Chapter 3 Principles (verwijst naar Appendix A.3.1; niet bijgevoegd) |
| SUBSET-026-4 §4.x | SUBSET-026-4 v3.6.0 · Chapter 4 Modes and Transitions |
| SUBSET-026-5 §5.x | SUBSET-026-5 v3.6.0 · Chapter 5 Procedures |
| SUBSET-026-6 §6.x | SUBSET-026-6 v3.6.0 · Chapter 6 Management of older System Versions |
| SUBSET-026-7 §7.x | SUBSET-026-7 v3.6.0 · Chapter 7 ERTMS/ETCS Language (variabelen en packets) |
| SUBSET-026-8 §8.x | SUBSET-026-8 v3.6.0 · Chapter 8 Messages (radioberichten) |
| SUBSET-026-9 §9.x | SUBSET-026-9 v3.6.0 · Chapter 9 Classification of the SRS clauses |
| ERA_ERTMS_040026 §3.3 | Introduction to ETCS braking curves (ERA_ERTMS_040026 v1.5, 12/08/2020) |
| ERA_ERTMS_015560 · DMI | ETCS Driver Machine Interface (ERA_ERTMS_015560 v3.4.0), inclusief DMI-symboolbibliotheek en geluiden (zip) |
- De hoofdstukken 6 (oudere systeemversies), 7 (ERTMS/ETCS Language), 8 (berichten) en 9 (classificatie) worden nu behandeld. De vorige versie van deze cursus behandelde alleen hoofdstuk 1 t/m 5.
- De shall/may-indeling uit de vorige versie is vervangen door de classificatie in hoofdstuk 9.
- De supervisielimieten (I, P, W, SBI, EBI) staan nu onder 3.13.9; de snelheidsbewaking onder 3.13.10; de MRSP onder 3.13.7.
- Statische snelheidsbeperkingen (SSR) kennen elf categorieën (was zes).
- In hoofdstuk 5 zijn explanatory tables vervangen door flowcharts (bv. 5.6.3 en 5.11.3).
- Het data entry / modification process (3.19) is vervallen; het wijzigen van Train Data uit andere bronnen staat in 5.17.
Bijlagen in deze cursus
- Begrippenlijst (Engelse benamingen met uitleg in het Nederlands).
- Referentie-index (welk onderwerp staat in welke sectie van de specificatie).
- Eindexamen per niveau, met antwoordsleutel en beoordelingscriteria.
ERTMS/ETCS in het kort
Wat is ERTMS/ETCS, waarom bestaat het, hoe is de specificatie opgebouwd en hoe lees je een eis met de classificatie uit hoofdstuk 9?
- Onthouden Noem de voordelen van een internationaal interoperabel systeem en de negen hoofdstukken van de SRS.
- Begrijpen Leg uit waarom ERTMS/ETCS een braking curve nodig heeft en wat de vijf categorieën van hoofdstuk 9 betekenen.
- Toepassen Bepaal bij een specificatiezin of het een ETCS on-board requirement, een ETCS trackside requirement of een toelichting is.
- Analyseren Analyseer waarom het ontbreken van één geharmoniseerd braking-curve-algoritme in baseline 2 tot verschillen in remafstanden leidde.
- Evalueren Beoordeel de stelling "ETCS vervangt altijd het klassieke signaleringssysteem".
- Creëren Ontwerp een controlelijst om te beoordelen of een on-board implementatie voldoet aan de verplichte eisen.
Niveau 1 · Basis Wat is ERTMS/ETCS?
ERTMS (European Rail Traffic Management System) is de overkoepelende naam voor het Europese treinbeïnvloedingssysteem. Het bestaat uit ETCS (European Train Control System) en de radioverbinding GSM-R. De SRS beschrijft ETCS: de functionele en technische eisen aan het systeem SUBSET-026-1 §1.3.1.2.
Waarom een Europees systeem?
Treinbeveiliging (Automatic Train Control, ATC) is in het verleden in elk land anders ontwikkeld. Die systemen zijn onderling niet compatibel. Een trein moest daardoor op een grensovergang vaak van locomotief of van bemanning wisselen, of met meerdere systemen tegelijk uitgerust zijn SUBSET-026-1 §1.3.1.1. ERTMS/ETCS moet dat oplossen. De SRS noemt daarvoor de volgende voordelen SUBSET-026-1 §1.4.1.1:
- grensoverschrijdende interoperabiliteit;
- betere veiligheid van nationaal en internationaal treinverkeer;
- beter beheer van internationaal personen- en goederenvervoer;
- kortere headways op drukke lijnen door moving block, waardoor de capaciteit van het spoor beter benut wordt;
- stapsgewijze invoering van de nieuwe technologie;
- Europese concurrentie tussen leveranciers van ETCS-componenten;
- een sterkere positie van de Europese spoorindustrie op de wereldmarkt;
- voorwaarden voor toekomstige harmonisatie van andere onderdelen van het spoorverkeer.
Wat specificeert de SRS, en wat niet?
De SRS (System Requirements Specification, SUBSET-026) specificeert ETCS "vanuit technisch oogpunt" SUBSET-026-1 §1.5.1.1. Technische interoperabiliteit vraagt dat telegrammen volgens vaste regels worden opgebouwd en begrepen, én dat trein en trackside uniform reageren op de ontvangen informatie SUBSET-026-1 §1.5.1.3. Operationele interoperabiliteit (bedrijfsregels, onderhoudsnormen) valt buiten de SRS SUBSET-026-1 §1.5.1.4.
De SRS definieert de systeemeisen voor ETCS van ERTMS SUBSET-026-1 §1.8.1.1. Ze is opgebouwd in negen hoofdstukken, die hieronder staan.
De opbouw van de SRS in negen hoofdstukken
| Hoofdstuk | Titel (Engels) | Inhoud in één zin | Module |
|---|---|---|---|
| 1 | Introduction | Doel, structuur en leeswijzer van de SRS. | 1 |
| 2 | Basic System Description | Overzicht van het systeem, de subsystemen en de Levels. | 2, 3 |
| 3 | Principles | Principes voor balises, radio, positie, Movement Authority, snelheidsbewaking en data. | 4, 4b, 5 |
| 4 | Modes and Transitions | Alle Modes van de on-board en de overgangen daartussen. | 6 |
| 5 | Procedures | Het dynamische gedrag van Procedures, zoals Start of Mission. | 3, 6 t/m 9 |
| 6 | Management of older System Versions | Welke systeemversies wettelijk mogen worden geëxploiteerd, en de uitzonderingen op de andere hoofdstukken. | 11 |
| 7 | ERTMS/ETCS Language | De variabelen en de packets voor data over de luchtinterface. | 12 |
| 8 | Messages | Het toepassingsprotocol: formaat en inhoud van de radioberichten. | 12 |
| 9 | Classification of the SRS clauses | Per clausule de categorie: on-board, trackside, Definition, Informative of Others. | 1 (hieronder) |
Alle negen hoofdstukken van SUBSET-026 v3.6.0 zijn als bijlage opgenomen en worden in deze opleiding behandeld.
Classificatie van clausules (hoofdstuk 9)
Eisen staan in de SRS als zinnen met het woord shall SUBSET-026-9 §9.3.2.2. Hoofdstuk 9 classificeert elke clausule van de hoofdstukken 1 t/m 8 in één van de volgende categorieën SUBSET-026-9 §9.3.2.1:
- ETCS on-board requirement: een clausule met eisen die de on-board apparatuur moet vervullen;
- ETCS trackside requirement: een clausule met eisen die de trackside moet vervullen, als de bijbehorende functie wordt toegepast;
- Definition: een clausule die nodig is om een eis correct te interpreteren;
- Informative: een clausule die de context of de onderbouwing van een eis toelicht;
- Others: een clausule die in geen van de bovenstaande categorieën valt.
Twee regels helpen bij het lezen. Een genummerde titel met de bijbehorende tabel is één geheel en wordt als on-board én trackside requirement geclassificeerd, ook zonder shall SUBSET-026-9 §9.3.2.2. Van de categorieën mogen alleen de eerste twee gecombineerd worden SUBSET-026-9 §9.3.2.3.
Notes, justifications en voorbeelden zijn alleen informatief en zijn geen eis SUBSET-026-3 §3.3.1.4. De on-board moet alle aan hem toegewezen eisen implementeren, met alleen de uitzonderingen die in de Control-Command and Signalling TSI en in de SRS staan SUBSET-026-1 §1.7.1.2. Niet gespecificeerde oplossingen zijn toegestaan zolang ze geen interoperabiliteitsproblemen geven SUBSET-026-1 §1.7.1.5.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Wat betekent de afkorting ERTMS?
Toon uitleg en verwijzing
Welk hoofdstuk van de SRS beschrijft de Modes van de on-board apparatuur en alle overgangen daartussen?
Toon uitleg en verwijzing
Wat betekent de categorie Informative in hoofdstuk 9 van de SRS?
Toon uitleg en verwijzing
Niveau 2 · Gevorderd Eisen classificeren en de noodzaak van braking curves
Op dit niveau lees je de SRS als een technisch document: je koppelt een uitspraak aan een eis, bepaalt bij welke categorie ze hoort, en begrijpt waarom het systeem is opgebouwd zoals het is.
Classificeren van een clausule: een werkwijze
- Zoek het woord shall. Een zin met shall is een eis SUBSET-026-9 §9.3.2.2.
- Zoek de clausule in de tabel van hoofdstuk 9 (§9.4). Elke clausule heeft kruisjes in de kolommen on-board, trackside, Definition, Informative en Others SUBSET-026-9 §9.4.
- Let op het onderwerp: de on-board, de trackside (RBC, balise, radio-infill) of een algemene bepaling.
- Let op de conditie: "in case the corresponding function is implemented" betekent dat de trackside-eis geldt zodra de functie wordt toegepast SUBSET-026-9 §9.3.2.1.
- Lees Notes, Justifications en Examples als toelichting, niet als eis SUBSET-026-3 §3.3.1.4.
| Zin uit de SRS (letterlijk) | Categorie | Reden |
|---|---|---|
| "The ERTMS/ETCS on-board equipment shall implement all its allocated requirements, with the only exceptions and conditions explicitly stated in the Control-Command and Signalling TSI and in this SRS." | ETCS on-board requirement | Eis voor de on-board apparatuur SUBSET-026-1 §1.7.1.2. |
| "For ERTMS/ETCS trackside the implementation of functions has to be defined according to the characteristics of the specific lines and the related operational needs." | ETCS trackside requirement | De trackside bepaalt de functies naar de eigenschappen van de lijn SUBSET-026-1 §1.7.1.3. |
| "Notes, Justifications and Examples are only informative and shall not be regarded as requirements." | Informative | Geen eis SUBSET-026-3 §3.3.1.4. |
Waarom harmonisatie van braking curves nodig is
De ERTMS/ETCS-specificatie baseline 2 beschreef de basisprincipes van de braking curves en wat de bestuurder te zien krijgt, maar gaf geen geharmoniseerd algoritme om ze te berekenen. Gevolg ERA_ERTMS_040026 §2.2.2:
- verschillende leveranciers van on-board apparatuur berekenen voor hetzelfde rollend materieel verschillende remafstanden. Daardoor hangt de engineering van de trackside (en het toewijzen van treinpaden) niet alleen af van de remprestatie van het materieel, maar ook van de leverancier;
- voor grensoverschrijdende treinen zijn daardoor meerdere nationale braking curves in de on-board nodig, met extra kosten voor software-ontwikkeling, tests en updates.
Daarom vraagt de overgang naar een uniform snelheids- en afstandsbewakingssysteem twee zaken ERA_ERTMS_040026 §2.2.1: de remgedraging van de trein moet volledig voorspelbaar zijn, en de veiligheidsmarges moeten eenduidig tussen trackside en on-board verdeeld kunnen worden.
Klassieke seinen versus ETCS: omgekeerde logica
Bij klassieke seinen ligt de plaats waar de trein moet beginnen met remmen vast (het waarschuwingssein); de beginsnelheid wordt aangepast aan het remvermogen van de trein. Bij ETCS is dat omgekeerd: de beginsnelheid is constant en de plaats waar moet worden gereden wordt per trein aangepast aan de remprestatie ERA_ERTMS_040026 §4.1. Op Level 3 zijn lineside seinen niet voorzien SUBSET-026-2 §2.6.7.1.7; de bestuurder krijgt zijn informatie dan volledig via de DMI (cab signalling).
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Welke van de volgende zinnen is een verplichte eis volgens de SRS-conventie?
Toon uitleg en verwijzing
Een spoorwegonderneming koopt twee treinen van verschillende leveranciers die beide aan baseline 2 voldoen. Op dezelfde lijn blijkt de remafstand van de ene trein aanzienlijk groter. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?
Toon uitleg en verwijzing
Leg uit waarom bij ETCS de beginsnelheid constant is en de remlocatie varieert, terwijl bij klassieke seinen het omgekeerde geldt. Gebruik de begrippen remweg en remvermogen.
Toon modelantwoord
Niveau 3 · Expert Beoordelen en ontwerpen op specificatieniveau
Op expertniveau beoordeel je of een systeem voldoet aan de principes en de eisen, en ontwerp je een beoordelingsmethode. Let bij elke conclusie op de versie van de specificatie.
De stelling "ETCS vervangt altijd het signaleringssysteem"
Dat hangt af van het Level. Op Level 1 en Level 2 is ETCS een overlay op een onderliggend signaleringssysteem (interlocking, sporencircuits, seinen) SUBSET-026-2 §2.6.5.1.1 en SUBSET-026-2 §2.6.6.1.1. Treindetectie en treinintegriteit vallen op Level 1 en 2 buiten ETCS en blijven bij het onderliggende systeem SUBSET-026-2 §2.6.5.1.4 en SUBSET-026-2 §2.6.6.1.4. Op Level 2 kunnen lineside seinen worden onderdrukt SUBSET-026-2 §2.6.6.1.7; op Level 3 zijn ze niet voorzien SUBSET-026-2 §2.6.7.1.7. Op Level 0 mag een trein zonder treinbeïnvloedingssysteem rijden, en geven lijnseinen de bevoegdheid aan de bestuurder SUBSET-026-2 §2.6.3.1.2. ETCS vervangt het signaleringssysteem dus niet op elk Level: op Level 1 en 2 legt het een beveiligingslaag over het bestaande systeem.
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Een projectleider stelt: "Na de invoering van Level 2 kan de bestaande interlocking worden uitgeschakeld, want ETCS neemt de treindetectie over." Beoordeel deze stelling aan de hand van de SRS.
Toon modelantwoord
Ontwerp een beoordelingsschema (vijf controlepunten) waarmee een auditor kan nagaan of de documentatie van een on-board leverancier de verplichte eisen uit de SRS juist overneemt. Geef per controlepunt aan welke specificatie-bron je gebruikt.
Toon modelantwoord
- Verzamel alle zinnen met "shall" uit de relevante hoofdstukken en noteer de categorie uit hoofdstuk 9; notes en "may" buiten beschouwing laten SUBSET-026-9 §9.3.2.1.
- Koppel elke eis aan een ontwerpelement of testcase in de documentatie van de leverancier (traceability).
- Controleer de Modes en de overgangen tegen Chapter 4 SUBSET-026-4 en de procedures tegen Chapter 5 SUBSET-026-5.
- Controleer de vaste waarden tegen Appendix A.3.1, waarnaar de supervisielimieten verwijzen SUBSET-026-3 §3.13.9.2.4.
- Controleer of de systeemversie en de baseline in de documentatie overeenkomen met de geldende versie; bij oudere systeemversies geldt hoofdstuk 6 SUBSET-026-6 §6.4. Leg afwijkingen vast als risico.
Systeemarchitectuur: trackside en on-board
Welke onderdelen bestaan er aan de wegkant en in de trein, en hoe praten ze met elkaar?
- Onthouden Noem de acht trackside-onderdelen en de twee on-board-onderdelen uit de referentiearchitectuur van hoofdstuk 2.
- Begrijpen Beschrijf de rol van een balise, een LEU, de RBC en GSM-R in de communicatie tussen trein en trackside.
- Toepassen Bepaal per Level welke trackside-onderdelen nodig zijn.
- Analyseren Verklaar waarom een Level 1-lijn met alleen Eurobalises een andere infrastructuur vraagt dan een Level 2-lijn.
- Evalueren Beoordeel de keuze om op een Level 2-lijn lineside seinen te onderdrukken.
- Creëren Schets een architectuurdiagram voor een gemengde Level 1/Level 2-lijn met de interfaces.
Niveau 1 · Basis De twee subsystemen
ERTMS/ETCS bestaat uit twee subsystemen, omdat de functies deels aan de wegkant en deels aan boord van de trein moeten worden uitgevoerd SUBSET-026-2 §2.4.1.1 en SUBSET-026-2 §2.4.1.2:
- het trackside subsystem (aan de wegkant);
- het on-board subsystem (in de trein).
De omgeving van het systeem bestaat uit de trein (behandeld in de train interface-specificatie), de bestuurder (via de driver interface), andere on-board interfaces, en externe trackside-systemen zoals interlockings en control centres. Voor die externe systemen worden geen interoperabiliteitseisen vastgesteld SUBSET-026-2 §2.4.1.3.
Trackside: de onderdelen
Afhankelijk van het Level bestaat het trackside subsystem uit een combinatie van de volgende onderdelen SUBSET-026-2 §2.5.1.1. In versie 3.6.0 zijn dat acht onderdelen; KMC en PKI zijn nieuw ten opzichte van de vorige versie.
| Onderdeel | Functie in het kort | Verwijzing |
|---|---|---|
| Balise (Eurobalise) | Zendt telegrammen naar de trein (uplink). Vast of, via een LEU, met variabele inhoud. Balises staan in groepen (balise group); samen vormen de telegrammen van de groep één bericht. | SUBSET-026-2 §2.5.1.2 |
| LEU (Lineside Electronic Unit) | Genereert de telegrammen die door een balise worden gezonden. | SUBSET-026-2 §2.5.1.3 |
| GSM-R | Het radionetwerk voor tweerichtingsverkeer van berichten tussen on-board en trackside. | SUBSET-026-2 §2.5.1.4 |
| RBC (Radio Block Centre) | Een computergebaseerd systeem dat berichten voor de trein opstelt, vooral de Movement Authorities. | SUBSET-026-2 §2.5.1.5 |
| Euroloop | Op Level 1: geeft signaleringsinformatie vooruit, via een loop in het spoor. | SUBSET-026-2 §2.5.1.6 |
| Radio in-fill unit (RIU) | Op Level 1: geeft via radio signaleringsinformatie vooruit. | SUBSET-026-2 §2.5.1.7 |
| KMC (Key Management Centre) | Beheert de cryptografische sleutels waarmee de Euroradio-communicatie wordt beveiligd. | SUBSET-026-2 §2.5.1.8 |
| PKI (Public Key Infrastructure) | Beheert en verspreidt de digitale certificaten, zodat een beveiligde verbinding mogelijk is. | SUBSET-026-2 §2.5.1.9 |
On-board: de onderdelen
Het on-board subsysteem bestaat uit de volgende onderdelen SUBSET-026-2 §2.5.2.1:
- de ERTMS/ETCS on-board equipment: de computer die de beweging van de trein bewaakt, op basis van de informatie die hij met de trackside uitwisselt SUBSET-026-2 §2.5.2.2.1. Hij wisselt ook gegevens uit met de trein, de bestuurder en andere on-board interfaces SUBSET-026-2 §2.4.1.3;
- het on-board deel van het GSM-R-radiosysteem, voor het tweerichtingsverkeer van berichten SUBSET-026-2 §2.5.2.3.1.
Een STM (Specific Transmission Module) kan de on-board equipment via een gestandaardiseerde interface koppelen aan een nationaal treinbeveiligingssysteem. Dat komt voor bij Level NTC (zie §2.6.4) SUBSET-026-2 §2.6.4.1.10.
De referentiearchitectuur
Het diagram hieronder toont de referentiearchitectuur (SUBSET-026-2 Figure 1, §2.5.3). Klik op een onderdeel voor de uitleg en de verwijzing naar de specificatie. De entiteiten binnen het kader "ERTMS/ETCS on-board equipment" staan er alleen om de scope te laten zien van de interfaces die in TSI CCS bijlage A zijn gespecificeerd SUBSET-026-2 §2.5.3.1.
Let op: dit diagram is een vereenvoudigde weergave van SUBSET-026-2 Figure 1. Lijnen geven de logische communicatie aan, niet de fysieke bekabeling.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Welk onderdeel hoort niet bij de trackside-onderdelen van het trackside subsystem?
Toon uitleg en verwijzing
Wat is de functie van het KMC (Key Management Centre)?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom bestaat ERTMS/ETCS uit twee subsystemen?
Toon uitleg en verwijzing
Niveau 2 · Gevorderd Welke onderdelen heeft elk Level nodig?
De architectuur verschilt per Level. Dat is logisch: hoe meer functies in de trackside zitten, hoe meer apparatuur daar nodig is. Gebruik de tabel hieronder om per Level de benodigde onderdelen te bepalen. Alle verwijzingen gaan naar SUBSET-026-2, tenzij anders vermeld.
| Onderdeel | Level 0 | STM (NTC) | Level 1 | Level 2 | Level 3 |
|---|---|---|---|---|---|
| Eurobalise | Ja, alleen voor level-overgangen en speciale commando's §2.6.3.2.1 | Ja, voor level-overgangen §2.6.4.2.1 | Ja, voor spotoverdracht van MA en track description §2.6.5.2.1 | Ja, vooral voor plaatsbepaling §2.6.6.2.1 | Ja, vooral voor plaatsbepaling §2.6.7.2.1 |
| RBC | Nee | Nee | Nee | Ja §2.6.6.2.1 | Ja §2.6.7.2.1 |
| Euroradio (GSM-R) | Nee | Nee | Nee (wel optioneel via radio in-fill) | Ja §2.6.6.2.1 | Ja §2.6.7.2.1 |
| Euroloop / radio in-fill | Nee | Nee | Optioneel (semi-continue infill) §2.6.5.2.1 | Nee | Nee |
| Lineside signalen | Ja (klassiek) §2.6.3.1.2 | Afhankelijk van het nationale systeem | Verplicht, tenzij semi-continue infill §2.6.5.1.9 | Kunnen worden onderdrukt §2.6.6.1.7 | Niet voorzien §2.6.7.1.7 |
| Treinintegriteit | Trackside-systeem §2.6.3.1.4 | Extern §2.6.4.1.6 | Trackside-systeem §2.6.5.1.4 | Trackside-systeem §2.6.6.1.4 | Trein (integrity-systeem on-board) §2.6.7.2.3 |
Het verschil tussen Level 1 en Level 2 in de praktijk
Op Level 1 zendt elke balisegroep een vaste of variabele boodschap uit. Als een sein op rood staat, kan een naderende trein die informatie pas ontvangen als hij de balisegroep bij dat sein passeert §2.6.5.1.7. Daarom is er op Level 1 een release speed nodig, en daarom moet het lineside sein zichtbaar blijven. Met semi-continuous infill (Euroloop of radio in-fill) krijgt de trein de informatie al eerder, zelfs in stilstand, en is geen release speed nodig §2.6.5.1.10–11.
Op Level 2 wordt de informatie via Euroradio continu naar de trein gestuurd. De balises zijn dan vooral nodig om de locatie te bepalen §2.6.6.1.5.
Toepassen: welke infrastructuur heb je nodig?
Een spoorwegonderneming wil een lijn van 40 km ETCS-uitrusten. Er zijn twee opties: Level 1 met Eurobalises en lineside seinen, of Level 2 met RBC en GSM-R. Welke infrastructuur hoort bij welke optie? Bij Level 1 zijn dat balisegroepen (met LEU's voor variabele informatie) en seinen. Bij Level 2 zijn dat een RBC, een GSM-R-dekking, en balisegroepen voor locatiereferentie.
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Op een Level 2-lijn wordt een lineside sein gesloopt. Welke voorwaarde uit de SRS is hiervoor het belangrijkste uitgangspunt?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom is op Level 1 zonder semi-continue infill een release speed nodig, maar op Level 2 niet?
Toon uitleg en verwijzing
Een Level 2-lijn verliest de GSM-R-dekking over een traject van 3 km. Analyseer welke onderdelen van de architectuur hierbij betrokken zijn en welke functies verloren gaan.
Toon modelantwoord
Niveau 3 · Expert Architectuurkeuzes beoordelen en ontwerpen
Op expertniveau vergelijk je ontwerpopties en weeg je de risico's en de afhankelijkheden af. De SRS geeft het kader; de keuze voor een concrete oplossing is aan de spoorwegonderneming en de infrastructuurbeheerder.
Het ontbreken van lineside seinen op Level 2
De SRS staat toe dat op Level 2 lineside seinen worden onderdrukt SUBSET-026-2 §2.6.6.1.7. Dat verandert de rol van de bestuurder: die volgt de DMI en niet de seinen. Dat vraagt om een betrouwbare DMI, duidelijke procedures bij storingen (zoals de Override- en Trip-procedures) en een goede radiodekking, omdat de trein anders geen MA kan ontvangen. Overweeg daarom bij elk ontwerp: wat gebeurt er als de radioverbinding wegvalt?
Mixed levels
Een lijn mag meerdere levels tegelijk ondersteunen. Bijvoorbeeld Level 2 voor treinen zonder integrity device en Level 3 voor treinen mét integrity device, op dezelfde baan SUBSET-026-2 §2.6.2.4. Ook een station dat wordt gedeeld door treinen van Level 1- en Level 2-lijnen, of parallelle exploitatie van een nationaal systeem met ERTMS/ETCS, is mogelijk §2.6.2.4. Dat vraagt om een prioriteitentabel bij de level-overgang (zie module 3 en SUBSET-026-5 §5.10.2).
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Een beheerder wil op een Level 2-traject alle balisegroepen vervangen door een systeem zonder LEU, omdat de balises alleen vaste informatie hoeven uit te zenden. Beoordeel dit voorstel op basis van SUBSET-026-2 en SUBSET-026-3.
Toon modelantwoord
Ontwerp een architectuur voor een gemengde lijn: 20 km Level 1 met lineside seinen, aansluitend op 30 km Level 2 met RBC. Benoem per deel de trackside-onderdelen, de on-board-vereisten en de interface op de grens.
Toon modelantwoord
- Level 1-deel: Eurobalisegroepen met LEU's voor variabele informatie, lineside seinen (verplicht zolang geen semi-continue infill) §2.6.5.1.9, optioneel Euroloop of radio in-fill voor semi-continue infill §2.6.5.2.1. On-board: Eurobalise-transmissie, en Euroloop- of radio-infill-transmissie als die is vereist §2.6.5.2.3.
- Level 2-deel: RBC, Euroradio (GSM-R), Eurobalises voor plaatsbepaling §2.6.6.2.1. On-board: Eurobalise- en Euroradio-transmissie §2.6.6.2.3.
- Grens: een balisegroep op de grens met een level-overgangsopdracht SUBSET-026-5 §5.10.1.4, en een oproep aan de trein om verbinding te maken met de RBC via een balisegroep vóór de grens §5.10.3.1.1. De oude area moet informatie hebben over het eerste deel van de nieuwe area voordat de trein de grens passeert §5.10.3.1.2.
- Interfaces: de koppeling met de interlocking valt buiten de interoperabiliteitseisen van de SRS en moet in de projectspecificatie worden vastgelegd SUBSET-026-2 §2.4.1.3. De overdracht van de besturing tussen RBC's is een SRS-functie; zie module 9 en §2.6.7.2.2.
Levels: Level 0, STM, 1, 2 en 3
Een Level beschrijft hoe trein en trackside met elkaar samenwerken: welke apparatuur er aan de wegkant staat, hoe de informatie de trein bereikt, en welke functies waar worden uitgevoerd.
- Onthouden Noem de vijf Levels (0, STM, 1, 2, 3) en het DMI-symbool van het STM/NTC-level.
- Begrijpen Leg uit wat een level-aankondiging, een level-overgangsbalisegroep en de prioriteitentabel betekenen.
- Toepassen Kies in een mixed-level-situatie het juiste Level met behulp van een prioriteitentabel.
- Analyseren Analyseer welke acties een trein volgt als de MA bij een grens ontbreekt, en welke volgorde van acties daarvoor nodig is.
- Evalueren Beoordeel een ontwerp voor Level 3 zonder lineside seinen op basis van de verantwoordelijkheden.
- Creëren Stel een overgangsplan op voor een station met een Level 1- en een Level 2-spoor.
Niveau 1 · Basis De vijf Levels
Een trein die is uitgerust met ERTMS/ETCS werkt altijd in één Level SUBSET-026-2 §2.6.2.1. Level-definities hangen af van de gebruikte trackside-apparatuur, de manier waarop informatie de on-board bereikt, en de verdeling van functies tussen trackside en on-board SUBSET-026-2 §2.6.1.1. De SRS noemt de volgende mogelijkheden SUBSET-026-2 §2.6.2.3:
| Level | Korte omschrijving | Informatie naar de trein via | Lineside seinen |
|---|---|---|---|
| Level 0 | Ongeëquipeerde lijn of lijn in commissioning. ETCS levert alleen maximum-snelheidstoezicht. | Alleen Eurobalises voor level-overgangen en speciale commando's | Ja (klassiek) |
| Level STM (DMI: NTC) | Nationaal treinbeveiligingssysteem, aangesloten via een STM. | Het nationale systeem; Eurobalises voor overgangen | Afhankelijk van het nationale systeem |
| Level 1 | Spot-transmissie via Eurobalises, optioneel met Euroloop of radio in-fill. | Eurobalises (en optioneel Euroloop/radio in-fill) | Ja, tenzij semi-continue infill |
| Level 2 | Radio-gebaseerd met RBC. Treinintegriteit wordt door de trackside bewaakt. | Euroradio (GSM-R), balises voor plaatsbepaling | Kunnen worden onderdrukt |
| Level 3 | Radio-gebaseerd; treinlocatie en -integriteit worden door RBC en trein samen bepaald. | Euroradio (GSM-R), balises voor plaatsbepaling | Niet voorzien |
Level 0: alleen maximumsnelheid
Level 0 is er voor treinen die op lijnen rijden zonder ETCS of nationaal systeem, of op lijnen in commissioning SUBSET-026-2 §2.6.3.1.1. De lijnseinen geven de bevoegdheid om te rijden §2.6.3.1.2. De on-board supervisie beperkt zich tot de maximale snelheid van het materieel en de maximumsnelheid in een unfitted gebied §2.6.3.1.3.
Level STM: het nationale systeem blijft het baas
Bij Level STM gebruikt ETCS de transmissie van het nationale systeem SUBSET-026-2 §2.6.4.1.2. Die koppeling loopt via een STM (Specific Transmission Module) met een gestandaardiseerde interface §2.6.4.1.10. Treindetectie en -integriteit worden door apparatuur buiten ETCS bewaakt §2.6.4.1.6. Elke combinatie van nationale trackside-systemen geldt als één STM-level §2.6.4.1.9. De DMI toont dit level met het symbool LE_02 (NTC/STM) uit de DMI-symboolbibliotheek ERA_ERTMS_015560 · DMI Table 59.
Level 1: spotbalises en seinen
Bij Level 1 worden de Movement Authorities via Eurobalises naar de trein gezonden SUBSET-026-2 §2.6.5.1.2. De trackside weet niet welke trein de informatie ontvangt §2.6.5.1.6. De trein voert continu snelheidstoezicht uit en beschermt daarmee tegen het overschrijden van de MA §2.6.5.1.3. De treindetectie gebeurt door het onderliggende signaleringssysteem §2.6.5.1.4.
Level 2: radio en RBC
Bij Level 2 zendt de RBC de MA via Euroradio naar de trein SUBSET-026-2 §2.6.6.1.2. De trein leest de balises en stuurt zijn positie ten opzichte van de gelezen balisen terug naar de RBC §2.6.6.2.4. De treindetectie blijft een zaak van het onderliggende signaleringssysteem §2.6.6.1.4.
Level 3: integriteit en positie via de trein
Level 3 lijkt op Level 2, maar de positie en de integriteit van de trein worden bepaald door de RBC in samenwerking met de trein. De trein stuurt positierapporten en integriteitsinformatie naar de RBC SUBSET-026-2 §2.6.7.1.4. Lineside seinen zijn bij Level 3 niet voorzien §2.6.7.1.7.
Script voor opname: "Op de lijn zonder ETCS rijdt de trein volgens de seinen (Level 0). Bij de aankondiging verschijnt het DMI-symbool van het volgende Level. Bij de grens schakelt het systeem om. Zo gaat het door naar Level 1, Level 2 en Level 3." Bron: SUBSET-026-2 §2.6.3 t/m §2.6.7.
Niveau 2 · Gevorderd Overgangen, compatibiliteit en mixed levels
Geen downward compatibility meer als SRS-regel
In de vorige versie van de SRS (v2.3.0) stond dat Level 1, 2 en 3 downward compatible zijn. In versie 3.6.0 is die passage vervallen: §2.6.2.5 en §2.6.2.6 zijn Intentionally deleted SUBSET-026-2 §2.6.2.5. Compatibiliteit wordt in 3.6.0 behandeld als een kwestie van systeemversies: binnen systeemversie X = 1 of X = 2 mag een trackside alleen een systeemversie Y van 0 of 1 gebruiken SUBSET-026-6 §6.4.2.1 en §6.4.2.2. Zie module 11.
Mixed levels en de prioriteitentabel
Elke combinatie van Level 0, STM, 1, 2 en 3 op een gebied is mogelijk SUBSET-026-5 §5.10.2.1. De aankondiging en de overgangsopdracht aan de grens bevatten een prioriteitentabel met alle ondersteunde levels, van hoog naar laag §5.10.2.3. De trein kiest het hoogste level uit die tabel dat hij ondersteunt §5.10.2.4.
Voorbeeld uit de SRS SUBSET-026-5 §5.10.2.4.2: de tabel van de trackside geeft 2, NTC X, 1, NTC Y.
| Beschikbaar voor de trein | Gekozen level | Reden |
|---|---|---|
| Level 1, Level 0 en NTC X | NTC X | NTC X staat hoger in de tabel dan Level 1 |
| Level 1, Level 0 en NTC Y | Level 1 | Level 1 staat hoger in de tabel dan NTC Y |
| Level 2, Level 1 en Level 0 | Level 2 | Hoogste niveau in de tabel dat beschikbaar is |
Als geen van de aangekondigde levels beschikbaar is, moet de on-board toch de overgang maken naar het aangekondigde level met de laagste prioriteit §5.10.2.7. De on-board geeft de trackside-level dan aan de bestuurder, zodat hij de juiste procedures voor storingen kan kiezen §5.10.2.7.1.
Aankondiging, overgang en de grensbalisegroep
Elke overgang naar Level 2, 3 of NTC moet via een balisegroep of via de RBC worden aangekondigd SUBSET-026-5 §5.10.1.1. De aankondiging is een opdracht om op een verder punt over te schakelen §5.10.1.2. Direct aan de grens staat een balisegroep met de opdracht om onmiddellijk over te schakelen §5.10.1.4. Ontvangt de trein die balisegroep niet, dan wordt de overgang toch uitgevoerd op het moment dat de geschatte voorkant van de trein de in de aankondiging genoemde plaats passeert §5.10.1.5.
- Er is op elk moment maar één overgangsopdracht actief; een nieuwe vervangt de vorige §5.10.1.6.
- Na de aankondiging worden MA- en track-description-data uit het nieuwe medium geaccepteerd, maar pas gebruikt als de overgang is uitgevoerd §5.10.1.7.
- Na de overgang worden data uit het verlaten medium verworpen §5.10.1.8.
- Als de trein de aangekondigde RBC-area niet binnengaat, ook niet als hij keert, volgt een opdracht om de sessie te beëindigen, vanaf een balisegroep of de RBC §5.10.3.1.6.
Wanneer moet de bestuurder bevestigen?
Voor sommige overgangen moet de bestuurder de overgang bevestigen SUBSET-026-5 §5.10.4.1. Bevestigt hij niet binnen de driver acknowledgement time (zie Appendix A.3.1), dan wordt een service brake command gestart §5.10.4.2. Die wordt losgelaten zodra de bestuurder bevestigt §5.10.4.3. In NL-mode is geen bevestiging nodig §5.10.4.1.1. De tabel hieronder vat de regels samen (§5.10.4.4). Lees de rij als het vorige level (waar de trein vandaan komt) en de kolom als het doel-level (waar de trein naartoe gaat). "Ja" betekent dat de bestuurder moet bevestigen.
| Van ↓ / Naar → | L0 | L1 | L2 | L3 | STM (NTC) |
|---|---|---|---|---|---|
| Van Level 0 | – | Nee | Nee | Nee | Ja |
| Van Level 1 | Ja | – | Nee | Nee | Ja |
| Van Level 2 | Ja | Nee | – | Nee | Ja |
| Van Level 3 | Ja | Nee | Nee | – | Ja |
| Van STM (NTC) | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja |
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Hoeveel Levels onderscheidt SUBSET-026 v3.6.0 in hoofdstuk 2, en welke zijn dat?
Toon uitleg en verwijzing
Welke supervisie biedt ETCS op Level 0?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein komt bij een grens en de balisegroep met de overgangsopdracht wordt niet ontvangen. Wat gebeurt er?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
De prioriteitentabel in een aankondiging is: 2, 1, STM, 0. Een trein is uitgerust voor Level 1 en STM. Welk level kiest de trein?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein met Level 2 passeert een grens naar Level 1 zonder dat de Level 1-MA is ontvangen. Wat is de SRS-regel?
Toon uitleg en verwijzing
Analyseer het verschil tussen de overgang Level 0 → Level 2 en Level 2 → Level 1 in termen van de MA. Waarom zijn de regels verschillend?
Toon modelantwoord
Niveau 3 · Expert Overgangen beoordelen en ontwerpen
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Een beheerder stelt voor om een Level 3-lijn zonder lineside seinen te gebruiken, zodat de bestuurder alleen de DMI volgt. Beoordeel dit voorstel op basis van de verantwoordelijkheden van trein en trackside.
Toon modelantwoord
Ontwerp een overgangsplan voor een station met een Level 1-spoor (spoor 1) en een Level 2-spoor (spoor 2) op dezelfde trackside. Geef de prioriteitentabel en de grensbalisegroepen die je plaatst, en leg uit waarom.
Toon modelantwoord
- Prioriteitentabel in de aankondiging op de toevoer:
2, 1, 0(of2, 1, NTC X, 0als er een NTC-spoor is). Zo kiest een Level 2-trein Level 2, en een Level 1-trein Level 1 SUBSET-026-5 §5.10.2.3–5.10.2.4. - Aankondiging via een balisegroep of via de RBC §5.10.1.1. Voor het Level 2-spoor: een balisegroep met een opdracht om verbinding te maken met de RBC §5.10.3.1.1.
- Grensbalisegroep met de opdracht om onmiddellijk over te schakelen §5.10.1.4.
- Voorwaarden: de Level 2-MA en track description voor het eerste deel van het Level 2-spoor moeten vóór de grens beschikbaar zijn §5.10.3.1.2; treindata wordt naar de RBC gestuurd §5.10.3.1.3.
- Terugvalregel: een trein die het Level 2-spoor niet ingaat, krijgt een opdracht om de sessie te beëindigen, vanaf de balis of de RBC §5.10.3.1.6.
Positie, radio en Movement Authority
Hoe weet de trein waar hij is, hoe praat hij met de RBC, en wat is de Movement Authority waarbinnen hij mag rijden?
- Onthouden Noem de begrippen EOA, LOA, Danger Point, Overlap, Release Speed, LRBG en MRSP.
- Begrijpen Leg uit waarom de trein drie voorkanten van zijn treinkop onderscheidt (estimated, max safe, min safe front end).
- Toepassen Bepaal de MRSP uit een set snelheidsbeperkingen en de bijbehorende categorieën.
- Analyseren Analyseer het effect van een verlopen End Section time-out op de EOA.
- Evalueren Beoordeel waarom op Level 3 geen time-outs worden gebruikt.
- Creëren Ontwerp een Movement Authority met secties en time-outs voor een Level 2-traject.
Niveau 1 · Basis Waar is de trein, en wat mag hij?
Positie: de LRBG als referentie
De trein bepaalt zijn positie ten opzichte van een balise group: de Last Relevant Balise Group (LRBG). De positie-informatie bevat de geschatte afstand tot de voorkant van de trein, het confidence interval en de richting SUBSET-026-3 §3.6.1.3. Balisegroepen die als "unlinked" zijn gemarkeerd, worden nooit als LRBG gebruikt §3.6.1.4. Alle locatie- en profieldata van de RBC verwijzen naar de LRBG in hetzelfde bericht §3.6.2.2.1.
Drie voorkanten van de trein
De SRS onderscheidt drie posities van de voorkant van de trein SUBSET-026-3 §3.6.4.4:
- Estimated front end: de beste schatting van de positie.
- Max safe front end: de voorste grens van de onzekerheid, verder vooruit dan de schatting. Die gebruik je voor veiligheidsbeslissingen waarbij de trein te ver vooruit kan zijn.
- Min safe front end: de achterste grens van de onzekerheid, verder achteruit dan de schatting. Die gebruik je wanneer je zeker wilt weten dat de trein een punt gepasseerd is.
De onzekerheid heet het train position confidence interval. Het houdt rekening met de onder- en overlezing van de odometer (de nauwkeurigheid van de odometer én de fout bij het detecteren van de balisegroep) en met de locatienauwkeurigheid van de LRBG §3.6.4.2.
Het positierapport naar de RBC
De trein stuurt positierapporten naar de RBC. Een positierapport bevat minimaal de afstand van de LRBG tot de estimated front end, de afstanden van de estimated front end naar de min en de max safe front end, de identiteit van de LRBG en de richting SUBSET-026-3 §3.6.5.1.2. De trein stuurt een positierapport op verzoek van de RBC, en uit eigen beweging bij onder meer stilstand (indien van toepassing), een moduswijziging, een bevestiging of een verlies van de treinintegriteit §3.6.5.1.4.
De Movement Authority (MA)
De Movement Authority bepaalt hoe ver de trein mag rijden. De belangrijkste kenmerken SUBSET-026-3 §3.8.1.1:
| Begrip | Betekenis |
|---|---|
| EOA (End of Authority) | De locatie tot waar de trein mag rijden, als de doelsnelheid daar nul is. |
| LOA (Limit of Authority) | Een EOA met een doelsnelheid hoger dan nul. Die doelsnelheid kan in de tijd beperkt zijn. |
| Danger Point | Een locatie na de EOA die de voorkant zonder gevaar kan bereiken, bijvoorbeeld het begin van een bezet blok. |
| Overlap | Extra afstand na het Danger Point, die alleen gedurende een gedefinieerde tijd geldig is. |
| Release speed | Een snelheidsgrens waaronder de trein mag rijden in de omgeving van de EOA. |
| Supervised Location (SvL) | Het einde van de overlap, anders het Danger Point, anders de EOA §3.8.4.5.1. Daar bewaakt de on-board het stoppen. |
Een MA kan in secties zijn verdeeld. De laatste sectie heet de End Section SUBSET-026-3 §3.8.4.1.
Snelheidsbeperkingen: de MRSP
De SRS kent elf categorieën van snelheidsbeperkingen SUBSET-026-3 §3.11.2.2, waaronder de Static Speed Profile (SSP), de Axle load Speed Profile (ASP), de Temporary Speed Restriction (TSR), de maximale treinsnelheid, de signalering-gerelateerde beperking (alleen Level 1), de mode-gerelateerde beperking, de beperking bij een overweg (LX), de beperking door de Override-functie en de beperking voor een gegeven permitted braking distance (PBD). De categorieën zijn onafhankelijk van elkaar §3.11.2.3. De Most Restrictive Speed Profile (MRSP) is de meest beperkende combinatie van alle snelheidsbeperkingen die de trein moet volgen SUBSET-026-3 §3.13.7.1 en §3.13.7.2.
Illustratief model, geen werkelijk traject. De categorieën: SUBSET-026-3 §3.11.2.2; de MRSP-definitie: §3.13.7.
De radioverbinding: sessies
Op de radio communiceert de trein via een beveiligde verbinding (een communication session) met de RBC. Een sessie wordt alleen door de on-board geopend SUBSET-026-3 §3.5.3.1, en alleen door de on-board beëindigd §3.5.5.1. Bij verlies van de veilige verbinding blijft de on-board pogingen doen, tot de verbinding is hersteld, de sessie als beëindigd geldt, of de trein de locatie passeert die de RIU in een opdracht heeft aangegeven §3.5.4.3.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Wat is de EOA (End of Authority)?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom wordt de positie van de trein altijd ten opzichte van een balisegroep gemeten?
Toon uitleg en verwijzing
Welke voorkant van de trein gebruik je om te bepalen of een punt is gepasseerd, zodat je zeker weet dat de trein er voorbij is?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 1 · Basis (vervolg)
De MRSP-vraag hieronder hoort bij het interactieve model hierboven.
Een trein heeft een SSP van 120 km/h, een TSR van 60 km/h en een ASP van 100 km/h. Wat is de MRSP?
Toon uitleg en verwijzing
Niveau 2 · Gevorderd Onzekerheid, time-outs en noodstops
Positie-onzekerheid: een voorbeeld
Stel dat de trein 2.000 m heeft afgelegd sinds de laatste LRBG, dat de odometer een fout van 2 % over de afgelegde afstand geeft, en dat de locatienauwkeurigheid van de LRBG 12 m is. Die laatste waarde is een gegeven van deze oefening; de SRS-waarde staat in Appendix A.3.1, dat niet bij de bijlagen zit. Dan is de onzekerheid ongeveer 2 % × 2.000 m = 40 m plus 12 m, dus ongeveer 52 m SUBSET-026-3 §3.6.4.2. De max safe front end ligt dan ongeveer 52 m voor de estimated front end, en de min safe front end ongeveer 52 m erachter §3.6.4.4. Daarom moet een trein die een EOA nadert rekening houden met die onzekerheid; de remcurves staan in module 5.
Time-outs in de MA
Een MA kan time-outs bevatten, om in te spelen op de situatie in de interlocking. De timers aan boord weerspiegelen dan de situatie trackside, en de acties bij een verlopen timer zijn beperkend SUBSET-026-3 §3.8.1.5. Bij een verlopen End Section time-out wordt de EOA (of LOA) teruggetrokken naar de huidige positie van de trein, en een doelsnelheid hoger dan nul bij de EOA wordt op nul gezet §3.8.4.1.2. De End Section timer start wanneer de max safe front end de door de trackside gegeven startlocatie passeert §3.8.4.1.1. Op Level 2 starten de section timers bij de tijdstempel van het MA-bericht; op Level 1 bij het passeren van de eerste balis van de balisegroep die de MA geeft §3.8.4.2.1.
De Supervised Location
De SvL wordt bepaald door de eerste van de volgende locaties: het einde van de overlap (indien aanwezig en nog niet verlopen), het Danger Point (indien aanwezig), en anders de EOA SUBSET-026-3 §3.8.4.5.1. Zolang een LOA wordt bewaakt, wordt geen SvL bepaald §3.8.4.5.2.
Noodstops: conditional en unconditional
Een trein kan met een conditional of een unconditional emergency stop worden stilgezet SUBSET-026-3 §3.10.2.1. Een conditional emergency stop bevat een nieuwe stoplocatie ten opzichte van de LRBG. Als de min safe front end die locatie al is gepasseerd, wordt het bericht afgewezen en wordt de RBC geïnformeerd. Als dat nog niet het geval is, wordt het bericht geaccepteerd, maar wordt de locatie alleen gebruikt om een nieuwe EOA en SvL te bepalen als ze niet voorbij de huidige EOA/LOA ligt §3.10.2.2. Een unconditional emergency stop leidt tot een onmiddellijke train trip §3.10.2.3. Een nieuwe MA die na een geaccepteerde noodstop en vóór de intrekking ervan wordt ontvangen, wordt geweigerd §3.10.2.4.
Temporary Speed Restrictions
Een TSR heeft een identiteit, zodat hij later met die identiteit kan worden ingetrokken SUBSET-026-3 §3.11.5.5. Een intrekking wordt direct uitgevoerd bij ontvangst van de trackside, zonder te wachten op de treinlengte §3.11.5.5. Of een TSR intrekbaar is, moet herkenbaar zijn §3.11.5.6.
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
De trein heeft 2.500 m afgelegd sinds de LRBG. De odometer-fout is 2 % over de afgelegde afstand en de locatienauwkeurigheid van de LRBG is in deze opgave 12 m. Bereken de totale onzekerheid in meter, met het model uit de uitleg hierboven.
Toon uitwerking
Op Level 2 loopt de End Section time-out af, terwijl de trein nog 300 m voor de EOA staat. Welk effect heeft dat op de EOA?
Toon uitleg en verwijzing
Vergelijk een conditional en een unconditional emergency stop. Wanneer wordt een conditional emergency stop afgewezen?
Toon modelantwoord
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Op Level 3 worden geen time-outs in de MA gebruikt. Beoordeel die keuze, met name in relatie tot de positierapporten en de route-vrijgave door de interlocking.
Toon modelantwoord
Ontwerp een MA voor een Level 2-traject van 3 km met drie secties (1 km per sectie), een Danger Point en een overlap. Geef per sectie de time-outs die je zou kiezen, en leg uit welke timers op de on-board lopen.
Toon modelantwoord
- Sectie 1 en 2: section time-outs, zodat de vrijgave van routedelen die niet worden betreden, na de tijd automatisch gebeurt; de on-board start die timers bij de tijdstempel van het MA-bericht SUBSET-026-3 §3.8.1.5 en §3.8.4.2.1.
- Sectie 3 (End Section): een End Section time-out met een startlocatie; de timer start wanneer de max safe front end die locatie passeert §3.8.4.1.1. Bij verlopen tijd wordt de EOA teruggetrokken naar de huidige positie §3.8.4.1.2.
- Danger Point en overlap: de overlap is alleen gedurende een gedefinieerde tijd geldig SUBSET-026-3 §3.8.1.1. De SvL is het einde van de overlap, anders het Danger Point, anders de EOA §3.8.4.5.1.
- Controle: op Level 3 mogen geen time-outs worden gebruikt §3.8.3.5; op Level 2 wel.
Remcommando's, bescherming tegen ongewenste beweging, profielen en balisegroepen
Deze module vult Module 4 aan met de onderwerpen die vaak over het hoofd worden gezien: wanneer wordt een remcommando losgelaten, hoe beschermt het systeem een stilstaande trein, welke profielen bestaan er, en wanneer wordt een balisegroep als inconsistent beschouwd.
- Onthouden Noem de vijf situaties uit §3.14.1 die tot een remcommando leiden, en de bescherming RAP, RMP en standstill supervision.
- Begrijpen Leg uit onder welke voorwaarden een remcommando wordt losgelaten, en waarom dat per oorzaak verschilt.
- Toepassen Bepaal bij een balisegroep met een gemiste balis de juiste reactie.
- Analyseren Analyseer het verschil tussen een gelinkte en een ongelinkte balisegroep bij een inconsistentie.
- Evalueren Beoordeel een ontwerp waarin een tekstmelding een andere tekstmelding verdringt, op basis van de classificatie van de melding.
- Creëren Ontwerp een testset voor de balisegroep-consistentie op een Level 1-traject met linking-informatie.
Niveau 1 · Basis Remcommando's, beveiligingen en profielen
Remcommando's en wanneer ze worden losgelaten
Als het service-remcommando niet wordt uitgevoerd, volgt een noodremcommando SUBSET-026-3 §3.14.1.2. De vrijgave hangt af van de oorzaak §3.14.1.3 t/m 3.14.1.7:
| Oorzaak van het remcommando | Vrijgave | Bron |
|---|---|---|
| Trip-conditie | Bij stilstand én na bevestiging van de trip door de bestuurder | §3.14.1.3 |
| Roll Away Protection, Reverse Movement Protection of standstill supervision | Bij stilstand én na bevestiging door de bestuurder | §3.14.1.5 |
| Linking-fout, balisegroep-inconsistentie of RAMS-fout | Bij stilstand | §3.14.1.6 |
| Verlies van de veilige radioverbinding (T_NVCONTACT) | Bij stilstand, of als er een nieuw consistent bericht van de RBC is ontvangen | §3.14.1.7 |
| Snelheids- en afstandssupervisie | Wordt afgehandeld volgens §3.13.10 (zie module 5) | §3.14.1.4 |
De bestuurder krijgt een melding wanneer de remmen kunnen worden losgelaten, en wanneer een bevestiging wordt gevraagd §3.14.1.8.
Bescherming tegen ongewenste beweging
- Roll Away Protection (RAP): voorkomt een beweging die in strijd is met de stand van de richtingsregelaar SUBSET-026-3 §3.14.2.2. In de neutrale stand voorkomt de RAP zowel voorwaartse als achterwaartse beweging §3.14.2.3. Bij een beweging die de nationale waarde voor het wegrollen overschrijdt, worden de remmen gecommandeerd §3.14.2.4.
- Reverse Movement Protection (RMP): voorkomt een beweging in de tegengestelde richting van de toegestane richting van de geldige MA SUBSET-026-3 §3.14.3.1.
- Standstill supervision: na detectie van een beweging in stilstand wordt na een nationale afstand een remcommando gegeven SUBSET-026-3 §3.14.4.2. Na intrekking van het remcommando wordt de supervisie opnieuw geïnitialiseerd §3.14.4.4.
Track conditions
Een track condition geeft de bestuurder en/of de trein informatie over een toestand vóór de trein. Het is profiel-data (met begin en eind, bv. een non-stopping area) of locatiedata (één startlocatie, bv. een wisseling van het traction system) SUBSET-026-3 §3.12.1.2. De typen staan in §3.12.1.3, bv. een spanningsloze sectie met de pantograaf omlaag. Na ontvangst geeft de on-board een melding op de DMI §3.12.1.5. Zonder track-condition-informatie geldt de initiële toestand §3.12.1.6.
Mode profile en route suitability
Met een Mode Profile kan de trackside de mode On Sight, Limited Supervision of Shunting aanvragen SUBSET-026-3 §3.12.4.1. Voor OS en LS definieert het profiel de ingang en de lengte van het gebied §3.12.4.2. Het begin van het profiel hoort bij de max safe front end, het einde bij de min safe front end §3.12.4.5 en §3.12.4.6.
Route suitability-data (laadprofiel, stroomvoorziening, axle load) wordt bij ontvangst vergeleken met de Train Data aan boord SUBSET-026-3 §3.12.2.3. Passeert de trein de eerste locatie waar hij niet past, dan wordt hij getript §3.12.2.8.
Tekstmeldingen
Een tekstmelding bevat onder meer de klasse (auxiliary of important information), de tekst of het vaste nummer, en de voorwaarden voor begin en einde van de weergave SUBSET-026-3 §3.12.3.1.9. Vaste teksten moeten aan boord zijn opgeslagen in alle talen die de bestuurder kan kiezen §3.12.3.3.1. Begin- en eindvoorwaarden kunnen per gebeurtenis worden ingesteld §3.12.3.4.1.
Volledigheid van de gegevens (Level 1)
De trackside geeft de on-board de gezette route en de track description voor die route SUBSET-026-3 §3.7.1.1. Een MA wordt niet geaccepteerd als SSP en gradient niet de volledige lengte van de MA dekken §3.7.2.3. Een nieuwe track description vervangt de opgeslagen informatie vanaf de startlocatie §3.7.3.1. In sommige situaties, bv. bij een ingekorte MA, moeten track description en linking worden gewist of wordt de initiële toestand hersteld §3.7.3.3; de details staan in Appendix A.3.4.
Op Level 1 kan informatie vooraf (in-fill) komen via balisegroepen, een Euroloop of een radio in-fill unit SUBSET-026-3 §3.9.1.1. Heeft de on-board het gevraagde medium niet, dan wordt de aankondiging genegeerd en rijdt de trein door op de eerder ontvangen informatie §3.9.1.3. Bij een Euroloop wordt nieuwe in-fill-informatie genegeerd zodra de volgende hoofdseinbalisgroep is gelezen of gemist §3.9.2.11. Een order om een sessie met een radio in-fill unit te openen wordt genegeerd als de on-board geen radio heeft §3.9.3.3.
Track Ahead Free (Level 2/3)
Bij een verzoek om Track Ahead Free kan de bestuurder bevestigen dat het spoor tussen de kop van de trein en het volgende sein vrij is. Dat kan alleen zolang het verzoek op het scherm staat SUBSET-026-3 §3.15.5.3.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Wat is de afkorting van de bescherming die voorkomt dat de trein beweegt in een richting die in strijd is met de stand van de richtingsregelaar?
Toon uitleg en verwijzing
Wanneer wordt een remcommando dat door een trip-conditie is gegeven, losgelaten?
Toon uitleg en verwijzing
Welke twee klassen van tekstmelding noemt de SRS?
Toon uitleg en verwijzing
Wanneer wordt een order om een sessie met een radio in-fill unit te openen genegeerd?
Toon uitleg en verwijzing
Wat moet er minimaal bij een MA aanwezig zijn, zodat de on-board de MA mag accepteren?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een remcommando is gegeven omdat een linking-fout is vastgesteld. Wanneer wordt het remcommando losgelaten?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein staat stil. Het systeem detecteert een beweging die de nationale afstand van de standstill supervision overschrijdt. Wat volgt?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein met een onverenigbaar laadprofiel nadert een route suitability-locatie. De trein passeert de eerste locatie waar hij niet past. Wat moet de on-board doen?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Een ontwerp laat een tekstmelding van de klasse "auxiliary" een tekstmelding van de klasse "important" verdringen op het scherm. Beoordeel dit ontwerp aan de hand van de SRS.
Toon modelantwoord
Ontwerp een testset (minstens vier testgevallen) voor de balisegroep-consistentie op een Level 1-traject met linking-informatie. Geef per testgeval de situatie, de verwachte reactie en de bron.
Toon modelantwoord
- Een balis in een gelinkte groep wordt gemist: de on-board verwerpt het bericht van die groep en reageert volgens de linking-reactie SUBSET-026-3 §3.16.2.4.1. Een balis geldt als gemist als er geen balis is binnen de maximale afstand tot de vorige balis, of als een volgende balis in de groep is gepasseerd §3.16.2.2.2.
- Een gelinkte groep zonder beschikbare linking-informatie: de on-board verwerpt het bericht en commandeert de service brake §3.16.2.4.4.
- De on-board kan niet vaststellen of een groep gelinkt of ongelinkt is, omdat geen enkele balis correct is gelezen: de groep wordt als ongelinkt behandeld §3.16.2.2.1.
- Een ongelinkte groep die bij het bereiken van het Level 1-traject niet in de linking-informatie staat: de groep wordt niet als inconsistentie beschouwd; de test controleert dat er geen onterechte reactie komt §3.16.2.2.1.
Supervision, supervision limits en braking curves
Hoe bewaakt ETCS de snelheid van de trein, welke grenzen zijn er, en hoe ontstaan de braking curves? Dit is de kern van de opleiding.
- Onthouden Noem de supervision limits I, P, W, SBI en EBI in de juiste volgorde en benoem de DMI-statussen (NoS, IndS, OvS, WaS, IntS).
- Begrijpen Leg uit waarom de Indication limit vóór de Permitted speed ligt, en wat het "parachute"-principe inhoudt.
- Toepassen Bereken de DV_EBI-marge in een ceiling speed-sectie met de gegeven parameters, en de remafstand van een trein met de vaste tijden.
- Analyseren Analyseer welke grens als eerste wordt overschreden bij een te hoge snelheid en welke geluiden en statussen daarbij horen.
- Evalueren Beoordeel de keuze voor een betrouwbaarheidsniveau en de configuratie van de SBI-grens.
- Creëren Stel een supervisiespecificatie op voor een Level 1-traject met een tijdelijke snelheidsbeperking.
Niveau 1 · Basis De grenzen, en wat ze betekenen
ETCS kan niet zelf remmen; de trein doet dat. Het systeem bewaakt wel continu of de trein binnen de snelheids- en afstandsgrenzen blijft. Als de trein die grenzen overschrijdt, waarschuwt het systeem de bestuurder, en grijpt het uiteindelijk zelf in met de remmen ERA_ERTMS_040026 §2.1. De speed and distance monitoring bestaat uit drie vormen van bewaking SUBSET-026-3 §3.13.10.1.1:
- Ceiling speed monitoring: bewaking van de constante snelheden op basis van de MRSP §3.13.10.3;
- Target speed monitoring: remmen naar een lagere doelsnelheid, of naar een EOA of LOA §3.13.10.4;
- Release speed monitoring: bewaking van de release speed nabij een EOA §3.13.10.5.
De supervision limits
In de SRS worden vijf supervision limits gedefinieerd: EBI, SBI, W, P en I SUBSET-026-3 §3.13.9.1.1. De EBI-grens moet ervoor zorgen dat de trein binnen de grenzen blijft die de trackside oplegt; de andere grenzen helpen de bestuurder om een noodrem te voorkomen §3.13.9.1.2 en §3.13.9.1.3.
| Grens | Naam | Wat gebeurt er bij het overschrijden? | Verwijzing |
|---|---|---|---|
| I | Indication | De bestuurder krijgt een aanwijzing, tijdig genoeg om te beginnen met remmen voordat de P begint te dalen. | SUBSET-026-3 §3.13.9.3.6 |
| P | Permitted speed | De snelheid die de bestuurder moet volgen. Bij overschrijding is er een overspeed. | SUBSET-026-3 §3.13.9.3.5 |
| W | Warning | Waarschuwing die de bestuurder in staat stelt een brake intervention te voorkomen. | SUBSET-026-3 §3.13.9.3.4 |
| SBI | Service Brake Intervention | Het systeem commandeert de service brake. Of dat gebeurt, is een configuratie-keuze van de on-board §3.13.2.2.7.1; de service brake is dan de eerste lijn van ingrijpen. | SUBSET-026-3 §3.13.9.3.3 |
| EBI | Emergency Brake Intervention | Het systeem commandeert de noodrem. Dat gebeurt ook in plaats van de service brake als die niet beschikbaar is §3.13.10.2.3 en §3.13.10.2.4. | SUBSET-026-3 §3.13.9.3.2 |
In de volgorde die de trein tegenkomt bij het naderen van een doel: I → P → W → SBI → EBI. Dat is de volgorde van toenemende ernst. Hoe dichter de trein bij de EBI-grens komt, hoe minder tijd de bestuurder heeft. De precieze plaatsen van de grenzen volgen uit de formules in §3.13.9.3 (zie Niveau 2).
Het parachute-principe en de EBD-curve
De EBD-curve (Emergency Brake Deceleration) is een parabolische curve die begint bij de target location en wordt berekend met de remvertraging van de noodrem ERA_ERTMS_040026 §3.3.1. Uit die curve en de gemeten snelheid berekent de on-board computer de afstand die nodig is om te stoppen, vanaf het moment waarop de noodrem zou worden ingegrepen. Die afstand bepaalt de EBI-grens. Dat is de "parachute": de laatste verdedigingslinie van ETCS ERA_ERTMS_040026 §3.1.1. Bij de berekening wordt rekening gehouden met de opbouwtijd van de rem en met de meetfout van de snelheid ERA_ERTMS_040026 §3.1.1. In de SRS wordt de EBD-curve berekend voor elk target dat een MRSP-element of een LOA is SUBSET-026-3 §3.13.8.3.1; voor een EOA of SvL wordt een SBD-curve berekend §3.13.8.4.1.
De DMI-statussen
De DMI toont de statussen van de bewaking. Ze volgen de grenzen die je net hebt geleerd ERA_ERTMS_015560 · DMI §7:
| Status | Betekenis | Geluid |
|---|---|---|
| NoS Normal Status | Snelheid ≤ P (bij CSM); snelheid ≤ I (bij TSM) | – |
| IndS Indication Status | TSM: positie voorbij I (blijft tot de snelheid onder de target speed ligt). RSM: snelheid ≤ release speed. | Sinfo bij binnenkomst van het pre-indication-gebied (PIM) |
| OvS Over-speed | Snelheid boven P | S1 bij activatie in TSM (DMI §7.4.3.3) |
| WaS Warning | Snelheid boven W | S2 (speelt zolang actief) |
| IntS Intervention | Snelheid boven SBI, of een brake command actief | – |
Prioriteit: IntS gaat voor WaS, die gaat voor OvS, die gaat voor NoS/IndS ERA_ERTMS_015560 · DMI §7. De SRS schrijft voor dat bij de statussen Overspeed, Warning en Intervention de DMI de bijbehorende aanduiding toont SUBSET-026-3 §3.13.10.3.2.
Eerste indruk: de video-scène
De scène hieronder laat zien wat er gebeurt als de bestuurder te snel nadert. De modelwaarden zijn illustratief. De tijdsafstanden tussen de grenzen (9 s en 4 s) zijn wel de vaste ETCS-waarden uit de braking-curves brochure ERA_ERTMS_040026 §5.2.
Script voor opname: "De trein nadert het target met een te hoge snelheid. Bij de I-grens verschijnt de indicatie. Zodra de snelheid de P overschrijdt, verschijnt OvS en klinkt S1. Bij W klinkt S2. Bij SBI grijpt de service brake in, en bij EBI de noodrem." Bron: SUBSET-026-3 §3.13.9 en ERA_ERTMS_015560 §7.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Wat is de juiste volgorde van de supervision limits als de trein een target nadert?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom ligt de Indication limit (I) vóór de plaats waar de Permitted speed begint te dalen?
Toon uitleg en verwijzing
Wat wordt met het "parachute"-principe van ETCS bedoeld?
Toon uitleg en verwijzing
Niveau 2 · Gevorderd Rekenen met de grenzen
De parameters: vaste waarden in Appendix A.3.1
De SRS verwijst voor de grenzen naar vaste waarden in Appendix A.3.1: DV_EBImin, DV_EBImax, V_EBImin, V_EBImax, C_EBI, en de overeenkomstige waarden voor SBI en W SUBSET-026-3 §3.13.9.2.4, §3.13.9.2.5 en §3.13.9.2.6. Die appendix zit niet bij de bijgevoegde hoofdstukken. De getallen hieronder zijn daarom illustratief: ze komen uit de vorige versie van de cursus (v2.3.0) en moeten worden gecontroleerd tegen Appendix A.3.1 van de geldende SRS-versie.
| Parameter | Illustratieve waarde | Bron |
|---|---|---|
| Reactietijd bestuurder tussen I en P | 9 s | ETCS-vaste waarde ERA_ERTMS_040026 §5.2 |
| Reactietijd bestuurder tussen P en EBI (zonder SBI) | 4 s | ETCS-vaste waarde ERA_ERTMS_040026 §5.2 |
| DV_EBImin | 5 km/h | Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd) |
| DV_EBImax | 15 km/h | Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd) |
| C_EBI | 0,1 | Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd) |
| Adhesie-factor: niet-glad / glad | 100 % / 70 % | Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd) |
De EBI-marge in een ceiling speed-sectie
In een ceiling speed-sectie, waar de snelheid constant is, wordt de EBI-grens bepaald ten opzichte van de snelheid van het MRSP-element. Voor V_MRSP boven V_EBImin geldt de formule hieronder; daaronder geldt DV_EBImin SUBSET-026-3 §3.13.9.2.3. De SBI- en W-grens volgen dezelfde formule met de eigen vaste waarden §3.13.9.2.5 en §3.13.9.2.6.
Uitwerking met de illustratieve waarden (V_EBImin = 0, zodat de formule de vorm van de vorige cursusversie aanneemt). Bij V_MRSP = 80 km/h: DV_EBI = min(5 + 0,1 × 80 ; 15) = min(13 ; 15) = 13 km/h. De EBI-grens ligt dan op 80 + 13 = 93 km/h. Bij V_MRSP = 120 km/h: DV_EBI = min(5 + 12 ; 15) = 15 km/h (begrensd op de maximumwaarde), EBI bij 135 km/h.
Remafstand en tijd: de basisformules
Voor een remvertraging a (m/s²) die constant is, geldt de remweg van snelheid v naar snelheid vt:
De EBI-grens wordt in de braking-curves brochure berekend met de remweg bij de hoogste denkbare snelheid (de meetfout meegenomen) plus de afstand tijdens de opbouw ERA_ERTMS_040026 §3.1.1. Daarna volgen de P-grens (4 s later) en de I-grens (9 s vóór P), afhankelijk van de snelheid van de trein ERA_ERTMS_040026 §5.2. In de SRS wordt de remcurve gebaseerd op de safe deceleration en de safe brake build-up time SUBSET-026-3 §3.13.6.2.1 en §3.13.6.2.2.
Werkvoorbeeld: een HST op 120 km/h
Gegeven (de modelwaarden zijn illustratief): v = 120 km/h = 33,3 m/s; snelheidsmeetfout 2,58 % (gebruikt voor de voorbeeldtrein in de braking curves brochure); noodrem-vertraging 0,7 m/s²; opbouwtijd 2,5 s.
- Hoogste denkbare snelheid: 33,3 × 1,0258 ≈ 34,2 m/s.
- Remweg vanaf 34,2 m/s tot stilstand: 34,2² / (2 × 0,7) ≈ 835 m.
- Afstand tijdens opbouw: 33,3 × 2,5 ≈ 83 m.
- EBI-grens: ≈ 835 + 83 = 918 m voor het target.
- P-grens: 4 s × 33,3 m/s ≈ 133 m verder: ≈ 1 051 m.
- I-grens: 9 s × 33,3 m/s = 300 m verder: ≈ 1 351 m.
Dit is een vereenvoudigd rekenmodel om de principes te illustreren. De werkelijke berekening staat in de leverancier-implementatie en is afhankelijk van de Train Data en de National Values SUBSET-026-3 §3.13.2.2.
Model: EBD(x) = √(vt² + 2·a·x). De grenzen I, P en EBI zijn afstanden tot het target: EBI = remweg + v·tb; P = EBI + 4 s·v; I = P + 9 s·v (ERA_ERTMS_040026 §5.2). W en SBI zijn illustratief tussen P en EBI.
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een trein rijdt in een ceiling speed-sectie met V_MRSP = 80 km/h. Gebruik de illustratieve parameters (DV_EBImin = 5 km/h, DV_EBImax = 15 km/h, C_EBI = 0,1, V_EBImin = 0). Bereken DV_EBI in km/h.
Toon uitwerking
In een ceiling speed-sectie met V_MRSP = 120 km/h, met de illustratieve parameters uit de vorige opgave: bij welke snelheid wordt de EBI-grens bereikt?
Toon uitwerking
Gebruik het werkvoorbeeld: v = 120 km/h, aEB = 0,7 m/s², opbouwtijd 2,5 s, meetfout 2,58 %. Op welke afstand (m) vóór het target ligt de EBI-grens? Rond af op een geheel getal.
Toon uitwerking
De trein is in een TSM-sectie. De snelheid overschrijdt de Warning limit (W), maar is nog niet boven de Permitted speed (P). Welke status en welk geluid horen daarbij?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein met de braking-curve-parameters uit het voorbeeld van de brochure (9 s en 4 s) rijdt op 160 km/h. Hoeveel meter ligt de I-grens vóór de P-grens bij die snelheid?
Toon uitwerking
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Stelling: "Elke ETCS-trein moet een SBI-grens hebben, omdat de service brake de eerste lijn van ingrijpen is." Wat is het oordeel?
Toon uitleg en verwijzing
De brochure gebruikt voor een hogesnelheidstrein een betrouwbaarheidsniveau van 99,9999999 % (10-9) voor de noodrem op droge rails, en voor een conventionele trein 99,999999 % (10-8). Beoordeel welke invloed de keuze heeft op de EBD-curve en op de verdeling van verantwoordelijkheid tussen spoorwegonderneming en infrastructuurbeheerder.
Toon modelantwoord
Stel een supervisie-eis op voor een Level 1-traject met lijnsnelheid 160 km/h en een TSR van 60 km/h over 300 m. Geef de grenzen die je wilt bewaken (I, P, W, SBI, EBI), de bron van de parameters, en welke onderdelen van de specificatie je daarbij nodig hebt.
Toon modelantwoord
- Grenzen: I, P, W en EBI in target speed monitoring; SBI als de service brake command is ingericht SUBSET-026-3 §3.13.9.1.1 en §3.13.2.2.7.1.
- Doel: de target location is het begin van de TSR, met een target speed van 60 km/h. Voor een target dat een MRSP-element is, wordt een EBD-curve berekend SUBSET-026-3 §3.13.8.3.1.
- EBI en SBI: afgeleid van de EBD- en SBD-curves §3.13.9.3.1.2 en §3.13.9.3.1.3; voor de EBI-grens geldt de compensatie voor de meetfout §3.13.9.3.2.1.
- Parameters: reactietijden (9 s, 4 s) en de meetfout uit de brochure of uit Appendix A.3.1; de remcurves uit de Train Data (Gamma of Lambda) ERA_ERTMS_040026 §3.2, §3.3.3 en SUBSET-026-3 §3.13.2.2.
- Tijdelijke beperking: de TSR is intrekbaar met identiteit SUBSET-026-3 §3.11.5.5.
- Specificaties nodig: SUBSET-026-3 hfst. 3.11 en 3.13; SUBSET-026-4 hfst. 4.4.9 t/m 4.4.11 (modes); de DMI-specificatie hfst. 7 (statussen en geluiden).
Modes: welke functie is actief, en wie is verantwoordelijk?
Een Mode bepaalt wat het on-board systeem doet, welke supervisie actief is, en wie op dat moment verantwoordelijk is. Deze module behandelt de Modes, hun DMI-symbolen en de belangrijkste overgangen.
- Onthouden Noem de 17 Modes met hun afkorting, en de DMI-symbolen van de belangrijkste Modes.
- Begrijpen Leg uit welke Modes de bestuurder niet zelf kan kiezen (FS, LS, OS en SB) en welke het systeem automatisch inschakelt.
- Toepassen Bepaal bij een gegeven situatie de nieuwe Mode, met de belangrijkste overgangen.
- Analyseren Analyseer waarom een Override de trip onderdrukt zolang de override actief is, en welke Mode daarna geldt.
- Evalueren Beoordeel de stelling dat een "stop if in SR"-balis altijd een trip veroorzaakt.
- Creëren Ontwerp een testset voor de overgang van FS naar SR via Override bij radioverlies.
Niveau 1 · Basis De Modes en hun symbolen
De SRS noemt 17 Modes SUBSET-026-4 §4.3.2.1. Ze staan in de tabel hieronder, met de afkorting die je op de DMI en in de specificatie tegenkomt. De mode SE uit eerdere versies is vervallen §4.4.16. Staat de cabine open, dan krijgt de bestuurder een duidelijke aanduiding van de ETCS-mode §4.4.2.1.
| Mode | Afk. | Kort | Bron |
|---|---|---|---|
| Full Supervision | FS | Volledige supervisie zodra alle Train Data en track data aanwezig zijn. Niet door de bestuurder te kiezen. | §4.4.9.1.1–4.4.9.1.2 |
| Limited Supervision | LS | Achtergrondsupervisie in gebieden waar trackside-informatie beschikbaar is. Automatisch bij opdracht van de trackside; niet door de bestuurder te kiezen. | §4.4.19.1.1–4.4.19.1.2 |
| On Sight | OS | Rijden op zicht in een baan die bezet of geobstrueerd kan zijn. Alleen op opdracht van de trackside; niet door de bestuurder te kiezen. | §4.4.12.1.1–4.4.12.1.2 |
| Staff Responsible | SR | Rijden onder de verantwoordelijkheid van de bestuurder, als het systeem de route niet kent: na het opstarten, bij een sein op gevaar of bij het overrijden van een EOA. | §4.4.11.1.1–4.4.11.1.2 |
| Shunting | SH | Rangeren met een maximumsnelheid. Een balisegroep die niet in de lijst met verwachte balisegroepen staat, leidt tot een trip. | §4.4.8.1.1 |
| Unfitted | UN | Rijden in een gebied zonder ETCS-trackside en zonder nationaal systeem, of waar de supervisie nu niet mogelijk is. Ceiling speed. | §4.4.10.1.1–4.4.10.1.2 |
| Passive Shunting | PS | Slave-motor die mechanisch is gekoppeld aan de leidende motor, onderdeel van een rangeerformatie. | §4.4.20.1.1 |
| Sleeping | SL | Slave-motor die op afstand wordt bestuurd. De cabines zijn gesloten; er is geen bewegingssupervisie, wel plaatsbepaling. | §4.4.6.1.1–4.4.6.1.4 |
| Stand By | SB | Standaard-mode, niet door de bestuurder te kiezen. Het systeem ontwaakt in SB en verzamelt de missiegegevens. | §4.4.7.1.1–4.4.7.1.3 |
| Trip | TR | De noodrem wordt gecommandeerd en kan in deze mode niet worden losgelaten. De trein is getript. | §4.4.13.1.2 |
| Post Trip | PT | Direct na de bevestiging van de trip: de noodrem wordt losgelaten. De trein mag beperkt achteruit rijden. | §4.4.14.1.1–4.4.14.1.3 |
| System Failure | SF | Storing die de veiligheid raakt. De noodrem wordt permanent gecommandeerd. Geldt op alle levels. | §4.4.5.1.1–4.4.5.2.1 |
| Isolation | IS | De on-board is fysiek losgekoppeld van de remmen. De bestuurder krijgt een duidelijke aanduiding; verlaten via een speciale procedure. | §4.4.3.1.1–4.4.3.1.3 |
| No Power | NP | De on-board is niet gevoed. De noodrem wordt permanent gecommandeerd. | §4.4.4.1.1–4.4.4.1.2 |
| Non Leading | NL | Slave-motor met een eigen bestuurder, niet elektrisch gekoppeld aan de leidende motor. | §4.4.15.1.1 |
| National System | SN | Mode voor het nationale treinbeveiligingssysteem (niveau NTC). | §4.4.17 |
| Reversing | RV | Achteruit rijden vanuit dezelfde cabine; de oriëntatie van de trein blijft gelijk. Alleen in gebieden die de trackside zo heeft aangegeven. | §4.4.18.1.1 |
Wie kiest de Mode?
- De bestuurder kiest onder meer SH, als de voorwaarden van conditie [5] zijn vervuld (stilstand, level 0, NTC of 1), en Override, conditie [37] SUBSET-026-4 §4.6.3.
- De trackside vraagt OS via een Mode Profile SUBSET-026-3 §3.12.4.1 en LS via een opdracht SUBSET-026-4 §4.4.19.1.2. Voor Shunting geeft de RBC toestemming (conditie [6]).
- Het systeem schakelt FS in zodra alle benodigde data aanwezig zijn §4.4.9.1.1, SB na het opstarten §4.4.7.1.2, en TR bij een trip-conditie §4.4.13.1.1.1. SF volgt bij een storing §4.4.5.1.1, NP bij het uitvallen van de voeding §4.4.4.1.1.
- Niet door de bestuurder te kiezen: FS, LS, OS en SB §4.4.9.1.2, §4.4.19.1.2, §4.4.12.1.2, §4.4.7.1.1.
De DMI-symbolen van de Modes
De DMI toont elke Mode met een symbool. Acknowledgement-symbolen vragen de bestuurder om een bevestiging ERA_ERTMS_015560 · DMI Tabel 60. Klik op een symbool voor de betekenis.
Bron: ERA_ERTMS_015560 v3.4.0, Table 60. Afbeeldingen uit de bijgevoegde DMI-library (symbols/Mode).
De Modes in één diagram
Het diagram toont de belangrijkste overgangen. Klik op een Mode voor de verantwoordelijkheid, het Level en de bron. Niet alle overgangen zijn getekend: de volledige matrix staat in SUBSET-026-4 §4.6.2 (Transitions Table). IS, NP, SF, LS en PS staan niet in het diagram. SF geldt op alle levels §4.4.5.2.1.
Lezen: pijlen = voorbeeldovergangen uit de SRS. Gestippelde pijl = overgang onder een voorwaarde of bevestiging. De exacte voorwaarden staan in de Transitions Conditions Table SUBSET-026-4 §4.6.3.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Welke afkorting hoort bij de Mode "Staff Responsible"?
Toon uitleg en verwijzing
Welke Mode wordt niet door de bestuurder gekozen, maar automatisch ingeschakeld zodra alle benodigde data aanwezig zijn?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom vraagt de DMI bij sommige overgangen om een bevestiging van de bestuurder?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom kan de noodrem in de Mode Trip niet worden losgelaten?
Toon uitleg en verwijzing
Verder lezen
Voor het effect van een Mode-wisseling op opgeslagen gegevens: SUBSET-026-4 §4.9 en §4.10. Voor de acceptatie van ontvangen informatie per Mode: §4.8. De DMI per Mode staat in §4.7.
Niveau 2 · Gevorderd Overgangen en voorwaarden
Een overgang heeft altijd een startmode, een doelmode en een conditie. In de Transitions Conditions Table staan de voorwaarden genummerd. Conditie [5] luidt bijvoorbeeld: stilstand en level 0, NTC of 1 en de bestuurder kiest Shunting SUBSET-026-4 §4.6.3.
Vijf overgangen, uitgewerkt
| Overgang | Conditie | Bron |
|---|---|---|
| SB → FS (start van de missie) | Alle benodigde Train Data en track data zijn aanwezig; het systeem schakelt in FS. | §4.4.9.1.1; §4.4.7.1.3 |
| FS → OS | De trackside vraagt OS via een Mode Profile. De bestuurder kan OS niet zelf kiezen. | SUBSET-026-3 §3.12.4.1; SUBSET-026-4 §4.4.12.1.2 |
| FS → SR (Override) | De bestuurder kiest Override terwijl de snelheid onder de grens voor Override ligt (conditie [37]). Daarna is de mode SR. | §4.6.3 [37]; SUBSET-026-5 §5.8.3.1 |
| SR → TR (stop if in SR) | De trein leest "stop if in Staff Responsible", de balisegroep staat niet op de lijst met verwachte SR-balisegroepen, én de override is niet actief (conditie [54]). | §4.6.3 [54] |
| FS → SB (End of Mission) | Overgang naar Stand By vanuit FS, LS, OS, UN, NL, SR, PT, RV of SN is een End of Mission. | SUBSET-026-5 §5.5.2.1.1 |
Waarom de volgorde van de voorwaarden telt
Sommige voorwaarden sluiten elkaar uit. Zolang de override actief is, wordt de trip-overgang onderdrukt, en krijgt de bestuurder de status "override active" te zien SUBSET-026-5 §5.8.3.6 en §5.8.3.7. Daarom bevatten de trip-overgangen in de tabel de voorwaarde "override is not active", zoals [43] en [54] SUBSET-026-4 §4.6.3. Neem de override-status daarom altijd mee in een analyse.
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een trein start op Level 2 vanuit SB. De RBC stuurt een MA, en alle benodigde Train Data en track data zijn aanwezig. Welke Mode is de start?
Toon uitleg en verwijzing
De trein rijdt in FS op Level 2. De bestuurder kiest Override, de snelheid ligt onder de grens, en de Train Data is geldig. Welke Mode is actief na de Override?
Toon uitleg en verwijzing
Na een trip staat de trein stil op Level 2. De bestuurder bevestigt de trip. Welke Mode volgt?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom geldt de conditie "override is not active" bij de overgang naar TR voor de balis "stop if in SR"?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein staat op Level 1 in SB, na een trip. Welke voorwaarde leidt het meest direct naar Shunting?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Stelling: "Een trein in Staff Responsible-mode trript altijd bij een balis met de opdracht 'stop if in SR'." Beoordeel de stelling.
Toon modelantwoord
Ontwerp een testset van vijf testgevallen voor de overgang FS → SR via Override op Level 2, met radioverlies na de Override. Geef per testgeval de startsituatie, de actie, de verwachte Mode en de SRS-bron.
Toon modelantwoord
| # | Startsituatie | Actie | Verwachte Mode | Bron |
|---|---|---|---|---|
| 1 | FS, snelheid onder de grens voor Override, geldige Train Data | Bestuurder kiest Override | SR; de vorige EOA/LOA blijft behouden | §4.6.3 [37]; §5.8.3.1.1 |
| 2 | FS, snelheid boven de grens voor Override | Bestuurder kiest Override | FS (Override niet beschikbaar) | §4.6.3 [37] |
| 3 | SR na Override (override nog actief), radio weg | Trein passeert een "stop if in SR"-balis die niet op de lijst staat | SR (trip onderdrukt) | §4.6.3 [54]; §5.8.3.6 |
| 4 | SR na Override, override niet actief, radio weg | Trein passeert de voormalige EOA/LOA met de min safe front end | TR | §4.6.3 [43] |
| 5 | SR na Override, radio hersteld | Override eindigt (nationale tijd of afstand); de RBC stuurt een MA | FS, als alle data aanwezig is | SUBSET-026-5 §5.8.4.1; SUBSET-026-4 §4.4.9.1.1 |
Start of Mission, End of Mission en Train Trip
Een procedure beschrijft hoe de on-board reageert op informatie en gebeurtenissen, stap voor stap. Deze module behandelt de drie procedures die elke treinrit omvatten.
- Onthouden Noem de vier startsituaties van een Start of Mission en de vijf gegevens die elk de status geldig, ongeldig of onbekend kunnen hebben.
- Begrijpen Leg uit wanneer een missie als gestart geldt, en waarom na een trip eerst Post Trip volgt.
- Toepassen Doorloop een Start of Mission op Level 2 en bepaal de Mode na de MA.
- Analyseren Analyseer wat er gebeurt als de RBC een trein weigert bij de Start of Mission.
- Evalueren Beoordeel de keuze dat de bestuurder na een weigering in S10 de situatie moet ontgrendelen.
- Creëren Ontwerp een testplan voor een Start of Mission na een koude verplaatsing van Level 0 naar Level 2.
Niveau 1 · Basis Wat is een procedure?
Een procedure definieert de gewenste reactie van de ERTMS/ETCS-onderdelen (on-board, trackside, bestuurder) op informatie of gebeurtenissen. Elke procedure heeft een tabel met eisen, elk met een ID, en een flowchart die naar diezelfde ID's verwijst SUBSET-026-5 §5.11.3.1. De Start of Mission heeft zijn tabel in §5.4.3 en zijn flowchart in §5.4.4.
Start of Mission (SoM)
De bestuurder start een missie in één van de volgende situaties SUBSET-026-5 §5.4.1.1:
- zodra de trein wakker is;
- zodra de rangeerbewegingen zijn afgerond;
- zodra een missie is beëindigd;
- zodra een slave-motor leading wordt.
Alle gevallen beginnen in Stand By §5.4.1.2. Een missie geldt als gestart zodra het systeem in FS, LS, SR, OS, NL, UN of SN komt. Een andere mode die vanuit SB wordt bereikt, telt niet als missie §5.4.6.1–5.4.6.2.
Vijf gegevens kunnen de status valid (zeker juist), invalid (mogelijk onjuist) of unknown (geen waarde) hebben: de Driver ID, het ERTMS/ETCS-level, de RBC-ID met telefoonnummer, de Train Data en de treinpositie §5.4.2.1–5.4.2.2.
De kernstappen op Level 2 (tabel §5.4.3):
- Driver ID invoeren of revalideren.
- Level kiezen. Op Level 2 of 3 volgen de RBC-gegevens (S2, S3).
- Sessie met de RBC openen (A31).
- Train Data invoeren en valideren, en naar de RBC sturen (S11). De RBC bevestigt met E14.
- Start kiezen (S20) en een MA-request sturen (S21).
- De RBC bepaalt de Mode: een SR-authorisatie (E26) leidt naar S24, een MA voor OS, LS of SH (E27) naar S25, en een MA voor FS (E29) naar Full Supervision §5.4.3 S21.
End of Mission (EoM)
End of Mission betekent dat de trackside niet meer toestemt dat een eenheid beweegt SUBSET-026-5 §5.5.1. Een EoM begint bij de overgang naar Stand By vanuit FS, LS, OS, UN, NL, SR, PT, RV of SN §5.5.2.1.1. In SN-mode kunnen andere voorwaarden voor het einde van de missie afhangen van het nationale systeem §5.5.2.1.2.
De EoM-procedure staat in §5.5.3; storingen tijdens het beëindigen worden behandeld in §5.5.4.
Train Trip
Een trip is iets anders dan een noodrem. Een overschrijding van de P-snelheid leidt tot een noodrem, maar pas tot een trip als de trein de EOA of LOA passeert SUBSET-026-4 §4.4.13.1.1.1. Op Level 2 en 3 start de trip wanneer de min safe front end de EOA heeft gepasseerd SUBSET-026-3 §3.13.10.2.6; op Level 1 volgt de trip bij de in §3.13.10.2.7 genoemde situatie.
De trip-tabel is opgebouwd rond de overgang naar TR SUBSET-026-5 §5.11.2:
- De on-board schakelt naar Trip (A025).
- De bestuurder bevestigt de trip. Daarna gaat de trein naar Post Trip op Level 1 t/m 3 SUBSET-026-4 §4.4.14.1.1.
- Als er openstaande noodstops zijn, wacht de on-board tot de RBC alle openstaande noodstops heeft ingetrokken (D130, S130). Zonder openstaande noodstops gaat de procedure verder naar S140 SUBSET-026-5 §5.11.2.
Script voor opname: "De bestuurder voert de Driver ID in. De on-board vraagt het Level, en bij Level 2 de RBC-gegevens. De sessie wordt geopend, de Train Data gaat naar de RBC. Na Start volgt een MA-request. De RBC antwoordt met een MA voor Full Supervision: de trein start in FS." Bron: SUBSET-026-5 §5.4.3.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
In welke Mode begint elke Start of Mission?
Toon uitleg en verwijzing
Welke gegevens worden bij een Start of Mission gecontroleerd (geldig, ongeldig of onbekend)?
Toon uitleg en verwijzing
Wanneer geldt een overgang als End of Mission?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 1 · Basis (vervolg)
Wat is de eerste stap van de trip-procedure?
Toon uitleg en verwijzing
Niveau 2 · Gevorderd Stappen, beslispunten en uitzonderingen
Gegevens: geldig, ongeldig of onbekend
De procedure begint met de status van elk gegeven SUBSET-026-5 §5.4.2.1. Die status bepaalt welk beslispunt in de flowchart volgt §5.4.4. Een geldige treinpositie wordt als SoM-positierapport naar de RBC gestuurd, en daarna gaat de procedure naar S10 §5.4.3 A33.
De positie bij Level 2: de RBC beslist
Is de positie ongeldig of onbekend, dan stuurt de on-board het SoM-positierapport met die status §5.4.3 A34. De RBC kan de positie als geldig bevestigen §5.4.3 A35. Accepteert de RBC de trein zonder geldige positie, dan markeert de on-board de positie als unknown en gaat de procedure naar S10 §5.4.3 A23–A24. Weigert de RBC de trein, dan wist de on-board de positie, beëindigt hij de sessie en meldt hij aan de bestuurder dat de trein is geweigerd §5.4.3 A39–A40. Daarna moet de bestuurder de situatie ontgrendelen in S10 A40.
Level-keuze na Start
Na de keuze van de bestuurder in S20 gaat de procedure, afhankelijk van het gevalideerde level, naar een van vier vervolgstappen SUBSET-026-5 §5.4.3 S20:
| Gevalideerd level | Volgende stap |
|---|---|
| NTC (STM) | S22 |
| Level 0 | S23 |
| Level 1 | S24 (bevestiging van de SR-mode) |
| Level 2 of 3 | S21 (MA-request naar de RBC) |
Uitzonderingen en degraded situations
- Het verlies van een open sessie is in de flowchart niet meegenomen. Gebeurt dat boven D11 (sessie open, Train Data verstuurd), dan geldt de nominale procedure SUBSET-026-5 §5.4.5.1.
- Kan de radioverbinding niet worden geopend, dan wordt de bestuurder geïnformeerd §5.4.3 A32 en SUBSET-026-3 §3.5.3.7.
- De degraded situations van de SoM staan in §5.4.5; die van de EoM in §5.5.4.
Train Trip: de volgorde
Na de bevestiging van de trip gaat het systeem op Level 1 t/m 3 naar Post Trip SUBSET-026-4 §4.4.14.1.1. Staan er noodstops open, dan wacht de on-board tot de RBC alle openstaande noodstops heeft ingetrokken SUBSET-026-5 §5.11.2 (D130, S130). Een nieuwe MA die na een geaccepteerde noodstop en vóór de intrekking binnenkomt, wordt geweigerd SUBSET-026-3 §3.10.2.4. De degraded situations van de trip staan in §5.11.4.
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een trein start op Level 1 vanuit SB. Welke Mode vraagt de on-board na de Start-keuze van de bestuurder?
Toon uitleg en verwijzing
Op Level 2 wordt de trein door de RBC geweigerd bij de Start of Mission. Wat volgt er?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein op Level 2 wordt getript. Na het stilstaan bevestigt de bestuurder de trip. Welke Mode volgt, en wat moet de on-board daarna doen?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom is de volgorde "trip-bevestiging, Post Trip, wachten op de RBC, daarna Start" logisch?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Na een weigering door de RBC moet de bestuurder de situatie in S10 ontgrendelen. Beoordeel deze keuze op veiligheid en bedieningsgemak.
Toon modelantwoord
Ontwerp een testplan voor een Start of Mission na een koude verplaatsing van Level 0 naar Level 2 (de trein komt via een Level 0-gebied een Level 2-gebied binnen). Geef minstens zes testgevallen, met de verwachte uitkomst en de bron.
Toon modelantwoord
- Level 2 gekozen, RBC-ID en telefoon ingevoerd, sessie opent; Train Data verstuurd en door de RBC bevestigd (E14); daarna Start, MA-request, en een MA voor FS → Full Supervision SUBSET-026-5 §5.4.3 S11, S20, S21.
- Positie "unknown", RBC accepteert de trein zonder geldige positie → positie "unknown", daarna S10 §5.4.3 A23–A24.
- Positie "invalid", RBC weigert → positie gewist, sessie beëindigd, bestuurder geïnformeerd, daarna S10 §5.4.3 A39–A40.
- Radioverbinding kan niet worden geopend → bestuurder wordt geïnformeerd §5.4.3 A32; SUBSET-026-3 §3.5.3.7.
- Overgang van Level 0 naar Level 2 zonder Level 2-MA en track description vóór de grens → de overgang voldoet niet aan de eis dat die informatie vóór de overgang is ontvangen SUBSET-026-5 §5.10.3.2.3.
- Train Data verandert door een andere bron dan de bestuurder (bv. de axle load) → de procedure voor het wijzigen van Train Data wordt doorlopen SUBSET-026-5 §5.17.
Rangeren, On Sight, Override EoA, richtingswissel en keren
De procedures voor bijzondere situaties: wanneer kom je in SH of OS, wat doet de Override, en hoe verloopt een wisseling van cabine of richting?
- Onthouden Noem de voorwaarden waaronder de bestuurder Override kan kiezen, en de Mode die daarna geldt.
- Begrijpen Leg uit waarom Override de Mode van FS, LS of OS naar SR brengt, en waarom de trip dan wordt onderdrukt.
- Toepassen Bepaal of Override in een gegeven situatie mag worden gekozen.
- Analyseren Analyseer welke gebeurtenissen de Override beëindigen, en wat het passeren van de voormalige EOA doet.
- Evalueren Beoordeel de termijn voor de bevestiging van een On Sight-aanwijzing en de samenhang met de service brake.
- Creëren Ontwerp een beslisboom voor de bestuurder bij een onverwachte On Sight-aanwijzing.
Niveau 1 · Basis De bijzondere procedures
Rangeren (Shunting)
De bestuurder kiest SH als de trein stilstaat en het systeem in FS, LS, OS, SR, SN, UN of PT is, of in SB met de startvoorwaarden vervuld SUBSET-026-5 §5.6.2 (E015). Op Level 0 en 1 gaat de procedure daarna direct verder. Op Level 2 en 3 vraagt de on-board eerst de RBC om toestemming §5.6.2 (D020, A045).
Een rangeeropdracht van de trackside valt onder §5.7: op de huidige locatie (§5.7.2), voor een verder punt (§5.7.3), of vanuit SB of PT (§5.7.4). In SH bewaakt de on-board de rangeersnelheid en de lijst met verwachte balisegroepen; een balisegroep die niet op die lijst staat, leidt tot een trip SUBSET-026-4 §4.4.8.1.1.
De mode Passive Shunting (PS) is de mode van een slave-motor die mechanisch aan de leidende motor is gekoppeld, als onderdeel van een rangeerformatie SUBSET-026-4 §4.4.20.1.1.
On Sight (OS)
OS is een mode waarin de bestuurder op zicht rijdt in een baan die bezet of geobstrueerd kan zijn. De bestuurder kan OS niet zelf kiezen; de trackside geeft OS SUBSET-026-4 §4.4.12.1.1–4.4.12.1.2. Op Level 1 begint het OS-gebied bij de balisegroep met het Mode Profile; op Level 2 en 3 kan het OS-gebied al zijn binnengegaan met de max safe front end SUBSET-026-5 §5.9.2.1–5.9.2.2.
De bestuurder moet de OS-aanwijzing bevestigen. Gebeurt dat niet binnen de driver acknowledgement time (Appendix A.3.1, niet bijgevoegd), dan volgt een service brake command. Die wordt losgelaten zodra de bestuurder bevestigt SUBSET-026-5 §5.9.2.3–5.9.2.4.
Het bevestigingsvenster (rectangle of acknowledgement) staat in §5.9.3.2. Is de aanvraag eenmaal getoond, dan wordt ze niet ingetrokken als de trein het venster verlaat §5.9.3.4.
De on-board verlaat OS zodra de min safe front end het einde van het OS-gebied passeert §5.9.6.1.1. Valt dat einde samen met de EOA of LOA van de huidige MA, dan heeft de trein een nieuwe MA nodig om OS te verlaten §5.9.6.2.
Override EoA
Override is de procedure waarmee de bestuurder een EOA mag passeren in een storing, bijvoorbeeld bij een defect sein of verlies van de radio SUBSET-026-5 §5.8.1.1–5.8.1.2. De bestuurder kan Override kiezen als §5.8.2.1:
- de snelheid gelijk is aan of lager is dan de nationale grens voor Override;
- de mode FS, LS, OS, SR, SH, UN, PT of SN is, of SB (alleen op Level 2 en 3);
- gevalideerde Train Data en het treinnummer beschikbaar zijn (behalve in SH).
Daarna gaat de mode naar SR. Vanuit FS, LS, OS, SB of PT gebeurt dat direct; in SH blijft de mode gelijk; in UN of SN gaat de mode pas naar SR als het level verandert naar 1, 2 of 3 §5.8.3.1. De trip is dan onderdrukt, en de bestuurder ziet de status "override active" §5.8.3.6 en §5.8.3.7.
Bij een Override vanuit FS, LS of OS blijft de voormalige EOA of LOA behouden §5.8.3.1.1. Die wordt gewist bij een balisegroep met "stop if in SR", of als de SR-mode wordt verlaten §5.8.3.1.3. De Override eindigt bij het verstrijken van de nationale tijd of afstand, bij het passeren van de voormalige EOA of LOA, of bij een balisegroep met "stop if in SR", "stop if in SH" of "proceed" §5.8.4.1.
Bron: SUBSET-026-5 §5.8.2.1. De nationale grens is een National Value; in dit model is die als een schakelaar opgenomen.
Wisseling van cabine of richting
Bij een cabinewisseling op dezelfde motor sluit de bestuurder desk A. De on-board gaat dan direct naar Stand By, en dat geldt als End of Mission. Bij het openen van desk B start de procedure Start of Mission SUBSET-026-5 §5.12.2.3 en §5.12.2.4. Bij een wissel naar een andere motor geldt §5.12.3; loopt er een rangeerbeweging, dan geldt §5.12.4.
Keren (Reversing)
De mode RV laat de bestuurder achteruit rijden vanuit dezelfde cabine; de oriëntatie van de trein verandert niet. Dat kan alleen in gebieden die de trackside zo heeft aangegeven SUBSET-026-4 §4.4.18.1.1. De procedure staat in SUBSET-026-5 §5.13: de trackside kondigt het gebied aan §5.13.1.2, de bestuurder krijgt de melding dat keren mogelijk is als de trein in dat gebied stilstaat §5.13.1.3, en na bevestiging gaat de on-board naar RV §5.13.1.4. In Post Trip is het achteruit rijden beperkt tot een nationale afstand SUBSET-026-4 §4.4.14.1.3.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Wat gebeurt er als de bestuurder een On Sight-aanwijzing niet binnen de driver acknowledgement time bevestigt?
Toon uitleg en verwijzing
Welke Mode hoort niet bij de modes waarin de bestuurder Override mag kiezen?
Toon uitleg en verwijzing
Wat is het gevolg van het kiezen van Override vanuit FS?
Toon uitleg en verwijzing
Wat gebeurt er bij een cabinewisseling op dezelfde motor, als de bestuurder desk A sluit?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
De trein rijdt in FS op Level 1 met een snelheid boven de nationale grens voor Override. De bestuurder wil Override kiezen. Wat gebeurt er?
Toon uitleg en verwijzing
Na een Override is de trip onderdrukt. Welke gebeurtenis beëindigt de Override niet?
Toon uitleg en verwijzing
Bij een On Sight-gebied wordt een aanvraag om te bevestigen getoond. De bestuurder bevestigt niet, en de trein versnelt zodat hij het bevestigingsvenster verlaat. Wat gebeurt er met de aanvraag?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
De bestuurder heeft een beperkte tijd (de driver acknowledgement time) om een On Sight-aanwijzing te bevestigen; daarna volgt een service brake command. Beoordeel deze regel op veiligheid en menselijke factoren.
Toon modelantwoord
Ontwerp een beslisboom voor de bestuurder bij een onverwachte On Sight-aanwijzing (de aanwijzing komt op een plaats waar hij het niet verwachtte). Gebruik de volgende vragen: wat ziet de bestuurder, wat moet hij doen, en welke procedure volgt?
Toon modelantwoord
- Is de OS-aanwijzing zichtbaar en wordt de bevestigingsaanvraag getoond binnen het bevestigingsvenster? Zo nee: de bestuurder remt zodat de snelheid onder de grens komt, en de aanvraag wordt niet bevestigd SUBSET-026-5 §5.9.3.2.
- Is de trein al in het OS-gebied (de max safe front end is er voorbij)? Dan schakelt de on-board direct naar OS en vraagt de bestuurder te bevestigen §5.9.2.2 en §5.9.2.3.
- Bevestig de OS-aanwijzing en rijd op zicht; controleer de baanbezetting SUBSET-026-4 §4.4.12.
- Wordt niet bevestigd binnen de driver acknowledgement time, dan volgt een service brake command, die wordt losgelaten bij de bevestiging §5.9.2.4. De bestuurder moet daarom het eerste punt van het beslisboom al vooraf kennen.
- Bij het einde van het OS-gebied: de OS wordt verlaten zodra de min safe front end het einde passeert; ligt het einde op de EOA of LOA van de huidige MA, dan is een nieuwe MA nodig §5.9.6.1.1 en §5.9.6.2.
Overgangen tussen levels en tussen RBC's
Een trein verlaat zijn Level of zijn RBC-gebied zonder dat de bestuurder iets doet. Hoe gebeurt dat, en wat moet er vooraf goed geregeld zijn?
- Onthouden Noem de twee manieren waarop een overgang wordt aangekondigd, en wat de oude area vooraf moet hebben geleverd.
- Begrijpen Leg uit wat er gebeurt als de grensbalis niet wordt gelezen, en wat de rol van de aankondiging is.
- Toepassen Bepaal de vereisten voor een overgang van Level 0 naar Level 2 en voor een RBC/RBC-handover.
- Analyseren Analyseer de volgorde van de sessies, de positie-rapporten en het disconnect-bericht bij een RBC/RBC-handover.
- Evalueren Beoordeel het prestatieverlies bij een RBC/RBC-handover met één radiosessie.
- Creëren Ontwerp een testplan voor een RBC/RBC-handover met annulering na pre-aankondiging.
Niveau 1 · Basis Hoe verloopt een overgang?
Elke overgang naar Level 2, 3 of NTC wordt aangekondigd, via een balisegroep of via de RBC SUBSET-026-5 §5.10.1.1. De aankondiging is een opdracht om op een verder punt over te schakelen §5.10.1.2. Bij de grens staat een balisegroep die de overgang direct commandeert §5.10.1.4.
- Level 1 → Level 2/3: een balisegroep vóór de grens geeft de opdracht om verbinding te maken met de RBC. Treindata gaat naar de RBC. Na de overgang meldt de on-board het nieuwe level met een positie-rapport §5.10.3.1.1–5.10.3.1.5.
- Level 0 → Level 2/3: de MA en track description voor het eerste deel van de Level 2/3-area moeten vóór de grens zijn ontvangen. Anders wordt de trein bij het passeren van de grens getript §5.10.3.2.3. De bestuurder rijdt de Level 2/3-area binnen met een snelheid die niet hoger is dan de snelheidsbeperkingen van de ongeëquipeerde lijn §5.10.3.2.4.
- Level 2/3 → Level 1: als er geen Level 1-MA en track description is ontvangen, blijft de Level 2/3-MA gelden §5.10.3.3.2. Als de hele trein de grens is gepasseerd, stuurt de on-board een positie-rapport naar de RBC; daarna kan de RBC de sessie beëindigen §5.10.3.3.3–5.10.3.3.4.
- Level 2/3 → Level 0: bij het binnengaan van UN worden alle MA- en track-description-data gewist §5.10.3.6.4.
Als de grensbalis niet wordt gelezen, wordt de overgang toch uitgevoerd zodra de geschatte voorkant van de trein de in de aankondiging genoemde plaats passeert SUBSET-026-5 §5.10.1.5.
RBC/RBC-handover
Een RBC/RBC-handover wordt net als een level-overgang aangekondigd, via een balis of via de RBC SUBSET-026-5 §5.15.1.1. Bij de grens staat een balisegroep met de opdracht om de handover onmiddellijk uit te voeren §5.15.1.3. Wordt die balis niet (tijdig) gelezen, dan wordt de handover toch uitgevoerd zodra de max safe front end van de trein de grens passeert §5.15.1.4.
De trein kan één of twee radiosessies tegelijk aan. Dat bepaalt het verloop: de normale procedure (twee sessies) staat in SUBSET-026-5 §5.15.2, de degraded situatie met één sessie in §5.15.3.
Script voor opname: "De trein nadert de grens tussen twee RBC's. Via een balis krijgt hij de opdracht om contact te maken met RBC B. Hij opent de sessie met B, terwijl A nog actief is. Zodra de voorkant de grens passeert, neemt B over en meldt dat aan A. Als de achterkant de grens passeert, koppelt A de trein af." Bron: SUBSET-026-3 §3.15.1.2–3.15.1.4, SUBSET-026-5 §5.15.2.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Via welke twee wegen kan een level-overgang of RBC/RBC-handover worden aangekondigd?
Toon uitleg en verwijzing
De grensbalis wordt niet gelezen. Wanneer wordt de overgang toch uitgevoerd?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom is bij een overgang van Level 0 naar Level 2 een MA voor de grens nodig?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een Level 2-trein komt van een Level 1-gebied. Er is geen Level 1-MA ontvangen, maar de Level 2-MA loopt nog. Wat is de SRS-regel?
Toon uitleg en verwijzing
Bij een RBC/RBC-handover stuurt de handing-over RBC een disconnect-opdracht. Wanneer gebeurt dat?
Toon uitleg en verwijzing
Een trein met twee radio's moet van RBC A naar RBC B. Wanneer wordt de sessie met B geopend?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Een trein heeft maar één radiosessie. Beoordeel de gevolgen voor de positie-rapporten en de treinen die erachteraan rijden, bij een RBC/RBC-handover op Level 3.
Toon modelantwoord
Ontwerp een testplan (minstens zes testgevallen) voor een RBC/RBC-handover met annulering na een pre-aankondiging, waarbij de route verandert. Geef per testgeval de startsituatie, de actie en de verwachte uitkomst met een SRS-bron.
Toon modelantwoord
- Normale handover met twee sessies: pre-aankondiging, sessie met B opgezet bij de order, overname bij de max safe front end, disconnect bij de min safe rear end SUBSET-026-5 §5.15.2.1.1, SUBSET-026-3 §3.15.1.3.1, §3.15.1.4.2, §3.15.1.2.7.
- Route verandert na de pre-aankondiging: de handing-over RBC stelt vast dat de overgang moet worden geannuleerd en stuurt dat naar de accepting RBC; die stuurt daarop een bevestiging SUBSET-026-3 §3.15.1.2.9, §3.15.1.4.4.
- Geen balisegroep gelezen bij de grens: de handover wordt uitgevoerd zodra de max safe front end de grens passeert SUBSET-026-5 §5.15.1.4.
- Eén sessie tegelijk (degraded): de sessie met B pas opzetten nadat de sessie met A is beëindigd bij het passeren van de grens SUBSET-026-3 §3.15.1.3.2; de procedure volgt SUBSET-026-5 §5.15.3.1.1.
- Train Data op de on-board wijkt af van de Train Data van RBC B: de Train Data van de on-board heeft voorrang SUBSET-026-3 §3.15.1.4.3.
- Trein stopt vlak voor de grens met een open sessie met A: de sessie geldt nog als 'established' gedurende een gedefinieerde tijd na verlies van de veilige verbinding SUBSET-026-3 §3.5.4.1; alleen de on-board beëindigt de sessie §3.5.5.1.
Train Data, Driver ID, National Values, DMI-signalen en de juridische registratie
De gegevens die het systeem nodig heeft, hoe de bestuurder ze invoert, en hoe het systeem zichzelf en de DMI-meldingen registreert.
- Onthouden Noem de belangrijkste Train Data-categorieën, de default-waarde van de adhesiefactor en de vier geluiden van de DMI.
- Begrijpen Leg het verschil uit tussen National Values en Default Values, en waarom de juridische registratie UTC gebruikt.
- Toepassen Bepaal welke procedure volgt als een externe bron de Train Data wijzigt.
- Analyseren Analyseer de volgorde van de DMI-statussen bij een combinatie van overspeed en warning.
- Evalueren Beoordeel de default-instelling van de adhesiefactor en de rol van de bestuurder daarbij.
- Creëren Ontwerp een controlelijst voor een DMI-test op supervisiestatussen en geluiden.
Niveau 1 · Basis Welke gegevens heeft het systeem nodig?
Train Data
Voordat een missie start, moet de on-board van de leidende motor de Train Data verkrijgen SUBSET-026-3 §3.18.3.2. Dat zijn onder meer de treincategorie(ën), de treinlengte, de traction- en remparameters (het traction model, de remmodellen of het rempercentage, de remstand, de correctiefactoren en de nominale draaiende massa), de maximumsnelheid, het laadprofiel en de axle load-categorieën.
Wijzigt een invoer van een externe bron (een ETCS-externe interface, bv. een kantelsysteem) de Train Data, dan volgt de procedure "Changing Train Data from sources different from the driver" SUBSET-026-3 §3.18.3.6 en SUBSET-026-5 §5.17.1.1.
Driver ID, Level en RBC-gegevens
- De Driver ID identificeert de verantwoordelijke bestuurder van een actieve cabine. Hij dient alleen voor de registratie SUBSET-026-3 §3.18.4.1.1 en §3.18.4.1.1.1. De bestuurder mag hem wijzigen als een National Value dat toestaat §3.18.4.1.2.
- Het ERTMS-level kan de bestuurder kiezen bij de start van een missie. Na de start hoeft hij het normaal niet meer te kiezen SUBSET-026-3 §3.18.4.2.1 en §3.18.4.2.3.
- De RBC-gegevens (identiteit en telefoonnummer) bewaart het systeem als één geldige set. Die komt uit de laatste invoer van de bestuurder, de laatste opdracht om een sessie op te zetten, of de grens SUBSET-026-3 §3.18.4.3.1.
Adhesie
De adhesion factor past het remmodel aan SUBSET-026-3 §3.18.4.6.1. De default-waarde is de hoogste waarde: niet glad §3.18.4.6.4. De waarde mag tijdens de rit wijzigen; de trackside kan hem bijwerken, en de bestuurder doet dat alleen als een National Value dat toestaat §3.18.4.6.2 en §3.18.4.6.2.1. De getallen bij de waarden (100 % en 70 %) staan in Appendix A.3.1; die appendix is niet bijgevoegd. Controleer de getallen daarom tegen de geldende SRS.
Vaste, nationale en standaardwaarden
| Soort | Wat is het? | Bron |
|---|---|---|
| Fixed values | Systeemparameters die bij de supervisie worden gebruikt, zoals DV_EBImin. Ze staan in Appendix A.3.1. | §3.18.1; Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd) |
| National Values | Nationale waarden voor een infrastructuur. Ze worden met het gebied (land of regio) meegestuurd, en zijn in de set die bij dat gebied hoort. Het systeem gebruikt ze zodra ze aan boord beschikbaar zijn. | §3.18.2.2 en §3.18.2.3 |
| Default Values | Terugvalwaarden als een National Value ontbreekt, of als het landcijfer uit de balis niet overeenkomt met de set. | §3.18.2.5 |
Datum, tijd en juridische registratie
Het systeem levert de tijd in UTC en de lokale tijd SUBSET-026-3 §3.18.5.1. De lokale tijd wordt aan de bestuurder getoond; de juridische gegevens gebruiken UTC §3.18.5.2.
De juridische recorder is geen onderdeel van de ERTMS/ETCS on-board equipment SUBSET-026-3 §3.20.1.1. Het on-board equipment stuurt wel de informatie die na gevaarlijke situaties juridisch kan worden gebruikt naar de recorder §3.20.1.2. De datamessages en de triggers daarvoor staan in SUBSET-027 §3.20.1.2.1.
De DMI-geluiden
De DMI heeft vier geluiden ERA_ERTMS_015560 · DMI §14. Klik op een knop om het geluid te horen (als je browser geluid toestaat).
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Welke waarde van de adhesiefactor is de default, en wat betekent die?
Toon uitleg en verwijzing
Waarom gebruikt de juridische registratie UTC, terwijl de bestuurder de lokale tijd ziet?
Toon uitleg en verwijzing
Welk geluid hoort bij de over-speed-status (OvS) in de TSM?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een trein in TSM heeft tegelijk de status Warning (WaS) en Over-speed (OvS) actief. Welke status toont de DMI?
Toon uitleg en verwijzing
Tijdens de rit verandert een externe bron (bv. een kantelsysteem) de treincategorie. Welke procedure volgt?
Toon uitleg en verwijzing
Welke uitspraak over de juridische recorder klopt volgens hoofdstuk 3 van SUBSET-026 v3.6.0?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
De default van de adhesiefactor is "niet glad", en de bestuurder kan die waarde alleen wijzigen als een National Value dat toestaat. Beoordeel die keuze op veiligheid en op praktische bruikbaarheid.
Toon modelantwoord
Ontwerp een controlelijst (minstens acht punten) voor een DMI-acceptatietest op de supervisiestatussen en de geluiden. Geef per punt het verwachte gedrag en de bron.
Toon modelantwoord
- Snelheid ≤ P: status NoS, geen geluid DMI §7.2.1.1.
- Snelheid > P (CSM): status OvS, uit bij ≤ P DMI §7.2.2.
- Snelheid > W: WaS, geluid S2 zolang actief, uit bij ≤ P DMI §7.2.3, §7.4.4.
- Snelheid > SBI: IntS; uit als er geen brake command meer is DMI §7.2.4.
- Snelheid > P in TSM: S1 bij activatie van OvS DMI §7.4.3.3.
- Binnenkomst van het PIM-gebied: geluid Sinfo, tenzij in Limited Supervision DMI §7.3.1.2.
- Precedentie IntS > WaS > OvS > IndS > NoS in TSM DMI Tabel 6.
- Level-symbool: Level 1 met intermittent transmission (LE_03), Level 2 en 3 met continuous (LE_04, LE_05); het gele, knipperende symbool voor een aankondiging DMI Tabel 59.
- Mode-symbool voor een acknowledgement: geel, knipperend kader (bv. MO_10 bij SR) DMI Tabel 60.
Oudere systeemversies: de envelop en de uitzonderingen
Welke ERTMS/ETCS-systeemversies mogen wettelijk worden geëxploiteerd, en wat verandert er voor de trackside en de on-board als een versie ouder is?
- Onthouden Noem de systeemversies (X en Y) die een trackside in de envelop van hoofdstuk 6 mag gebruiken.
- Begrijpen Leg uit waarom de standaardregel van hoofdstuk 6 is dat alle andere clausules geldig blijven, en waar de uitzonderingen staan.
- Toepassen Bepaal welke M_VERSION-waarden voor balises zijn toegestaan binnen een trackside-gebied met systeemversie X = 1.
- Analyseren Analyseer welke uitzondering een clausule van hoofdstuk 3 vervangt, en wat dat voor de trackside betekent.
- Evalueren Beoordeel of een nieuwe aanbesteding van een RBC onder de uitzonderingen van hoofdstuk 6 valt.
- Creëren Ontwerp een beoordelingsschema om te controleren of een on-board ook met een oudere trackside werkt.
Niveau 1 · Basis Wat is de envelop?
Een ERTMS/ETCS-systeemversie heeft een nummer X.Y. Hoofdstuk 6 van de SRS legt vast welke versies wettelijk mogen worden geëxploiteerd. Dat is de envelop: alle systeemversies die een trackside moet kunnen gebruiken en die de on-board moet ondersteunen SUBSET-026-6 §6.3.1.1.
Standaard gelden alle clausules van de andere hoofdstukken, ongeacht de versie die een trackside gebruikt. Hoofdstuk 6 bevat de uitzonderingen en de extra eisen voor het geval dat een trackside-onderdeel met een oudere versie werkt SUBSET-026-6 §6.3.1.2.
De toegestane versies
| Onderdeel | Toegestaan | Bron |
|---|---|---|
| Systeemversie X | 1 of 2 | §6.4.1.1 |
| Systeemversie Y binnen X = 1 | 0 of 1 | §6.4.2.1 |
| Systeemversie Y binnen X = 2 | 0 of 1 | §6.4.2.2 |
Uitzonderingen voor de trackside
De uitzonderingen voor een trackside met X = 1 staan in §6.5.1. Ze hebben de vorm van een vervangende of uitgesloten clausule. Drie voorbeelden:
- Clausule 3.6.2.4 is niet van toepassing SUBSET-026-6 §6.5.1.2.1.1.
- Clausule 3.9.3.2 wordt vervangen door: "The orders shall be sent via balise groups" §6.5.1.2.6.
- Sectie 7.4.2.0 (packet 0, de virtuele balisedekking) is niet van toepassing §6.5.1.5.3.
Voor de M_VERSION-waarden van balises geldt: binnen een trackside met X = 1 mogen 1.0 en 1.1 worden gebruikt; binnen een RBC-gebied dat voor X = 1 is gecertificeerd, ook 2.0 en 2.1 §6.5.1.1.2 en §6.5.1.1.3.
De on-board
De on-board heeft eigen eisen voor oudere versies. Voor X = 1 gelden uitzonderingen op de hoofdstukken 3, 4, 5, 7 en 8, en een aparte afhandeling van de luchtinterface-gegevens SUBSET-026-6 §6.6.2 en §6.6.3. Voor X.Y = 2.0 gelden eisen voor de berichten naar RBC en RIU §6.6.4.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Welke systeemversies X mag een trackside in de envelop van hoofdstuk 6 gebruiken?
Toon uitleg en verwijzing
Welke waarden van Y zijn toegestaan binnen systeemversie X = 1?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Een trackside-gebied werkt met systeemversie X = 1. Welke M_VERSION-waarden voor balises zijn toegestaan?
Toon uitleg en verwijzing
In een trackside-gebied met X = 1 wordt clausule 3.9.3.2 vervangen door: "The orders shall be sent via balise groups". Wat betekent dat voor de orders die onder 3.9.3.2 vallen?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
Een spoorwegonderneming wil in 2026 een nieuwe RBC aanbesteden, die met systeemversie X = 1 moet blijven werken. Beoordeel of de uitzonderingen van hoofdstuk 6 daarop van toepassing zijn.
Toon modelantwoord
Ontwerp een beoordelingsschema (minstens vijf stappen) om te controleren of een on-board ook met een oudere trackside werkt. Geef per stap de bron.
Toon modelantwoord
- Bepaal de systeemversie X en Y van de trackside die wordt getest, en controleer of ze in de envelop liggen SUBSET-026-6 §6.4.1.1, §6.4.2.1, §6.4.2.2.
- Controleer per hoofdstuk (3, 4, 5, 7 en 8) welke uitzonderingen voor X = 1 gelden, en welke clausules van de on-board daardoor anders zijn SUBSET-026-6 §6.6.2.1–6.6.2.4.
- Controleer de afhandeling van de luchtinterface-gegevens voor X = 1 en voor X.Y = 2.0 §6.6.3, §6.6.4.
- Test de M_VERSION-waarden van de balises: 1.0 en 1.1 voor X = 1; 2.0 en 2.1 alleen binnen een RBC-gebied dat voor X = 1 is gecertificeerd §6.5.1.1.2, §6.5.1.1.3.
- Leg de gevonden afwijkingen en uitzonderingen vast in de acceptatiedocumentatie, en beoordeel of de versie-combinatie binnen de envelop blijft §6.3.1.1.
Variabelen, packets en radioberichten
Hoe wordt informatie tussen trein en trackside in bits verpakt? Deze module behandelt de bouwstenen van de ERTMS/ETCS-taal en een keuze uit de packets en berichten. Volledige tabellen staan in hoofdstuk 7 en 8.
- Onthouden Noem de vier bouwstenen van de ERTMS/ETCS-taal (variabele, packet, bericht, telegram) en drie packetnummers met hun naam.
- Begrijpen Leg uit waarom een packet een header heeft met NID_PACKET en L_PACKET, en wat een speciale waarde is.
- Toepassen Bepaal bij een gegeven bericht of het voldoet aan de regels voor packets (volgorde, dubbele packets, splitsing).
- Analyseren Analyseer het verschil tussen een conditional en een unconditional emergency stop in de berichten en in de procedure.
- Evalueren Beoordeel waarom sommige berichten versie-invariant zijn.
- Creëren Ontwerp een testset voor de ontvangst van een track-to-train-bericht met meerdere packets.
Niveau 1 · Basis Van variabele tot bericht
De ERTMS/ETCS-taal wordt gebruikt om informatie over de radio en over de balise- en lusluchtspleten te versturen. De taal bestaat uit variabelen, packets, berichten en telegrammen. Variabelen en packets staan in hoofdstuk 7; telegrammen en berichten in hoofdstuk 8 SUBSET-026-7 §7.3.1.1–7.3.1.2.
| Bouwsteen | Wat is het? | Bron |
|---|---|---|
| Variabele | Codeert één gegeven, zoals een snelheid of een afstand. Een variabele wordt niet in kleinere eenheden gesplitst. | SUBSET-026-7 §7.3.2.1 |
| Packet | Groep variabelen met een vaste structuur, met een eigen nummer (NID_PACKET) en lengte (L_PACKET). | §7.3.3.1–7.3.3.2 |
| Bericht (message) | Samenstelling van variabelen en packets, met een eigen identificatie (NID_MESSAGE) en lengte (L_MESSAGE). | SUBSET-026-8 §8.4.4.1–8.4.4.3 |
| Telegram | De vorm waarin de gegevens van een balisegroep of een lus worden verstuurd. | SUBSET-026-8 §8.4.2 en §8.4.3 |
Waarden in de variabelen
Speciale waarden staan altijd bovenaan het bereik van een variabele; bijvoorbeeld betekent 32767 "unknown" SUBSET-026-7 §7.3.2.3. Negatieve waarden worden als 2-complement gecodeerd §7.3.2.7. Een variabele van één bit is 0 voor onwaar en 1 voor waar §7.3.2.8.
Packets: header en structuur
Een packet heeft een header met het packetnummer (NID_PACKET) en de lengte in bits (L_PACKET). Als een packet afstanden bevat, staat in het packet ook de schaal (Q_SCALE) SUBSET-026-7 §7.3.3.2 en §7.5. Packet 0 en packet 255 volgen die structuur niet §7.3.3.5. Een variabele kan optioneel zijn, afhankelijk van een eerdere qualifier in het packet §7.3.3.9.
Welke packets zijn er?
Packets zijn ingedeeld naar richting: Track to Train (§7.4.2) en Train to Track (§7.4.1.2). In de beschrijving van elk packet geeft de rij "Transmitted by" aan welke trackside-zender het packet verstuurt: een balisegroep, een lus, een RIU of een RBC SUBSET-026-7 §7.3.3.10. Een keuze uit de track-to-train-packets:
| Packet | Naam (SRS) | Bron |
|---|---|---|
| 3 | National Values | §7.4.2.1.1 |
| 5 | Linking | §7.4.2.2 |
| 15 | Level 2/3 Movement Authority | §7.4.2.4 |
| 21 | Gradient Profile | §7.4.2.6 |
| 27 | International Static Speed Profile | §7.4.2.7 |
| 41 | Level Transition Order | §7.4.2.9 |
| 42 | Session Management | §7.4.2.10 |
| 65 | Temporary Speed Restriction | §7.4.2.17 |
| 80 | Mode profile | §7.4.2.26 |
| 131 | RBC transition order | §7.4.2.27 |
Berichten en hun identificatie
Hoofdstuk 8.5 geeft de radioberichten met hun Mes. Id., naam, type en de vraag of het bericht versie-invariant is SUBSET-026-8 §8.5.1.1–8.5.1.2. Het type is N (normale prioriteit) of E (hoge prioriteit). Een voorbeeld uit de lijst van berichten van de trein naar de track:
| Mes. Id. | Naam | Type | Versie-invariant | Naar |
|---|---|---|---|---|
| 132 | MA Request | N | Nee | RBC |
| 136 | Train Position Report | N | Nee | RBC, RIU |
| 155 | Initiation of a communication session | N | Ja | RBC, RIU |
| 156 | Termination of a communication session | N | Ja | RBC, RIU |
Berichten van de track naar de trein, zoals bericht 3 (Movement Authority), bericht 15 (Conditional Emergency Stop) en bericht 16 (Unconditional Emergency Stop), staan in de tabel van §8.5.3 SUBSET-026-8 §8.5.3.
Toetsvragen Niveau 1 · Basis
Wat is een packet in de ERTMS/ETCS-taal?
Toon uitleg en verwijzing
Wat betekent de waarde 32767 bij een variabele, als voorbeeld uit de SRS?
Toon uitleg en verwijzing
Welk packet bevat de Movement Authority voor Level 2 en 3?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 2 · Gevorderd
Packets in een bericht
Het bericht van de RBC kan meerdere packets bevatten. De ontvanger verwerkt de packets ongeacht hun volgorde SUBSET-026-8 §8.4.1.3. Een track-to-train-bericht bevat hoogstens één exemplaar van hetzelfde packettype voor dezelfde richting; een aantal packettypes is uitgezonderd, zoals packet 44 en packet 65 §8.4.1.4 en §8.4.1.4.1–8.4.1.4.2.
Eurobalise-telegrammen
De gebruikersinformatie van een balis bevat complete packets: een packet wordt niet over twee telegrammen gesplitst SUBSET-026-8 §8.4.2.2. Als packet 0 wordt gebruikt, staat het als eerste packet van het telegram §8.4.2.3.
Het voorbeeld van bericht 129
Bericht 129 (Validated Train Data, van de trein naar de RBC) heeft in §8.6.1 een veldentabel: NID_MESSAGE, L_MESSAGE, T_TRAIN en NID_ENGINE, gevolgd door packet 0 of 1 met de train data SUBSET-026-8 §8.6.1.
Een packet van 120 bytes moet over twee Eurobalise-telegrammen worden verdeeld. Wat zegt de SRS?
Toon uitleg en verwijzing
Een track-to-train-bericht bevat twee keer packet 3 in dezelfde richting. Wat zegt de SRS?
Toon uitleg en verwijzing
Welk verschil bestaat er tussen een conditional en een unconditional emergency stop?
Toon uitleg en verwijzing
Toetsvragen Niveau 3 · Expert
In de berichtenlijst zijn sommige berichten versie-invariant, zoals de berichten over de systeemversie en de sessie (bv. 32, 39, 154, 155 en 156). Beoordeel waarom die eigenschap voor de interoperabiliteit belangrijk is.
Toon modelantwoord
Ontwerp een testset (minstens zes testgevallen) voor de ontvangst van een track-to-train-bericht met een Movement Authority (packet 15) en meerdere packets 65 (TSR). Geef per testgeval de situatie, de verwachte reactie en de bron.
Toon modelantwoord
- Bericht met packets 15 en 65 in een andere volgorde dan de standaard: geaccepteerd; de ontvanger let niet op de volgorde SUBSET-026-8 §8.4.1.3.
- Bericht met meerdere packets 65: toegestaan als uitzondering §8.4.1.4.2.
- Bericht met twee packets 3 in dezelfde richting: niet toegestaan, tenzij een uitzondering geldt §8.4.1.4.
- Packet 0 niet als eerste packet van een Eurobalise-telegram: fout §8.4.2.3.
- Packet over twee telegrammen gesplitst: fout §8.4.2.2.
- De berekende lengte van het bericht komt niet overeen met L_MESSAGE: het bericht geldt niet als geldig §8.4.4.2.1.
Casestudies: van situatie naar specificatie
In de praktijk werken onderdelen samen. Deze casestudies combineren supervisie, modes, procedures en overgangen. Lees eerst de situatie, en beantwoord dan de vragen per niveau.
- Onthouden Herken in een situatie de relevante begrippen (TSR, Override, handover).
- Begrijpen Beschrijf wat het systeem in elke situatie doet.
- Toepassen Reken een remweg uit en bepaal de Mode en de grens.
- Analyseren Onderscheid oorzaak en gevolg in een keten van gebeurtenissen.
- Evalueren Beoordeel een ontwerpkeuze op veiligheid en conformiteit.
- Creëren Schrijf een eis of een testgeval voor de situatie.
Case 1 Een te hoge nadering op een tijdelijke snelheidsbeperking
Wat is in deze situatie de target location van de target speed monitoring?
Toon uitleg en verwijzing
Bereken de remweg (in m) van 160 km/h naar 80 km/h met een constante vertraging van 0,8 m/s², zonder opbouwtijd. Gebruik s = (v² − vt²) / (2a).
Toon uitwerking
Beschrijf de volgorde van de supervision limits en de DMI-statussen terwijl de trein het target nadert zonder te remmen. Welke status toont de DMI bij elke grens?
Toon modelantwoord
Een leverancier wil de service brake voor target speed monitoring met een National Value uitschakelen, zodat de eerste lijn altijd de noodrem is. Beoordeel het voorstel op de SRS.
Toon modelantwoord
Case 2 Override in een radiogat
Welke Mode is actief na de Override?
Toon uitleg en verwijzing
Welke gebeurtenis zorgt ervoor dat de trip weer actief kan worden, nadat de trip door de Override is geïnhibeerd?
Toon uitleg en verwijzing
Wat betekent de Override voor de noodstops die de RBC eerder heeft gestuurd, op Level 2?
Toon modelantwoord
Evalueer de regel dat Override de trip inhibeert. Noem één voordeel en één risico, en stel een verbetering voor die de SRS-regels respecteert.
Toon modelantwoord
Case 3 Overgang van Level 1 naar Level 2, en een RBC-handover
Welke informatie moet de oude area vóór de grens naar Level 2 leveren?
Toon uitleg en verwijzing
Wanneer neemt RBC B de verantwoordelijkheid over van RBC A?
Toon uitleg en verwijzing
De trein heeft één radio. Waarom kan dat, op Level 3, leiden tot een periode zonder positie-rapporten, en wat is de consequentie voor de RBC?
Toon modelantwoord
Een ontwerper stelt voor om op de handover-grens alleen de balisegroep bij de grens te gebruiken (zonder pre-aankondiging via de RBC). Beoordeel dit op de SRS.
Toon modelantwoord
Begrippenlijst (Engelse benamingen met uitleg)
De Engelse benamingen worden in deze opleiding behouden. Hier vind je de betekenis in het Nederlands en de bron (SUBSET-026 v3.6.0, tenzij anders vermeld).
- Acknowledgement (ack)
- Bevestiging door de bestuurder van een aanwijzing, zoals bij OS, SH, SR of een level-overgang. Blijft de bevestiging uit, dan volgt een service brake command na de driver acknowledgement time (Appendix A.3.1, niet bijgevoegd). SUBSET-026-5 §5.9.2.4; §5.10.4.2
- Balise / Eurobalise
- Transmissiedevice in het spoor die telegrammen naar de trein stuurt. SUBSET-026-2 §2.5.1.2
- Balise group
- Groep balisen die samen één boodschap vormen. SUBSET-026-2 §2.5.1.2.5
- Braking curve
- Voorspelling van de snelheidsdaling als functie van de afstand, op basis van een model van de remdynamica en het baanprofiel. ERA_ERTMS_040026 §2.1
- Bericht (message)
- Samenstelling van variabelen en packets, met een eigen identificatie (NID_MESSAGE) en lengte (L_MESSAGE). SUBSET-026-8 §8.4.4
- Ceiling Speed Monitoring (CSM)
- Bewaking van constante snelheden op basis van de MRSP. SUBSET-026-3 §3.13.10.3
- Classificatie (hoofdstuk 9)
- Indeling van elke clausule als ETCS on-board requirement, ETCS trackside requirement, Definition, Informative of Others. SUBSET-026-9 §9.3.2.1
- Communication session
- Beveiligde radioverbinding tussen de on-board en de RBC of radio in-fill unit. Alleen de on-board opent en beëindigt een sessie. SUBSET-026-3 §3.5.3.1; §3.5.5.1
- Danger Point
- Locatie na de EOA die de voorkant van de trein zonder gevaar kan bereiken. SUBSET-026-3 §3.8.1.1
- Desk
- De bedieningspost (cabine) van de bestuurder. Het sluiten van desk A en het openen van desk B bepalen het einde en de start van de missie. SUBSET-026-5 §5.12.2
- DMI (Driver Machine Interface)
- Het scherm, de symbolen en de geluiden voor de bestuurder. ERA_ERTMS_015560
- DV_EBI
- Marge tussen het MRSP-element en de EBI-grens in een ceiling speed-sectie. De vaste waarden staan in Appendix A.3.1. SUBSET-026-3 §3.13.9.2.3
- EBD (Emergency Brake Deceleration)
- Remcurve voor de noodrem, parabolisch vanaf de target location; de "parachute". ERA_ERTMS_040026 §3.3.1
- EBI (Emergency Brake Intervention)
- Grens waarbij het systeem de noodrem commandeert. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.2
- End of Authority (EOA)
- Locatie tot waar de trein mag rijden; de doelsnelheid daar is nul. SUBSET-026-3 §3.8.1.1
- End of Mission (EoM)
- Moment waarop de trackside de toestemming om te bewegen intrekt. Een EoM begint bij de overgang naar Stand By vanuit FS, LS, OS, UN, NL, SR, PT, RV of SN. SUBSET-026-5 §5.5.2.1.1
- End Section
- De laatste sectie van een MA; heeft de End Section time-out. SUBSET-026-3 §3.8.4.1
- Estimated front end
- De beste schatting van de positie van de voorkant van de trein. SUBSET-026-3 §3.6.4.4
- Fixed values
- Systeemparameters voor de supervisie, zoals DV_EBImin. Ze staan in Appendix A.3.1 (niet bijgevoegd). SUBSET-026-3 §3.18.1
- Full Supervision (FS)
- Mode met volledige supervisie tegen een dynamisch snelheidsprofiel; zodra alle benodigde data aanwezig is. SUBSET-026-4 §4.4.9
- Gamma- en Lambda-trein
- Gamma: vooraf geconfigureerde remgegevens. Lambda: de remgegevens worden uit het rempercentage afgeleid. ERA_ERTMS_040026 §3.3.3
- Indication (I)
- Grens waarbij de bestuurder een indicatie krijgt, tijdig genoeg om te remmen voordat de P daalt. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.6
- Interlocking
- Extern trackside-systeem voor het vrijgeven van routes. Voor externe systemen worden geen interoperabiliteitseisen vastgesteld. SUBSET-026-2 §2.4.1.3
- Isolation (IS)
- Mode waarin de on-board fysiek is losgekoppeld van de remmen. SUBSET-026-4 §4.4.3
- KMC en PKI
- Key Management Centre (cryptografische sleutels voor de Euroradio-beveiliging) en Public Key Infrastructure (digitale certificaten). SUBSET-026-2 §2.5.1.8; §2.5.1.9
- Level 0, STM, 1, 2, 3
- De application levels van ERTMS/ETCS. SUBSET-026-2 §2.6.2.3
- Level transition announcement
- Aankondiging van een overgang naar een ander level op een verder punt. SUBSET-026-5 §5.10.1.1–5.10.1.2
- LEU (Lineside Electronic Unit)
- Apparaat dat de telegrammen voor de balises genereert. SUBSET-026-2 §2.5.1.3
- Limit of Authority (LOA)
- Een EOA met een doelsnelheid hoger dan nul; die doelsnelheid kan in de tijd beperkt zijn. SUBSET-026-3 §3.8.1.1
- Limited Supervision (LS)
- Mode met achtergrondsupervisie in gebieden waar de trackside informatie levert; automatisch bij een opdracht van de trackside. SUBSET-026-4 §4.4.19
- LRBG (Last Relevant Balise Group)
- De balisegroep waarop de trein zijn positie baseert. SUBSET-026-3 §3.6.1.3
- Max safe front end / Min safe front end
- De grenzen van de onzekerheid rond de voorkant van de trein: vooruit (max) en achteruit (min). SUBSET-026-3 §3.6.4.4
- Mixed levels
- Meerdere levels op hetzelfde spoor. Bij de overgang geeft een prioriteitentabel aan welk level de trein kiest. SUBSET-026-2 §2.6.2.4; SUBSET-026-5 §5.10.2
- Mode
- Operationele toestand van de on-board die bepaalt welke supervisie actief is en wie verantwoordelijk is. De SRS noemt 17 modes. SUBSET-026-4 §4.3.2.1
- Mode Profile
- Opdracht van de trackside om On Sight, Limited Supervision of Shunting toe te staan, met het begin en het eind van het gebied. SUBSET-026-3 §3.12.4
- Movement Authority (MA)
- De toestemming om te rijden tot een EOA of LOA, met secties, time-outs en eventueel een Danger Point en een overlap. SUBSET-026-3 §3.8
- MRSP (Most Restrictive Speed Profile)
- De meest beperkende combinatie van alle snelheidsbeperkingen die de trein moet volgen. SUBSET-026-3 §3.13.7
- National Values (NV) en Default Values
- Nationale waarden voor een gebied. Bij ontbreken, of bij een landcijfer dat niet past, gelden de Default Values. SUBSET-026-3 §3.18.2
- Non Leading (NL)
- Mode voor een slave-motor met een eigen bestuurder, niet elektrisch gekoppeld. SUBSET-026-4 §4.4.15
- On Sight (OS)
- Mode voor rijden op zicht in een bezette of geobstrueerde baan; alleen op opdracht van de trackside. SUBSET-026-4 §4.4.12
- Overlap
- Extra afstand na het Danger Point, geldig gedurende een gedefinieerde tijd. SUBSET-026-3 §3.8.1.1
- Override EoA
- Procedure waarmee de bestuurder een EOA mag passeren in een storing. De mode gaat naar SR en de trip wordt onderdrukt. SUBSET-026-5 §5.8
- Packet
- Groep variabelen met een eigen nummer (NID_PACKET), een lengte (L_PACKET) en een vaste structuur. SUBSET-026-7 §7.3.3
- Passive Shunting (PS)
- Mode voor een slave-motor die mechanisch is gekoppeld aan de leidende motor, als onderdeel van een rangeerformatie. SUBSET-026-4 §4.4.20
- Permitted speed (P)
- De snelheid die de bestuurder moet volgen. Bij overschrijding is er een overspeed. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.5
- Post Trip (PT)
- Mode direct na de trip-bevestiging. De noodrem wordt losgelaten en de trein mag beperkt achteruit. SUBSET-026-4 §4.4.14
- Procedure
- Beschrijving van de gewenste reactie van de ERTMS/ETCS-onderdelen op informatie of gebeurtenissen: een tabel met ID's en een flowchart met dezelfde ID's. SUBSET-026-5 §5.11.3.1
- Radio hole
- Gebied zonder radioverbinding. Is het aangekondigd, dan stopt de on-board de pogingen en probeert hij opnieuw aan het einde ervan. SUBSET-026-3 §3.5.4.4
- Radio in-fill unit (RIU)
- Trackside-apparaat dat via radio semi-continue infill geeft (Level 1). SUBSET-026-2 §2.5.1.7
- Release speed
- Snelheidsgrens nabij een EOA. De EBI-grens is dan gelijk aan de release speed. SUBSET-026-3 §3.13.9.4
- RBC (Radio Block Centre)
- Computergebaseerd systeem dat MA's opstelt en naar de trein stuurt. SUBSET-026-2 §2.5.1.5
- RBC/RBC-handover
- Overdracht van de treinbesturing van de ene RBC naar de andere bij de grens. SUBSET-026-3 §3.15.1
- Shunting (SH)
- Mode voor rangeren met een beperkte snelheid; een balisegroep die niet op de lijst staat, leidt tot een trip. SUBSET-026-4 §4.4.8
- SBI (Service Brake Intervention)
- Grens waarbij het systeem de service brake commandeert. Of de service brake wordt gebruikt, is een configuratiekeuze. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.3
- Sleeping (SL)
- Mode voor een op afstand bestuurde slave-motor; geen bewegingssupervisie. SUBSET-026-4 §4.4.6
- SoM (Start of Mission)
- De procedure waarmee een missie begint, vanuit Stand By. SUBSET-026-5 §5.4
- SSP / ASP / TSR
- Static Speed Profile, Axle load Speed Profile en Temporary Speed Restriction. SUBSET-026-3 §3.11
- Staff Responsible (SR)
- Mode waarin de bestuurder onder eigen verantwoordelijkheid rijdt. SUBSET-026-4 §4.4.11
- Stand By (SB)
- Standaard-mode, niet door de bestuurder te kiezen. Het systeem ontwaakt in SB en verzamelt de missiegegevens. SUBSET-026-4 §4.4.7
- Supervised Location (SvL)
- Einde van de overlap, anders het Danger Point, anders de EOA. Daar bewaakt de on-board het stoppen. SUBSET-026-3 §3.8.4.5
- Supervision
- Het bewaken van snelheid en positie tegen de grenzen, met waarschuwingen en ingrijpen. SUBSET-026-3 §3.13
- System Failure (SF)
- Mode na een storing die de veiligheid raakt; de noodrem wordt permanent gecommandeerd. SUBSET-026-4 §4.4.5
- Target speed monitoring (TSM)
- Bewaking van het remmen naar een lagere doelsnelheid of naar een EOA of LOA. SUBSET-026-3 §3.13.10.4
- Telegram
- De vorm waarin de gegevens van een balisegroep of een lus worden verstuurd. SUBSET-026-8 §8.4.2 en §8.4.3
- Train Data
- Gegevens over de trein: categorie, lengte, remgegevens, axle load en meer. SUBSET-026-3 §3.18.3.2
- Train integrity
- De bevestiging dat de trein compleet is. De bewaking daarvan is een externe functie, en de trein meldt de integriteit aan de RBC. SUBSET-026-2 §2.6.7.2.4; SUBSET-026-3 §3.6.5.1.4
- Train trip
- Het door het systeem stoppen van de trein met de noodrem en de overgang naar Trip. SUBSET-026-5 §5.11
- Trip (TR)
- Mode waarin de noodrem is gecommandeerd; de noodrem kan in deze mode niet worden losgelaten. SUBSET-026-4 §4.4.13
- Unfitted (UN)
- Mode voor gebieden zonder ETCS-trackside en zonder nationaal systeem, of waar de supervisie nu niet mogelijk is. SUBSET-026-4 §4.4.10
- Variabele
- Codeert één gegeven, zoals een snelheid of een afstand. SUBSET-026-7 §7.3.2
- Version-invariant (bericht)
- Radiobericht dat in alle systeemversies gelijk is; in de tabel de kolom "Invariant". SUBSET-026-8 §8.5.1.1
- Warning (W)
- Grens waarbij een waarschuwing wordt gegeven, zodat de bestuurder kan ingrijpen voordat de remmen worden gecommandeerd. SUBSET-026-3 §3.13.9.3.4
- Juridische recorder
- Registratie van gebeurtenissen voor juridisch gebruik. De on-board levert de informatie; de recorder is geen onderdeel van de on-board. De details staan in SUBSET-027. SUBSET-026-3 §3.20.1.1–3.20.1.2
Referentie-index: onderwerp naar specificatie
Zoek een onderwerp op en ga naar de genoemde sectie in de bijgevoegde bron (SUBSET-026 v3.6.0). Modules verwijzen naar de nummers in deze opleiding.
| Onderwerp | Waar in de bron? | Module |
|---|---|---|
| Doel en voordelen van ERTMS/ETCS | SUBSET-026-1 §1.3–1.4 | 1 |
| Verplicht (shall) en de classificatie van clausules | SUBSET-026-9 §9.3.2; SUBSET-026-1 §1.7 | 1 |
| Technische versus operationele interoperabiliteit | SUBSET-026-1 §1.5.1.1–1.5.1.4 | 1 |
| Trackside- en on-board-onderdelen (acht trackside-onderdelen) | SUBSET-026-2 §2.4–2.5; §2.5.1.1 | 2 |
| Referentiearchitectuur (figuur) | SUBSET-026-2 §2.5.3 | 2 |
| Level 0, STM, 1, 2, 3 | SUBSET-026-2 §2.6.2–2.6.7 | 3 |
| Mixed levels en prioriteitentabel | SUBSET-026-2 §2.6.2.4; SUBSET-026-5 §5.10.2 | 3 |
| Level-overgangen: aankondiging en grensbalis | SUBSET-026-5 §5.10.1 | 3, 9 |
| Bevestiging van een level-overgang | SUBSET-026-5 §5.10.4 | 3, 6 |
| Level-overgangen naar Level 2/3 en Level 0 | SUBSET-026-5 §5.10.3 | 9 |
| Positie, LRBG en confidence interval | SUBSET-026-3 §3.6.1–3.6.4 | 4 |
| Positie-rapporten naar de RBC | SUBSET-026-3 §3.6.5 | 4 |
| Radiosessie: openen, verlies, beëindigen | SUBSET-026-3 §3.5.3–3.5.5 | 4, 9 |
| Movement Authority en secties | SUBSET-026-3 §3.8 | 4 |
| Time-outs (End Section, sectie, Level 3) | SUBSET-026-3 §3.8.1.5, §3.8.3.5, §3.8.4 | 4, 8 |
| Snelheidsbeperkingen (elf categorieën) | SUBSET-026-3 §3.11.2 | 4 |
| MRSP | SUBSET-026-3 §3.13.7 | 4, 5 |
| In-fill (Level 1) | SUBSET-026-3 §3.9 | 4B |
| Emergency stop (conditional en unconditional) | SUBSET-026-3 §3.10.2 | 4, 7, 13 |
| Track conditions, mode profile, route suitability | SUBSET-026-3 §3.12.1, §3.12.2, §3.12.4 | 4B |
| Tekstmeldingen | SUBSET-026-3 §3.12.3 | 4B |
| Remcommando's en vrijgave | SUBSET-026-3 §3.14.1 | 4B |
| Bescherming (RAP, RMP, standstill) | SUBSET-026-3 §3.14.2–3.14.4 | 4B |
| Balisegroep-consistentie | SUBSET-026-3 §3.16.2 | 4B |
| Track Ahead Free | SUBSET-026-3 §3.15.5 | 4B |
| Speed and distance monitoring: inputs, conversie | SUBSET-026-3 §3.13.2–3.13.3 | 5 |
| Remmodel, deceleratie en opbouwtijd | SUBSET-026-3 §3.13.6 | 5 |
| Locaties zonder remcontributie, reduced adhesion | SUBSET-026-3 §3.13.5 | 5 |
| Targets en remcurven (EBD, SBD) | SUBSET-026-3 §3.13.8 | 5 |
| Supervisielimieten I, P, W, SBI, EBI | SUBSET-026-3 §3.13.9.3 | 5 |
| Ceiling supervision en DV_EBI | SUBSET-026-3 §3.13.9.2 | 5 |
| Release speed | SUBSET-026-3 §3.13.9.4 | 5 |
| Speed monitoring (ceiling, target, release) | SUBSET-026-3 §3.13.10 | 5 |
| Braking curves (EBD, SBD, parachute) | ERA_ERTMS_040026 §2–3 | 5 |
| Reactietijden en numerieke voorbeelden | ERA_ERTMS_040026 §5 | 5 |
| Vaste waarden (Appendix A.3.1, niet bijgevoegd) | SUBSET-026-3 §3.13.9.2.4; Appendix A.3.1 | 5, 10 |
| Modes en overgangen | SUBSET-026-4 §4.3.2, §4.4, §4.6 | 6 |
| Mode-wisseling en opgeslagen gegevens | SUBSET-026-4 §4.8–4.10 | 6 |
| DMI per Mode | SUBSET-026-4 §4.7 | 6 |
| Start of Mission (tabel, flowchart, degraded) | SUBSET-026-5 §5.4 | 7 |
| Missie gestart (wanneer geldt een missie als gestart) | SUBSET-026-5 §5.4.6 | 7 |
| End of Mission | SUBSET-026-5 §5.5 | 7 |
| Train Trip | SUBSET-026-5 §5.11 | 7 |
| Rangeren (SH) | SUBSET-026-5 §5.6–5.7 | 8 |
| On Sight | SUBSET-026-5 §5.9 | 8 |
| Override EoA | SUBSET-026-5 §5.8 | 8, 6 |
| Wisseling van cabine of richting | SUBSET-026-5 §5.12 | 8 |
| Keren (Reversing) | SUBSET-026-5 §5.13; SUBSET-026-4 §4.4.18 | 8 |
| RBC/RBC-handover | SUBSET-026-3 §3.15.1; SUBSET-026-5 §5.15 | 9 |
| Train Data | SUBSET-026-3 §3.18.3 | 10 |
| Driver ID, Level en RBC-gegevens | SUBSET-026-3 §3.18.4 | 10 |
| Adhesiefactor | SUBSET-026-3 §3.18.4.6 | 10 |
| National Values en Default Values | SUBSET-026-3 §3.18.2 | 10 |
| Datum, tijd (UTC en lokale tijd) | SUBSET-026-3 §3.18.5 | 10 |
| Wijziging van Train Data via een andere bron | SUBSET-026-5 §5.17; SUBSET-026-3 §3.18.3.6 | 10 |
| Juridische registratie | SUBSET-026-3 §3.20.1.1–3.20.1.2 (details: SUBSET-027) | 10 |
| Oudere systeemversies (envelop) | SUBSET-026-6 §6.3–6.4 | 11 |
| Uitzonderingen voor de trackside (X = 1) | SUBSET-026-6 §6.5.1 | 11 |
| Uitzonderingen voor de on-board | SUBSET-026-6 §6.6 | 11 |
| Variabelen | SUBSET-026-7 §7.3.2, §7.5 | 12 |
| Packets | SUBSET-026-7 §7.3.3, §7.4 | 12 |
| Berichten en telegrammen (regels) | SUBSET-026-8 §8.4 | 12 |
| Radioberichten (lijsten) | SUBSET-026-8 §8.5 | 12 |
| Definitie van berichten | SUBSET-026-8 §8.6, §8.7 | 12 |
| Casestudies | SUBSET-026-3 §3.13, §3.15.1; SUBSET-026-5 §5.8, §5.10, §5.15 | 13 |
| Level- en modesymbolen | ERA_ERTMS_015560 · DMI Tabel 59 en 60 | 6, 10 |
| Supervisiestatussen (NoS, IndS, OvS, WaS, IntS) | ERA_ERTMS_015560 · DMI §7 | 5, 10 |
| DMI-geluiden (click, Sinfo, S1, S2) | ERA_ERTMS_015560 · DMI §14 | 10 |
Eindexamen per opleidingsniveau
Het examen bestaat uit drie delen, één per niveau. Elk deel gebruikt de taxonomie van Bloom. Maak eerst het deel van je niveau; daarna mag je het volgende niveau proberen.
- Maak het examen zonder het modelantwoord te openen. Gebruik de bijlagen (SUBSET-026 v3.6.0 en de DMI-specificatie) als referentie, zoals in het echte werk.
- Gesloten vragen (meerkeuze en getal) tel je met de knop "Nakijken". Open vragen beoordeel je met het modelantwoord en het beoordelingsschema.
- Slagingscriteria: Deel A minimaal 70 %; Deel B minimaal 70 % van de gesloten vragen en een voldoende op de open vragen; Deel C minimaal 10 van de 16 punten.
- Antwoorden staan onder elke vraag in "Toon modelantwoord"; de antwoordsleutel van de gesloten vragen staat onderaan elk deel.
- Getallen die uit Appendix A.3.1 komen (niet bijgevoegd) zijn in dit examen illustratief, tenzij de vraag anders zegt.
Deel A · Niveau 1 · Basis Onthouden en begrijpen (20 vragen, 1 punt per vraag)
Hoeveel Levels onderscheidt de SRS?
Toelichting
Welk Level gebruikt een RBC met Euroradio, en Eurobalises vooral voor plaatsbepaling?
Toelichting
Welke systeemversie X mag een trackside in de envelop van hoofdstuk 6 gebruiken?
Toelichting
Wat betekent "shall" in de SRS?
Toelichting
Welke Mode is de standaardmode na het opstarten?
Toelichting
Een clausule is nodig om een eis correct te interpreteren, maar is zelf geen eis. Welke categorie uit hoofdstuk 9 hoort daarbij?
Toelichting
Welke Mode mag alleen op bevel van de trackside worden gebruikt, voor rijden op zicht?
Toelichting
Welke Mode kiest de bestuurder om te rangeren, als de trein stilstaat?
Toelichting
Wat is de juiste volgorde van de supervision limits bij het naderen van een target?
Toelichting
Wat is de Permitted speed (P)?
Toelichting
Welke DMI-status hoort bij een snelheid boven de Warning-grens (W)?
Toelichting
Welk geluid hoort bij de over-speed-status in de TSM?
Toelichting
Hoe wordt de MRSP bepaald?
Toelichting
Hoeveel categorieën snelheidsbeperkingen onderscheidt de SRS in versie 3.6.0?
Toelichting
Wat is een End of Authority (EOA)?
Toelichting
Waarin verschilt een Limit of Authority (LOA) van een EOA?
Toelichting
Welk radiobericht stuurt de RBC naar de trein met de Movement Authority?
Toelichting
Wat is de eerste stap van een Train Trip?
Toelichting
In welke Mode begint een Start of Mission?
Toelichting
Wat gebeurt er als de bestuurder een On Sight-aanwijzing niet binnen de driver acknowledgement time bevestigt?
Toelichting
Antwoordsleutel deel A
Deel B · Niveau 2 · Gevorderd Toepassen en analyseren (10 vragen; 7 gesloten, 3 open)
Een trein rijdt in een ceiling speed-sectie met VMRSP = 100 km/h. Bereken DVEBI in km/h, met de illustratieve parameters (DVEBImin = 5 km/h, DVEBImax = 15 km/h, CEBI = 0,1, VEBImin = 0).
Toelichting
In een ceiling speed-sectie met VMRSP = 60 km/h, met dezelfde illustratieve parameters als EB1: bij welke snelheid (km/h) wordt de EBI-grens bereikt?
Toelichting
Hoeveel meter legt de trein af in 9 seconden bij 90 km/h? (Dit is de afstand tussen de I-grens en de P-grens bij constante snelheid.)
Toelichting
Bereken de remweg (m) van 100 km/h naar stilstand bij een constante vertraging van 0,8 m/s² (zonder opbouwtijd).
Toelichting
Een trein op Level 1 wordt getript en staat stil. De bestuurder bevestigt de trip. Welke Mode volgt?
Toelichting
Welke voorwaarde is niet nodig om Override te kunnen kiezen?
Toelichting
Een Level 0-trein nadert een Level 2-gebied zonder dat de Level 2-MA vóór de grens is ontvangen. Wat volgt?
Toelichting
Een trein in TSM overschrijdt eerst de W-grens en daarna de P-grens, zonder te remmen. Beschrijf de DMI-statussen en geluiden in de juiste volgorde.
Toon modelantwoord (beoordeel met de criteria van deel B)
Verklaar waarom bij een actieve Override een "stop if in SR"-balis de trein niet trapt, en wat er dan met de voormalige EOA/LOA gebeurt.
Toon modelantwoord
Op Level 2 wordt de trein getript doordat de min safe front end het EOA passeert. Beschrijf de volgorde van de reacties van de on-board, van het passeren tot het moment waarop de trein weer mag rijden.
Toon modelantwoord
Antwoordsleutel deel B (gesloten vragen)
Deel C · Niveau 3 · Expert Evalueren en creëren (4 casussen; 4 punten per casus)
Een RBC stuurt een MA met toestemming voor Full Supervision. De SSP en de gradient dekken de volledige lengte van de MA niet: er ontbreekt informatie over een deel van de MA. Beoordeel of de on-board de MA mag accepteren, en welke test je zou opnemen.
Toon modelantwoord
Een zware goederentrein (lambda-trein) rijdt op 120 km/h, is 900 m lang en heeft een braked weight van 110 %. Controleer of het lambda-model geldig is, en schrijf de eisen op die de trackside moet leveren.
Toon modelantwoord
Op een Level 2-traject ligt een radio hole van 2 km. Een trein met een EOA 1 km na het begin van de hole staat in de hole stil. De bestuurder kiest Override. Beoordeel de situatie: welke procedures en regels spelen een rol, en welke risico's zie je?
Toon modelantwoord
Ontwerp vijf testgevallen voor de DMI bij een overgang van Level 2 naar Level 3: de level-symbolen, de aankondiging en de acknowledgement. Geef per testgeval de verwachte DMI-weergave en de bron.
Toon modelantwoord
- Level 2 actief: symbool LE_04 (Level 2, continuous) DMI Tabel 59.
- Aankondiging van Level 3 op een verder punt: het bijbehorende aankondigingssymbool uit DMI Tabel 59.
- Aankondiging die een bevestiging vraagt: het gele, knipperende symbool uit DMI Tabel 59.
- Level 3 actief na de grens: LE_05 (Level 3, continuous) DMI Tabel 59.
- Bevestiging bij de overgang van Level 2 naar Level 3: volgens de tabel van level-overgangen is geen bevestiging nodig, dus de DMI toont geen ack-verzoek SUBSET-026-5 §5.10.4.4.
Deel C bestaat alleen uit open vragen. Beoordeel je antwoord zelf met het schema hierboven en het modelantwoord.
Afsluiting
Als je alle drie de delen hebt afgerond, heb je de stof van deze opleiding op alle drie de niveaus doorlopen. Voor een inhoudelijke herhaling kun je de toetsvragen per module opnieuw maken, of de casestudies van Module 13 gebruiken.
Let op: de antwoorden in deze cursus zijn gebaseerd op SUBSET-026 v3.6.0 (hoofdstukken 1–9), ERA_ERTMS_015560 v3.4.0 (DMI) en ERA_ERTMS_040026 v1.5. Appendix A.3.1 en A.3.2 van de SRS zijn niet bijgevoegd; de getallen daaruit zijn in de cursus illustratief. Controleer altijd de geldende versie van de specificatie voordat je de antwoorden in een project gebruikt.